← België

Arrest 174288 - Milieuvergunningen - 06/09/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.288 Rolnummer: A. 175374/VII-36351 Zaak: Arrest 174288 - Milieuvergunningen - 06/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-14 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 00:31 Fiche Arrest nr 174.288 van 6 september 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.288 van 6 september 2007 in de zaak A. 175.374/VII-36.

  1. In zake :
  2. Thibault de BRIEY,
  3. Henrianne de GERLACHE de GOMERY, handelend als wettelijk vertegenwoordigster van haar minderjarige kinderen Gaëtan de BRIEY en Anne-Claire de BRIEY, die woonplaats kiezen bij advocaten D. RYCKBOST en E. RYCKBOST, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat 80 tegen : de deputatie van de provincie LIMBURG, die woonplaats kiest bij advocaat K. GEELEN, kantoor houdende te HASSELT, Gouverneur Roppesingel
  4. tussenkomende partijen :
  5. de n.v. DEA DIA, die woonplaats kiest bij advocaten P. en G. SCHIEPERS, kantoor houdende te TONGEREN, Darenbergstraat 2,
  6. de n.v. PLINIUS, die woonplaats kiest bij advocaat S. VAN GEETERUYEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Leopold II-laan
  7. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Thibault de BRIEY en Henrianne de GERLACHE de GOMERY, handelend als wettelijk vertegenwoordigster van haar minderjarige kinderen Gaëtan de BRIEY en Anne-Claire de BRIEY, op 28 juli 2006 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van "Het Besluit (van) 8 juni 2006 van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Limburg tot bevestiging van de beslissing van 31 januari 2006 van het College van Burgemeester en Schepenen van Tongeren waarbij aan DEA DIA NV, Kareelstraat 122 te 9300 Aalst een milieuvergunning werd verleend voor het exploiteren van een dagrecrea- VII-36.351-1/3 tiepark 'Het Land van Ooit' op de kadastrale percelen van en te Tongeren, afd. 7, Sectie A, nr.(s). 649A, 648D, 612G, 618A, 612H, 614E, 651D2, 652E, 657C, 658M, 650, 655A, 654C, 657E, 656E, 653M, 658P, 620K, 620L, 620M, 620N, 620P, 621A (deel) en 660D, ter plaatse Mulkerweg/Fonteindreef"; Gelet op het arrest nr. 167.649 van 9 februari 2007 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 23 februari 2007; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 167.649 van 9 februari 2007 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit heeft verworpen; Overwegende dat de verzoekende partijen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig VII-36.351-2/3 dagen na kennisgeving van het arrest; dat te hunner aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  8. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes september tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. E. BREWAEYS. VII-36.351-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.288 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.649 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.