← België

Arrest 174290 - Milieuvergunningen - 06/09/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.290 Rolnummer: A. 87991/VII-19867 Zaak: Arrest 174290 - Milieuvergunningen - 06/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-19 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 00:32 Fiche Arrest nr 174.290 van 6 september 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.290 van 6 september 2007 in de zaak A. 87.991/VII-19.

  1. In zake : de c.v. KAMELEON, die woonplaats kiest bij advocaat W. MERTENS, kantoor houdende te BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat
  2. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de c.v. KAMELEON op 22 november 1999 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van :
  3. het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 22 september 1999 houdende de verlenging van de termijn voor de behandeling van het beroep dat de verzoekende partij had aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 25 maart 1999 houdende weigering van de vergunning voor de exploitatie van een dierenspeciaalzaak, gelegen aan de Ambachtslaan 7 te Diepenbeek,
  4. het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 22 oktober 1999 waarbij voormeld beroep ongegrond wordt verklaard en de beroepen weigeringsbeslissing wordt bevestigd; Gelet op het arrest nr. 87.982 van 15 juni 2000 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 17 juli 2000; VII-19.867-1/3 Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gelet op het verslag opgemaakt door auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 87.982 van 15 juni 2000 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten heeft verworpen; Overwegende dat de verzoekende partij geen rechtsgeldig verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest, daar het door de wet voorziene zegelrecht laattijdig werd gekweten; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, gelet op de toepassing van artikel 15ter, §1, van voornoemd koninklijk besluit van 5 december 1991, de laattijdig betaalde fiscale zegels ten bedrage van 173,53 euro moeten worden terugbetaald aan de verzoekende partij, VII-19.867-2/3 BESLUIT: Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Artikel
  7. De laattijdig betaalde fiscale zegels ten bedrage van 173,53 euro moeten worden terugbetaald aan de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes september tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS . E. BREWAEYS. VII-19.867-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.290 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.87.982 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.