id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.303 Rolnummer: A. 185074/XII-5191 Zaak: Arrest 174303 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 08/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-12 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 00:37 Fiche Arrest nr 174.303 van 8 september 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.303 van 8 september 2007 in de zaak A. 185.074/XII-
- In zake : VZW ASSOCIATION POUR LA RESTITUTION INDIVIDUEL- LE, INTEGRALE ET RAPIDE DES BIENS VOLES AUX JUIFS, POUR LA VERITE, LA MEMOIRE, LA TRANSMISSION ET LA VIE JUIVE, die woonplaats kiest bij advocaat R. Moszinsky, kantoor houdende te 1060 Brussel, Berckmansstraat 7 tegen :
- de burgemeester van de stad ANTWERPEN,
- de stad ANTWERPEN, --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de VZW “Association pour la restitution individuelle, intégrale et rapide des biens volés aux Juifs, pour la vérité, la mémoiré, la transmission et la vie juive” op 8 september 2007 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 3 september 2007 van de burgemeester van de stad Antwerpen om haargeen toelating te verlenen voor de organisatie van een herdenk- ingsplechtigheid aan het monument voor de gedeporteerde Joodse burgers op 9 september 2007; Gelet op de beschikking van 8 september 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 8 september 2007, om 14.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. Moszinsky, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van mevr. K. Lambrechts, die verschijnt voor de verwerende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; XII-5191-1/6 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De feitelijke gegevens van de zaak 1.
- Op 27 augustus 2007 vraagt verzoekster aan de burgemeester van de stad Antwerpen met een in het Frans gestelde brief de toelating om op zondag 9 september 2007, om 15.00 uur, een ceremonie te mogen organiseren aan het monument op het kruispunt van de Belgiëlei en de Mercatorstraat, ter herdenking van de slachtoffers van de antisemitische razzia’s die met medeplichtigheid van de Belgische Staat zijn georganiseerd in 1942 en 1943 (“une commémoration des victimes des rafles antisémites perpétrées avec la complicité de l’Etat belge en 1942 et en 1943”). 1.
- Op 7 september 2007 (verzoekster preciseert: om 13.17 uur) wordt aan verzoekster de weigering van de toelating meegedeeld. De brief, die is gedateerd op 3 september 2007, stelt wat volgt: “Geachte heer U vroeg de toelating om op 9 september 2007 te 15 uur een herdenkingsplechtigheid te houden aan het monument voor gedeporteerde Joodse burgers. Ik heb uw aanvraag onderzocht en kan u deze toelating niet geven omdat er op hetzelfde moment een reeds eerder aangevraagde vredeswandeling doorgaat die eindigt aan het monument op het kruispunt van Belgiëlei-Mercatorstraat. Met vriendelijke groeten (get.) Patrick Janssens Burgemeester”. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verant- woorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. XII-5191-2/6 Beoordeling van de uiterst dringende noodzakelijkheid 3.
- Verzoekster zet uiteen dat zij de bestreden beslissing, niettegen- staande ze 3 september 2007 is gedateerd, slechts per fax ontving op vrijdag 7 september 2007, dat zij uiterst diligent heeft gereageerd door ’s nachts het verzoek- schrift op te stellen en het zaterdagmorgen in te dienen en dat enkel een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid nog uitzicht geeft op het laten doorgaan van de manifestatie op zondag 9 september
- 3.
- Verwerende partij betwist terecht niet het vervuld zijn van deze schorsingsvoorwaarde. Beoordeling van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 4.
- Verzoekster argumenteert in haar vordering dat de gekozen datum niet zonder betekenis is, wel integendeel. Het is de nationale herdenkingsdag voor de deportatie van de joodse burgers en op diezelfde dag grijpen zowel in Mechelen als in Antwerpen gelijkaardige plechtigheden plaats. Omdat alleen verzoekster evenwel een verbod moet ondergaan, zal zij als Joodse organisatie in diskrediet worden gebracht. Zij wijst er op reeds de nodige schikkingen te hebben getroffen om de genodigden te verwittigen en daarbij ook personaliteiten te hebben gevraagd als spreker. Verwerende partij verklaart ter terechtzitting dat zij het nadeel “moeilijk [kan] inschatten”. 4.
- Verzoekster maakt aannemelijk dat de nationale herdenkingsdag de aangewezen dag is voor de beoogde herdenkingsplechtigheid, dat zij daarvoor al schikkingen heeft getroffen en dat het verbod schril aftekent tegen de toelating die andere Joodse organisaties hebben om diezelfde dag plechtigheden te houden. Ook de laattijdige mededeling van het verbod brengt verzoekster extra in moeilijkheden. Verwerende partij poogt geenszins de zienswijze van verzoekster te weerleggen. Dit alles samen in ogenschouw genomen, besluit de Raad van State dat aan de besproken voorwaarde is voldaan. Beoordeling van de aangevoerde middelen XII-5191-3/6
- Verzoekster voert twee middelen aan: de schending van de formele motiveringsplicht en de schending van de grondwettelijk gewaarborgde beginselen van vrije meningsuiting en vrijheid van vergadering. 6.
- In het eerste middel betoogt verzoekster dat de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen is geschonden, nu de bestreden beslissing geen feitelijke noch juridische gegevens bevat die haar kunnen schragen. Mocht de burgemeester refereren aan de herdenkingsplechtigheid van een andere Joodse organisatie op dezelfde datum maar op een ander uur, dan blijkt nergens uit dat de ene plechtigheid de andere in de weg staat, en blijkt geen gevaar voor de openbare orde, “er [zal] veel eerder een samenhorigheid dan een tegenstrijd bestaan”. Verzoekster refereert aan mailberichten waaruit blijkt dat tussen beide plechtigheden in een coördinatie is voorzien. In het tweede middel wijst verzoekster op de rechtspraak van de Raad van State met betrekking tot de mogelijkheden van de burgemeester om een manifestatie te verbieden. Zij herhaalt dat er zelfs geen sprake is van enig gevaar voor ordeverstoring en dat de reden die wordt opgegeven voor het verbod zeer vaag is en niet wordt geconcretiseerd in de beslissing. 6.
- Verwerende partij heeft geen administratief dossier of geschreven nota neergelegd. Ter terechtzitting zet zij uiteen dat de weigering van de gevraagde toelating is ingegeven door de persoonlijkheid van de aanvrager die ooit administratief is aangehouden, door de vrees hieruit voor de verstoring van de openbare orde, door het feit dat beoogd wordt aan het monument van de gedeporteerde Joodse burgers een plakkaat aan te brengen en omdat een andere manifestatie aan hetzelfde monument verstoord zou kunnen worden. Zij verklaart ook de steun te hebben voor dit verbod van de Joodse gemeenschap van Antwerpen. Nog daargelaten de vaststelling dat het bij ontstentenis van een administratief dossier voor de Raad van State niet mogelijk is de feitelijke juistheid van deze gegevens te onderzoeken, is vanuit het oogpunt van de formele motiverings- plicht waarvan de schending wordt aangevoerd enkel met de motieven die uitdrukke- lijk zijn opgenomen in de beslissing van 3 september 2007 dat rekening mag worden gehouden. In de huidige stand van de zaak stelt de Raad vast, eensdeels, dat de bestreden beslissing in het geheel niet de juridische grondslag vermeldt waarop XII-5191-4/6 de burgemeester steunt bij het weigeren van de gevraagde toelating en, anderdeels, dat het motief “omdat er op hetzelfde moment een reeds eerder aangevraagde vredeswandeling doorgaat” faalt in feite, aangezien de door verzoekster aangevraagde plechtigheid afgelopen is vooraleer de bedoelde vredeswandeling ter herdenking van de slachtoffers van de holocaust, georganiseerd door B’nai Brith en de Sint- Egidiusgemeenschap, van start zou gaan. In de bestreden beslissing lijken geen overwegingen te lezen die verband houden met een mogelijke verstoring van de openbare orde -laat staan over de onmogelijkheid van de burgemeester om met de middelen waarover hij beschikt de orde te handhaven. Mocht de vrees voor ordeverstoring toch geïmpliceerd zijn in de weigering, dan merkt de Raad toch op dat de communicatie tussen verzoekster en de organisatoren van de vredeswandeling op het eerste gezicht inderdaad er op wijzen dat zij hun activiteiten welwillend coördineren. 6.
- De door de burgemeester uitgedrukte motivering is derhalve niet afdoende en kan geen beperking van de vrijheid van meningsuiting en van de vrijheid van vergadering verantwoorden. De beide middelen zijn ernstig. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 3 september 2007 van de burgemeester van de stad Antwerpen om geen toelating te verlenen voor de organisatie van een herdenkingsplechtigheid aan het monument voor de gedeporteerde Joodse burgers op 9 september 2007 aan de VZW “Association pour la restitution individuelle, intégrale et rapide des biens volés aux Juifs, pour la vérité, la mémoiré, la transmission et la vie juive”. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld XII-5191-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht september 2007, door: de H. G.VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter,staatsraad Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5191-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.303 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.415 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div