← België

Arrest 174372 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 11/09/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.372 Rolnummer: A. 183217/X-13284 Zaak: Arrest 174372 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 11/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-18 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 00:46 Fiche Arrest nr 174.372 van 11 september 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.372 van 11 september 2007 in de zaak A.183.217/X-13.

  1. In zake :
  2. Roger VLAEMINCK,
  3. Paula MOYAERT, beiden wonende te 1840 LONDERZEEL, Stuiverstraat 15 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  4. tussenkomende partij : de n.v. AQUAFIN, die woonplaats kiest bij advocaten B. ASSCHERICKX en I. COOREMAN, kantoor houdende te 1070 BRUSSEL, Ninoofsesteenweg
  5. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Roger VLAEMINCK en Paula MOYAERT op 11 mei 2007 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “het Ministerieel Besluit van 01.03.2007, genomen door de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, gekend onder nummer 99256, waarbij de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Kapelle-Op-den-Bos, de gemeente Londerzeel en de gemeente Meise van openbaar nut wordt verklaard, toelating tot bouwen van deze installaties op de in het besluit aangeduide percelen wordt gegeven, en de voorwaarden worden bepaald waaronder de installaties opgericht moeten worden”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; X-13284-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 4 juli 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 september 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. ROELANDT, die loco advocaat D. PAUWELS verschijnt voor de verzoekers, van advocaat P. LOUAGE, die loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat K. PHLIPS, die loco advocaten B. ASSCHERICKX en I. COOREMAN verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de n.v. AQUAFIN met een verzoekschrift van 19 juni 2007 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de tussenkomende partij in haar verzoekschrift tot tussenkomst onder meer de volgende exceptie opwerpt : “A. Onontvankelijkheid van het verzoekschrift tot schorsing ingevolge schending van artikel 17 § 3 van de Gecoördineerde wetten op de Raad van State. Het verzoekschrift tot schorsing zoals ingediend door de Heer en Mevrouw VLAEMINCK-MOYAERT is onontvankelijk nu in het zelfde verzoekschrift zowel de vordering tot schorsing werd ingesteld als de vordering tot nietigverklaring. Het verzoekschrift werd neergelegd op 14.05.2007, daar waar de wetswijziging m.b.t. de procedure voor de Raad van State slechts van toepassing is sinds 01.06.
  6. De nu oude versie van artikel 17 § 3 van de Gecoördineerde wetten op de Raad van State dewelke op het ogenblik van de neerlegging van het verzoekschrift nog steeds toepasselijk was bepaalt dat : ‘§
  7. De vordering tot schorsing wordt ingesteld bij een afzonderlijke akte die geen deel uitmaakt van het verzoekschrift tot nietigverklaring en uiterlijk samen met dat verzoekschrift.(...).’ X-13284-2/4 Het verzoekschrift neergelegd door de Heer en Mevrouw VLAEMINCK- MOYAERT strekkende tot de schorsing alsook de nietigverklaring van de beslissing dd. 01.03.2007, genomen door de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur waarbij de bouw van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Kapelle-Op-den-Bos, de gemeente Londerzeel en de gemeente Meise van openbaar nut wordt verklaard, zoals neergelegd dd. 14.05.2007 is dan ook volstrekt onontvankelijk”; Overwegende dat het inleidend verzoekschrift van 11 mei 2007 van de verzoekers als volgt luidt : “Verzoekschrift houdende een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging en houdende een beroep tot nietigverklaring. (...) Verzoekers hebben de eer hierbij een vordering tot schorsing én een beroep tot nietigverklaring in te dienen tegen het Ministerieel Besluit van 01.03.2007, genomen door de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, gekend onder nummer 99256, waarbij de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Kapelle-Op-den-Bos, de gemeente Londerzeel en de gemeente Meise van openbaar nut wordt verklaard, toelating tot bouwen van deze installaties op de in het besluit aangeduide percelen wordt gegeven, en de voorwaarden worden bepaald waaronder de installaties opgericht moeten worden”; Overwegende dat uit wat voorafgaat onomstotelijk blijkt dat namens de verzoekers zowel de nietigverklaring als de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd in eenzelfde verzoekschrift van 11 mei 2007; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het van toepassing was ten tijde van het indienen van het verzoekschrift, als volgt luidde : “§
  8. De vordering tot schorsing wordt ingesteld bij een afzonderlijke akte die geen deel uitmaakt van het verzoekschrift tot nietigverklaring en uiterlijk samen met dat verzoekschrift. Zij bevat een uiteenzetting van de middelen en de feiten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing of, in voorkomend geval, van voorlopige maatregelen rechtvaardigen. De schorsing en de andere voorlopige maatregelen die zouden zijn bevolen vóór het indienen van het verzoekschrift tot nietigverklaring van de akte of het reglement worden door de voorzitter van de kamer of door de staatsraad die hij aanwijst die ze heeft uitgesproken onmiddellijk opgeheven als hij vaststelt dat binnen de in de procedureregeling vastgestelde termijn geen enkel verzoekschrift tot nietigverklaring is ingediend waarin de middelen worden aangevoerd die ze gerechtvaardigd hadden”; X-13284-3/4 Overwegende dat uit het eerste lid van deze bepaling voortvloeit dat de wetgever toentertijd op procedureel vlak de schorsingsprocedure nadrukkelijk heeft willen scheiden van de vernietigingsprocedure; dat de vordering tot schorsing, ingediend in de vordering tot vernietiging derhalve niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  9. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. AQUAFIN in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  10. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  11. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf september 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13284-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.372 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.542 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.