← België

Arrest 174378 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 12/09/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.378 Rolnummer: A. 130577/X-11222 Zaak: Arrest 174378 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 12/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-20 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 00:49 Fiche Arrest nr 174.378 van 12 september 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 174.378 van 12 september 2007 in de zaak A. 130.577/X-11.

  1. In zake :
  2. Ghislain VAN VAERENBERGH,
  3. Nicole CARDOEN, die woonplaats kiezen bij advocaat I. COOREMAN, kantoor houdende te 1070 BRUSSEL, Ninoofsesteenweg 643 tegen : de gemeente GOOIK, die woonplaats kiest bij advocaat Th. TAFFIJN, kantoor houdende te 1700 DILBEEK, Ninoofsesteenweg
  4. tussenkomende partij : de n.v. GARAGE CAMMAERT, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Ghislain VAN VAERENBERGH en Nicole CARDOEN op 16 december 2002 hebben ingediend om de nietig- verklaring te vorderen van het besluit van 12 augustus 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Gooik waarbij aan de n.v. GARAGE CAMMAERT de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het uitbreiden van bestaande werkplaatsen op een perceel gelegen te Gooik, Ninoofsesteenweg, kadastraal bekend sectie D, nrs. 458/d5, 458/e5, 458/x4, 458/c5 en 458/f5; Gelet op het arrest nr. 121.753 van 16 juli 2003 waarbij de vordering tot schorsing wordt verworpen; Gelet op het arrest nr. 126.240 van 10 december 2003 waarbij de debatten worden heropend en waarbij wordt beslist dat de zaak wordt voortgezet volgens de gewone procedure; X-11.222-1/3 Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding, op 14 augustus 2003 ingediend door de verzoekers; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 9 maart 2004 ingediend door de n.v. GARAGE CAMMAERT; Gelet op de beschikking van 22 maart 2004 die de tussenkomst van de n.v. CAMMAERT toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 18 april 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 24 april 2006; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State; X-11.222-2/3 Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van het toenmalige artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
  6. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  7. De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf september 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.222-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.378 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.121.753 ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.126.240 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.