← België

Arrest 174440 - Erkenning van aannemers - 13/09/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.440 Rolnummer: A. 175375/XII-4830 Zaak: Arrest 174440 - Erkenning van aannemers - 13/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-20 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 00:58 Fiche Arrest nr 174.440 van 13 september 2007 Overheidsopdrachten en openbare werken - Erkenning van aannemers Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 174.440 van 13 september 2007 in de zaak A. 175.375/XII-

  1. In zake : de BV BOLIDT KUNSTSTOFTOEPASSING, die woonplaats kiest bij advocaat P. Engels, kantoor houdende te Antwerpen, Brusselstraat 59 tegen : het VLAAMSE GEWEST, die woonplaats kiest bij advocaat S. Ronse, kantoor houdende te Kortrijk, President Kennedypark 8b. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BV Bolidt Kunststoftoepassing op 28 juli 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de bestreden beslissing waarbij aan verzoekende partij slechts een erkenning werd toegekend als aannemer van werk voor de onder categorie D25 en beperkt tot klasse 1 werken, m.n. werken tot 135.000 euro”; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 9 november 2006; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord bij brief van 9 februari 2007; XII-4830-1/3 Gelet op de beschikking van 16 juli 2007 houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 4 september 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Troch, die loco advocaat P. Engels verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat S. Ronse, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie heeft toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, ontbreekt; Overwegende dat de verzoekende partij, die gevraagd had te worden gehoord, ter terechtzitting een aantal opmerkingen verwoordt betreffende de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het beroep; dat de verzoekende partij echter niet ontkent dat zij heeft nagelaten de voorgeschreven memorie van wederantwoord in te dienen zodat de voornoemde opmerkingen niet op de toepassing van het voormelde artikel 21, tweede lid, kunnen worden betrokken en deze niet in de weg staan; dat de verzoekende partij wel nog opmerkt dat zij wachtte op een nieuwe administratieve beslissing betreffende haar dossier; dat dergelijke wachthouding geen gegeven is dat moet leiden tot de niet-toepassing van het meervermelde artikel 21, tweede lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, XII-4830-2/3 BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien september 2007, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4830-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.440 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.