← België

Arrest 174641 - Overheidsopdrachten - 20/09/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.641 Rolnummer: A. 183979/XII-5133 Zaak: Arrest 174641 - Overheidsopdrachten - 20/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-24 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 01:18 Fiche Arrest nr 174.641 van 20 september 2007 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.641 van 20 september 2007 in de zaak A. 183.979/XII-

  1. In zake : de NV MAES HOOGWERKERS, die woonplaats kiest bij advocaat E. Empereur, kantoor houdende te Antwerpen, Uitbreidingstraat 2 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten P. Luypaers en H. -K. Carême, kantoor houdende te Heverlee, Industrieweg 4, bus
  2. tussenkomende partij : de NV FIRE TECHNICS, die woonplaats kiest bij advocaat G. Soete, kantoor houdende te Oostende, Kerkstraat 8, bus
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de NV Maes Hoogwerkers op 11 juni 2007 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken d.d. 13 april 2007 met betrekking tot de toewijzing van de overeenkomst voor de opdracht betreffende de algemene offerteaanvraag, voor de levering van hoogwerkers 30 meter bestemd voor de hulpdiensten van België, voor rekening van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, en die het voorwerp uitmaakt van het bijzonder bestek II/MAT/A26-182-06, perceel 2, aan de firma Fire Technics NV, tegen de eenheidsprijs van 415.000 EUR (exclusief BTW)”; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-5132-1/13 Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. Barra; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 9 augustus 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 september 2007; Gezien het op 28 juni 2007 ingediende verzoekschrift waarbij de NV Fire Technics vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. Verlinden, die loco advocaat E. Empereur verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat H.-K. Carême, die loco advocaat P. Luypaers verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat G. Soete, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
  4. Op 23 en 24 juni 2006 wordt door de FOD Binnenlandse Zaken een opdracht bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen en in het Europees Publicatieblad voor de levering van hoogtewerkers. De gunningswijze is de algemene offerte-aanvraag. Het toepasselijke bestek bepaalt in zijn deel I (administratieve en contractuele bepalingen betreffende de gunning van de opdracht) hetgeen volgt. Artikel 1.
  5. stelt dat de opdracht onderverdeeld wordt in twee percelen : XII-5132-2/13 perceel 1 : hoogtewerker 25 m perceel 2 : hoogtewerker 30 m Artikel 1.
  6. bepaalt dat de opdracht wordt toegekend voor drie jaar, verlengbaar met tweemaal één of éénmaal twee jaar. Artikel 1.
  7. vermeldt als vermoedelijke hoeveelheden voor perceel 1 twee voertuigen per jaar, voor perceel 2 drie voertuigen per jaar. Artikel 6.
  8. vermeldt de twee gunningscriteria : enerzijds de operationele en technische kwaliteit, anderzijds de prijs. Artikel 6.3.1.a. stelt dat het eerste gunningscriterium, de operationele en technische kwaliteit, beoordeeld wordt volgens een puntensysteem; de in punt 2 van deel III van het bestek opgesomde vereisten vormen voordelen; deze voordelen krijgen een maximum aantal punten; bijgevolg krijgt elk element van de offerte van de inschrijver dat een voordeel biedt, een aantal punten; het maximum aantal punten dat toegekend kan worden aan een inschrijver bedraagt 1030 punten voor perceel 1 en 1030 punten voor perceel
  9. Artikel 6.3.1.b. bepaalt, wat de berekening van de beoordeling van de offerte betreft : “De beoordeling van de offerte voor het perceel 1 en perceel 2 wordt als volgt berekend : 1) voor de criteria vermeld in punt 2 van deel III van het huidige lastenboek, gebeurt de toekenning van de punten via de volgende formule, in geval van maximalisatie : n = N x e/E n : aantal punten dat aan de inschrijver wordt toegekend voor een bepaald criterium; N : maximum aantal punten voor het beschouwde criterium; e : het aanbod van de inschrijver voor dit criterium; E : het beste aanbod van één van de inschrijvers voor dit criterium. 2) voor de criteria vermeld in punt 2 van deel III van het huidige lastenboek, gebeurt de toekenning van de punten via de volgende formule, in geval van minimalisatie : n = N x E/e n : aantal punten dat aan de inschrijver wordt toegekend voor een bepaald criterium; N : maximum aantal punten voor het beschouwde criterium; e : het aanbod van de inschrijver voor dit criterium; E : het beste aanbod van één van de inschrijvers voor dit criterium. XII-5132-3/13 De totale beoordeling van de technische en operationele kwaliteit van de offerte bestaat uit de som van de punten die werden behaald voor elk van de criteria. Alle inlichtingen die nuttig zijn voor de evaluatie van de technische en operationele kwaliteit ten opzichte van de gunningscriteria en -subcriteria, zullen door de inschrijver bij zijn offerte moeten worden gevoegd”. Artikel 6.3.1.b. stelt de prijsweging vast als volgt : perceel 1 : 690 punten perceel 2 : 690 punten.
  10. Bij de opening der offertes blijken er zes inschrijvingen te zijn ingediend waaronder een offerte van verzoekende partij en één van tussenkomende partij.
  11. Met brieven van 12 december 2006 verzoekt verwerende partij aan tussenkomende partij en aan verzoekende partij om verduidelijkingen bij hun offertes. Met brieven van 8 januari 2007 antwoorden tussenkomende partij en verzoekende partij. Aan verzoekende partij wordt nog bijkomende verduidelijking gevraagd die door haar gegeven wordt.
  12. Op 13 april 2007 wordt door de bevoegde Minister de bestreden beslissing genomen. Van de zes inschrijvers worden er vier regelmatig verklaard waaronder verzoekende partij en tussenkomende partij. Deze vier offertes worden getoetst aan de twee gunningscriteria. Uit het bij de bestreden beslissing gevoegde gunningsverslag blijkt de wijze van evaluatie van de offertes. Het verslag bestaat uit tabellen van toegekende punten, enerzijds per criterium en anderzijds, wat het criterium operationele en technische kwaliteit betreft, per subcriterium. * Wat het criterium prijs betreft krijgen tussenkomende partij en verzoekende partij volgende waardering : XII-5132-4/13 - Fire Technics 450.000 euro 690x450.000 = 690,00 punten 450.000 - Maes Hoogwerkers 458.388 euro 690x450.000 = 677,37 punten 458.388 * Wat betreft het criterium operationele en technische kwaliteit of dus het criterium voor de meerwaarden (max. 1030 punten volgens het bestek) zijn de gegeven punten per subcriterium : nr. voordeel bestek deel III Fire Technics Maes Hoogwerkers 2.2.2.
  13. max. 50 7,86 50,00 2.3.2.
  14. max. 50 50,00 50,00 2.3.
  15. max. 20 17,57 20,00 2.3.
  16. max. 50 50,00 48,90 2.3.
  17. max. 20 19,73 20,00 2.3.
  18. max. 20 10,10 20,00 2.4.
  19. max. 20 20,00 00,00 2.9.1.
  20. max. 50 50,00 50,00 2.9.1.2.
  21. max. 60 60,00 60,00 2.9.1.2.
  22. max. 40 32,00 40,00 2.9.
  23. max. 30 30,00 00,00 2.10.1.
  24. max. 80 78,24 80,00 2.10.1.
  25. max. 20 20,00 20,00 2.10.
  26. max. 70 63,00 70,00 2.11.4.
  27. max. 30 30,00 30,00 2.11.6.
  28. max. 10 10,00 10,00 2.11.8.
  29. max. 10 10,00 9,59 2.11.8.
  30. max. 10 10,00 7,69 2.11.
  31. max. 40 40,00 40,00 2.11.
  32. max. 30 30,00 18,00 2.12.3.2.
  33. max. 20 20,00 20,00 2.13.3.
  34. max. 40 40,00 40,00 2.13.4.
  35. max. 40 40,00 40,00 2.14.3.2.
  36. max. 30 30,00 30,00 2.14.3.2.
  37. max. 30 30,00 30,00 XII-5132-5/13 2.15.1.
  38. max. 30 30,00 30,00 2.15.1.2.1.
  39. max. 30 30,00 30,00 2.15.1.2.1.
  40. max. 30 30,00 30,00 1.20.1.
  41. max. 30 30,00 00,00 894,18 TOTAAL 918,50 * globaal (beide gunningscriteria samen) genomen verkrijgt verzoekende partij 1.571,55 punten en tussenkomende partij 1.608,50 punten.
  42. De beslissing wordt met een brief van 20 april 2007 door verwerende partij aan verzoekende partij ter kennis gebracht. De gemotiveerde toewijzingsbeslissing wordt mee opgestuurd.
  43. Hierop uit verzoekende partij op 30 april 2007 aan verwerende partij in een brief een aantal bezwaren over de toekenning van de punten bij het criterium operationele en technische kwaliteit. Er wordt door verzoekende partij een herinnering gestuurd op 14 mei
  44. Op 16 mei 2007 stuurt verwerende partij een antwoord aan verzoekende partij. Met een e-mailbericht van 23 mei 2007 en een brief van 31 mei 2007 komt verzoekende partij nog eens op de zaak terug. Verwerende partij antwoordt nog eens met een brief van 1 juni 2007 en met een brief van 15 juni
  45. De excepties
  46. De tussenkomende partij handhaaft ter terechtzitting al de door haar opgeworpen excepties, behalve één. De gehandhaafde excepties dienen echter niet te worden onderzocht en er moet geen uitspraak over worden gedaan, nu, zoals hierna zal blijken, niet aan de schorsingvoorwaarden is voldaan. De grondvoorwaarden voor schorsing
  47. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; XII-5132-6/13 9.
  48. Wat de eerste voorwaarde betreft, voert verzoekende partij in een eerste middel de schending aan van artikel 16 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, artikelen 110, § 1 en 115 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, het beginsel “patere legem quam ipse fecisti”, het gelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden zijn. Zij betoogt daartoe dat verwerende partij is voorbijgegaan aan de gunningscriteria en de toetsingswijze van de gunningscriteria zoals vervat in haar eigen bestek. Verzoekende partij brengt de formules in herinnering voor het criterium operationele en technische kwaliteit, voordelen bij maximalisatie (bijv. zo groot mogelijk) en bij minimalisatie (bijv. zo laag mogelijk). Voor twee subcriteria zouden deze formules niet toegepast zijn namelijk voor : - post 2.15.1.2.1.
  49. Podium -vrije maximale vrije hoogte toegang- zo groot mogelijk - post 2.15.1.2.1.
  50. Podium -vrije maximale vrije breedte toegang- zo groot mogelijk. Voor die beide subcriteria verkregen verzoekende partij en tussenkomende partij allebei het maximaal aantal punten namelijk telkens
  51. Voorts was de offerte van verzoekende partij veruit de meest voordelige; het bestek vereiste dat de opdracht ging naar de offerte die het meest veilige en kwaliteitsvolle materieel aanbiedt en dit is niet gebeurd, gelet op de volgende gegevens : - een laag zwaartepunt is uiteraard het meest veilig; de zwaartepunthoogte bij verzoekende partij is 1030 mm, bij tussenkomende partij 1980 mm; hieraan wordt in de bestreden beslissing voorbijgegaan; - de breedte van de kooibodem bij verzoekende partij is 1m, bij tussenkomende partij slechts 0,8 m; de kwaliteit van de kooi van tussenkomende partij is te klein en de bestreden beslissing maakt inbreuk op het gunningscriterium goede kwaliteit; - de reikwijdte bij verzoekende partij is 17,95 m, bij tussenkomende partij 17,50 m; de bestreden beslissing maakt hier door de keuze voor het product van tussenkomende partij inbreuk op de kwaliteit als op veiligheid die het bestek als criterium oplegt; - de beste afstempelbreedte is de kleinste; die van verzoekende partij is 5400 mm, die van tussenkomende partij 5500 mm; de bestreden beslissing geeft dus de opdracht opnieuw niet aan de voordeligste inschrijver. XII-5132-7/13 Voor een aantal elementen die in de offerte werd vermeld, werd bovendien geen puntentoekenning gedaan; deze elementen zijn nochtans cruciaal en dienden verrekend te worden; dit is het geval voor : - de leveringstermijn; - de voorgestelde onderhoudskosten en geboden service na verkoop. Ten slotte merkt verzoekende partij op dat verwerende partij onzorgvuldig is tewerk gegaan omdat geheel wordt voorbijgegaan aan de inspraak en de know-how van een technische commissie van een tiental brandweercommandanten die wel betrokken werden bij de opmaak van de technische criteria maar niet bij de puntentoekenning. 9.
  52. Verwerende partij werpt daartegen op, onder meer wat de vier posten betreft die volgens verzoekende partij zo beoordeeld werden dat de opdracht niet naar het meest kwaliteitsvolle en het veiligste materieel ging: - het verschil in de hoogte van het zwaartepunt tussen verzoekende partij en tussenkomende partij werd verrekend in de punten volgens de voorgeschreven formule: verzoekende partij kreeg het maximum van 20 punten, tussenkomende partij 10,10 punten; - het verschil in de breedte van de kooibodem tussen verzoekende partij en tussenkomende partij werd verrekend in de punten volgens de voorgeschreven formule: verzoekende partij kreeg het maximum van 40 punten, tussenkomende partij 32 punten; - het verschil in de reikwijdte tussen verzoekende partij en tussenkomende partij werd verrekend in de punten volgens de voorgeschreven formule: verzoekende partij kreeg het maximum van 80 punten, tussenkomende partij 78,24 punten; - het verschil in de afstempelbreedte tussen verzoekende partij en tussenkomende partij werd verrekend in de punten volgens de voorgeschreven formule: verzoekende partij kreeg het maximum van 70 punten, tussenkomende partij 63,00 punten. De kritiek betreft overigens slechts vier subcriteria van de 29 voor het criterium technische en operationele kwaliteit. Wat de discussie over de technische commissie betreft merkt verwerende partij op dat de technische commissie geholpen heeft bij de totstandkoming van het bestek en de hierin bepaalde puntenverdeling. Ze werd niet geraadpleegd voor de beoordeling der inschrijvingen. De puntentoekenning XII-5132-8/13 geschiedde rekenkundig. Voorts is er wel praktijkervaring bij de evaluatoren van verwerende partij. 9.3.
  53. Wat de subcriteria 2.15.1.2.1.
  54. en 2.15.1.2.1.
  55. betreft dient vooreerst opgemerkt dat, indien de maximalisatieformule wel zou worden toegepast, maximaal over (breedte 9,2 punten in voordeel verzoekende partij ) min (hoogte 7,73 punten in voordeel tussenkomende partij ) 1,47 punten in het voordeel van verzoekende partij; dit verschil heeft geen invloed op de totaalscore. De onwettigheid op zich is als middelonderdeel zonder belang. Verzoekende partij stelt in algemeenheid dat gelet op de maximalisatieformule het onmogelijk is dat beide inschrijvers een zelfde aantal punten hebben gekregen; verzoekende partij heeft in de briefwisseling met verwerende partij, voorafgaand aan de huidige procedure, dit ook aangekaart doch heeft nagelaten de waarden van tussenkomende partij te vragen waardoor een concrete invulling van dit middel mogelijk had kunnen zijn. De uitleg die verwerende partij geeft lijkt na kennisname van de offertes van tussenkomende partij en verzoekende partij niet onaanvaardbaar - in elk geval lijken geen gegevens te leiden tot een toekenning van een dusdanig aantal punten aan verzoekende partij dat de achterstand op tussenkomende partij zou worden tenietgedaan. 9.3.
  56. Het verweer van verwerende partij betreffende de vier elementen waarvan verzoekende partij beweert dat deze niet volgens het bestek werden beoordeeld (hoogte zwaartepunt, maximale afstempelbreedte, reikwijdte en breedte kooibodem) lijkt te kunnen worden bijgevallen; voorts lijkt verzoekende partij niet genoegzaam aan te tonen dat die vier elementen te weinig gewicht werden toegekend in het geheel van het criterium technische en operationele kwaliteit. 9.3.
  57. Waar in de kritiek die hierboven is besproken, verzoekende partij hoogstens impliciete kritiek op het bestek liet gelden, wordt ze vervolgens expliciet : twee elementen, namelijk leveringstermijn en onderhoudskosten en service na verkoop zouden niet zijn betrokken bij de beoordeling van het gunningscriterium. Het is echter aan de opdrachtgevende overheid om deze elementen al dan niet bij een gunningscriterium te betrekken. Zekerlijk wat het onderhoud en de naverkoopsservice betreft lijkt het te dezen om elementen te gaan die niet inherent zijn aan een opdracht levering maar waarin eventueel complementair kan worden voorzien. Inzake de leveringsvoorwaarden bevat het bestek overigens afzonderlijke bepalingen (blz. 10 en 17/19, deel I bestek). Verzoekende partij toont haar bewering niet aan dat de door XII-5132-9/13 haar aangehaalde twee elementen cruciaal zijn voor het criterium technische en operationele kwaliteit of voor de beoordeling van het product zelf, en lijkt dus niet aan te tonen dat de overheid het bestek op onrechtmatige wijze zou hebben opgesteld. 9.3.
  58. Ten slotte heeft de technische commissie criteria helpen vaststellen: verzoekende partij erkent dit trouwens want ze beroept zich op de expertise van de commissie om de beoordeling van de inschrijvingen in twijfel te trekken; nochtans geeft ze hoger in haar middel juist het tegengestelde aan, namelijk dat het bestek ondeugdelijk is bijvoorbeeld omdat de naverkoopservice geen puntenbeoordeling krijgt. De argumentatie van verwerende partij daaromtrent lijkt steek te houden; in wezen is het bestek zo opgesteld dat er bij het hanteren van de gunningscriteria omzeggens geen sprake lijkt te zijn -verzoekende partij geeft niet anders aan- van beleidsruimte. De expertise van de technische commissie werd blijkbaar maximaal in het bestek verwerkt. 9.
  59. Het middel is niet ernstig. 10.
  60. In een tweede middel voert verzoekende partij de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van artikel 116 juncto 119 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, van het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en de verplichting voor de openbare overheden om hun beslissingen te steunen op wettige en toelaatbare motieven. Zij betoogt daartoe, in een eerste onderdeel, dat de verwerende partij onzorgvuldig is tewerk gegaan en de toewijzingsbeslissing niet afdoende is gemotiveerd : er werden punten toegekend voor het voorzien van een bijkomende toegang tot de werkkooi, post 2.9.
  61. Deze toegang zou bedoeld zijn voor het inbrengen van brancards in de werkkooi. Ze is echter volstrekt nutteloos en de puntentoekenning dan ook. De kooi van tussenkomende partij is immers maar twee meter lang zodat de bij te leveren kuipbrancard niet volledig in de korf kan geschoven worden; voorts is de kooi van tussenkomende partij slechts 0,8 m breed zodat naast een brancard (60 cm breed) er geen hulpverlener kan staan; het voorstel van tussenkomende partij is dus niet realistisch. Het is dus onzorgvuldig tussenkomende XII-5132-10/13 partij hier punten te geven. Evenzeer is de formele motiveringsplicht hiermee geschonden. Voorts wordt opgemerkt dat in de “toewijzingsbeslissing (stuk 1)” sprake is van een bedrag van 415 000 euro terwijl in “de bestreden beslissing” sprake is van een bedrag van 450 000 euro. De verzoekende partij betoogt in een tweede onderdeel dat de bestreden beslissing werd getroffen buiten de gestanddoeningstermijn van 180 kalenderdagen; dit is een inbreuk op artikel 116 juncto 119 van het voormelde koninklijk besluit van 8 januari 1996; ook wordt in de toewijzingsbeslissing met geen woord gerept over een verlenging of een voorwaardelijke verlenging; zulks strijdt met de motiveringsplicht. 10.
  62. Verwerende partij merkt betreffende het eerste onderdeel op dat een werkkooi met zijdelingse toegang wel degelijk zijn nut heeft, meer bepaald voor het gebruik van rolstoelen en evacuatiestoelen; zelfs een kuipbrancard kan geplaatst worden en een hulpverlener kan zijn voeten schranken. Verwerende partij doet voorts gelden, wat het tweede onderdeel betreft, dat verzoekende partij de begrippen gunning en toewijzing door elkaar haspelt : opdat de kennisgeving van de toewijzingsbeslissing zou leiden tot de sluiting van de overeenkomst, moet deze kennisgeving gebeuren binnen de gestanddoeningstermijn; het verstrijken van de gestanddoeningstermijn -de termijn waarbinnen de inschrijvers zijn gebonden door hun offerte-, heeft geen gevolgen op de bevoegdheid van de aanbestedende overheid om de toewijzingsbeslissing te nemen. Er is dan ook geen aanleiding om van de gestanddoeningstermijn af te wijken zodat er ter zake geen bijzondere motivering in de bestreden beslissing dient te worden gegeven. 10.
  63. Tussenkomende partij merkt wat het eerste onderdeel betreft niets anders op dan verwerende partij; wat het tweede onderdeel betreft merkt zij op dat verzoekende partij net zoals zijzelf de geldigheid van hun offerte hebben verlengd tot 30 juni
  64. 10.4.
  65. Wat het eerste onderdeel betreft voert verzoekende partij aan dat de beoordeling onzorgvuldig is en dienvolgens ook niet afdoende gemotiveerd. Voor zover verzoekende partij hier echter grotendeels in wezen uiteenzet dat het bestek XII-5132-11/13 zelf ten onrechte dergelijke bijkomende toegang als voordeel aangeeft, lijkt deze kritiek geen uitstaans te hebben met de geleverde kritiek -onzorgvuldigheid- op de puntentoekenning aan tussenkomende partij. Verzoekende partij had hier de besteksvoorwaarde zelf irrelevant moeten noemen. Voorts blijkt uit de offerte van tussenkomende partij (offerte blz. 187 e.v.) dat het bezwaar van verzoekende partij nopens de breedte en de plaatsing van een brancard onterecht lijkt nu de brancard slechts gedeeltelijk gebruik maakt van de breedte van de kooi, systeem ook van toepassing bij verzoekende partij zelf (offerte blz. 170 e.v.). Verwerende partij geeft prima facie afdoende argumenten aan die het nut staven van een bijkomende toegang wat kritiek op het bestek zelf op dit punt lijkt te weerleggen. Het genoemde prijsverschil tenslotte tussen de geboden 450 000 euro en de 415 000 euro in het beschikkend gedeelte van de bestreden beslissing, lijkt een voor dadelijke verbetering vatbare verschrijving die niet tot de onwettigheid van die beslissing lijkt te moeten leiden. 10.4.
  66. Ten slotte lijkt de bestreden toewijzingsbeslissing niet in haar wettigheid aangetast te kunnen worden door het eventueel verlopen van de gestanddoeningstermijn. De toewijzingsbeslissing zelf houdt immers niet het sluiten van de overeenkomst in en artikel 119 het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, verbindt de gunning bij kennisgeving buiten de voormelde termijn aan de instemming van de betrokken inschrijver. 10.4.
  67. Het middel is in beide onderdelen niet ernstig.
  68. Geen der middelen is ernstig zodat aan de eerste van de door artikel 17 gestelde voorwaarden niet is voldaan. Die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen. XII-5132-12/13 OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
  69. Het verzoek tot tussenkomst van de NV Fire Technics in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  70. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  71. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig september 2007, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5132-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.641 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.943 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.