← België

Arrest 174681 - Apothekers en apotheken - 20/09/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.681 Rolnummer: A. 135347/VII-36967 Zaak: Arrest 174681 - Apothekers en apotheken - 20/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-25 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 01:25 Fiche Arrest nr 174.681 van 20 september 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - Apothekers en apotheken Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.681 van 20 september 2007 in de zaak A. 135.347/VII-36.

  1. In zake :
  2. Caroline VERHAMME,
  3. de BVBA HEIST-FARMA, die woonplaats kiezen bij advocaat P. MALLIEN, kantoor houdende te ANTWERPEN, Meir 24 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaten R. DEPLA en M. STUBBE, kantoor houdende te BRUGGE-SINT-KRUIS, Karel van Manderstraat
  4. tussenkomende partij : Maria VERBEECK, die woonplaats kiest bij advocaat H. DEMEESTER, kantoor houdende te GENT, Kortrijksesteenweg
  5. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Caroline VERHAMME en de b.v.b.a. HEIST-FARMA op 11 april 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de minister van Volksgezondheid van 30 oktober 2002 waarbij aan Maria VERBEECK een vergunning wordt verleend voor het openen van een voor het publiek opengestelde apotheek gelegen te Heist-op-den- Berg "aanvankelijk in de Withofstraat nr. 5, later gewijzigd in de Peremansheide- straat, bouwgrond gekadastreerd sec. G nr. 225/N (voorheen sec. G nr. 225/G)"; Gelet op het arrest nr. 125.102 van 5 november 2003 waarbij de afstand van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt toegewezen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van VII-36.967-1/3 24 december 2003 ingediend door de verzoekende partijen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 6 februari 2004; Gelet op de beschikking van 18 februari 2004 die de tussenkomst van Maria VERBEECK toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op de beschikking van 17 april 2007, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 30 april 2007; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- VII-36.967-2/3 ting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunner aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  6. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  7. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst, zowel wat betreft de vordering tot schorsing als het annulatieberoep, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig september tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. E. BREWAEYS. VII-36.967-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.681 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.125.102 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.