← België

Arrest 174682 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 20/09/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.682 Rolnummer: A. 122002/VII-26824 Zaak: Arrest 174682 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 20/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-25 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-30 01:25 Fiche Arrest nr 174.682 van 20 september 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.682 van 20 september 2007 in de zaak A. 122.002/VII-26.

  1. In zake : de UNIVERSITAIRE INSTELLING ANTWERPEN (U.I.A.), die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-72 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  2. tussenkomende partij : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, die woonplaats kiest bij advocaten P. LEGROS en J. SOHIER, kantoor houdende te BRUSSEL, Emile De Motlaan
  3. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de UNIVERSITAIRE INSTELLING ANTWERPEN op 3 juni 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van "het ministerieel besluit van de Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen vervat in een brief van 29 maart 2002 (...) waarbij ten aanzien van het UNIVERSITAIR ZIEKENHUIS ANTWERPEN, afhangende van de verzoekster, de volgende positieve ministeriële beslissingen, wat het gedeelte radiotherapie betreft, worden ingetrokken : de principiële toezegging van 14 oktober 1998, en de daarmede gepaard gaande vergunning terzake een radiotherapiedienst in een samenwerkingsverband met het A.Z. Sint-Norbertus (thans A.Z. Sint- Maarten) te Duffel, verleend door de toenmalige Vlaams minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, waarvan sprake hierna, alsmede : - besluit houdende goedkeuring van het zorgstrategisch plan dd. 11 juni 1999 ; - besluit VII-26.824-1/3 verleende subsidiebelofte dd. 6 november 2000 ; besluit verleende subsidiebeslissing dd. 18 juli 2001"; Gezien het verzoekschrift van de verwerende partij van 6 januari 2003 waarbij zij verzoekt de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu op te roepen in tussenkomst; Gelet op de beschikking van 30 januari 2003 waarbij de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, als tussenkomende partij wordt aangewezen; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 12 maart 2007, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 21 maart 2007; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het VII-26.824-2/3 auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  4. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de gedwongen tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig september tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. E. BREWAEYS. VII-26.824-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.682 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.