id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.745 Rolnummer: A. 185135/XII-5200 Zaak: Arrest 174745 - Examens (onderwijs) - 20/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-25 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 01:36 Fiche Arrest nr 174.745 van 20 september 2007 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Bevolen Verwerping voorlopige maatregelen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.745 van 20 september 2007 in de zaak A. 185.135/XII-
- In zake : Olivier DE KERPEL, die woonplaats kiest te Kortenberg, De Helftwinning 11 tegen : het Gemeenschapsonderwijs, vertegenwoordigd door de Scholengroep 10 Midden-Brabant, dat woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 220, bus 14 --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Olivier De Kerpel op 14 september 2007 heeft ingediend waarin de nietigverklaring wordt gevorderd en, bij uiterst dringende noodzakelijkheid, de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 4 september 2007 waarbij de over hem delibererende klassenraad van het koninklijk atheneum te Tervuren hem een C-attest toekent en waarbij verzoeker vraagt om voorlopige maatregelen te bevelen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 14 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 september 2007, om 10.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van verzoeker en van advocaat M. Stommels die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, XII-5200-1\13 OVERWEEGT WAT VOLGT : De voornaamste feitelijke gegevens van de zaak
- Verzoeker vangt het schooljaar 2006-2007 aan in het eerste jaar van de derde graad in de afdeling wetenschappen-wiskunde aan het koninklijk atheneum te Tervuren. Vanaf begin januari stapt hij op eigen verzoek over naar de afdeling moderne talen-wetenschappen. De toelatingsklassenraad heeft met deze overstap ingestemd onder een aantal voorwaarden, die hij in een brief van 22 december 2006 aan de ouders van verzoeker heeft meegedeeld. Zo moet verzoeker voor de vakken wiskunde, Nederlands en Duits een test afleggen na de kerstvakantie en “zal een volgehouden, ernstige inspanning noodzakelijk [zijn]”. Op de delibererende klassenraad van 25 juni 2007 wordt aan verzoeker een (30 juni 2007 gedateerd) C-attest toegekend. De beslissing vermeldt de volgende motieven: “3 jaartekorten Duits, fysica, wiskunde 4 tekorten op examenreeks 2 taalvak Duits werd onvoldoende ingehaald poolvak Nederlands 2 examentekorten advies: overzitten heeft alleen zin mits andere studiehouding en orde! Richt je tot het CLB!”. De beroepsprocedure wordt ingezet. Na overleg wordt de klassenraad weer samengeroepen, maar hij behoudt zijn beslissing. Een schriftelijke neerslag van die beslissing -van onbekende datum- ontbreekt. Ze zou volgens verzoeker telefonisch aan hem zijn meegedeeld; verwerende partij toont niet aan dat het anders is. Op 4 juli 2007 richten de ouders van verzoeker zich tot de beroepscommissie. In hun bezwaarschrift stippen zij aan nog steeds geen geschreven motivering te hebben ontvangen van de tweede deliberatie van de klassenraad, maken zij een analyse van verzoekers studieresultaten, laken zij een tekort aan informatie als ouders en een tekort aan remediërende initiatieven vanwege de school. Specifiek voor het vak wiskunde zetten zij uiteen waarom naar hun oordeel de resultaten niet rechtsgeldig zijn. XII-5200-2\13 De beroepscommissie adviseert op 30 augustus 2007 om de delibererende klassenraad opnieuw bijeen te roepen, omdat de delibererende klassenraad “op onvoldoende wijze zijn beslissing heeft gemotiveerd”. In het advies worden de tekorten van verzoeker opgesomd, wordt het voorgaande procedureverloop chronologisch in herinnering gebracht en wordt het bezwaarschrift als volgt samengevat: “- ordemaatregel wiskunde wordt vermengd met evaluatie - onvoldoende voor fysica is minimaal - Duits is een nieuw vak voor deze leerling sedert de kerstvakantie - er was een gebrekkige informatiedoorstroming vanwege de school (agenda/rapport)”. De beroepscommissie is blijkens haar advies van oordeel dat de motivatie van de delibererende klassenraad, gegeven op 28 juni 2007, “de genomen beslissing te weinig ondersteunt” en dat verzoeker en zijn ouders “na de tweede zitting van de delibererende klassenraad recht hebben op een uitgeschreven motivatie voor het bevestigen van de eerder genomen beslissing”. De op basis van dit advies nieuw samengeroepen delibererende klassenraad beslist op 4 september 2007 opnieuw aan verzoeker een C-attest toe te kennen. Een afschrift van deze beslissing of een notulering van de beraadslaging wordt aan verzoeker niet meegedeeld en ontbreekt ook in het door verwerende partij overgelegde administratief dossier. De beslissing wordt wel in de volgende bewoordingen aan de ouders van verzoeker ter kennis gebracht door de directeur - voorzitster van de klassenraad, met een 4 september 2007 gedateerde brief : “Geachte ouders Robert Steuts, algemeen directeur van Scholengroep Midden-Brabant, volgde het advies van de commissie, belast met de behandeling van uw klacht tegen de beslissing genomen door de delibererende klassenraad van het KA Tervuren en verzocht mij de delibererende klassenraad opnieuw bijeen te roepen. Als directeur van het KA Tervuren en voorzitter van de klassenraad breng ik u verslag uit van onze bevindingen en de motivatie van ons besluit. Op donderdag 28 juni ontvang ik samen met mevrouw F. Boon, Olivier De Kerpel en zijn moeder. Tijdens dit oudercontact worden alle elementen besproken die geleid hebben tot het C-attest. Mevrouw De Kerpel verklaart dat Olivier zich niet kon concentreren tijdens de examens omwille van de familiale situatie. Daarom vraagt zij of ik een nieuwe deliberatie wil in overweging nemen. Hoewel volgens de regelgeving herexamens een uitzondering moeten zijn, besluit ik om de belangen van Olivier opnieuw te verdedigen. Ik kom mondeling met mevrouw De Kerpel overeen dat we haar zullen contacteren om haar zo spoedig mogelijk op de hoogte te brengen van het XII-5200-3\13 resultaat van de opnieuw samengeroepen delibererende klassenraad. Mevrouw Boon (leerlingenbegeleider en leerkracht Engels) stelt voor om dit te doen omdat zij een goed contact heeft met Olivier. Olivier kwam half november vragen om over te stappen naar MTWE omdat hij besefte dat 7 uur wiskunde voor hem te hoog gegrepen waren. Aangezien dit 3 weken voor de aanvang van examen 1 gebeurde, werd dit geweigerd. Olivier had slechts enkele weken Duits gevolgd in het 4de jaar en het vak wiskunde wordt in 5MTWE helemaal anders ingevuld dan in WEWI. Op de klassenraad van 21 december werd de overgang naar 5 MTWE besproken. De ouders kregen een brief met de voorwaarden die de klassenraad koppelde aan deze overgang: Olivier moest voor de nieuwe leerstofdelen 3 toelatingsproeven afleggen (bijlage 1). Olivier is gedurende het hele schooljaar zwak voor wetenschappen: Fysica: 7/10, 4/10 (meer inzet!), 50/100 op EX1, 5/10, 4/10 (meer studeren) en 48/100 op EX2 te wijten aan een gebrekkige kennis van de theorie. Chemie: 7/10, 6/10, 43/100 op EX1 (grondiger studeren!), 3,5/10 (toetsen grondiger voorbereiden!) 7,5/10 en 51/100 op EX
- Wiskunde: na de overgang van 5 WEWI (met DW1 5/10, DW2 3,5/10 en EX1 6/100) naar 5 MTWE (7 naar 3 + 1 lesuren) wist Olivier (bijna 18 jaar oud) dat van hem een behoorlijk resultaat voor wiskunde zou worden verwacht. De klassenraad tilt heel zwaar aan het feit dat er opnieuw een tekort was voor het examen wiskunde in 5 MTWE (48/100). Dit tekort valt zoals vermeld in de commentaar op het rapport, volledig toe te schrijven aan de 20/60 behaald op het extra lesuur wiskunde dat specifiek is voor het leerplan van de studierichting Moderne talen-wetenschappen. De nieuwe kans, die Olivier voor wiskunde kreeg door na Nieuwjaar voor dit vak een ander leerplan te volgen, heeft hij niet gegrepen. Duits: (2 lesuren per week en vak van het specifiek gedeelte van de studierichting Moderne talen-wetenschappen). Het examen Duits (26/100) werd maar voor de helft ingevuld en wat Olivier schreef was grotendeels fout. De commentaar bij dit cijfer is duidelijk: zowel je vaardigheden als je te leren leerstof zijn onvoldoende. Vaardigheden worden verworven door regelmatig te oefenen terwijl leerstof kan ingestudeerd worden. Nederlands: Olivier behaalt een tekort zowel op het examen in december (WEWI 47/100) als op het examen in juni (MTWE 42/100): taalbeschouwing en literatuur zijn telkens onvoldoende. Ze zijn twee belangrijke componenten van het vak Nederlands en de 3de graad. Olivier ging dit schooljaar slecht één keer in op het aanbod om inhaallessen te volgen (dinsdag van 13.10 tot 13.35 uur). Nederlands was voor Olivier reeds een probleemvak in het 1ste leerjaar van de 2de graad wetenschappen. De school werd een gebrek aan communicatie verweten. De ouders hebben voor het eerst gecommuniceerd [op de] uitreiking van het rapport dagelijks werk in juni. Op geen van beide oudercontacten informeerden de ouders naar de schoolvorderingen van hun zoon. Op het eerste oudercontact werd wel een afspraak aangevraagd voor hun dochter Florence bij de leerkrachten De Weerdt en De Donder. U wilt van ons terecht snelle informatie maar zelf komt Olivier met zijn moeder pas na de deliberatie naar de school toe met belangrijke familiale informatie die volgens hen het opnieuw samenroepen van de delibererende klassenraad zou kunnen verantwoorden. XII-5200-4\13 Besluit en motivatie van de klassenraad. De commentaren op de verschillende rapporten (informatica, NCZ, Fysica, chemie, Nederlands, Engels en wiskunde) wijzen elk op hun manier aan dat Olivier niet altijd de inzet heeft getoond die men van een ASO-leerling mocht verwachten. De ouders beweren dat het C-attest voor hen totaal onverwacht kwam. De eerste tekenen dat er problemen waren dateren volgens hen van het rapport dagelijks werk dat ze in juni ontvingen. Zij ondertekenden nochtans een brief voor kennisname (22 december 2006) waarin hen gewezen wordt op het groot aantal onvoldoendes behaald op de eerste examenreeks en waarin de voorwaarden van de overgang naar 5MTWE worden bepaald. De klassenraad vestigt bovendien de aandacht op het feit dat ook in deze studierichting een volgehouden, ernstige inspanning noodzakelijk zal zijn. (bijlage 1) De slechte resultaten (5 tekorten op examen 1) toonden dus in december al aan dat Olivier het moeilijk heeft om grote leerstofgehelen te verwerken. De verandering van studierichting (minder wiskunde maar meer talen) heeft deze trend niet kunnen ombuigen (4 tekorten op examen 2 die leiden tot tekorten op jaarbasis in meer dan 1 vak). De klassenraad stelt vast dat Olivier tijdens het schooljaar reeds eerder mislukte in 5 WEWI voor wiskunde, een tweede kans kreeg in 5 MTWE maar opnieuw faalde. De klassenraad blijft bij haar standpunt: de leerplandoelstellingen werden in onvoldoende mate behaald om met succes de studies verder te zetten in het 6de jaar Moderne talen-wetenschappen.”. De “bijlage 1” waaraan de directeur in haar brief refereert, is een afschrift van de brief van de zorgklassenraad van 22 december
- De schorsingsvoorwaarden
- Luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Beoordeling van de eerste en de derde schorsingsvoorwaarde
- Verwerende partij betwist terecht niet dat het door verzoeker aangevoerde risico dat hij een schooljaar dreigt te verliezen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel vormt waaraan hij met een bij uiterst dringende XII-5200-5\13 noodzakelijkheid ingediende vordering het hoofd mag bieden. De eerste en de derde schorsingsvoorwaarde zijn vervuld. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde 4.
- Preliminair werpt verwerende partij op dat in het verzoekschrift, opgesteld “in een erg gevlochten stijl”, geen ontvankelijke rechtsmiddelen worden aangevoerd, zodat de vordering overigens onontvankelijk is. 4.
- De Raad valt deze exceptie niet bij. Vooreerst blijkt verwerende partij uit het enig verzoekschrift toch wel een aantal middelen te hebben kunnen puren en er zich, zelfs binnen de korte beschikbare tijd, in de nota tegen verweren. Ook de Raad kan bij een cursorische lezing van het verzoekschrift reeds vaststellen dat, zij het over veertien bladzijden gesmeerd en inderdaad niet in de meest heldere opbouw, in het verzoekschrift wel degelijk rechtsmiddelen kunnen worden onderkend. Verzoeker zal wel moeten verdragen dat het verzoekschrift zo wordt onderzocht als vooreerst verwerende partij en vervolgens de Raad het menen te kunnen lezen en dat niet alle grieven die hij verwoordt effectief als een ontvankelijk rechtsmiddel worden opgevat. 5.
- Verzoeker put een eerste middel uit de schending van het schoolreglement. In een eerste onderdeel lijkt verzoeker te argumenteren dat de delibererende klassenraad zijn beslissing had moeten uitstellen en hem uitgestelde proeven moest laten afleggen, omdat hij zou voldoen aan de daartoe in ministeriële omzendbrieven gestelde vereisten, te weten: afwezigheid in het vak Duits wegens andere oriëntatie in het eerste semester, achteruitgang door aantasting van de resultaten voor wiskunde en privé-problemen. 5.
- Verzoeker voert geen rechtsregel aan, en aan de Raad is er geen bekend, die een leerling een recht zou geven op herexamens of uitgestelde proeven. Verzoeker citeert zelf uit de ene door hem aangevoerde ministeriële omzendbrief - daargelaten de rechtswaarde van de omzendbrief- dat het tot de autonomie van de klassenraad behoort om te oordelen of sommige leerlingen aan een bijkomende proef onderworpen moeten worden. Bij de andere omzendbrief heten de XII-5200-6\13 omstandigheden waarin bijkomende proeven “kunnen overwogen worden”, “aanbevelingen” te zijn. Het is omdat een delibererende klassenraad door bijzondere omstandigheden meent op het einde van het schooljaar toch niet over alle nuttige gegevens te beschikken om over het al dan niet slagen van de leerling oordeelkundig te beslissen, dat hij over de mogelijkheid beschikt om zijn beslissing uit te stellen en om de leerling, uitzonderlijk, bijkomende proeven te laten afleggen. Een voor de hand liggend voorbeeld, ter illustratie van dergelijke bijzondere omstandigheden, is de ziekte van de leerling gedurende een periode van het jaar of het overlijden van een naaste tijdens de examenperiode. Een uitgestelde proef kan, zo de delibererende klassenraad daar reden toe ziet, uitwijzen of een onverwacht zwak resultaat mogelijk door dergelijke externe factor is veroorzaakt veeleer dan door het inherente falen van de leerling. Zoals aan verzoeker reeds door verwerende partij is meegedeeld, is het toestaan van uitgestelde proeven dan ook uitzondering en geen regel. In de regel beschikt een klassenraad integendeel over voldoende inzicht om zich over de prestaties van een leerling te buigen en om zelfs tegenvallende resultaten te duiden. De Raad van State stelt vast dat verzoeker op eigen vraag tijdens het schooljaar van richting is veranderd. Het loutere feit dat hij daardoor tot december de lessen Duits niet heeft bijgewoond, lijkt prima facie geen “afwezigheid” die hem aanspraak kan doen maken op een uitgestelde beslissing. Ook een “achteruitgang” in het algemeen is niet een dergelijke uitzonderlijke situatie. Verzoeker argumenteert alvast niet, zo lijkt, dat die achteruitgang spectaculair en onverwacht kwam. Hoe dan ook moet de Raad van State vaststellen dat uit de hem ter hand gestelde stukken, en in het bijzonder uit het bezwaarschrift van verzoeker bij de beroepscommissie, niet blijkt dat verzoeker die argumenten te nuttiger tijd heeft kenbaar gemaakt aan verwerende partij, zodat hij de klassenraad thans moeilijk kan kwalijk nemen met die elementen geen rekening te hebben gehouden. Wie nalaat zijn rechten te doen gelden in de loop van de administratieve procedure en de schoolinstanties die voor een te nemen beslissing staan eerst in de waan laat dat er ten dezen geen wettigheidsbezwaren bestaan, vermag bezwaarlijk naderhand een schending van die rechten aan te klagen voor de Raad van State. In zoverre is het middelonderdeel niet ernstig. Wat dan de familiale problemen betreft, geldt ook ten aanzien daarvan dat ze een leerling geen recht geven op het mogen afleggen van uitgestelde XII-5200-7\13 proeven. Ook in die mate is het middelonderdeel niet ernstig. Als er familiale problemen worden ingeroepen, moet de klassenraad er zich wel van vergewissen of ze van aard zijn om de beslissing over het al dan niet slagen uit te stellen. Of dit te dezen is gebeurd, wordt hierna onderzocht bij het vijfde middel. Zoals deze problematiek echter is aangevoerd bij het eerste middelonderdeel van het eerste middel, is de grief niet ernstig. 6.
- In het vijfde middel voert verzoeker een gebrek aan motivering van het C-attest aan. Hij herinnert vooreerst aan het advies van de beroepscommissie, naar luid waarvan de eerste motivering de genomen beslissing te weinig ondersteunt en dat van de tweede beslissing een uitgeschreven motivatie ontbreekt. Hij betoogt dat thans jaartekorten worden opgelijst en de motivering cijfermatig wordt voorgesteld zonder ze in het perspectief te stellen van zijn specifieke situatie “overstap naar een andere richting met het bijkomende vak Duits, familiale sfeer en toevoeging van nullen in het cijfer voor wiskunde”. Verder gaat de motivering van de op 6 september 2007 ontvangen beslissing volgens verzoeker niet in op de tegenwerpingen in verband met de reeks nullen die voor het vak wiskunde bij het globaal cijfer van DW4 toegevoegd werden noch in verband met het voortdurend verzaken aan de informatieplicht naar de ouders toe. In de motivering ontbreekt ook, volgens verzoeker, elke uitleg waarom hij geen recht zou hebben op een bijkomende proef. Hij wijst er nog op dat ondanks herhaaldelijk verzoek, de directie weigert om de notulen van de klassenraad voor te leggen. Volgens verwerende partij hebben de bemerkingen van verzoeker betrekking op een eerdere motivering die door de beroepscommissie blijkbaar onvoldoende bevonden werd. De nieuwe beslissing is niet enkel cijfermatig, aldus verwerende partij, en is uitgebreid aan verzoeker meegedeeld in de brief van 4 september
- 6.
- Zoals in het feitenrelaas reeds is vermeld, is aan de Raad net zo min als aan verzoeker een afschrift gegeven van de beslissing van de delibererende klassenraad en van de notulering van haar beraadslaging. De weergave van de beslissing en de er aan ten gronde liggende motieven zijn wel verwoord door de voorzitster van de klassenraad in haar brief van 4 september
- Die brief is hiervoor geciteerd. Op het eerste gezicht vangt zij aan met een reeks persoonlijke XII-5200-8\13 beschouwingen van de directeur, die bijgevolg niet aan de klassenraad toegeschreven kunnen worden en dan ook niet als motivering dienstig lijkt. In de huidige stand van de procedure neemt de Raad van State aan dat de formele motivering van het C-attest datgene is wat in de brief te lezen is onder de hoofding “Besluit en motivatie van de klassenraad”. De Raad van State moet dan vaststellen dat de klassenraad refereert aan de commentaren op de verschillende rapporten die een gebrek aan inzet aantonen, aan de brief van 22 december 2006 die moet aantonen dat de ouders tijdig geïnformeerd waren over de problemen, aan de tekorten voor en na de verandering van studierichting, om te besluiten dat hij “bij [zijn] standpunt” blijft. De artikelen 68 en volgende van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (hierna: organisatiebesluit) organiseren een beroep binnen de school tegen beslissingen van de delibererende klassenraad. Verzoeker heeft die beroepsprocedure gevolgd: hij heeft overleg gepleegd met de voorzitster van de delibererende klassenraad na de eerste beslissing van de delibererende klassenraad en hij heeft bij de beroepscommissie bezwaar aangetekend toen hem telefonisch werd gemeld dat de beslissing behouden bleef na een tweede beraadslaging van de klassenraad. Wil zij enig nut hebben, moet een dergelijke beroepsprocedure er in ieder geval op gericht zijn om de klachten en de argumenten van een leerling te onderzoeken. Verzoeker diende ergens in de loop van de beroepsprocedure een antwoord op zijn klachten te vinden. Het bestaan van een beroepsprocedure noopt de klassenraad die zijn beslissing heroverweegt tot een meer omstandige motivering. Dat is overigens ook wat de beroepscommissie adviseerde. Prima facie vindt de Raad van State in hetgeen hij als de motieven van de klassenraad in aanmerking neemt, geen antwoord op de bezwaren en vragen met betrekking tot de kwestie of voor wiskunde een ordemaatregel vermengd is met de evaluatie en de opmerkingen met betrekking tot de tekorten voor fysica en Duits. Over het beweerde gebrek aan informatiedoorstroming refereert de motivering enkel aan de brief van 22 december 2006, die dus dateert voor de overstap naar de nieuwe studierichting en dan ook moeilijk geacht kan worden de ouders te hebben geïnformeerd over problemen in die richting. XII-5200-9\13 Thans geeft verwerende partij wel een aantal argumenten voor het een en ander in haar nota met opmerkingen. De Raad mag daarmee echter geen rekening houden, aangezien dit geen motieven lijken te zijn die binnen de beroepsprocedure aan verzoeker kenbaar zijn gemaakt op de plaats en de wijze zoals het hoort. De Raad stelt in de huidige stand van de procedure dienvolgens vast dat verzoeker op zijn essentiële vragen in de gegeven motivering van het C- attest niet de antwoorden heeft gekregen die hij in het kader van de beroepsprocedure van een zorgvuldig handelend bestuur mocht verwachten en die, in voorkomend geval, tot een anders luidende beslissing zouden kunnen leiden. Het middelonderdeel is in de aangegeven mate ernstig. In hetzelfde middelonderdeel gaat verzoeker er ook van uit dat de klassenraad onterecht nalaat te motiveren waarom hij geen “herexamens” - uitgestelde proeven- mag afleggen, die verantwoord zijn wegens de familiale situatie. Op het eerste gezicht zou aan verzoeker hierop hetzelfde tegengeworpen moeten worden als wat hem is geantwoord bij het eerste onderdeel van het eerste middel, te weten dat hij het bestaan van die familiale moeilijkheden en de er aan gekoppelde vraag om herexamens te mogen afleggen niet uitdrukkelijk heeft opgenomen in zijn bezwaarschrift bij de beroepscommissie en dat de klassenraad dan ook moeilijk verweten kan worden op die vraag niet te antwoorden. Daar staat evenwel in de concrete omstandigheden van deze zaak tegenover dat verzoeker de familiale situatie wél ter sprake heeft gebracht op 25 juni 2007 in het overleg met de voorzitster van de delibererende klassenraad, wat de eerste procedurestap is die hij moest volgen in het kader van het administratief beroep. Zoals is te lezen in de geciteerde brief van 4 september 2007, heeft de moeder van verzoeker toen niet enkel de familiale situatie besproken, maar ze ook in verband gebracht met de mogelijkheid van herexamens. Hoewel “herexamens een uitzondering moeten zijn”, besluit de voorzitster “om de belangen van Olivier opnieuw te verdedigen”. Het is aannemelijk dat verzoeker aldus in de waan was gebracht dat de nieuwe samenkomst van de delibererende klassenraad ook over dit aspect zou handelen en zelfs dat de directeur het voor het toestaan van uitgestelde proeven zou opnemen. Van die tweede samenkomst weten we alleen, weze het herhaald, dat die een bevestiging van het C-attest heeft opgeleverd. Het is hiervoor reeds meermaals opgemerkt -afgaande op de stukken waarop de Raad van State XII-5200-10\13 thans acht kan slaan- dat de klassenraad van zijn tweede samenkomst geen spoor heeft achtergelaten. Gevolg hiervan is dat verzoeker dan ook bij de beroepscommissie een bezwaarschrift heeft moeten indienen tegen een beslissing van de klassenraad waarvan de motieven hem onbekend waren en het bestaan hem enkel telefonisch is meegedeeld. Door deze opeenvolging van gebeurtenissen neemt de Raad van State vooralsnog aan dat verzoeker, ook zonder dit uitdrukkelijk te hernemen in zijn bezwaarschrift bij de beroepscommissie, van de delibererende klassenraad toch mocht vernemen hoe deze aankijkt tegen de mogelijkheid om uitgestelde proeven af te leggen op grond van verzoekers familiale situatie. Op grond van wat in de brief van 4 september 2007 is te lezen, lijkt de klassenraad deze vraag niet te hebben overwogen of alleszins toch niet beantwoord. Ook in deze mate is het besproken middelonderdeel ernstig.
- Verzoeker heeft ten minste één middel aangevoerd dat in een van zijn onderdelen ernstig is. De derde schorsingsvoorwaarde is vervuld.
- Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. 9.
- Verzoeker vraagt in fine van zijn verzoekschrift dat volgende voorlopige maatregelen worden bevolen: “- de DKR herroepen tot een nieuwe deliberatie op basis van de argumenten van de verzoeker; - ter vervanging, het feit dat het eerste jaar van de derde graad geen aanleiding geeft tot enig certificaat en de leerplandoelstellingen bedoeld zijn om over 2 schooljaren te spreiden, onmiddellijk na de kennisgeving van het tussengekomen arrest in te schrijven als regelmatig leerling in het tweede jaar van de derde graad met een begeleidingsplan dat aangepast is aan de reeds opgelopen achterstand en vóór een gestelde datum tot herdeliberatie betreffende het voorgaande jaar over te gaan; - ter vervanging, aangezien het uitstel dat verzoeker een aanzienlijk tijdsverlies doet oplopen dat nefast is voor de voortzetting van zijn studies en voor zijn persoon, binnen een gestelde periode de kans te verlenen om bijkomende proeven af te leggen over de zogenaamde niet gehaalde leerplandoelstellingen voor de vakken waarover hij onvoldoende rechtvaardiging krijgt en het bijeenroepen van de DKR binnen de kortst mogelijke termijn”. 9.
- De Raad stelt vast dat verzoeker heeft nagelaten om, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van het koninklijk besluit van 5 december XII-5200-11\13 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, gelezen in samenhang met artikel 25, 4/, van hetzelfde besluit, in zijn enig verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten welke aantonen dat de voorlopige maatregelen noodzakelijk zijn om de belangen van de partij die ze vordert, veilig te stellen” te geven. Zoals verwerende partij terecht opmerkt, is er geen reden om aan te nemen dat zij geen gevolg zou geven aan een eventueel schorsingsarrest, zodat zonder die toelichting de vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen onontvankelijk is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Bevolen wordt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 4 september 2007 waarbij de over Olivier De Kerpel delibererende klassenraad van het koninklijk atheneum te Tervuren hem een C-attest toekent. Artikel
- De vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-5200-12\13 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig september 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5200-13\13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.745 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.958 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.