id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.824 Rolnummer: A. 62051/X-9423 Zaak: Arrest 174824 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-29 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 01:39 Fiche Arrest nr 174.824 van 24 september 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.824 van 24 september 2007 in de zaak A. 62.051/X-
- In zake : Josette SERROYEN, die woonplaats kiest bij advocaat R. VANHOYLAND, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Kuringersteenweg 209 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Josette SERROYEN op 26 januari 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 7 november 1994 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende verwerping van haar beroep tegen de beslissing van 23 februari 1994 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij de vergunning werd geweigerd voor de regularisatie van een tenniscomplex op een perceel gelegen aan de Emiel Van Dorenlaan te Genk, kadastraal bekend sectie A, nrs. 815/r12 en 815/s12; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 5 april 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij; X-9423-1/7 Gelet op de beschikking van 12 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 januari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. MAN, die loco advocaat R. VANHOYLAND verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Feiten 1.
- Overwegende dat de verzoekster “in de loop van 1981” zou zijn overgegaan tot de wederrechtelijke aanleg van een tenniscomplex op een perceel gelegen aan de Emiel Van Dorenlaan te Genk, kadastraal bekend sectie A, nrs. 815/r12 en 815/s12; dat het kwestieuze perceel volgens het algemeen plan van aanleg zevende wijziging, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 1 juli 1970, is gelegen in een groene zone waar alle nieuwbouw is verboden, tenzij het gaat om de uitbreiding van bestaande landbouwbedrijven of om inrichtingen van openbaar nut; dat het perceel -volgens het bij koninklijk besluit van 3 april 1979 vastgestelde gewestplan Hasselt-Genk- is gelegen in parkgebied; dat het perceel niet is gelegen binnen het beheersingsgebied van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling, noch binnen het gebied van een door de Koning -thans de Vlaamse regering- goedgekeurd bijzonder plan van aanleg; 1.
- Overwegende dat de verzoekster op 25 januari 1991 een aanvraag tot regularisatie indient bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Genk voor een tenniscomplex op het kwestieuze perceel; dat - ten gevolge van het ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar van 20 februari 1991- het college de gevraagde regularisatievergunning bij besluit van 6 maart 1991 weigert; dat de verzoekster tegen deze weigeringsbeslissing op 21 maart 1991 beroep instelt bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg; dat dit beroep op 25 juli 1991 wordt verworpen; dat de verzoekster tegen laatstgenoemde beslissing op 19 augustus 1991 beroep aantekent bij de Vlaamse gemeenschapsminister van X-9423-2/7 Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden; dat dit beroep bij besluit van 3 april 1992 wordt verworpen; 1.
- Overwegende dat de verzoekster op 25 oktober 1993 een nieuwe aanvraag tot regularisatie indient bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Genk; dat het college de gevraagde regularisatievergunning bij besluit van 17 november 1993 weigert; dat de verzoekster tegen deze weigeringsbeslissing op 14 december 1993 beroep instelt bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg; dat dit beroep bij beslissing van 23 februari 1994 wordt verworpen; 1.
- Overwegende dat de verzoekster tegen laatstgenoemde beslissing op 24 maart 1994 beroep instelt bij de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden; dat dit beroep bij ministerieel besluit van 7 november 1994 wordt verworpen; dat dit de bestreden beslissing is;
- Ten gronde 2.
- Overwegende dat de verzoekster in een enig middel aanvoert wat volgt : “Enig middel, afgeleid uit schending van een algemeen rechtsbeginsel, namelijk het rechtszekerheidsbeginsel en dan meer bepaald het vertrouwensbeginsel; dat het Hof van Cassatie in het arrest van 27 maart 1992 bevestigde dat het recht op rechtszekerheid ‘onder meer inhoudt dat de burger moet kunnen vertrouwen op wat door hem niet anders kan worden opgevat dan als een vaste gedrags- of beleidsregel van de overheid (en) dat daaruit volgt dat de door de overheid opgewekte verwachtingen van de burger in de regel moeten worden gehonoreerd’; dat door de brief vanwege het College van Burgemeester en Schepenen dd. 10.01.1982 (stuk 1) en de brief van de Burgemeester dd. 01.02.1982 (...) verwachtingen werden gewekt bij verzoekster daar deze brieven het initiatief van verzoekster om een tenniscomplex uit te baten toejuichten; dat uit deze brieven bleek dat de gemeente Genk verheugd was over het feit dat gebrek aan tennisfaciliteiten in Genk werd opgelost door een privé- initiatief; dat verzoekster uit de bewoordingen van deze brieven in zijn geheel niet kon opmaken dat haar activiteit onderworpen was aan enige goedkeuring; integendeel, de positieve reactie van het gemeentebestuur deed in hoofde van verzoekster een rechtmatig vertrouwen ontstaan dat zij handelde conform alle wettelijke regels; minstens dat bij het indienen van de eventueel zonodige aanvraag dat deze zonder meer zou worden goedgekeurd; dat deze verwachting een rechtmatige verwachting was daar zij werd gewekt door het orgaan -het College van Burgemeester en Schepenen- dat in rechte X-9423-3/7 bevoegd was om beslissingen te treffen over ruimtelijke ordening en stede(n)bouw; dat het vertrouwensbeginsel ook werd geschonden door het feit dat het tenniscomplex van verzoekster gedurende verschillende jaren werd gedoogd; dat gedogen een ‘omstandig’ stilzitten veronderstelt; dat het bewijs van dit willens en wetens stilzitten werd bewezen door de desbetreffende brieven waaruit blijkt dat de gemeente Genk reeds in 1982 op de hoogte was van dit tenniscomplex en het initiatief ook aanmoedigde; dat slechts in 1985 een PV werd opgesteld; dat het bestuur verplicht is te vermijden dat de burger in de rechtmatige door het bestuur gewekte verwachtingen gefrustreerd worden; dat in dit geval de gemeente Genk de verwachtingen die ze bij verzoekster opwekte niet had gehonoreerd; dat dit gedrag dan ook een schending uitmaakte van het algemeen rechtsbeginsel, namelijk het rechtzekerheidsbeginsel”; 2.
- Overwegende dat de verzoekster om het enig middel te adstrueren twee brieven aanhaalt, met name een brief van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Genk van 10 januari 1982 en een brief van de burgemeester van Genk van 1 februari 1982; Overwegende dat de eerste brief als volgt luidt : “(...) De kennismaking met de door U aangelegde tennisterreinen en vooral de oprichting van ‘Tennisclub - Hoevezavel’ heeft me aangenaam verrast. Mag ik U langs deze weg mijn gelukwensen overbrengen voor dit welgekomen initiatief. Inderdaad is de behoefte aan tennisaccomodatie in onze gemeente nog groot. Tennis is immers een zeer aangename en gezonde sport waarvan de sociale drempel thans verdwenen is. Vooral daarom lijkt de tennissport de wind in de zeilen te hebben. Het inspelen op een trend is een bewijs van doorzicht. Een dergelijk initiatief in deze, eerder moeilijke, tijd getuigt tevens van durf en dynamisme en doorzettingsvermogen. Vooral deze eigenschappen zullen een waarborg zijn voor ’t welslagen van Uw club. De prachtige bar, aan Uw velden verbonden, zal zeker bijdragen tot een sfeer van ontspanning en vriendschap voor Uw leden en sympath(i)santen. Vooral de jongeren zullen hier een stuk intimiteit en geborgenheid vinden in hun groei naar volwassenheid. Wij wensen U, geachte Heer en Mevrouw, proficiat met dit initiatief en wij zijn ervan overtuigd dat een grote schare leden en sympath(i)santen een blijvende en welgekomen ontspanning zullen vinden bij Tennis-Hoevezavel. (...)”; Overwegende dat de tweede brief als volgt luidt: “(...) Met bijzonder veel interesse heb ik het eerste nummer van uw fraai (c)lubblad doorgenomen. X-9423-4/7 Ik houd er dan ook aan U van harte te feliciteren met dit prachtig en goed verzorgd blad dat voorzeker als een ideaal middel kan fungeren om de band tussen de leden te verstevigen. U nog veel su(cc)es wensend met de verdere werking van uw (c)lub, verblijf ik inmiddels, (...)”; Overwegende dat de verzoekster in dit verband stelt dat voornoemde brieven bij haar bepaalde verwachtingen hebben gewekt, omdat de auteurs van deze brieven het initiatief van de verzoekster en van haar echtgenoot de heer R. Nelissen toejuichen en dat de zij uit die brieven niet kon opmaken dat haar activiteit onderworpen was aan een vergunning; dat integendeel deze brieven bij de verzoekster een rechtmatig vertrouwen hebben gewekt dat zij geen rechtsregel overtrad, minstens dat bij het indienen van een eventuele bouwaanvraag “deze zonder meer zou worden goedgekeurd (verleend)”; dat de verwachting dat een vergunning zou worden verleend werd gewekt door het college van burgemeester en schepenen; 2.
- Overwegende dat de verzoekster nog doet gelden dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden, omdat het tenniscomplex verscheidene jaren werd gedoogd en dat de gemeente Genk reeds sedert 1982 op de hoogte was van het bestaan van het tenniscomplex en dat pas in de loop van het jaar 1985 een proces- verbaal werd opgesteld; 2.
- Overwegende dat het voorwerp van het annulatieberoep het ministerieel besluit is van 7 november 1994 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden, dat in beroep oordeelt over de beslissing van 23 februari 1994 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg, waarbij de vergunning werd geweigerd voor de regularisatie van een tenniscomplex gelegen aan de Emiel Van Dorenlaan te Genk; 2.
- Overwegende dat om ontvankelijk te zijn een middel moet gericht zijn tegen het bestreden besluit; dat dit niet het geval is, want het enig aangevoerde middel is gericht tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 17 november 1993, houdende weigering van de bouwvergunning; dat het enig middel niet ontvankelijk is, X-9423-5/7 X-9423-6/7 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig september 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit: de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-9423-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.824 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div