← België

Arrest 174826 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/09/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.826 Rolnummer: A. 65178/X-10267 Zaak: Arrest 174826 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-25 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 01:39 Fiche Arrest nr 174.826 van 24 september 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.826 van 24 september 2007 in de zaak A. 65.178/X-10.

  1. In zake : Rudi AELBRECHT, die woonplaats kiest bij advocaat V. PAUWELS, kantoor houdende te 1730 ASSE, Hoogstraat 7 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat M. VAN BEVER, kantoor houdende te 1850 GRIMBERGEN, Pastoor Woutersstraat 32, bus
  2. ------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Rudi AELBRECHT op 14 augustus 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 2 mei 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende inwilliging van het door de gemachtigde ambtenaar ingestelde beroep tegen het besluit van 21 april 1994 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant waarbij het beroep van de verzoeker tegen de beslissing van 19 april 1993 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Asse tot weigering van de regularisatievergunning voor een autoherstelplaats aan de Assestraat te Asse, kadastraal bekend sectie I, nr. 95/k, wordt ingewilligd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 18 april 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-10.267-1/8 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 12 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 januari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat V. PAUWELS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat P. AERTS, die loco advocaat M. VAN BEVER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Feiten 1.
  4. Overwegende dat de verzoeker bij het gemeentebestuur van Asse op 2 oktober 1992 een regularisatieaanvraag indient tot het uitbreiden van een autoherstelplaats op een perceel gelegen aan de Assestraat 10 te Asse, kadastraal bekend sectie I, nr. 95/k; dat volgens het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 maart 1977, het betrokken perceel gelegen is in een woongebied met landelijk karakter; dat het perceel niet gelegen is binnen het beheersingsgebied van een bijzonder plan van aanleg en dat voor het perceel geen behoorlijk vergunde verkaveling geldt; dat de gemachtigde ambtenaar op 31 maart 1993 een ongunstig advies verleent over de gevraagde vergunning dat als volgt luidt: “Het ontwerp tot regularisatie van een autoherstelplaats is, volgens het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, gelegen in een woongebied met landelijk karakter en voldoet aan de planologische voorschriften van art. 6 van het K.B. van 28 december
  5. Het ontwerp heeft echter als bijgebouw een overdreven bouwdiepte nl. 15m, een overdreven breedte nl. 9,25m voor een perceel met slechts 10m breedte en een overdreven hoogte nl. 5m nokhoogte voor een bijgebouw. Het ontwerp is bovendien strijdig met de goede ordening van het omliggende gebied gelet op zijn inplanting in de linkerbouwvrije strook. X-10.267-2/8 Het ontwerp brengt een overdreven bouwdiepte op het perceel teweeg nl. 37,56m in vergelijking met de bouwdiepte van de woningen in de onmiddellijke omgeving. Tevens geeft het ontwerp aanleiding tot een overdreven terreinbezetting. De aanvraag wordt ongunstig geadviseerd”; 1.
  6. Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Asse op 19 april 1993 - in navolging van het ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar - weigert de regularisatievergunning te verlenen; dat de verzoeker op 1 juli 1993 tegen deze weigeringsbeslissing beroep instelt bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant en dat dit beroep bij besluit van 21 april 1994 wordt ingewilligd; 1.
  7. Overwegende dat de gemachtigde ambtenaar op 8 juli 1994 tegen laatstgenoemde beslissing beroep instelt bij de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden; dat dit beroep bij besluit van 2 mei 1995 wordt ingewilligd; dat dit het bestreden besluit is;
  8. Ten gronde 2.
  9. Overwegende dat de verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van “artikel 159 van de Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, artikel 20 en 78 van de Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en artikel 55 par. 2,4 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stede(n)bouw, zoals gewijzigd en aangevuld voor het Vlaamse Gewest, artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp- gewestplannen en de gewestplannen, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald het zorgvuldigheidsbeginsel, de overschrijding of de afwending van macht”; Overwegende dat de verzoeker dit middel als volgt adstrueert: “doordat enerzijds de verwerende partij door het beroep van de gemachtigde ambtenaar bij besluit van 2 mei 1995 in te willigen, meer dan 75 dagen na de instelling van het beroep dd. 8 juli 1994, toepassing maakt van het Besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 1994 tot vaststelling van de vormvoorschriften na te leven door de aanvrager van een bouw- of verkavelingsvergunning bij de verzending van de rappelbrief bedoeld in artikel 55, par. 2,4 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stede(n)bouw (B.S. 26 januari 1995); X-10.267-3/8 dit terwijl het voormelde Besluit van 9 november 1994 tot vaststelling van de vormvoorschriften na te leven door de aanvrager van een bouw- of verkavelingsvergunning bij de verzending van de rappelbrief bedoeld in artikel 55, par. 2,4 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stede(n)bouw (B.S. 26 januari 1995), geen toepassing kan vinden nu dit Besluit onwettig is overeenkomstig artikel 20 van de Bijzondere wet van 8 augustus 1980 bepalende dat de regering de verordeningen maakt en de besluiten neemt die voor de uitvoering van de decreten nodig zijn, zonder ooit de decreten zelf te mogen schorsen of vrijstelling van hun uitvoering te mogen geven en artikel 78 van de Bijzondere wet van 8 augustus 1980, bepalende dat de Vlaamse regering enkel deze bevoegdheid heeft dewelke haar door de Grondwet, de wetten en decreten uitdrukkelijk werden toegekend; dat de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stede(n)bouw, noch enige andere wet of decreet uitdrukkelijk enige verordenende bevoegdheid toestaan aan de Vlaamse Regering m.b.t. de vaststelling van de vormvoorschriften na te leven door de aanvrager van een bouw- of verkavelingsvergunning bij de verzending van de rappelbrief bedoeld in artikel 55, par. 2,4 van de voormelde wet van 29 maart 1962; dat de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stede(n)bouw, noch enige andere wet of decreet enige nietigheidssancties voorzien voor het geval dat een rappelbrief niet in een bepaalde vorm werd verzonden; dat de enige vormvereiste die door de wetgever voor de toepassing van artikel 55, par. 2,4 van de voormelde wet van 29 maart 1962 werd opgelegd is ‘de zaak bij aangetekende brief aan de Minister rappel(l)eren’. dat het Besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 1994 dan ook overeenkomstig artikel 159 G.G.W. geen toepassing kan vinden; doordat anderzijds, het beroep werd ingesteld op 8 juli 1994 en de beslissing werd genomen op 2 mei 1995 en betekend aan verzoeker op 14.06.95, zijnde 11 maanden en derhalve meer dan 75 dagen na de instelling van het beroep en meer dan dertig dagen na de rappelbrief dd. 24.02.95, aangetekend verzonden op 01.03.95 waarbij de zaak aan verweerder gerappeleerd werd; dit terwijl de rappelbrief aangetekend verstuurd per 01.03.1995 alle duidelijke referenties bevatte m.b.t. de zaak; zodat verweerder onwettig en minstens onzorgvuldig heeft gehandeld, waardoor verzoeker op 01.04.95 zonder verdere formaliteiten mocht overgaan tot het uitvoeren van het werk of het verrichten van handelingen mits hij zich gedroeg naar de aanwijzingen van het dossier dat hij heeft ingediend, naar de wetten en verordeningen, met name naar de voorschriften van de goedgekeurde plannen van aanleg, alsmede naar de bepalingen van een eventueel van toepassing zijnde verkavelingsvergunning en naar de beslissing genomen door de Bestendige Deputatie”; 2.
  10. Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat de raadsvrouw van de verzoeker op 24 februari 1995 een aangetekende brief richt naar de verwerende partij; dat deze brief op 1 maart 1995 per post wordt verstuurd; dat in deze brief volgende gegevens worden vermeld: X-10.267-4/8 - de identiteit van de verzoekende partij; - het voorwerp van het beroep, met name het “bouwberoep” van Rudi Aelbrecht met het oog op de regularisatie van de autoherstelplaats te Asse, - de referentie van het dossier bij de verwerende partij en het dossiernummer (DB 2005/275); Overwegende dat voormelde brief als volgt luidt: “Ik heb de eer U dit schrijven te richten in mijn hoedanigheid van raadsman van de Heer Rudi Aelbrecht. Mag ik u beleefd verzoeken mij over de huidige stand van zaken in te lichten? In afwachting teken, ik, met voorname hoogachting”; Overwegende dat op 6 maart 1995 de verwerende partij middels een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs het volgende antwoordt: “In antwoord op bovenvermelde brief heb ik de eer U mee te delen dat mijn bestuur eerstdaags een ontwerp van ministerieel besluit aan de bevoegde heer minister zal voorleggen. Zodra een beslissing wordt genomen zal het bestuur alle partijen hiervan schriftelijk op de hoogte stellen. Ik wil opmerken dat uw laatste schrijven van 1 maart 1995 niet kan beschouwd worden als een geldige rappelbrief zoals bedoeld in artikel 55 § 2 van de stede(n)bouwwet. De reden hiervan is aangeduid in de bijlage, die de nieuwe vormvoorschriften voor dergelijke rappelbrief vermeldt. Bijgevolg kan uw bovenvermelde brief niet de gevolgen hebben zoals bedoeld in bewust wetsartikel 55 § 2, vierde en vijfde lid”; Overwegende dat de verwerende partij in bijlage van voormeld schrijven een afschrift voegt van het besluit van de Vlaamse regering van 9 november 1994 tot vaststelling van de vormvoorschriften na te leven door de aanvrager van een bouw- of verkavelingsvergunning bij de verzending van de rappelbrief bedoeld in artikel 55, § 2, vierde lid, van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw (Stedenbouwwet); Overwegende dat uit voornoemde brief van 6 maart 1995 van de verwerende partij expliciet blijkt dat bij toepassing van voornoemd besluit van 9 november 1994 de verwerende partij weigert de brief van de raadsvrouw van de X-10.267-5/8 verzoeker als een geldige rappelbrief te beschouwen, omdat deze brief niet zou voldoen aan de vormvereisten vervat in voornoemd besluit van 9 november 1994; Overwegende dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat voornoemd besluit van 9 november 1994 en het wijzigingsbesluit van 23 juli 1998 werden vernietigd bij arrest nr. 86.003 van 15 maart 2000; dat gelet op de retroactieve werking, de verwerende partij bijgevolg voornoemd besluit van 9 november 1994 niet kon toepassen; dat dient te worden onderzocht of de brief van 24 februari 1995 van de raadsvrouw van de verzoeker een rechtsgeldige rappelbrief uitmaakt in de zin van artikel 55, § 2, vierde lid van de Stedenbouwwet; 2.
  11. Overwegende dat artikel 55, § 2, vierde en vijfde lid van de Stedenbouwwet als volgt luidt: “Van de beslissing van de Koning wordt aan de partijen kennis gegeven binnen zestig dagen na afgifte bij de post van de aangetekende zending, die het beroep bevat (...) Bij gebreke kan de aanvrager de zaak bij aangetekende brief aan de Minister rappelleren. Heeft de aanvrager geen beslissing ontvangen bij het verstrijken van een nieuwe termijn van dertig dagen met ingang van de dag waarop de rappelbrief ter post is afgegeven, dan mag hij zonder verdere formaliteiten overgaan tot het uitvoeren van het werk of het verrichten van de handelingen, mist hij zich gedraagt naar de aanwijzingen van het dossier dat hij heeft ingediend, naar de wetten en verordeningen, met name naar de voorschriften van de goedgekeurde plannen van aanleg, alsmede naar de bepalingen van de verkavelingsvergunning”; Overwegende dat de rappelbrief aangetekend moet worden verstuurd en zo moet zijn opgesteld dat de verwerende partij kennis kan nemen van het voorwerp van het beroep, ingesteld door de verzoeker en dat de verwerende partij aan dit beroep wordt herinnerd; dat de rappelbrief niet aan vormvereisten moet beantwoorden, zodat het volstaat dat de verwerende partij verneemt dat een welbepaald beroep tegen haar besluit wordt ingesteld en dat zij aan dit beroep wordt herinnerd; dat de verwerende partij niet betwist dat dit met voormelde brief van 24 februari 1995 het geval is; 2.
  12. Overwegende dat vaststaat en niet wordt betwist dat de verwerende partij naliet binnen de vervaltermijn van dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de rappelbrief ter post is afgegeven (1 maart 1995) een besluit te nemen, vermits het bestreden besluit dateert van 2 mei 1995; dat, aangezien de verwerende partij naliet te beslissen binnen voornoemde vervaltermijn, zij niet meer X-10.267-6/8 bevoegd was om het thans bestreden besluit te nemen en dat bijgevolg de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant van 21 april 1994 definitief is; 2.
  13. Overwegende dat het bestreden besluit voor de verzoeker geen rechtsgevolgen heeft en hem niet tegenstelbaar is; dat het in de gegeven omstandigheden past dat het bestreden besluit omwille van de duidelijkheid in het rechtsverkeer alsnog wordt vernietigd, BESLUIT: Artikel
  14. Vernietigd wordt het besluit van 2 mei 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende inwilliging van het door de gemachtigde ambtenaar ingestelde beroep tegen het besluit van 21 april 1994 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant waarbij het beroep van de verzoeker tegen de beslissing van 19 april 1993 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Asse tot weigering van de regularisatievergunning voor een autoherstelplaats aan de Assestraat te Asse, kadastraal bekend sectie I, nr. 95/k, wordt ingewilligd. Artikel
  15. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. X-10.267-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig september 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit: de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-10.267-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.826 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.