id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.893 Rolnummer: A. 72478/IX-958 Zaak: Arrest 174893 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-16 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 01:45 Fiche Arrest nr 174.893 van 25 september 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.893 van 25 september 2007 in de zaak A. 72.478/IX-
- In zake : Marc DONVIL, wonende te TIENEN, Kapucijnenplein 4 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Ambtenarenzaken, die woonplaats kiest bij advocaat M. DETRY, kantoor houdende te BRUSSEL, de Praeterestraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marc DONVIL op 13 december 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de volgende bepalingen van het koninklijk besluit van 4 oktober 1996 houdende wijziging van diverse verordeningsbepalingen toepasselijk op de rijksambtenaren: “- artikel 5, dat een aanvulling vormt van paragraaf 2 van artikel 19 van het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van de Rijksbesturen, zoals opnieuw opgenomen bij het koninklijk besluit van 10 april 1995; - artikel 6, dat een wijziging aanbrengt in paragraaf 1 van artikel 20 van het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van de Rijksbesturen, zoals opnieuw opgenomen bij het koninklijk besluit van 10 april 1995, en op grond waarvan de titularissen van de graden van informaticus en informaticus-deskundige ambtshalve worden benoemd in de graad van informaticus; - hetzelfde artikel, met betrekking tot paragraaf 3 van voornoemd artikel 20; - artikel 9, dat bijlage 2 van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 juni 1996, wijzigt met betrekking tot punt 2 inzake de omzetting van de graad van informaticus-deskundige 13/3 in die van informati- cus 10G; - artikel 11, dat artikel 27 van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddeschalen der aan verscheidene ministeries gemene graden wijzigt; - artikel 12, dat artikel 28 van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddeschalen der aan verscheidene ministeries gemene graden wijzigt; - artikel 15, dat betrekking heeft op de inwerkingtreding van de bestreden bepalingen”; IX-958-1/12 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 27 februari 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 11 juli 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 september 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. VAN DE VELDE, die loco advocaat M. DETRY verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : Over de gegevens van de zaak 1.
- Verzoeker is informaticus-deskundige (rang 13) bij het Ministerie van Financiën. IX-958-2/12 1.
- Vóór de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+, was de graad van informaticus- deskundige de bevorderingsgraad van een vlakke loopbaan met de graden van informaticus (rang 12) en informaticus-deskundige (rang 13). 1.
- Artikel 5 van het koninklijk besluit van 12 november 1991 betreffende het administratief en geldelijk statuut van het informaticapersoneel van de rijksbesturen bepaalde desbetreffend : “§
- Alleen de rijksambtenaren, bekleed met de graad van informaticus, kunnen bevorderd worden tot de graad van informaticus-deskundige. Deze graad wordt hun verleend volgens de regelen van de vlakke loopbaan. §
- Alleen de rijksambtenaren, bekleed met de graad van informaticus- deskundige, kunnen bevorderd worden tot de graad van informaticus-directeur. Deze bevordering wordt hun verleend conform de regelen van de bevordering door verhoging in graad.” 1.
- Door het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+ wordt het aantal rangen en graden verminderd. Tevens worden verscheidene graden samengevoegd onder één enkele benaming. De vlakke loopbaan met de graden van informaticus en informaticus-deskundige wordt afgeschaft. De ambtenaren met de geschrapte graad van informaticus- deskundige (rang 13) worden ambtshalve benoemd in de graad van informaticus- directeur (rang 13). 1.
- De thans bestreden artikelen 5, 6, 9, 11, 12 en 15 van het koninklijk besluit van 4 oktober 1996 houdende wijziging van diverse verordenings- bepalingen toepasselijk op de rijksbesturen bepalen in verband met de loopbaan van informaticus hetgeen volgt : “Art.
- In artikel 19 van (het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van de rijksbesturen), zoals heropgenomen bij koninklijk besluit van 10 april 1995, wordt § 2 aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt : ‘In afwijking van artikel 41 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling en de loopbaan van het rijkspersoneel, kunnen evenwel de rijksambtenaren die titularis zijn van de graad van informaticus slechts bevorderd worden tot de graad van informaticus-directeur, wanneer zij ten minste twaalf jaar anciënniteit hebben in de graad van informaticus.’ Art.
- In artikel 20 van hetzelfde besluit, zoals heropgenomen bij het koninklijk besluit van 10 april 1995, worden de volgende wijzigingen aan- gebracht : IX-958-3/12 1/ § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling: ‘§
- De ambtenaren die titularis zijn van één van de geschrapte graden uit artikel 14, § 3, en die hierna opgenomen zijn in de linkerkolom, worden ambtshalve benoemd in één van de graden, die in artikel 14, §§ 1 en 2, zijn opgericht en die in de rechterkolom voorkomen : (...) Informaticus informaticus Informaticus-deskundige (...) Informaticus-directeur informaticus-directeur (...)’ 2/ § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling : ‘§
- Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in graad 10 benoemd zijn, worden de in aanmerking komende diensten die geleverd zijn in een graad van de rangen 11 en 12 geacht verricht te zijn in de graad van rang
- In afwijking van het eerste lid worden voor de berekening van de graadanci- enniteit van de ambtenaren die benoemd zijn in de graad van informaticus, de in aanmerking komende diensten die geleverd zijn in een graad van de rangen 12 en 13 geacht verricht te zijn in de graad van rang 10.’ Art.
- In de bijlage 2 van (het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries), vervangen bij het koninklijk besluit van 3 juni 1996, worden de volgende wijzigingen aan- gebracht : (...) 2/ de omzetting van de volgende geschrapte graden, wordt als volgt gewijzigd : ‘Informaticus deskundige 13/3 Informaticus 10 G (...)’. Art.
- Artikel 27 van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddeschalen der aan verscheidene ministeries gemene graden, wordt aangevuld met een § 3, luidend als volgt : ‘§
- De informaticus die negen jaar anciënniteit heeft, bekomt de weddeschaal 10 G’. Art.
- Artikel 28 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : ‘Artikel
- Aan de graad van informaticus-directeur (rang 13) wordt de weddeschaal 13 F verbonden.’ Art.
- Dit besluit treedt in werking op de datum van de inwerkingtreding van de personeelsformatie van het betrokken ministerie of de betrokken instelling van openbaar nut, die de nieuwe loopbanen integreert welke met niveau 1 verbonden zijn en dit uiterlijk op 1 juni 1997, met uitzondering van artikel 7 dat uitwerking heeft met ingang van 1 augustus 1996 en van artikel 10 dat uitwerking heeft met ingang van 1 juni 1994.” Over de ontvankelijkheid van het beroep 2.
- De verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang in hoofde van de verzoeker. Hij voert aan dat het bestreden koninklijk besluit, in vergelijking met het koninklijk besluit van 10 april 1995, voordeliger is voor de informatici, aangezien het in een dubbele automatische weddeverhoging voorziet, IX-958-4/12 zonder vacante betrekkingen, zodat de verzoeker onder het nieuwe stelsel dezelfde bezoldigingen en dezelfde verhogingen geniet als in zijn voormalige vlakke loopbaan. Zo is de weddeschaal 10 G, verkregen na negen jaar anciënniteit, dezelfde als de weddeschaal verbonden aan de voormalige graad van informaticus-deskundi- ge. 2.
- De verzoeker antwoordt hierop dat hij reeds vóórdat de bestreden bepalingen werden uitgevaardigd over een graad van rang 13 en de daaraan verbonden weddeschaal beschikte en het dan ook niet te begrijpen valt hoe hij enig voordeel kan verkrijgen uit het koninklijk besluit van 4 oktober 1996 waarbij hij wordt teruggezet in rang 10 en hem toegang wordt verleend tot een weddeschaal die reeds op hem van toepassing was. 2.
- Door het bestreden besluit worden de titularissen van de graad van informaticus-deskundige ambtshalve benoemd tot de graad van informaticus, zijnde een graad van rang
- De verzoeker behoudt in deze graad weliswaar een identieke weddeschaal, maar hij is niet langer titularis van een graad van rang 13 waardoor hij niet langer in aanmerking komt voor een bevordering tot een graad van rang
- Verzoekers rechtspositie wordt derhalve in ongunstige zin gewijzigd. Deze vaststelling volstaat opdat hij blijk geeft van het rechtens vereiste belang bij het beroep. De exceptie van onontvankelijkheid dient derhalve te worden verworpen. Over de gegrondheid van het beroep 3.1.
- De verzoeker roept een eerste middel in, afgeleid uit de schending van “het beginsel volgens hetwelk individuele handelingen onaantastbare gevolgen hebben.” Hij stelt dat hij op grond van artikel 94 (lees : 74) van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel en artikel 5 van het koninklijk besluit van 12 november 1991 betreffende het administratief en geldelijk statuut van het informaticapersoneel van de rijksbesturen een vlakke loopbaan genoot, waardoor hij na negen jaar graadanciënniteit in de graad van informaticus (rang 12) tot de graad van informaticus-deskundige (rang 13) benoemd werd. De verwerende partij heeft door de graden te wijzigen, door rang 12 op te heffen, door de verzoeker terug te zetten van rang 13 in rang 10, door de vlakke IX-958-5/12 loopbaan voor informatici af te schaffen en door de informatici aan de klassieke bevorderings-procedure te onderwerpen, kennelijk geraakt aan de regels die van toepassing zijn op de loopbaan van de informatici en, in het geval van de verzoeker, aan een essentieel en fundamenteel element van zijn rechtspositie. Betrokkene was immers titularis van een directiegraad van rang 13 en had zodoende toegang tot rang
- De oprichting en de opheffing van bepaalde graden enerzijds en de afschaffing van de vlakke loopbaan anderzijds hebben de rechtspositie, alsook de persoonlijke situatie van de verzoeker aanzienlijk gewijzigd. Onder het voorwendsel bepaalde regelgevende handelingen te wijzigen en op te heffen, wijzigt de verwerende partij met het bestreden besluit dan ook in grote mate de rechtspositie, alsook de persoonlijke, vaststaande situatie van de verzoeker die is vastgesteld aan de hand van een wervingsexamen en bekrachtigd door het besluit op grond waarvan hem tot rang 13 een vlakke loopbaan is toegekend. De verzoeker besluit dat de artikelen 5, 6, 9, 11, 12 en 15 van het koninklijk besluit van 4 oktober 1996 aangetast zijn door overschrijding van bevoegdheid. 3.1.
- De verwerende partij antwoordt dat de rang van een ambtenaar eenzijdig bepaald wordt door de overheid en volgens de noden van de dienst gewijzigd kan worden, zonder dat de ambtenaar een recht kan doen gelden op het behoud van zijn statuut en de voordelen die dit hem verschaft. De overheid die een openbare dienst heeft opgericht, moet te allen tijde, in het algemeen belang, de regels in verband met de organisatie ervan kunnen wijzigen. 3.1.
- De verzoeker herhaalt in zijn memorie van wederantwoord en laatste memorie grotendeels zijn stelling. Hij voegt er nog aan toe dat de auto- matische weddeverhogingen weliswaar gewaarborgd blijven, maar dat dit niet het geval is met de vlakke loopbaan tot in rang 13 en de daarbij horende mogelijke toegang tot rang 15, aangezien de bedoelde weddeverhogingen zich situeren in rang
- 3.1.
- De verwerende partij voert in haar laatste memorie nog aan, met verwijzing naar het auditoraatsverslag, dat de voormalige vlakke loopbaan tot rang 13 integraal behouden blijft in de nieuwe loopbaan, onder de vorm van een geldelijke loopbaan tot de weddeschaal 10 G, die het equivalent is van de weddeschaal 13/3, verbonden aan de geschrapte graad van rang
- De verzoeker beweert dan ook ten onrechte dat de vroegere vlakke loopbaan tot de geschrapte IX-958-6/12 graad van rang 13 vervangen is door de gewone bevordering door verhoging in graad. De gewone bevordering door verhoging in graad tot rang 13 (weddeschaal 13 F) bevindt zich immers op het niveau van de vroegere gewone bevordering door verhoging in graad tot rang 14 (weddeschaal 14 S = weddeschaal 13 F). 3.1.
- De rechten en verplichtingen van statutaire personeelsleden worden door de overheid eenzijdig en bij algemene maatregel vastgesteld en kunnen, althans voor de toekomst en in het belang van de dienst, op dezelfde wijze worden gewijzigd. Behoudens andersluidende bepalingen hebben de personeelsleden geen recht op het behoud van de hun door het statuut toegekende voordelen. De regelen betreffende het administratief en geldelijk statuut van de personeelsleden kunnen derhalve voor de toekomst steeds, zelfs in voor de personeelsleden ongunstige zin, gewijzigd worden. Vóór de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+ verliep de loopbaan van informati- cus als volgt: rang 12 - informaticus - weddeschaal 12/1 (1.018.767 - 1.514.767) en na vijf jaar graadanciënniteit weddeschaal 12/2 (1.259.187 - 1.766.758), rang 13 - informaticus-deskundige (bevordering in vlakke loopbaan) - weddeschaal 13/3 (1.357.137 - 1.944.856), rang 14 - informaticus-directeur (bevordering volgens de regels van de bevordering door verhoging in graad) - weddeschaal R 14 (1.493.670 - 2.081.389). Na de inwerkingtreding van het genoemde koninklijk besluit van 10 april 1995, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 oktober 1996, verloopt die loopbaan als volgt: rang 10 - informaticus - weddeschaal 10 C (1.018.768 - 1.514.768), mits vijf jaar graadanciënniteit weddeschaal 10 F (1.259.187 - 1.766.758) en mits negen jaar graadanciënniteit weddeschaal 10 G (1.357.137 - 1.944.856), rang 13 - informaticus-directeur (bevordering volgens de regels van de bevordering door verhoging in graad) - weddeschaal 13 F (1.493.670 - 2.081.389). Aan de verzoeker, die voorheen de graad van informaticus-deskundige (rang 13) had, wordt, ten gevolge van het bestreden besluit, thans de graad van informaticus (rang 10) toegekend, met behoud van een identieke weddeschaal. Deze graadverandering alsmede de afschaffing van de bevordering in vlakke loopbaan van de graad van informaticus naar de graad van informaticus- deskundige passen in een geheel van maatregelen tot vereenvoudiging van de IX-958-7/12 loopbanen, waarbij het aantal rangen en graden verminderd wordt en verscheidene graden onder één enkele benaming worden samengevoegd. Daarbij werd erover gewaakt dat op het geldelijk vlak de vlakke loopbaan in de graad van informaticus behouden blijft. De overheid die bij algemene maatregel een vlakke loopbaan heeft ingesteld, kan voor de toekomst tot de afschaffing van die loopbaan overgaan en, in een nieuwe loopbaanstructuur, de graden van de betrokken ambtenaren, tot een enkele graad samenvoegen. Derhalve faalt het middel, zoals door de verzoeker uiteengezet, naar recht. 3.2.
- De verzoeker roept een tweede middel in, afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Hij voert aan dat de verwerende partij “om onverklaarbare redenen (...) het probleem van de loopbaan van de vertalers van niveau 1 op een volledig verschillende wijze geregeld (heeft) dan dat van de loopbaan van de informatici”. De vlakke loopbaan van de vertalers van niveau 1 wordt immers wèl beschermd, aangezien de artikelen 1, §§ 1 en 2, 4, 6 en 14 van het (bestreden) koninklijk besluit van 4 oktober 1996 waarborgen dat zij toegang krijgen tot rang 13 volgens de regels van de vlakke loopbaan, en dat degenen die reeds titularis zijn van een betrekking van rang 13 die rang behouden. De verzoeker begrijpt derhalve niet waarom de verwerende partij de verta- lers-directeurs van rang 13 op een andere wijze behandelt en hen de waarborg biedt dat zij die rang en de daarmee overeenstemmende weddeschaal behouden. De eventuele opmerking dat het hier zou gaan om verschillende categorieën van ambtenaren is, aldus de verzoeker, niet steekhoudend omdat beide categorieën een vlakke loopbaan tot rang 13 genoten, waarvan de algemene toekenningsvoorwaarden volledig identiek zijn. De ongelijke behandeling wordt nog versterkt door het feit dat de vertalers-directeur van rang 13, die deze rang volgens de regels van de vlakke loopbaan hebben verkregen, hun graad, hun rang en hun weddeschaal behouden en derhalve in aanmerking komen voor een betrekking van rang 15, terwijl de informaticideskundigen worden teruggezet in rang 10 en bijgevolg geen toegang meer hebben tot rang 15 of tot een betrekking van inspecteur-generaal of bestuursdi- recteur. Door te voorzien in een vlakke loopbaan voor vertalers en die loopbaan op te heffen voor informatici, en door de vertalers-directeurs te handhaven in rang 13 en de informatici-deskundigen terug te zetten in rang 10, heeft de verwerende partij IX-958-8/12 ambtenaren van een zelfde rang, verkregen volgens de regels van de vlakke loopbaan, op een verschillende wijze behandeld. 3.2.
- In haar memorie van antwoord voert de verwerende partij aan dat de verzoeker niet aantoont dat zijn betrekking van informaticus minder goed zou zijn dan deze van vertaler-revisor. De informatici genieten immers gedurende hun hele loopbaan een hogere bezoldiging dan deze van de vertalers-revisors die van de vlakke loopbaan in uitdoving blijven genieten. Het verkrijgen van rang 15 is voor alle ambtenaren in ieder geval een loutere eventualiteit. De vertalers-revisors worden pas na achttien jaar anciënniteit automatisch tot rang 13 bevorderd, terwijl de informatici deze kunnen verkrijgen, zo er een betrekking van informati- cus-directeur vacant is, na slechts twaalf jaar graadanciënniteit. Het automatisch verkrijgen van rang 13 wordt dus gecompenseerd door veel flexibelere anciënniteits- voorwaarden. 3.2.
- In zijn memorie van wederantwoord en laatste memorie betoogt de verzoeker dat, wat het financieel aspect betreft, de burgerlijk ingenieurs en informatici reeds sedert jaren een hogere weddeschaal hebben dan andere overheidsambtenaren en dat de betwiste bepalingen in die situatie geen wijziging hebben gebracht. Wel is het zo dat de vertalers, zoals de informatici, de waarborg hebben na een vlakke loopbaan van respectievelijk 18 en 9 jaar rang 13 te bereiken. De titularissen van rang 13 kwamen bijgevolg, ongeacht of het om vertalers-directeurs of om informatici-deskundigen gaat, in aanmerking voor een betrekking van inspecteur-generaal, de eerste graad van de ambtenaren-generaal. Dat het daarbij gaat om een louter eventuele benoeming, zoals de verwerende partij onderstreept, doet geen afbreuk aan het gegeven dat zowel de informatici-deskundigen als de vertalers-directeur toegang hadden tot rang
- Ten aanzien van het argument van de verwerende partij dat de vertalers pas na achttien jaar tot rang 13 worden bevorderd en de informatici reeds na twaalf jaar in die graad konden bevorderd worden, stelt de verzoeker dat de verwerende partij aldus een recht, te weten de automatische bevordering in rang 13 voor vertalers, gelijk stelt aan de mogelijkheid van een bevordering in rang 13 voor informatici. 3.2.
- Het gelijkheidsbeginsel dat door de artikelen 10 en 11 van de Grondwet gewaarborgd wordt, vereist dat degenen die zich in dezelfde toestand bevinden op dezelfde wijze worden behandeld. Het gelijkheidsbeginsel sluit echter IX-958-9/12 niet uit dat een onderscheid wordt ingesteld tussen verschillende categorieën van personen, op voorwaarde dat voor dit onderscheid een objectieve en redelijke verantwoording bestaat. Opdat de schending van het gelijkheidsbeginsel zou kunnen aangevoerd worden, moet echter eerst worden nagegaan of de categorieën van personen ten aanzien waarvan een ongelijkheid wordt aangevoerd, in voldoende mate vergelijkbaar zijn. Wat vooreerst de reglementering in verband met de loopbaan van de informatici betreft, wordt verwezen naar de gegevens vermeld in het antwoord op het eerste middel. Wat voorts de vertalers betreft, bestond de vlakke loopbaan van niveau 1 vóór de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+ en van het thans bestreden koninklijk besluit van 4 oktober 1996, uit de graden van vertaler-revisor (rang 10), eerstaanwezend vertaler-revisor (rang 11) en vertaler-directeur (rang 13). Bij het koninklijk besluit van 10 april 1995 is de vlakke loopbaan met de graden van vertaler-revisor, eerstaanwezend vertaler-revisor en vertaler-directeur opgeheven en vervangen door een loopbaan met de graden van vertaler-revisor en vertaler-revisor- directeur. Bij het bestreden koninklijk besluit van 4 oktober 1996 wordt aan de titularissen van de afgeschafte graden van vertaler-revisor, eerstaanwezend vertaler- revisor en vertaler-directeur bij wijze van overgangsmaatregel het voordeel van die loopbaan verzekerd. Die regeling is als volgt : rang 10 - vertaler-revisor (vlakke loopbaan in uitdoving) - weddeschaal 10 A (826.981 - 1.284.690) en mits vier jaar anciënniteit de weddeschaal 10 B (898.575 - 1.394.575), en na achttien jaar anciënniteit: rang 13 - vertaler-directeur (vlakke loopbaan in uitdoving) - wedde- schaal 13 A (1.115.290 - 1.703.009). De vlakke loopbaan van de vertalers leidt aldus na 18 jaar tot de bevordering tot de eindgraad van vertaler-directeur, terwijl de informatici, zowel vóór als na de inwerkingtreding van de koninklijke besluiten van 10 april 1995 en 4 oktober 1996, reeds na twaalf jaar door verhoging in graad bevorderd worden tot de graad van informaticus-directeur (rang 13, voorheen rang 14). De loopbaan van IX-958-10/12 de vertalers van niveau 1 is derhalve niet vergelijkbaar met de loopbaan van de informatici. Rekening houdend met dit onderscheid heeft de verwerende partij, zonder het gelijkheidsbeginsel te schenden, kunnen oordelen dat het, anders dan voor de vertalers van niveau 1, niet noodzakelijk was om voor de informatici bij wijze van overgangsmaatregel een vlakke loopbaan, die leidt tot een bevordering in een graad van rang 13, in stand te houden. Om dezelfde reden heeft zij rechtmatig kunnen beslissen dat de titularissen van de graad van informaticus-deskundige in de nieuwe loopbaanstructuur ambtshalve tot de graad van informaticus (rang 10) benoemd worden, terwijl de ambtenaren met de graad van vertaler-directeur ambtshalve tot de graad van vertaler-directeur (vlakke loopbaan in uitdoving) benoemd worden. Het middel faalt derhalve naar recht. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoeker. IX-958-11/12 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 25 september 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-958-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.893 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.