id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.894 Rolnummer: A. 72479/IX-991 Zaak: Arrest 174894 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-15 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 01:45 Fiche Arrest nr 174.894 van 25 september 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.894 van 25 september 2007 in de zaak A. 72.479/IX-
- In zake : Nadia TRIAU, wonende te GERAARDSBERGEN, Hogeweg 77 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Ambtenarenzaken, die woonplaats kiest bij advocaat M. DETRY, kantoor houdende te BRUSSEL, de Praeterestraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Nadia TRIAU op 13 december 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de volgende bepalingen van het koninklijk besluit van 4 oktober 1996 houdende wijziging van diverse verordeningsbepalingen toepasselijk op de rijksambtenaren: “- artikel 5, voor zover het paragraaf 2 van artikel 19 aanvult van het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van de Rijksbesturen, zoals opnieuw opgenomen bij het koninklijk besluit van 10 april 1995; - artikel 6, in zijn wijziging van artikel 20 van het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van de Rijksbesturen, zoals opnieuw opgenomen bij het koninklijk besluit van 10 oktober 1995, wat paragraaf 1 betreft, en wat de benoeming ambtshalve betreft van de houders van de graad van informaticus en informaticus-deskundige in de graad van informaticus; - hetzelfde artikel, voor wat paragraaf 3 van bovenvermeld artikel 20 betreft; - artikel 9, in zijn wijziging van bijlage 2 van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries, vervangen door het het koninklijk besluit van 3 juni 1996, voor wat betreft 2/ houdende conversie van de graad van informaticus-deskundige 13/3 naar informaticus 10G; - artikel 11, in zijn wijziging van artikel 27 van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddeschalen der aan verscheidene ministeries gemene graden; - artikel 12, in zijn wijziging van artikel 28 van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddeschalen der aan verscheidene ministeries gemene graden; IX-991-1/9 - artikel 15, voor wat de inwerkingtreding betreft van de aangevochten bepalingen”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 13 maart 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 11 juli 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 september 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. VAN DE VELDE, die loco advocaat M. DETRY verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Over de gegevens van de zaak 1.
- De verzoekster is informaticus (rang 12) bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. 1.
- Vóór de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+, was de graad van informaticus de aanvangsgraad van een vlakke loopbaan met de graden van informaticus (rang 12) en informaticus-deskundige (rang 13). IX-991-2/9 1.
- Artikel 5 van het koninklijk besluit van 12 november 1991 betreffende het administratief en geldelijk statuut van het informaticapersoneel van de rijksbesturen bepaalde desbetreffend : “§
- Alleen de rijksambtenaren, bekleed met de graad van informaticus, kunnen bevorderd worden tot de graad van informaticus-deskundige. Deze graad wordt hun verleend volgens de regelen van de vlakke loopbaan. §
- Alleen de rijksambtenaren, bekleed met de graad van informaticus- deskundige, kunnen bevorderd worden tot de graad van informaticus-directeur. Deze bevordering wordt hun verleend conform de regelen van de bevordering door verhoging in graad.” 1.
- Door het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+ wordt het aantal rangen en graden verminderd. Tevens worden verscheidene graden samengevoegd onder één enkele benaming. De vlakke loopbaan met de graden van informaticus en informaticus-deskundige wordt afgeschaft. De ambtenaren met de geschrapte graad van informaticus (rang 12) worden ambtshalve benoemd in de graad van informaticus (rang 10). 1.
- De thans bestreden artikelen 5, 6, 9, 11, 12 en 15 van het koninklijk besluit van 4 oktober 1996 houdende wijziging van diverse verordenings- bepalingen toepasselijk op de rijksbesturen bepalen in verband met de loopbaan van informaticus hetgeen volgt : “Art.
- In artikel 19 van (het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van de rijksbesturen), zoals heropgenomen bij koninklijk besluit van 10 april 1995, wordt § 2 aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt : ‘In afwijking van artikel 41 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de beoordeling en de loopbaan van het rijkspersoneel, kunnen evenwel de rijksambtenaren die titularis zijn van de graad van informaticus slechts bevorderd worden tot de graad van informaticus-directeur, wanneer zij ten minste twaalf jaar anciënniteit hebben in de graad van informaticus.’ Art.
- In artikel 20 van hetzelfde besluit, zoals heropgenomen bij het koninklijk besluit van 10 april 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1/ § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling: ‘§
- De ambtenaren die titularis zijn van één van de geschrapte graden uit artikel 14, § 3, en die hierna opgenomen zijn in de linkerkolom, worden ambtshalve benoemd in één van de graden, die in artikel 14, §§ 1 en 2, zijn opgericht en die in de rechterkolom voorkomen : IX-991-3/9 (...) Informaticus informaticus Informaticus-deskundige (...) Informaticus-directeur informaticus-directeur (...)’ 2/ § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling : ‘§
- Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in graad 10 benoemd zijn, worden de in aanmerking komende diensten die geleverd zijn in een graad van de rangen 11 en 12 geacht verricht te zijn in de graad van rang
- In afwijking van het eerste lid worden voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die benoemd zijn in de graad van informaticus, de in aanmerking komende diensten die geleverd zijn in een graad van de rangen 12 en 13 geacht verricht te zijn in de graad van rang 10.’ Art.
- In de bijlage 2 van (het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries), vervangen bij het koninklijk besluit van 3 juni 1996, worden de volgende wijzigingen aan- gebracht : (...) 2/ de omzetting van de volgende geschrapte graden, wordt als volgt gewijzigd : ‘Informaticus deskundige 13/3 Informaticus 10 G (...)’. Art.
- Artikel 27 van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddeschalen der aan verscheidene ministeries gemene graden, wordt aangevuld met een § 3, luidend als volgt : ‘§
- De informaticus die negen jaar anciënniteit heeft, bekomt de weddeschaal 10 G’. Art.
- Artikel 28 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : ‘Artikel
- Aan de graad van informaticus-directeur (rang 13) wordt de weddeschaal 13 F verbonden.’ Art.
- Dit besluit treedt in werking op de datum van de inwerkingtreding van de personeelsformatie van het betrokken ministerie of de betrokken instelling van openbaar nut, die de nieuwe loopbanen integreert welke met niveau 1 verbonden zijn en dit uiterlijk op 1 juni 1997, met uitzondering van artikel 7 dat uitwerking heeft met ingang van 1 augustus 1996 en van artikel 10 dat uitwerking heeft met ingang van 1 juni 1994.” Over de ontvankelijkheid van het beroep 2.
- De verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang in hoofde van de verzoekster. Zij voert aan dat “de door verzoekster geuite kritieken tegen het koninklijk besluit van 10 april 1995 niet in het raam van de huidige procedure kunnen onderzocht worden” en dat het bestreden koninklijk besluit, in vergelijking met het koninklijk besluit van 10 april 1995, voordeliger is voor de informatici, aangezien het in een dubbele automatische weddeverhoging voorziet, zonder vacante betrekkingen, zodat de verzoekster onder het nieuwe stelsel dezelfde IX-991-4/9 bezoldigingen en dezelfde verhogingen geniet als in haar voormalige vlakke loopbaan. Zo is de weddeschaal 10 G, verkregen na negen jaar anciënniteit, dezelfde als de weddeschaal verbonden aan de voormalige graad van informaticus- deskundige. 2.
- De verzoekster antwoordt hierop dat het bestreden besluit, hoewel het in zekere zin opnieuw een barema-bevordering instelt, aanzienlijk negatief is voor haar “omdat het haar degradatie naar rang 10 bevestigt” en haar recht op loopbaan bovendien beperkt aangezien zij gedurende minstens negen jaar verplicht in rang 10 moet blijven. 2.
- De bestreden bepalingen houden onder meer in dat de verzoekster, die voorheen de graad had van informaticus in rang 12, thans bekleed wordt met de graad van informaticus in rang
- Bovendien kan zij niet meer in vlakke loopbaan worden bevorderd tot een graad van informaticus-deskundige (rang 13). De administratieve rechtstoestand van de verzoekster wordt derhalve in ongunstige zin gewijzigd. Dat die wijzigingen reeds waren doorgevoerd bij het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+, waarvan een aantal bepalingen door de thans bestreden artikelen vervangen worden, is zonder belang. Het bestreden besluit geeft immers blijk van een nieuwe wilsuiting door de verwerende partij en kan niet worden beschouwd, ook niet gedeeltelijk, als een bevestiging en als niet-vatbaar voor een beroep bij de Raad van State. De exceptie dient derhalve te worden verworpen. Over de gegrondheid van het beroep 3.
- De verzoekster roept een enig middel in, afgeleid uit de schending van “het beginsel volgens hetwelk individuele handelingen onaantastbare gevolgen hebben.” Zij stelt dat zij op grond van artikel 94 (lees : 74) van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel en artikel 5 van het koninklijk besluit van 12 november 1991 betreffende het administratief en geldelijk statuut van het informaticapersoneel van de rijksbesturen, een vlakke loopbaan genoot, die haar de mogelijkheid bood toegang te krijgen tot rang 13 na IX-991-5/9 negen jaar graadanciënniteit in de graad van informaticus (rang 12). De verwerende partij heeft door de graden te wijzigen, door rang 12 op te heffen, door de vlakke loopbaan voor informatici af te schaffen en door de informatici aan de klassieke bevorderingsprocedure te onderwerpen, kennelijk geraakt aan de regels die van toepassing zijn op de loopbaan van de informatici en, in het geval van de verzoek- ster, aan een essentieel en fundamenteel element van haar rechtspositie. Indien de verzoekster in dienst bleef, was zij immers zeker in rang 13 te worden bevorderd in de graad van informaticus-deskundige na negen jaar graadanciënniteit, namelijk op 1 september 2002, en aldus toegang te hebben tot rang
- De oprichting en de opheffing van bepaalde graden enerzijds en de afschaffing van de vlakke loopbaan anderzijds hebben de rechtspositie, alsook de persoonlijke situatie van de verzoekster aanzienlijk gewijzigd. Onder het voorwendsel bepaalde regelgevende handelingen te wijzigen en op te heffen, wijzigt de verwerende partij met het bestreden besluit dan ook in grote mate de rechtspositie, alsook de persoonlijke, vaststaande situatie van de verzoekster die is vastgesteld aan de hand van een wervingsexamen en bekrachtigd door het besluit op grond waarvan haar een vlakke loopbaan is toegekend. De verzoekster besluit dat de artikelen 5, 6, 9, 11, 12 en 15 van het koninklijk besluit van 4 oktober 1996 aangetast zijn door overschrijding van bevoegdheid. 3.
- De verwerende partij antwoordt dat de rang van een ambtenaar eenzijdig bepaald wordt door de overheid en volgens de noden van de dienst gewijzigd kan worden, zonder dat de ambtenaar een recht kan doen gelden op het behoud van zijn statuut en de voordelen die dit hem verschaft. De overheid die een openbare dienst heeft opgericht, moet te allen tijde, in het algemeen belang, de regels in verband met de organisatie ervan kunnen wijzigen. 3.
- In haar memorie van wederantwoord betoogt de verzoekster dat het doel van de vlakke loopbaan erin bestond de informatici een behoorlijke loopbaan toe te kennen door hen na een bepaald aantal jaren dienst automatische bevorderingen te waarborgen. Op die manier behouden deze personeelsleden hun motivatie, hoewel hun loopbaan, tenminste tijdens de periode voorbehouden voor de vlakke loopbaan, altijd beperkt blijft tot een bepaalde graad van de hiërarchie en de hogere betrekkingen buiten hun bereik blijven. Zij wijst verder op het bijzonder karakter van de vlakke loopbaan en stelt dat de vlakke loopbaan in geen geval gewoon een voordeel is dat het personeelslid kan genieten wanneer de autoriteit dit wenst, en dat de autoriteit mag afschaffen naar eigen goeddunken, maar integendeel een reële voorwaarde waaronder de verbintenis tussen de autoriteit en het IX-991-6/9 personeelslid uitgevoerd is bij de benoeming van de betrokkene: de autoriteit werft het personeelslid aan, met de garantie, op basis van een van kracht zijnde tekst, van een behoorlijke, zij het beperkte loopbaan, en het personeelslid heeft deze voorwaarden met kennis van zaken en vol vertrouwen aanvaard. Het betreft aldus een verbintenis die wederzijds is aangegaan bij de benoeming in de vlakke loopbaan dewelke een rechtstoestand heeft doen ontstaan die de autoriteit niet kan miskennen zonder een overschrijding van bevoegdheid te plegen. De verzoekster merkt nog op dat het de autoriteit uiteraard vrij staat de vlakke loopbaan naar de toekomst toe af te schaffen, maar dat een dergelijke nieuwe reglementering in elk geval beperkt moet blijven tot de toekomstige benoemingen, terwijl de personeelsleden die werden benoemd in een vlakke loopbaan een overgangsmaatregel zouden moeten genieten die hun verworven positie veilig stelt. 3.
- De verzoekster herhaalt in haar laatste memorie grotendeels haar stelling. Zij voegt er nog aan toe dat ook al wordt de verhoging in weddeschaal gewaarborgd, dit niet het geval is voor de vlakke loopbaan zelf en dus ook niet voor de mogelijke toegang tot de rangen 13 en 15, aangezien de vlakke verhoging in weddeschaal uitsluitend beperkt blijft tot rang
- 3.
- De verwerende partij voert in haar laatste memorie nog aan, met verwijzing naar het auditoraatsverslag, dat de voormalige vlakke loopbaan tot rang 13 integraal behouden blijft in de nieuwe loopbaan, onder de vorm van een geldelijke vlakke loopbaan tot de weddeschaal 10 G, die het equivalent is van de weddeschaal 13/3, verbonden aan de geschrapte graad van rang
- De verzoekster beweert dan ook ten onrechte dat de vroegere vlakke loopbaan tot de geschrapte graad van rang 13 vervangen is door de gewone bevordering door verhoging in graad. De gewone bevordering door verhoging in graad tot rang 13 (weddeschaal 13 F) bevindt zich immers op het niveau van de vroegere gewone bevordering door verhoging in graad tot rang 14 (weddeschaal 14 S = weddeschaal 13 F). 3.
- De rechten en verplichtingen van statutaire personeelsleden worden door de overheid eenzijdig en bij algemene maatregel vastgesteld en kunnen, althans voor de toekomst en in het belang van de dienst, op dezelfde wijze worden gewijzigd. Behoudens andersluidende bepalingen hebben de personeels- leden geen recht op het behoud van de hun door het statuut toegekende voordelen. De regelen betreffende het administratief en geldelijk statuut van de personeelsleden kunnen derhalve voor de toekomst steeds, zelfs in voor de personeelsleden ongunstige zin, gewijzigd worden. IX-991-7/9 Vóór de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+ verliep de loopbaan van informati- cus als volgt: rang 12 - informaticus - weddeschaal 12/1 (1.018.767 - 1.514.767) en na vijf jaar graadanciënniteit weddeschaal 12/2 (1.259.187 - 1.766.758), rang 13 - informaticus-deskundige (bevordering in vlakke loopbaan) - weddeschaal 13/3 (1.357.137 - 1.944.856), rang 14 - informaticus-directeur (bevordering volgens de regels van de bevordering door verhoging in graad) - weddeschaal R 14 (1.493.670 - 2.081.389). Na de inwerkingtreding van het genoemde koninklijk besluit van 10 april 1995, gewijzigd bij het bestreden koninklijk besluit van 4 oktober 1996, verloopt die loopbaan als volgt: rang 10 - informaticus - weddeschaal 10 C (1.018.768 - 1.514.768), mits vijf jaar graadanciënniteit weddeschaal 10 F (1.259.187 - 1.766.758) en mits negen jaar graadanciënniteit weddeschaal 10 G (1.357.137 - 1.944.856), rang 13 - informaticus-directeur (bevordering volgens de regels van de bevordering door verhoging in graad) - weddeschaal 13 F (1.493.670 - 2.081.389). Aan de verzoekster, die voorheen de graad van informaticus (rang 12) had, wordt, ten gevolge van het bestreden besluit, thans de graad van informaticus (rang 10) toegekend, met behoud van een identieke weddeschaal. Deze graadverandering alsmede de afschaffing van de bevorde- ring in vlakke loopbaan van de graad van informaticus naar de graad van informaticus-deskundige passen in een geheel van maatregelen tot vereenvoudiging van de loopbanen, waarbij het aantal rangen en graden verminderd wordt en verscheidene graden onder één enkele benaming worden samengevoegd. Daarbij werd erover gewaakt dat op het geldelijk vlak de vlakke loopbaan in de graad van informaticus behouden blijft. De overheid die bij algemene maatregel een vlakke loopbaan heeft ingesteld, kan voor de toekomst tot de afschaffing van die loopbaan overgaan en, in een nieuwe loopbaanstructuur, de graden van de betrokken ambtenaren, tot een enkele graad samenvoegen. Anders dan de verzoekster stelt bestaat er voor de overheid ook geen verplichting om de vlakke loopbaan bij wijze van overgangs- maatregel in stand te houden ten voordele van de personeelsleden die eerder in die loopbaan benoemd werden. Het middel, zoals door de verzoekster uiteengezet, faalt naar recht. IX-991-8/9 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 25 september 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-991-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.894 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.