← België

Arrest 174895 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/09/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.895 Rolnummer: A. 159808/IX-4792 Zaak: Arrest 174895 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-15 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 01:45 Fiche Arrest nr 174.895 van 25 september 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.895 van 25 september 2007 in de zaak A. 159.808/IX-

  1. In zake : Roland DE SMET, die woonplaats kiest bij advocaat D. DE GREEF, kantoor houdende te ZELLIK, Noorderlaan 30 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Roland DE SMET op 7 februari 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het ministerieel besluit van 15 december 2004 waarbij hij in het belang van de dienst wordt geschorst met ingang van 20 december 2004; Gelet op het arrest nr. 144.776 van 23 mei 2005 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en de vordering tot het opleggen van een dwangsom worden verworpen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding, op 9 juni 2005 ingediend door Roland DE SMET; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 28 juli 2005; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; IX-4792-1/4 Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 6 februari 2007, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 3 juli 2007, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 10 september 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van de verzoeker, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoeker, op 27 juli 2005, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Binnen de termijn van zestig dagen, bedoeld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, heeft de verzoeker geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Volgens voornoemd artikel 21, tweede lid, dient dan vastgesteld te worden dat het vereiste belang ontbreekt om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen. Ter terechtzitting verklaart de verzoeker dat het niet indienen van een memorie van wederantwoord te wijten is aan het feit dat zijn toenmalige raadsman, meester Y.V., in die periode ernstig ziek was en regelmatig in het ziekenhuis verbleef. Die raadsman zou in mei 2006 overlijden. IX-4792-2/4 De betrokken raadsman blijkt echter niet als procesvertegenwoor- diger van de verzoeker in het voorliggende geding te zijn opgetreden. De verzoek- schriften tot schorsing en tot nietigverklaring zijn ingediend door meester M.V., bij wie keuze van woonplaats werd gedaan. Deze advocaat heeft ook een nota ingediend in de schorsingsprocedure, is op de terechtzitting in het kort geding verschenen, en heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de annulatieprocedure ingediend. Van meester Y.V. is in de processtukken geen sprake. Het is best mogelijk dat beide advocaten in werkelijkheid samengewerkt hebben, maar uit het enkele feit dat meester Y.V. ernstig ziek was, of zelfs in de onmogelijkheid was om de verzoeker nog bijstand te verlenen, kan in de gegeven omstandigheden geen overmacht afgeleid worden. Op grond van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet dan ook ambtshalve vastgesteld worden dat het rechtens vereiste belang ontbreekt. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. IX-4792-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 25 september 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-4792-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.895 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.776 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.