id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.896 Rolnummer: A. 183513/IX-5656 Zaak: Arrest 174896 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-12 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 01:46 Fiche Arrest nr 174.896 van 25 september 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.896 van 25 september 2007 in de zaak A. 183.513/IX-
- In zake : François LUYTEN, wonende te LANGDORP, Vrouwvenusstraat
- tegen : de NV De Post, die woonplaats kiest bij advocaat C. VAN OLMEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat François LUYTEN op 11 mei 2007 heeft ingediend waarbij hij beroep instelt “tegen de beslissing van De Post inzake (zijn) bezwaarschrift tegen witte lijst 3.2.3-81 van 10 november 2005”, en waarbij hij vraagt dat de Raad van State “in beroep (de verwerende partij) veroordeelt tot een rechtzetting met terugwerkende kracht van 1/12/2005, (...) haar veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding, in overeenstemming met de bedragen van de misgelopen premies, en (...) haar veroordeelt tot een compensatie voor de kostbare verloren vrije tijd”; Gezien het verslag opgesteld door auditeur D. MAREEN, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 25 juli 2007, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 september 2007; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; IX-5656-1/5 Gehoord de opmerkingen van de verzoeker, en van advocaat A. DE BECKER, die loco advocaat C. VAN OLMEN verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van auditeur D. MAREEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Bij een zogenaamde “witte lijst” nr. 3.2.3/81 van 10 november 2005 worden een reeks vrijwillige mutaties van de pool “opstellers/onderpostontvangers” bekendgemaakt, die door de verwerende partij zijn goedgekeurd. De naam van de verzoeker, die op dat ogenblik gedetacheerd is bij een federale overheidsdienst, komt op die lijst niet voor. Het gaat om mutaties waarvoor aanvragen zijn ingediend overeenkomstig de zogenaamde “gele lijst” nr. 3.2.3/5 van 29 september
- De witte lijst maakt melding van de mogelijkheid voor benadeelde personeelsleden om binnen tien kalenderdagen een bezwaarschrift in te dienen, via hun onmiddellijke chef, bij het Departement 3.2.
- (Kaders & Mobiliteit), en om binnen 60 dagen een beroep in te stellen bij de Raad van State. Met een op 14 november 2005 ter post aangetekend bezwaarschrift, rechtstreeks gericht tot het genoemde departement, voert de verzoeker aan dat hij niet in kennis is gesteld van de genoemde gele lijst, en dat hij daardoor benadeeld is. Hij vraagt dat die gele lijst hem alsnog zou worden meegedeeld, zodat hij “toch nog” op een rechtmatige en eerlijke manier zou kunnen muteren. Bij schrijven van 20 maart 2007 deelt de Manager Loopbaanadministratie aan de verzoeker mee dat de gele lijst op 29 september 2005 is verzonden aan diens persoonlijk adres. Rekening houdend met dit feit, kan geen positief gevolg gegeven worden aan zijn klacht.
- De auditeur-verslaggever is van oordeel dat het beroep kennelijk onontvankelijk is, en heeft met toepassing van artikel 93 van het besluit van de IX-5656-2/5 Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verslag uitgebracht. 3.
- Wat betreft het voorwerp van het beroep, moet opgemerkt worden dat het verzoekschrift bij de Raad van State het volgende opschrift heeft : “Beroep tegen de beslissing van De Post inzake mijn bezwaarschrift tegen de witte lijst 3.2.3-81 van 10/11/2005”. Het beroep lijkt dus in eerste instantie gericht te zijn tegen de beslissing van de Manager Loopbaanadministratie van 20 maart 2007 waarbij het bezwaar van de verzoeker tegen de witte lijst 3.2.3/81 van 10 november 2005 wordt verworpen. In zoverre het beroep strekt tot de nietigverklaring van die beslissing, lijkt het, in het licht van het voorwerp ervan, niet “kennelijk onontvankelijk”. 3.
- Tot besluit van zijn verzoekschrift schrijft de verzoeker dat hij durft hopen “dat (de Raad van State) in beroep (de verwerende partij) veroordeelt tot een rechtzetting met terugwerkende kracht van 1/12/2005, dat (de Raad van State) haar veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding, in overeenstemming met de bedragen van de misgelopen premies, en ten slotte dat (de Raad van State) haar veroordeelt tot een compensatie voor de kostbare verloren vrije tijd”. De Raad van State is niet bevoegd om het bestuur te bevelen tot het nemen van een bepaalde beslissing, of tot het veroordelen van het bestuur tot het betalen van een vergoeding voor eventueel geleden schade. In zoverre het beroep strekt tot méér dan het verkrijgen van de vernietiging van de bestreden beslissing, is de Raad van State kennelijk onbevoegd.
- In haar verslag merkt de auditeur-verslaggever op dat de verzoeker niet meer juridisch zou kunnen bereiken wat hij met zijn beroep beoogt, op grond dat hij nagelaten heeft de beslissing houdende goedkeuring van één of meer van de door hem gegeerde mutaties, medegedeeld bij de witte lijst van 10 november 2005, aan te vechten. Aldus zouden de in die lijst bedoelde mutaties definitief geworden zijn, en zou er geen ruimte meer zijn voor de uitvoering van een arrest waarbij de vernietiging zou worden uitgesproken van de weigering om de verzoeker te muteren. De vraag rijst evenwel of het op 14 november 2005 ingediende bezwaarschrift van de verzoeker niet geacht moet worden te zijn gericht tegen de IX-5656-3/5 witte lijst nr. 3.2.3/81 van 10 november
- Het antwoord op die vraag vergt een interpretatie van dat bezwaarschrift. Indien het antwoord bevestigend is, rijst voorts de vraag of het beroep tegen de beslissing waarbij het bezwaar wordt verworpen, niet het geheel van de mutaties in het geding betrekt. In het licht van die vragen, kan het beroep niet, wegens het enkele ontbreken van een beroep tegen de witte lijst, als “kennelijk onontvankelijk” beschouwd worden.
- In haar verslag merkt de auditeur-verslaggever ten slotte op dat van een bestuurde verwacht mag worden dat hij op een redelijke wijze handelt, met een minimum aan zorgvuldigheid. Te dezen zou de verzoeker dat minimum aan zorgvuldigheid niet aan de dag gelegd hebben, doordat hij meer dan zestien maanden gewacht zou hebben vooraleer hij op zoek ging naar informatie over het antwoord op zijn bezwaar. Uit de bestreden beslissing van 20 maart 2007 blijkt dat, ten gevolge van een reactie van de verzoeker omtrent de communicatie in verband met de externe mobiliteit en na onderzoek omtrent het door hem ingediende bezwaarschrift, “de desbetreffende aangetekende brief (werd) teruggevonden”. De auteur van het schrijven van 20 maart 2007 verontschuldigt zich overigens voor het feit dat een antwoord op het bezwaarschrift is uitgebleven. Uit de gegevens van het dossier kan in de huidige stand van het geding niet met zekerheid worden afgeleid dat aan de verzoeker enige nalatigheid verweten kan worden, minstens niet dat een zodanige nalatigheid van die aard is dat de verzoeker daardoor het recht verbeurd zou hebben om een beroep in te stellen tegen de beslissing die op zijn bezwaarschrift is genomen. Ook uit dien hoofde kan het beroep dus niet als “kennelijk onontvankelijk” worden verworpen.
- Behalve in zoverre de Raad van State kennelijk onbevoegd is om van de vordering kennis te nemen, is er derhalve aanleiding om de behandeling van de zaak volgens de gewone procedure voort te zetten. IX-5656-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen, in zoverre het strekt tot de veroordeling van de verwerende partij tot het rechtzetten van de rechtstoestand van de verzoeker en tot het betalen van bepaalde vergoedingen. Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- De zaak wordt verder behandeld volgens de gewone procedure. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 25 september 2007, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5656-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.896 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.030 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.