← België

Arrest 174970 - Varia (onderwijs en cultuur) - 25/09/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.970 Rolnummer: A. 177797/XII-4897 Zaak: Arrest 174970 - Varia (onderwijs en cultuur) - 25/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-03 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 01:53 Fiche Arrest nr 174.970 van 25 september 2007 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.970 van 25 september 2007 in de zaak A. 177.797/XII-

  1. In zake : Jean-Pierre VAN LANGENHOF, die woonplaats kiest bij advocaat I. Rogiers, kantoor houdende te Kalken, Kalkendorp 17 A tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jean-Pierre Van Langenhof op 19 oktober 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van "de beslissing d.d. 18 augustus 2006 van het Ministerie van Onderwijs en Vorming, Agentschap voor Onderwijsdiensten waarbij de afwezigheid van de heer Jean- Pierre Van Langenhof vanaf 9 juni 2006 als onwettig wordt betiteld en de heer Jean- Pierre Van Langenhof vanaf 9 juni 2006 zijn recht op wedde verliest"; Gelet op de kennisgeving van de ontstentenis van een memorie van antwoord aan verzoeker op 15 februari 2007; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord bij brief van 11 mei 2007; Gelet op de beschikking van 3 september 2007 houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 18 september 2007; XII-4897-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gehoord het verslag van staatsraad G. Van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Rogiers, die verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: De procedure. Bij de kennisgeving van de ontstentenis van een memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent. De door de verzoekende partij ingediende toelichtende memorie bevat geen bewijs van aangetekende zending. Bij haar verzoek om te worden gehoord voegt de verzoekende partij een afgiftebewijs van aangetekende zending aan de Raad van State van 11 april 2007, datum die eveneens is aangebracht op de omslag waarin zich de toelichtende memorie bevond. Met de verzoekende partij moet worden vastgesteld dat De Post heeft nagelaten om een strookje van het afgiftebewijs van aangetekende zending aan te brengen op de door de verzoekende partij aan De Post overhandigd omslag met de toelichtende memorie. Het ontbreken van het vereiste belang overeenkomstig artikel 21, tweede lid, kon dus niet worden vastgesteld. Het voorwerp. Bij brief van 4 januari 2007 laat de verwerende partij aan verzoeker weten dat de bestreden beslissing is ingetrokken, zodat het voorwerp van XII-4897-2/3 het beroep teloor is gegaan. Ter terechtzitting verklaart verzoeker het niet anders te zien. In die omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig september 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4897-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.970 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.