id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.089 Rolnummer: A. 183691/VII-36997 Zaak: Arrest 175089 - Milieuvergunningen - 27/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-08 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 02:10 Fiche Arrest nr 175.089 van 27 september 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging Inwilliging tussenkomst bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 175.089 van 27 september 2007 in de zaak A. 183.691/VII-36.
- In zake : Emmanuel KOSLOWSKI, wonende te SINT-NIKLAAS, Guido Gezellelaan 11 tegen : de deputatie van de provincie OOST-VLAANDEREN. tussenkomende partij : de n.v. VARTEKS, die woonplaats kiest bij advocaat G. LENSSENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Jetselaan 32/
- ------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Emmanuel KOSLOWSKI op 30 mei 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 29 maart 2007 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas van 11 februari 2002, houdende toekenning van de milieuvergunning aan de n.v. VARTEKS voor het exploiteren van een wasserij/droogkuis aan de Paddeschootdreef 4 a te Sint-Niklaas, gedeeltelijk wordt ingewilligd; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. PROVOOST, op grond van het (inmiddels opgeheven) artikel 94 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 13 juli 2007, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en oproeping van de partijen om te verschijnen op 6 september 2007; VII-36.997-1/10 VII-36.997-2/10 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van Emmanuel KOSLOWSKI, die in persoon verschijnt, van bestuurssecretaris-jurist K. VAN KEYMEULEN, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat P. VAN EETVELDT die, loco advocaat G. LENSSENS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De rechtspleging Overwegende dat met een verzoekschrift van 20 augustus 2007, de n.v. VARTEKS, begunstigde van de bestreden vergunning, heeft gevraagd om in het annulatieberoep te mogen tussenkomen; dat dit verzoek kan worden ingewilligd;
- De feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 2.
- Aan de Guido Gezellelaan in Sint-Niklaas is sinds decennia een wasserij gevestigd, die in de loop van de tijd in belangrijke mate werd uitgebreid. Sinds het vaststellen van het gewestplan Sint-Niklaas-Lokeren in 1978 is het bedrijf gelegen in woongebied. Volgens een in 1985 goedgekeurd Bijzonder Plan van Aanleg (hierna: BPA) ligt het bedrijf in "een zone waar enkel bergplaatsen, werkplaatsen en kleine bedrijven 2e klasse toegelaten zijn". In 1987 vraagt de tussenkomende partij, die toen nog de n.v. SNEEUWWITJES VERENIGDE BEDRIJVEN heette, een exploitatievergunning eerste klasse. Het is niet duidelijk of er toen een lopende vergunning was. Op 2 februari 1989 verleent de verwerende partij een exploitatievergunning voor een VII-36.997-3/10 termijn van drie jaar, met het oog op herlocalisatie. De tussenkomende partij tekent tegen voormelde beslissing geen beroep aan. Pas op 22 mei 1992, na het verstrijken van de termijn voor herlocalisatie, dient de tussenkomende partij een nieuwe milieuvergunningsaanvraag in. Op 10 september 1992 weigert de verwerende partij de gevraagde vergunning. Op 7 juni 1993 keurt de bevoegde minister een wijziging van het BPA goed. De inplantingsplaats van het bedrijf wordt nu "zone voor koeren en hovingen" en "strook voor berg- en werkplaatsen", met als bestemming voor die laatste: bergplaatsen, werkplaatsen van ambachtelijke aard, winkels, toonzalen, voor zover de uitbating verenigbaar is met de bestaande woonomgeving (lawaaihinder, geur, rook, ...). Zijn eveneens toegelaten : gegroepeerde autobergplaatsen, toonzalen op uitzondering van woonfunctie. Verzoeker heeft tegen dit BPA een annulatieberoep ingediend dat nog hangende is (zaak A. 53.318/X-9350). Op 30 juli 1993 dient de tussenkomende partij andermaal een milieuvergunningsaanvraag in voor de exploitatie van een industriële wasserij. Op 9 december 1993 weigert de verwerende partij de gevraagde vergunning. Na administratief beroep ingesteld door de tussenkomende partij, wordt op 8 juni 1994 de vergunning toch verleend voor een termijn tot 1 september
- Verzoeker tekent annulatieberoep aan, en bij arrest nr. 87.615 van de Raad van State van 25 mei 2000 wordt de vergunning vernietigd. Bij de nieuwe beslissing na vernietiging wordt de milieuvergunning geweigerd. Deze weigering wordt niet aangevochten. 2.
- Op 8 januari 2001 dient de tussenkomende partij een nieuwe milieuvergunningsaanvraag in, met een beperkter voorwerp. Op 5 maart 2001 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas grotendeels de gevraagde vergunning, voor een termijn op proef van een jaar. Er worden in deze vergunning een aantal bijzondere vergunningsvoorwaarden opgelegd, waaronder een akoestisch onderzoek en luchtemissiemetingen. Er worden tegen voormelde beslissing drie administratieve beroepen ingediend, onder meer door verzoeker. Op 23 augustus 2001 bevestigt de verwerende partij de in eerste aanleg verleende vergunning op proef. VII-36.997-4/10 2.
- Op 11 februari 2002 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas een definitieve vergunning, voor een termijn van tien jaar. Er worden administratieve beroepen ingediend door zowel verzoeker als de tussenkomende partij, die een vergunning wil voor een termijn van twintig jaar. Op 4 juli 2002 verleent de verwerende partij een definitieve vergunning voor een termijn van twintig jaar. Verzoeker dient een annulatieberoep in, en bij arrest nr. 164.817 van de Raad van State van 16 november 2006 wordt de vergunning vernietigd. Na deze vernietiging herneemt de verwerende partij de procedure, wat leidt tot het bestreden besluit van 29 maart 2007, waarbij opnieuw de gevraagde vergunning wordt verleend voor een termijn van twintig jaar;
- De kennelijke gegrondheid van het annulatieberoep 3.
- Overwegende dat verzoeker in een tweede middel de schending aanvoert van artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen; dat hij stelt dat de opgelegde motivatie afdoende moet zijn; dat de overheid duidelijk de redenenen moet opgeven zodat de Raad van State de hem opgedragen wettigheidscontrole kan uitoefenen, dat hij met andere woorden kan nagaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in feite en in rechte juist zijn, of zij die correct heeft beoordeeld, en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot het betrokken besluit is gekomen; dat het bestreden besluit niet in redelijkheid kan besluiten dat vooreerst de inrichting kan worden uitgebaat zonder overmatige hinder en overlast voor de mens en het leefmilieu, aangezien het terzake vaststaat dat de gevraagde exploitatie zowel milieuhygiënisch als planolo- gisch onverenigbaar is met de onmiddellijke omgeving, en vervolgens dat zulk bedrijf zou thuishoren in de woonzone en verenigbaar is met de omgeving; 3.
- Overwegende dat de tussenkomende partij in haar verzoekschrift tot tussenkomst stelt dat men een onderscheid moet maken tussen formele en inhoudelijke motivering, dat indien dit niet gebeurt, deze vervaging tot gevolg heeft dat men op het terrein van de feitelijke appreciatie komt en dat men de neiging heeft zich in de plaats van de overheid te stellen; dat zij erop wijst dat het bestreden besluit werd gewezen op basis van een concreet dossier, dat men van de overheid niet kan verwachten dat elk element aangehaald in een dossier, in elk kleinste detail VII-36.997-5/10 wordt ontmoet, dat de motivatie van een bestuurshandeling geen letterlijke herneming van adviezen toelaat maar dat niets belet dat de overheid adviezen volgt, inzake vastgestelde feiten en appreciatie; dat zij verder argumenteert dat het bestreden besluit een voldoende aantal elementen aangeeft, op basis waarvan op wettelijke wijze kan worden besloten dat het bedrijf bestaanbaar is met de planologische bestemming op zich en dat het bedrijf ook verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving; dat zij voorts in essentie stelt dat zij niet akkoord gaat met het feit dat de categorie waar zij onder valt wordt verengd tot "ambachtelijk", dat het BPA immers ook handelt over "bestaande hinderlijke bedrijven", dat het bedrijf een bestaand bedrijf is, dat uit de omschrijving in het BPA blijkt dat zelfs "hinderlijke" bedrijven onder een dubbele voorwaarde zijn toegelaten, dat de motivatie van het bestreden besluit duidelijk aangeeft dat het niet alleen een "bestaand bedrijf" maar ook een "klein bedrijf" betreft, dat het bedrijf ook beantwoordt aan de norm "ambachtelijke werkplaats", dat het bestreden besluit ook voor deze kwalificatie voldoende draagvlak biedt om de wettigheidscontrole door de Raad van State toe te laten; 3.
- Overwegende dat het bestreden besluit is genomen omdat een eerdere beslissing van de verwerende partij door de Raad van State werd vernietigd bij arrest nr. 164.817 van 16 november 2006; dat dit eerdere besluit werd vernietigd op grond van een middel dat vergelijkbaar is met het thans aangevoerde tweede middel; dat in vergelijking met de motivering van de eerder vernietigde beslissing, het bestreden besluit volgende bijkomende planologische motivering bevat : "(...) Met betrekking tot de inrichting dient gesteld dat het bedrijfsterrein zich ruwweg in het midden van een vierkantig blok (met zijde ca. 200 m) bevindt, gevormd door de Paddeschootdreef, de Plezantstraat, de Guido Gezellelaan en de Hugo Verrieststraat. De onmiddellijke omgeving is zeer dicht bewoond. De percelen van de inrichting palen vooral aan tuinen van omliggende woningen en verder aan garageboxen. Het betreffen vooral rijwoningen, maar ook appartementsgebouwen. De omliggende straten zijn te beschouwen als vrij rustig (Hugo Verriest- straat en Paddeschootdreef) tot druk (Guido Gezellelaan) en zeer druk (Plezantstraat = N403). Te vermelden is eveneens de aanwezigheid van een spoorweg (met verhoogde bedding) parallel aan de Guido Gezellelaan. In de nabijheid ligt het station van Sint-Niklaas. Aan de overzijde van de spoorweg ligt een industriegebied (cfr. het gewestplan). Gedurende de dagperiode is de betrokken buurt globaal te aanzien als druk en alleszins niet als een rustige residentiële wijk op het platteland. Het betreft een stedelijk gebied waar - althans overdag - de drukte door verkeer overheerst. De bedrijfsoppervlakte bedraagt ca. 7.800 m2, maar een groot deel van de gronden wordt ingenomen door open terrein, parking en tuin (bos); verder staat een deel van de gebouwen leeg. De bebouwde oppervlakte bedraagt ca. VII-36.997-6/10 2.500 m2, er wordt geëxploiteerd op een oppervlakte van ca. 2.000 m
- De gebouwen zelf hebben een beperkte hoogte (maximum 4,5 m) en zijn niet storend voor de omgeving. De nv Varteks was vroeger een klasse 1-inrichting, maar door het afbouwen van de activiteiten ressorteert het bedrijf momenteel onder een klasse 2- inrichting. De werking van de inrichting staat in belangrijke mate in functie van de omgeving vermits er enkel wasgoed van particulieren wordt behandeld en aan de inrichting ook een winkel verbonden is, zodat omwonenden rechtstreeks kunnen gebruik maken van de diensten van het bedrijf (wasserij, droogkuis, strijkdienst). Bij de nv Varteks wordt enkel overdag gewerkt. Het aantal werknemers is beperkt tot een 50-tal. De rust tijdens de avond- en nachturen en tijdens de weekends is gegarandeerd vermits de inrichting in die periodes niet in exploitatie is. Gelet het voorgaande en de aard van de activiteiten kan het bedrijf aanzien worden als een ambachtelijk bedrijf. Zoals verder blijkt uit de bespreking van de milieuhygiënische aspecten werden maatregelen genomen om hinder en risico door afvalstoffen, afvalwater, geluidsemissie, luchtemissie en veiligheid te voorkomen of tot het aanvaardbare te beperken. De inrichting kan aldus als verenigbaar met de omgeving en bestaanbaar met het woongebied beschouwd worden (...)"; Overwegende dat deze motivering een meer uitvoerige beschrij- ving van de onmiddellijke omgeving van de inrichting bevat; dat dit nuttig is voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de onmiddellijke omgeving, maar niet voor de beoordeling van de bestaanbaarheid van de inrichting met de bestemmings- voorschriften; dat de beschrijving van het grondgebruik en de gebouwen op de percelen evenmin van nut is voor de beoordeling van deze bestaanbaarheid; dat in de motivering ook de aard van de inrichting wordt onderzocht; dat in het bestreden besluit wordt vastgesteld dat het een klasse 2-inrichting betreft, dat "de werking van de inrichting (...) in belangrijke mate in functie van de omgeving (staat) vermits er enkel wasgoed van particulieren wordt behandeld en aan de inrichting ook een winkel verbonden is, zodat omwonenden rechtstreeks kunnen gebruik maken van de diensten van het bedrijf", dat er enkel overdag en op weekdagen wordt gewerkt, dat het aantal werknemers is beperkt tot een 50-tal; dat uit voormelde vaststellingen en de aard van de activiteiten van het bedrijf wordt besloten dat het om een ambachtelijk bedrijf gaat; dat in voormeld arrest nr. 164.817 van 16 november 2006 reeds werd geoordeeld dat niet blijkt waarom de tewerkstelling van 50 werknemers, het gegeven dat enkel overdag wordt gewerkt, en het gegeven dat het cliënteel uit particulieren bestaat, zouden impliceren dat het om een "werkplaats van ambachte- lijke aard" gaat; dat de indeling van de inrichting in klasse 2 daartoe evenmin nuttig is; VII-36.997-7/10 Overwegende dat, om in overeenstemming te zijn met de voorschriften van het BPA, uit de formele motivering van de vergunningsbeslissing vooreerst moet blijken waarom de inrichting kan worden beschouwd als een "werkplaats van ambachtelijke aard"; dat vervolgens, om bestaanbaar te zijn met de gewestplanbestemming woongebied, moet blijken waarom de inrichting niet om redenen van goede ruimtelijke ordening in een daartoe aangewezen gebied moet worden afgezonderd, en dat ten slotte moet blijken dat de inrichting ook verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving; dat het bestreden besluit niet afdoende aantoont waarom de inrichting kan worden beschouwd als een "werkplaats van ambachtelijke aard"; dat het ontbreken van dit vereiste het middel kennelijk gegrond maakt, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. VARTEKS in het annulatieberoep wordt ingewilligd. Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 29 maart 2007 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas van 11 februari 2002, houdende toekenning van de milieuvergunning aan de n.v. VARTEKS voor het exploiteren van een wasserij/droogkuis aan de Padde- schootdreef 4 a te Sint-Niklaas, gedeeltelijk wordt ingewilligd. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. VII-36.997-8/10 De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. VII-36.997-9/10 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig september tweeduizend en zeven, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-36.997-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.089 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div