← België

Arrest 175143 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 28/09/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.143 Rolnummer: A. 177187/X-13034 Zaak: Arrest 175143 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 28/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-03 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 02:26 Fiche Arrest nr 175.143 van 28 september 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 175.143 van 28 september 2007 in de zaak A. 177.187/X-13.034. In zake : Marinus KORST, die woonplaats kiest bij advocaat R. HENS, kantoor houdende te 2930 BRASSCHAAT, Bredabaan 161, bus 1 tegen : 1. de gemeente BRASSCHAAT, die woonplaats kiest bij advocaat W. VAN PUTTEN, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Bordeauxstraat 14, 2. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat C. MARINOWER, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Consciencestraat 7. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marinus KORST op 26 september 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 26 juni 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende definitieve goedkeuring van de gedeeltelijke herziening van het bijzonder plan van aanleg “Mishagen” van de gemeente Brasschaat, bestaande uit een plan van de bestaande toestand, een bestemmingsplan en bijhorende verordenende voorschriften; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 15 december 2006 waarbij de terecht-zitting bepaald wordt op 26 januari 2007; X-13.034-1/11 Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. VERMEIRE, die loco advocaat R. HENS verschijnt voor de verzoeker, van advocaat J. NEUTS, die loco advocaat W. VAN PUTTEN verschijnt voor de eerste verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; 1. De feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt: 1.1. De verzoeker verklaart sinds 2003 eigenaar te zijn van een perceel bouwgrond gelegen aan de Sionkloosterlaan te Brasschaat. Dit perceel is gelegen binnen het beheersingsgebied van het bijzonder plan van aanleg nr. 11 “Mishagen” van de gemeente Brasschaat, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 27 februari 1978. In dit bijzonder plan van aanleg is een reservatiestrook voorzien voor het duwvaartkanaal Oelegem-Zandvliet, waarin een volledig bouwverbod geldt. Volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 3 oktober 1979 vastgestelde gewestplan Antwerpen is het perceel gelegen in woonparkgebied. Een herziening van het bijzonder plan van aanleg werd bij ministerieel besluit goedgekeurd op 24 juni 1981. De herziening heeft betrekking op het noordelijk gedeelte aan de binnenzijde van de Sionkloosterlaan, waar een aantal bijkomende kavels worden voorzien. Bij besluit van de Vlaamse regering van 5 december 2003 werd het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “voor het opheffen van de (alternatieve) reservatie- en erfdienstbaarheden voor het Duwvaartkanaal Oelegem-Zandvliet” X-13.034-2/11 goedgekeurd. Het werd op 23 december 2003 bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan heeft tot doel de op het gewestplan aangeduide overdruk “(alternatief) reservatie- en erfdienstbaarheids- gebied” voor de aanleg van het Duwvaartkanaal tussen Oelegem (Ranst) en Zandvliet op te heffen en de onderliggende bestemmingen te ontheffen van de opgelegde randvoorwaarden. Het opheffen van het (alternatief) reservatie- en erfdienstbaarheidsgebied heeft gevolgen voor het bijzonder plan van aanleg “Mishagen”. Het ruimtelijk uitvoeringsplan heft de artikels met betrekking tot de reservatiestrook van het bijzonder plan van aanleg nr. 11 “Mishagen” op. Naar aanleiding van het schrappen van de reservatiestrook van het Duwvaartkanaal heeft het college van burgemeester en schepenen in zitting van 12 oktober 2004 IGEAN dienstverlening aangesteld als ontwerper voor de herziening van het bijzonder plan van aanleg. Het gedeelte van het woonpark dat in deze reservatiestrook gelegen was, komt nu in aanmerking voor ontwikkeling. Het bijzonder plan van aanleg wordt bovendien beperkt uitgebreid in noordelijke richting tot tegen de perceelsgrens met het Anti-tankkanaal. 1.2. Bij gemeenteraadsbeslissing van 30 juni 2005 wordt het ontwerp van het gedeeltelijk herziene bijzonder plan van aanleg nr. 11 “Mishagen” voorlopig vastgesteld. Tijdens het openbaar onderzoek, georganiseerd van 7 november tot 7 december 2005, worden geen bezwaarschriften ingediend. De GECORO adviseert gunstig op 25 januari 2006. Bij gemeenteraadsbeslissing van 23 februari 2006 wordt het gedeeltelijk herziene bijzonder plan van aanleg nr. 11 “Mishagen” definitief vastgesteld. Op 4 mei 2006 adviseert de bestendige deputatie het plan gunstig. X-13.034-3/11 Bij het bestreden besluit van 26 juni 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening wordt de gedeeltelijke herziening van het bijzonder plan van aanleg “Mishagen” van de gemeente Brasschaat, bestaande uit een plan van de bestaande toestand, een bestemmingsplan en bijhorende verordenende voorschriften, goedgekeurd. De gronden binnen de begrenzing van de herziening worden ingetekend als een zone voor vrijstaande bebouwing in woonpark waarbij 4 woningen kunnen gerealiseerd worden, waarvan 1 woning in zone B (verzoeker) en 2 woningen in zone C. In deze zones wordt de bebouwing beperkt tot 250 m² bebouwbare oppervlakte. Centraal kan in zone A een woning met een maximaal bebouwbare oppervlakte van 900 m² ingericht worden. Het bestreden besluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 juli 2006; 2. Ten gronde 2.1. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.2.1.1. Overwegende dat de verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van artikel 14 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996; dat hij dit middel uiteenzet als volgt: “Overeenkomstig artikel 14, 1/ van het Stedenbouwdecreet moet het bijzonder plan van aanleg allereerst de bestaande toestand van het te ordenen gebied aangeven. De bestaande toestand bestaat uit de bestaande juridische toestand en de bestaande feitelijke toestand. De kaarten met de bestaande juridische toestand vermelden de bestaande en de niet vervallen verkavelingsvergunningen met hun omtrek en het nummer waaronder zij werden verleend, alsook de algemene en bijzondere plannen van aanleg. ÷ (...) ‘De bestaande toestand bestaat uit de bestaande juridische toestand en de bestaande feitelijke toestand. De bestaande juridische toestand wordt aangeduid op de kaarten met de juridische toestand. De bestaande feitelijke toestand wordt aangeduid op de orthofotoplannen. De kaarten met de bestaande juridische X-13.034-4/11 toestand vermelden de bestaande en de niet vervallen verkavelingsvergunningen met hun omtrek en het nummer waaronder zij werden verleend, alsook de algemene en bijzondere plannen van aanleg met de grenzen van het gebied dat zij beheersen en de datum van hun goedkeuring.’ De bestaande toestand wordt aldus niet alleen bepaald door de werkelijk bestaande, maar eventueel ook door de afwijkende juridische regelingen die nog niet (volledig) zijn verwezenlijkt. ÷(...) De verplichting de gegevens omtrent wat bestaat kenbaar te maken, moet(

  1. en)de belanghebbende particulieren alsook de te raadplegen overheden en zij die uiteindelijk moeten beslissen over de in het definitief gewestplan vast te leggen bestemmingen en voorschriften, in staat stellen een correct inzicht te krijgen en een juist oordeel te vormen. Het ontbreken van gegevens die voor de weergave van de bestaande toestand essentieel zijn, maakt een onwettigheid uit in de consultatieprocedure. ÷(...) Op het plan dat de bestaande toestand weergeeft, wordt in casu geen rekening gehouden met de bestaande juridische toestand. Overeenkomstig het voordien geldende BPA KB 27.02.1978 werd aan verzoeker reeds toelating verleend om een woning met een bebouwbare oppervlakte van 900 m² op te richten. Doordat hiervan geen melding wordt gemaakt, lijkt het thans alsof toelating wordt verleend voor het kunnen opbouwen van een woning, terwijl steeds een woning van 900 m² werd toegelaten. Het ontbreken van dit gegeven is voor de weergave van de bestaande toestand essentieel. Essentieel zijn de gegevens die onontbeerlijk zijn voor een goed begrip en een juiste beoordeling van de intenties en de voorstellen van de auteurs van het plan wat betreft de bestemming en de ordening van de verschillende delen van het grondgebied. De bevoegde overheid moet zich bij het vaststellen en goedkeuren van het plan daarover met kennis van zaken kunnen uitspreken. ÷(...) Door het ontbreken van de reeds bestaande toegelaten bebouwbare oppervlakte van 900 m² werd de overheid bij het vaststellen van het plan misleid. Het artikel 14 het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996 wordt manifest miskend, wat leidt tot de onwettigheid van het gedeeltelijk herziene BPA ‘Mishagen’”; 2.2.1.2. Overwegende dat artikel 14, 1/, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna: het coördinatie- decreet), bepaalt : “Het bijzonder plan van aanleg geeft voor het deel van het gemeentelijk grondgebied aan : 1/ de bestaande toestand”; Overwegende dat noch artikel 14, 1/, eerste lid, van het coördinatiedecreet, noch de parlementaire voorbereiding ervan een definitie of een verduidelijking geven van het begrip “bestaande toestand”; dat het begrip X-13.034-5/11 “bestaande toestand” dan ook in zijn gebruikelijke betekenis moet worden begrepen, met name de toestand zoals deze op dat ogenblik bestaat; dat m.a.w. ter voldoening aan de wettelijke verplichting om de bestaande toestand in het aanlegplan aan te geven, die gegevens omtrent wat bestaat moeten worden vermeld die zowel de belang-hebbenden als de overheden of overheidsorganen die over het aanlegplan advies moeten verstrekken of daarover moeten beslissen, toelaten een correct inzicht te verwerven en een juist oordeel te vormen omtrent de voorstellen en de bedoelingen van de ontwerpers van het aanlegplan met betrekking tot de bestemming en de inrichting van elk onderdeel van het gebied beheerst door dat plan; dat die gegevens betrekking kunnen hebben zowel op de bestaande feitelijke toestand als op de bestaande rechtstoestand; dat ingeval de bestaande feitelijke toestand en de bestaande rechtstoestand met elkaar niet overeenstemmen, beide moeten worden aangegeven indien dat nodig is voor een correcte en voldoende voorlichting van de belanghebbenden en van de overheden die in de procedure tussenkomen; Overwegende dat de verzoeker aanvoert dat het plan van de bestaande toestand geen rekening heeft gehouden met het bij koninklijk besluit van 27 februari 1978 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg nr. 11 “Mishagen”; Overwegende dat op het plan van de bestaande toestand de grens van het bijzonder plan van aanleg, zoals goedgekeurd bij koninklijk besluit van 27 februari 1978, evenals de grens van het thans herziene bijzonder plan van aanleg "Mishagen", worden aangegeven; dat in de verantwoordingsnota het bestemmings- plan, zoals goedgekeurd op 27 februari 1978, is opgenomen, met duidelijke aanduiding van de bebouwbare zone op verzoekers perceel; dat in de gegeven omstandigheden op het eerste gezicht niet aannemelijk is dat de beslissende overheid is misleid geworden omtrent de bestaande toestand, waardoor zij geen correct inzicht zou hebben kunnen verwerven en geen juist oordeel zou hebben kunnen vormen omtrent de bestemming en de inrichting van dat onderdeel van het gebied beheerst door het plan; dat het eerste middel niet ernstig is; 2.2.2.1. Overwegende dat de verzoeker in een tweede middel de schending aanvoert van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur; dat hij dit middel uiteenzet als volgt: X-13.034-6/11 “Bij besluit van 26 juni 2006 heeft de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening de gedeeltelijke herziening van het bijzonder plan van aanleg ‘Mishagen’ goedgekeurd. In de bijhorende verordenende voorschriften worden onder artikel 1. 1.4 de afmetingen van de gebouwen vastgelegd als volgt: ‘
  2. b)Bebouwbare oppervlakte De bebouwde oppervlakte bedraagt max. 250 m² voor zone B en voor de 2 kavels in zone C. Als uitzondering op deze regel wordt toegestaan om in zone A te bouwen met een bebouwbare oppervlakte van 900 m².’ Het perceel van verzoeker met een grootte van 10.780 m² behelst de zone B. Zodoende kan verzoeker overeenkomstig voormelde voorschriften slechts een woning van 250 m² op zijn perceel van meer dan 1 ha oprichten. In het voordien geldende BPA Mishagen gold er een toegelaten bebouwbare oppervlakte van 900 m². De herleiding van de bebouwbare oppervlakte van 900 m² naar 250 m² waarvoor geen enkele motivatie wordt verleend, is volstrekt in strijd met artikel 10 en 11 van de Grondwet, het gelijkheidsbeginsel, alsook met het zekerheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel. PRIMO: artikel 10 en 11 Grondwet en het gelijkheidsbeginsel. Het gelijkheidsbeginsel veronderstelt een zekere continuïteit en coherentie in het optreden van de overheid die zich vertalen in een gelijke behandeling van vergelijkbare gevallen. Verzoeker die over een perceel van 10.780 m² beschikt, mag door het gedeeltelijk herziene BPA slechts een woning met een oppervlakte van 250 m² oprichten. Zonder enige motivatie wordt voor zone A wel een bebouwbare oppervlakte van 900 m² toegelaten. Het perceel van verzoeker bevindt zich in de Sionkloosterlaan. De Sionkloosterlaan is aan beide zijden bebouwd met villa's op grote percelen, ingepast in een bosrijke omgeving. Deze villa's zijn ook gelegen in het voordien geldende BPA ‘Mishagen’. In de straat van verzoeker bevinden zich aldus allemaal villa's die beduidend groter zijn dan 250 m². Zelfs op percelen die kleiner zijn als dat van verzoeker worden villa's met een grootte van meer dan 400 m² vergund. ÷(...) Op ongemotiveerde wijze wijkt de overheid af van haar beleidsregel. De beperking tot oprichten van een woning met een oppervlakte van 250 m² is bovendien volstrekt in strijd met de goede ruimtelijke ordening en is esthetisch niet verantwoord. Een woning met zulk een beperkte omvang valt in het niets en stemt niet overeen met de grootte van het perceel. In strijd met artikel 10 en 11 van de Grondwet, alsook met het gelijkheids- beginsel wordt de bebouwbare oppervlakte herleid van 900 m² naar 250 m². SECUNDO: Het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel Het rechtszekerheidsbeginsel in materiële zin vereist dat de rechtsonder- horige zeker is van zijn rechtspositie. Dit betekent vooral dat de individuele besluiten, die de rechtsonderhorige rechten verlenen, door het bestuur dienen te worden gerespecteerd. De rechtspositie van de burger betreft echter niet alleen individuele besluiten, doch ook reglementaire akten. ÷(...) Verzoeker(...) werd(...) steeds gegarandeerd dat hij op zijn perceel aan de Sionkloosterlaan een woning/villa van 900 m² mocht oprichten. X-13.034-7/11 Door het gedeeltelijk herziene BPA wordt aan verzoeker(...) nu opgelegd dat hij slechts toelating kan verkrijgen voor een woning van 250 m². Dit betekent een ernstige aantasting van de verworven rechten van verzoeker. In strijd met het zekerheidsbeginsel worden de rechten die aan verzoeker werden verleend door het voordien geldende BPA, door het gedeeltelijk herziene BPA en aldus door de overheid niet gerespecteerd. De gemeente Brasschaat heeft reeds aan verzoeker laten geworden dat er een materiële vergissing is gebeurd en interne richtlijnen verkeerdelijk werden opgenomen. Zo moest volgens de gemeente Brasschaat een bebouwbare oppervlakte van 250 m² per 5.000 m² + 2 x 75 m² bijgebouwen worden toegestaan. Dit zou betekenen dat verzoeker een woning/villa van 500 m² + 2 x 75 m² bijgebouwen zou kunnen oprichten. Dit is ook een vaste praktijk, zodat verzoeker er in beginsel op mag vertrouwen dat die ook in zijn geval zal worden toegepast. Afstappen van een bepaalde gedragslijn bij individuele toepassingen kan enkel op grond van in redelijkheid aanvaardbare en op concrete gegevens steunende motieven, in het ruimtelijk ordeningsrecht in het bijzonder om redenen die verband houden met de goede plaatselijke aanleg. ÷(...) Supra werd reeds aangehaald dat een woning met een oppervlakte van 250 m² is volstrekt niet in overeenstemming is met de goede ruimtelijke ordening en esthetisch niet verantwoord is. Nergens wordt enig motief aangegeven waarom in casu zou moeten worden afgestapt (van) de constante gedragslijn. In strijd met het vertrouwensbeginsel wordt de bebouwbare oppervlakte herleid naar 250 m²”; 2.2.2.2. Overwegende dat, in het eerste onderdeel van het middel, afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en het gelijkheidsbeginsel, de verzoeker samengevat aanvoert dat zonder enig motivatie voor de zone A een bebouwbare oppervlakte van 900 m² wordt toegelaten, terwijl hijzelf binnen de zone B slechts een woning met een oppervlakte van 250 m² mag oprichten en dat de overheid door de bebouwbare oppervlakte te herleiden van 900 m² naar 250 m² op ongemotiveerde wijze is afgeweken van haar beleidsregel, zoals blijkt uit de omstandigheid dat de villa's langsheen de Sionkloosterlaan en ook gelegen binnen het voordien geldende bijzonder plan van aanleg “Mishagen” alle beduidend groter zijn dan 250 m², en dat bovendien de beperking tot het oprichten van een woning met een oppervlakte van 250 m² in strijd is met de goede ruimtelijke ordening en esthetisch onverantwoord; Overwegende, wat het herleiden van de bebouwbare oppervlakte van 900 m² naar 250 m² in vergelijking met het bijzonder plan van aanleg van 1978 betreft, dat artikel 2 van het coördinatiedecreet bepaalt dat de plannen van aanleg “blijven gelden totdat zij door andere plannen kunnen worden vervangen na een X-13.034-8/11 herziening”; dat, ook al zijn de villa’s gelegen langsheen de Sionkloosterlaan waarnaar verzoeker verwijst, alle gelegen binnen de perimeter van het oorspronkelijk bijzonder plan van aanleg van 1978, een wijziging van de voorschriften op grond van voormelde bepaling decretaal is toegestaan; dat het motief voor de herziening blijkt te zijn gelegen in het realiseren van de onderliggende bestemming als woonpark na de schrapping van de reservatiestrook van het Duwvaartkanaal ingevolge het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan van 5 december 2003; dat de bijhorende stedenbouwkundige voorschriften niet noodzakelijk de bevestiging moeten zijn van de bestaande toestand, aangenomen dat een bebouwbare oppervlakte van 900 m² daartoe mag worden gerekend; dat plannen van aanleg immers niet erop gericht zijn bestaande toestanden te bevestigen, maar instrumenten zijn om de ruimtelijke ordening van een bepaald gebied voor de toekomst vast te stellen; Overwegende, wat de ingeroepen schending van het gelijkheidsbeginsel betreft, dat het ingeroepen verschil in behandeling tussen de percelen waarvoor de vroegere norm geldt en de percelen waarvoor de huidige norm geldt, op het eerste gezicht lijkt voort te vloeien uit de decretale mogelijkheid tot het wijzigen van een plan van aanleg; dat voorts en in zoverre de verzoeker verwijst naar de ongelijkheid in behandeling tussen de zones A en B, beide begrepen binnen de herziening, rekening dient te worden gehouden met de verantwoordingsnota bij de herziening van het bijzonder plan van aanleg, waarin onder de rubriek “5.3. Opties” wordt uiteengezet wat volgt: “De gronden binnen de begrenzing van het B.P.A. worden ingetekend als een zone voor vrijstaande bebouwing in woonpark waarbij 4 woningen kunnen gerealiseerd worden, waarvan 1 woning in zone B en 2 woningen in zone C. Centraal kan in zone A een woning met een maximaal bebouwbare oppervlakte van 900 m² opgericht worden. De omvang van bebouwing in deze zone wordt mogelijk gemaakt mits het behoud van deze zone in één enkele eigendom met een totale oppervlakte van 5,7 ha. Verkaveling of afsplitsingen van de zone A zijn niet toegestaan. De andere zones zijn beperkter in omvang, nl. 1,38 ha voor zone B en gemiddeld 0,77 ha per kavel in zone C. In deze zones met beperktere omvang wordt de bebouwing beperkt tot 250 m² bebouwbare oppervlakte. De hoofdgebouwen moeten opgericht worden in één aaneengesloten volume”; dat hieruit blijkt, in tegenstelling tot wat de verzoeker meent, dat het onderscheid in bebouwbare oppervlakte wel is gemotiveerd, en met name op grond van het niet betwiste verschil in omvang van de verschillende percelen; X-13.034-9/11 Overwegende tot slot dat de verzoeker niet verduidelijkt hoe in een vermeende strijdigheid met de goede ruimtelijke ordening op het eerste gezicht een ongewettigde ongelijkheid in behandeling te ontwaren valt; Overwegende, wat het tweede onderdeel van het middel betreft, afgeleid uit de schending van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, dat de verzoeker zich opnieuw beroept op het herleiden van de bebouwbare oppervlakte van 900 m² naar 250 m² waardoor hij zich aangetast weet in zijn “verworven rechten”; Overwegende dat een bijzonder plan van aanleg reglementair van aard is; dat bestuurshandelingen van reglementaire aard ten allen tijde onder de decretaal bepaalde voorwaarden kunnen worden opgeheven of gewijzigd; dat, zoals hiervoor reeds gesteld, artikel 2 van het coördinatiedecreet bepaalt dat de plannen van aanleg “blijven gelden totdat zij door andere plannen kunnen worden vervangen na een herziening”; dat uit deze bepaling blijkt dat een wijziging van de voorschriften decretaal is toegestaan; dat de verzoeker derhalve erop het eerste gezicht niet wettig op kon vertrouwen dat de voorschriften in de toekomst ongewijzigd zouden behouden blijven; dat het standpunt van de verzoeker dat een woning met een oppervlakte van 250 m² in strijd zou zijn met de goede ruimtelijke ordening aan voormelde vaststelling geen afbreuk doet; dat het tweede middel evenmin ernstig is; 2.3. Overwegende dat niet is voldaan aan een van de door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-13.034-10/11 Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig september 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.034-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.143 Gerelateerde publicatie(
  3. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.541 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.