id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.202 Rolnummer: A. 185150/XII-5202 Zaak: Arrest 175202 - Varia (onderwijs en cultuur) - 02/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-05 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 02:38 Fiche Arrest nr 175.202 van 2 oktober 2007 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 175.202 van 2 oktober 2007 in de zaak A. 185.150/XII-
- In zake : Tine SCHILDERMANS, die woonplaats kiest bij advocaat J. Bouly, kantoor houdende te Lommel, Lepelstraat 15 tegen : de VZW KATHOLIEK SECUNDAIR ONDERWIJS SINT-WILLIBRORD. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Tine Schildermans, minderjarige leerling vertegenwoordigd door haar ouders Johan Schildermans en Renilde Habraken, op 17 september 2007 heeft ingediend waarin de nietigverklaring wordt gevorderd en bij uiterst dringende noodzakelijheid de schorsing van de tenuitvoerlegging “van de ‘eindbeslissing schooljaar 2006-2007’ dd. 30 augustus 2007 van de delibererende klassenraad van het vierde jaar Economie (klas 41) van de Campus Mater Dei van VZW Katholiek Secundair Onderwijs Sint-Willibrord, en alle voorbeslissingen die tot deze beslissing hebben geleid in de mate deze voor beslissingen voor verzoekende partijen negatieve gevolgen zouden hebben gegenereerd, en waarmee aan Tine Schildermans een B-attest wordt toegekend met algemene clausulering (uitsluiting) van ASO-KSO-TSO- en Tine Schildermans wordt geadviseerd over te zitten in het 4/ jaar TSO”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 19 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 september 2007, om 10.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-5202-1/22 Gehoord de opmerkingen van advocaten J. Bouly en S. Verbist, die verschijnen voor verzoekster, en van advocaat R. Verachtert, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De voorgaanden van de zaak 1.
- Verzoekster volgt tijdens het schooljaar 2006-2007 de lessen in het vierde jaar Economie ASO van de campus WICO Mater Dei te Overpelt. In de loop van de maanden december 2006 en maart 2007 krijgt verzoekster van de begeleidende klassenraad advies om over te schakelen naar een geschikte TSO richting. Zij volgt dit advies niet op. 1.
- Op 27 juni 2007 beslist de delibererende klassenraad om aan verzoekster een oriënteringsattest B af te geven met uitsluiting van alle ASO, KSO en TSO richtingen. Hij motiveert deze beslissing onder verwijzing naar de volgende jaartekorten : - informatica 45,6 % - Duits 48,8 % - chemie 40,6% - fysica 39,4 % - wiskunde 40,7 % - economie 48,3 %. De onvoldoende jaarresultaten situeren zich volgens de klassenraad zowel in de basisvorming als in de richtingsvakken. Verzoekster heeft ook trimesteronvoldoendes voor Engels, aardrijkskunde en Nederlands. De trend van de resultaten is “overwegend dalend”, verzoekster heeft geen gebruik gemaakt van de remediëringskansen en de adviezen niet opgevolgd. Met brieven van 28 en 29 juni 2007 argumenteren de ouders van verzoekster bij de directie waarom zij met de beslissing niet akkoord kunnen gaan. XII-5202-2/22 Na meerdere gesprekken en verdere briefwisseling inclusief een weigering van de directie om de klassenraad opnieuw samen te roepen, stellen de ouders van verzoekster beroep in bij de beroepscommissie. Zij verduidelijken een “opening” te wensen opdat verzoekster toch de TSO-richting Onthaal en Public Relations (hierna afgekort OPR) zou kunnen aanvatten. 1.
- De beroepscommissie adviseert op 12 juli 2007 om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen. Dit advies steunt op de volgende overwegingen : “Door de ouders van Tine Schildermans werd beroep aangetekend tegen de beslissing van de delibererende klassenraad op basis van volgende argumenten : - zij aanvaarden het B-attest niet omdat Tine geen leerling is voor BSO - zij zijn er van overtuigd dat Tine met succes de studierichting OPR in het 5de jaar kan volgen - het gehanteerde deliberatiesysteem is té cijfermatig en gaat onvoldoende uit van de talenten en kwaliteiten van de leerling - de school heeft onvoldoende remediëring aangeboden - de factorpunten zijn onjuist omwille van onjuistheden in de evaluatie van Economie en Duits. Het gevolg hiervan is dat de factor in de deliberatiezone ligt. Motivering van de interne beroepscommissie Uit het meegedeelde dossier en de verklaringen van partijen ter zitting kan vastgesteld worden dat de schoolloopbaan van de betrokken leerling niet gemakkelijk is geweest 1ste jaar: aanvulling talen - wiskunde: A- attest met 68,2 % 2de jaar: moderne wetenschappen: B - attest : onvoldoende voor wetenschappen, vakantiewerk voor wiskunde: advies TSO: de keuze van de leerling werd ASO economie. 3de jaar: economie A-attest met onvoldoende voor chemie : advies TSO gezien economie theoretisch te zwaar is voor deze leerling. In het schooljaar 2006-2007: 4 de jaar economie werd het volgende vastgesteld in een gesprek met de ouders: - Klassenraad december 2006: o 52,2 % met factor 19,8; o met onvoldoendes: chemie 36,2 %, fysica 36,3 %, wiskunde 34,1 %, aardrijkskunde 48,3 %; o Advies: overschakelen naar TSO Handel; o er werd een remediëringsfiche meegegeven. - Klassenraad maart 2007: o onvoldoende op Nederlands 49,7 %, wiskunde 46,9 %; o onvoldoende op examens economie en Frans: factor 14,8 tot 14,99; o advies: zoeken naar een geschikte TSO richting; o er werd een remediëringsfiche meegegeven. De deliberatie van de betrokken leerling op 26 juni 2007 omvatte: geslaagd met 53,5 %: - informatica 45,6 %: onvoldoende inzet, het klasgemiddelde bedroeg 84,7 %; - chemie 40,6 %: onvoldoende inzicht; - wiskunde 40,7 % : een heel jaar onvoldoende; XII-5202-3/22 - economie 48,3 %: mist inzicht en had bepaalde delen onvoldoende gestudeerd; - Duits 48,8 %; - Trimester onvoldoendes voor Engels, aardrijkskunde en Nederlands. De leerling kwam alzo aan een factor 29,8 - hetgeen betekent dat in het deliberatiesysteem van campus Mater Dci, gekend en aanvaard door de leerling en haar ouders, een B - attest met clausulering ASO - KSO - TSO wordt toegekend. Op 26 juni 2007 werden de ouders telefonisch op de hoogte gebracht en uitgenodigd voor een gesprek op 28 juni
- Na dit gesprek deelden de ouders bij schrijven van 28 juni 2007 en 29 juni 2007 hun opmerkingen mee aan de directrice die bij schrijven van 3 juli 2007 een uitvoerig antwoord overmaakte. Intussen hadden de ouders op 2 juli 2007 gevraagd om alle examens in te kijken van de vakken waar de betrokken leerling een jaaronvoldoende voor had gekregen, een overzicht van de remediëringskansen en uitleg over het advies ‘de lat lag een beetje te hoog’. Het gevraagde onderzoek en gesprek had plaats op 5 juli
- Bij aangetekend schrijven 7 juli 2007 verzochten de ouders om gehoord te worden door de interne beroepscommissie van WICO, campus Mater Dei. In dit schrijven worden geen argumenten of klacht en meegedeeld, enkel wordt er vermeld ‘Wij veronderstellen voldoende argumenten te kunnen aanbrengen om een opening te laten voor de praktische theoretische richting ‘Onthaal en public relations’ toch te kunnen aanvatten.’ De beroepscommissie heeft ter zitting van heden de argumenten van de leerling en haar ouders mondeling vernomen, welke eveneens schriftelijk werden neergelegd. De betrokken leerling en haar ouders hebben een probleem met het feit dat er een B-attest met clausulering ASO - KSO - TSO werd toegekend. De betrokken leerling wenst immers naar het 5de leerjaar ‘Onthaal en Public Relations’ te gaan in de TSO richting. Dat is met het kwestieuze attest voor de betrokken leerling niet mogelijk. De leerling en de ouders willen een oriënteringsattest B zonder uitsluiting van ASO - KSO - TSO, of alleszins dat er een opening is voor de in de toekomst te volgen studierichting ‘onthaal en public relations’. Het oriënteringsattest B betekent voor hen dat de leerling tot een volgend leerjaar wordt toegelaten en de uitsluiting slechts een ‘bepaalde’ studierichting, onderwijsvorm en / of basisoptie op het oog kan hebben. Een algemene uitsluiting van studierichtingen, onderwijsvormen en/of basisopties kan volgens hen niet. Voor een algemene uitsluiting zijn er inzake naar hun oordeel ook geen redenen aanwezig, en kan een algemene uitsluiting dan ook niet toegepast worden. Nochtans wordt algemeen in rechte en in feite aanvaard dat een algemene uitsluiting van bepaalde in de zin van bepaalbare studierichtingen als ASO, ... onderwijsvormen en/of basisopties wel degelijk mogelijk en toelaatbaar is. Het wordt niet betwist en kan ook niet betwist worden dat de betrokken leerling met een factor 29,8 niets anders dan een oriënteringsattest B bekomen kan. De ouders bijgestaan door mevr. Paesen, een jonge afgestudeerde biochemicus hebben de examens va de leerling ingekeken en nauwkeurig onderzocht. Het deliberatiesysteem bij campus Mater Dei is van die aard dat met een factor 25 en meer in 4 ASO Economie er een oriënteringsattest B wordt toegekend. Dit is eigen aan campus Mater Dei en werd door de ouders ook bij de aanvang van het schooljaar aanvaard.. Toch heeft de klassenraad ook alle aspecten hieromtrent mee in overweging genomen: XII-5202-4/22 - jaaronvoldoendes situeren zich vooral in de basisvorming en ook in de richtingsvakken; - er zijn trimesteronvoldoendes voor Engels, aardrijkskunde en Nederlands; - de trend van de resultaten is overwegend dalend, het laatste trimester behaalde zij 48,3 % - de studiehouding van de leerling tijdens het voorbije schooljaar was goed; - remediëringskansen in de school werden niet genomen. Wel heeft zij bijlessen buiten de school gevolgd; - de leerling en de ouders hebben geen rekening gehouden met adviezen van vorige schooljaren en van de klassenraad in het lopende schooljaar. De klassenraad was van oordeel dat het mislukken voor een basisvak als economie aansluit bij het globale beeld dat de leerling geeft in 4 ASO, namelijk ‘te hoog gemikt’. Op de klassenraad is zelf de keuze van de betrokken leerling voor onthaal en public relations in het 5de jaar TS0 ter sprake gekomen en de klassenraad was van oordeel dat op basis van resultaten het onaanvaardbaar was een TSO richting open te houden. In TSO blijft de algemene vorming zonder meer belangrijk. De klassenraad adviseerde dan ook om over te zitten in een TSO richting. Campus Mater Dei die deel uitmaakt van de scholengemeenschap vzw WICO is een autonome instelling en bepaalt soeverein de kwaliteit van haar studiepeil. Zij stelt op objectieve en redelijke wijze hiervoor de normen vast. De in de campus Mater Dei geldende norm is de enige die voor de betrokken leerling van toepassing kan zijn. Normen die van toepassing zijn in Agnetendal te Peer binden op geen enkele wijze campus Mater Dei en hebben geen enkele rechtskracht met betrekking tot de studiekwaliteit en studiemogelijkheden van campus Mater Dei. Het feit dat de betrokken leerling in de toekomst in de door haar gevolgde studierichting een aantal vakken die thans een onvoldoende hebben, niet meer heeft, is geenszins een gegronde reden om een algemeen geldend studieprogramma omwille van persoonlijke en private redenen af te zwakken of niet toe te passen. Dit kan en mag omwille van rechtszekerheid en niet- discriminatie niet aanvaard worden. De interne beroepscommissie stelt eveneens vast dat er wel degelijk remediëringsfiches werden meegedeeld aan de leerling: Klassenraad 21.12.2006: - probeer beter op te letten en werk mee tijdens de les. Op die manier zal je de leerstof beter begrijpen. Zorg ook dat je alle materiaal bij hebt. - Studeer elke dag je lessen en maak de taken. Verwerk de leerstof op een grondige manier. Maak een goede studieplanning. - Bespreek met de volgende leerkrachten je resultaten: wiskunde, chemie, fysica, aardrijkskunde. - Heroriëntering naar een andere studierichting valt te overwegen. Maak voor een gesprek daarover een afspraak met de klassenleraar, leerlingenbegeleidster of lid van de directie. Klassenraad 29.03.2007: - we hebben de indruk dat een meer persoonlijke begeleiding / gesprek aangewezen is. We nodigen je uit voor een gesprek met de klassenleraar en / of met de leerlingenbegeleiding. In de praktijk werd het volgende vastgesteld: - wiskunde: lerares May Mertens XII-5202-5/22 o Indien er bepaalde problemen zijn en de leerling spreekt May Mertens aan, dan wordt er een afspraak gemaakt na de lessen voor extra uitleg. De betrokken leerling heeft daar eenmaal gebruik van gemaakt, afgesproken werd dat ze om twaalf uur extra uitleg zou krijgen maar toen zei ze dat het niet meer nodig was. - economie: lerares Patricia Hanegreefs o Opgaven van controletoetsen blijven op smartschool staan. Regelmatig heeft de lerares aan de leerlingen aanbevolen om deze opdrachten opnieuw te maken en bijkomende hulp aangeboden. De leerling is hier nooit op ingegaan. Vlak voor de examens heeft de lerares nogmaals bijles aangeboden in verband met de excelvaardigheden. De leerling heeft hier geen gebruik van gemaakt. Andere leerlingen van haar klas zijn daar wel op ingegaan. Ter zitting is vastgesteld dat de punten op een juiste manier gegeven werden. - chemie: lerares Marleen Neyens o de leerling had van de begeleidende klassenraad van december de opdracht gekregen om de lerares aan te spreken over haar resultaten. De leerling heeft dat niet gedaan. - fysica: lerares Griet Cuypers o de leerling heeft vanuit de begeleidende klassenraad van december de opdracht gekregen om de lerares aan te spreken over de resultaten. De leerling heeft dat niet gedaan. - Duits: bij nazicht ter zitting dienen de punten als juist beschouwd te worden. Zelfs indien men de beweerde verbeteringen zou aanvaarden dan behaald de leerling in beide gevallen nog geen 50 %. De opmerkingen van de ouders van de leerling kunnen wat de remediëring betreft in het geheel niet weerhouden worden, zelfs al heeft de leerling buiten de school bijlessen gevolgd. Wat betreft het toekennen van vakantiewerk beslist de delibererende klassenraad autonoom. In het vorige schooljaar 2005 - 2006 had de leerling slechts één onvoldoende op jaarbasis nl. chemie. Dat was een éénuursvak. De leerstof die gezien werd is beperkt en kan in het 4de jaar nog weggewerkt worden. In het schooljaar 2006 - 2007 zijn er echter meerdere onvoldoendes in basisvakken zodat een vakantiewerk niet als doelmatig kan aanzien worden. Met vakantiewerk dient er zuinig omgesprongen te worden. Het mag niet als een sanctie overkomen. Het staat vast dat de leerling en de ouders geen gevolg hebben gegeven aan de adviezen die campus Mater Dei gegeven heeft. Deze adviezen werden in het uitsluitend belang van de leerling gegeven en de ouders zijn hiervan ook heel goed op de hoogte. Deze adviezen werden met de ouders ook doorgesproken en over nagedacht. De opmerking hieromtrent door de ouders komt dan ook als onbegrijpbaar voor. - Reeds in het 2de jaar moderne wetenschappen werd er aangeraden een keuze te doen in het TSO. - In het 3 de jaar economie werd opnieuw geadviseerd TSO gezien economie theoretisch te zwaar is. - In het 4de jaar economie wordt met kerstmis 2006 gewezen op een overschakeling naar TSO Handel. - Met Pasen 2007 wordt de raad gegeven om te zoeken naar een geschikte TSO richting. - Bij de einddeliberatie wordt er beslist en geadviseerd: overzitten in het 4de jaar TSO voor het volgende schooljaar. De overweging bij de einddeliberatie ‘de studierichting was toch wel te moeilijk’ en ‘de lat lag een beetje te hoog’ is bedoeld om op een zacht manier en met respect het eindresultaat neer te schrijven. Er is geen enkele reden om hieraan aanstoot te nemen. XII-5202-6/22 De interne beroepscommissie is van oordeel dat in dit concrete geval een oriënteringsattest B met clausulering ASO - KSO - TSO als te zwaarwichtig voorkomt. Een clausulering voor ASO alleen is alleszins aangewezen. Gezien de niet te betwiste onvoldoendes die de leerling heeft mag er aangenomen worden dat met de kennis die ze heeft en de inzet die ze toonde het mogelijk dient te zijn om een opening toe te laten naar één of andere studierichting in de derde graad TSO”. Op 13 juli 2007 volgt het schoolbestuur dit advies en roept het de klassenraad opnieuw samen. 1.
- Op 30 augustus 2007 bevestigt de delibererende klassenraad met de thans bestreden beslissing het B-attest. De klassenraad motiveert : “De klassenraad van 26 juni 2007 heeft conform ons schoolreglement en onze interne deliberatiecriteria beslist Tine Schildermans een B-attest AS te geven Deze beslissing gaf aanleiding tot een betwisting door de ouders. De interne beroepscommissie adviseerde op 12 juli 2007 aan de inrichtende macht om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen. De inrichtende macht volgde het advies en besliste op 13 juli 2007 om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen. De voltallige delibererende klassenraad kwam opnieuw samen op 30 augustus
- Alle leden tekenden voor aanwezigheid op het document ‘Eindbeslissing’ (zie bijlage). De leden van de klassenraad hebben kennisgenomen van alle briefwisseling, verslagen van gesprekken en e-mailcorrespondentie die er was tussen de ouders en de school n.a.v. deze betwisting. De leden van de klassenraad kregen het uitgebreid advies van de beroepscommissie.
- De klassenraad vertrekt met de volgende gegevens : ! studieloopbaan van Tine Tine Schildermans is vanaf het eerste leerjaar in onze school ingeschreven. - 1e jaar Aanvulling Talen-wiskunde: A-attest - 2e jaar Moderne Wetenschappen : B-attest voor wetenschappen, omwille van onvoldoende voor wiskunde. Vakantiewerk wiskunde Advies: TSO - 3e jaar Economie : A-attest. Onvoldoende voor chemie. Opnieuw advies : TSO. De klassenraad vindt dat de keuze voor economie theoretisch te zwaar is voor Tine. - 4e jaar Economie: B-attest ASO-KSO-TSO. Advies : Over zitten in het 4e jaar TSO ! het rapport voor Tine ! de gemotiveerde vraag van de ouders van Tine om een nieuwe klassenraad De interne beroepscommissie vat de argumenten van de ouders als volgt samen : - zij aanvaarden het B-attest niet omdat Tine geen leerling is voor BSO; - zij zijn ervan overtuigd dat Tine met succes de studierichting OPR in het 5e jaar kan volgen; - het gehanteerde deliberatiesysteem is té cijfermatig en gaat onvoldoende uit van de talenten en de kwaliteiten van de leerling; - de school heeft onvoldoende remediëring aangeboden; XII-5202-7/22 - de factorpunten zijn onjuist omwille van onjuistheden in de evaluatie van economie en Duits. Het gevolg hiervan is dat de factor in de deliberatiezone ligt. ! het verslag van de interne beroepscommissie - Het besluit van de interne beroepscommissie is de aanleiding voor de nieuwe samenkomst van de delibererende klassenraad. ‘De interne beroepscommissie is van oordeel dat in dit concrete geval een oriënteringsattest B met clausulering ASO-KSO-TSO als te zwaarwichtig voorkomt. Een clausulering voor ASO alleen is alleszins aangewezen. Gezien de niet te betwisten onvoldoendes die de leerling heeft, mag er aangenomen worden dat met de kennis die ze heeft en de inzet die ze toonde, het mogelijk dient te zijn om een opening toe te laten naar één of andere studierichting in de 3e graad TSO’.
- De klassenraad stelt vast dat de ouders een andere hiërarchie zien in de attestering dan de school. In ons schoolreglement lees je duidelijk welke hiërarchie wij vastleggen. De ouders ervaren het B-attest met een clausulering ASO-KSO-TSO als zwaarder dan een C-attest. Ons B-attest geeft Tine wel de mogelijkheid om over te zitten zodat zij haar schoolloopbaan wel kan verderzetten in een andere onderwijsvorm dan BSO. In onze visie op de A-B-C attestering betekent een B-attest altijd dat de leerling geslaagd is, maar slechts kan overgaan naar onderwijsvormen, studierichtingen waar, te oordelen naar de resultaten en de afwegingen van de klassenraad, de leerling alle kansen heeft om te slagen. Een C-attest is de zwaarste eindbeoordeling, nl. de leerling is niet geslaagd. In onze school worden in het 1e t/m het 4e jaar bijna geen C-attesten gegeven. De klassenraad was van oordeel dat een C-attest aanvaardbaar was omdat Tine in onvoldoende mate de leerplandoelstellingen heeft bereikt. De delibererende klassenraad was echter van mening dat Tine voldoende slaagkansen had in het 5e jaar BSO om door te stromen naar de 3e graad BSO. De klassenraad adviseerde Tine om de andere keuzemogelijkheid, nl. overzitten in 4TSO, in overweging te nemen omdat de klassenraad ervan overtuigd was dat op die manier de tekorten in de basisvorming kunnen weggewerkt worden. De klassenraad valt hier terug op de adviezen van de delibererende klassenraden op het einde van het 2e en het 3e jaar. Die adviezen werden nog ondersteund door de resultaten van het 4e jaar.
- De klassenraad stelt vast dat de interne beroepscommissie onze beslissing te zwaarwichtig vindt. De klassenraad heeft zich opnieuw gebogen over haar beslissing. Gebruik makend van ons intern deliberatiesysteem kan de klassenraad niet anders dan uitkomen bij dit B-attest. Naar het oordeel van de delibererende klassenraad is dit een zeer redelijke manier van werken en leidt ze tot zeer redelijke en rechtvaardige deliberaties. Voor alle duidelijkheid : ons deliberatiesysteem is gebaseerd op twee luiken, nl. - een mathematisch luik en - een pedagogisch luik. 3.
- Het mathematisch luik is het startpunt van de deliberatie. In ons schoolreglement staat dat 500/0 de norm is voor elk vak. Indien een leerling een onvoldoende heeft voor een vak wordt het gewicht (= aantal uren en graad van de onvoldoende) van dit vak of van de vakken met jaaronvoldoendes omgezet in een factor. Voor Tine Schildermans kwam de klassenraad tot de volgende factorberekening : XII-5202-8/22 - Informatica 45,6 % : 1-uursvak : 1,2 x 1u = 1,2 - Duits 48,8 % : 1-uursvak : x 1u = 1 - Chemie 40,6 % : 1-uursvak : 1,4 x 1u = 1,4 - Fysica 39,4 % : 1-uursvak : 1,7 x 1u = 1,7 - Wiskunde 40,7 % : 4-uursvak : 1,4 x 4u = 5,6 - Economie 48,3 % : 4-uursvak : 1 x 4u = 4 ________________________________________________________ SUBTOTAAL 14,9 x (aantal vakken) 2 = 29,8 Voor de leerlingen van het 4e ASO beveelt ons intern deliberatiesysteem aan om vanaf factor 25 een B-attest ASO-KSO-TSO uit te spreken. In de bespreking wordt dan afgewogen of deze beslissing in de concrete situatie van die leerling te rechtvaardigen blijft. 3.2 Het pedagogisch luik bespreekt de onvoldoendes van de vakken en nadien acht elementen die in ons schoolreglement worden opgesomd. (Schoolreglement : ‘Naast de genoemde criteria houdt de klassenraad rekening met de volgende acht elementen : het algemeen jaartotaal, trimester- onvoldoendes voor andere vakken, de trend van de resultaten, de vermoede slaagkansen in een volgend leerjaar, de studiehouding tijdens het schooljaar, het gebruik van remediëringskansen, de adviezen van vorig en huidig schooljaar, de vraag of de onvoldoendes zich situeren in de richtingsvakken of in de basisvorming’.) 3.2.1 Omwille van het belang van de jaaronvoldoendes wordt voor elk vak overlopen hoe het onvoldoende te verklaren valt. De vragen over remediëring worden beantwoord in dit document op p.
- - Informatica Tine heeft voor dit vak, met bijna uitsluitend permanente evaluatie, in het 1e en 2e trimester steeds onvoldoende gehaald. Het 3e trimester verliep behoorlijk maar het afsluitend examen was zo slecht dat de leerkracht eigenlijk alleen punten kon geven op feit dat Tine haar examen gemaakt had. Tine had op dat examen 5,5/15 omdat de vakleraar punten gaf op uplaoden en voor de inspanning van het proberen. Tine had daardoor 41,3% en het klasgemiddelde was 84,1%. Voor dit vak heeft de leerkracht vragen over de inzet van Tine. - Duits Dit 1-uursvak is een startcursus Duits. De leerlingen moeten regelmatig woordenschat instuderen. Normaal moeten leerlingen van 4 ASO dit goed kunnen (klasgemiddelde is 63,8% voor Duits). Tine behaalde 56,2% en 41,3%. Ook hier twijfelt de vakleraar aan de inzet maar zeker ook aan het inzicht. Tine heeft de opdrachten van begrijpend lezen het minst goed opgelost van heel het 4e jaar ASO. - Chemie Tine kampt hier echt met een inzichtelijk probleem. Ze behaalde geen enkele keer een voldoende resultaat. - Fysica Tine heeft het erg moeilijk met het inzicht dat moet verworven worden in de leerstof van fysica. - Wiskunde De leerstof is te zwaar voor Tine, Dat was vanaf het eerste trimester duidelijk. De onvoldoendes zijn te wijten aan: - onnauwkeurige notaties; - onvoldoende kennis van de basisrekenregels (verschil tussen deling van een som en deling van een product, het buiten haakjes brengen van gemeenschappelijke factoren, verschil tussen een som en een product); XII-5202-9/22 - het moeilijk kunnen koppelen van de gestelde vragen aan de gewenste antwoorden, Tine leert van buiten, met zeer weinig inzicht; - weinig inzicht in het verwerken van beeldinformatie (kan moeilijk een grafiek koppelen aan een concrete situatie of van een grafiek gegevens af lezen); - onvoldoende kennis van basisbegrippen uit de meetkunde (omgeschreven cirkel, hoogtelijn, zwaartelijn, verschil tussen de omtrek en de oppervlakte van een rechthoek en de formules om deze te berekenen, omtrek van een driehoek, verschil tussen middellijn en diameter van een cirkel, tussen een punt van een cirkelomtrek en het middelpunt van de cirkel, verschil tussen inhoud en oppervlakte van een kubus); - het onnauwkeurig tekenen van gegevens (vb: een lijnstuk tekenen met een gegeven lengte); - onvoldoende beheersen van de basisbegrippen van de statistiek (maakt geen onderscheid tussen klassen van gegevens en hun frequentie); - onvoldoende kennis formules cirkel, merkwaardige producten; - kon geen geziene bewijzen reproduceren. - Economie Tine werkte voor dit vak. Ze leerde vooral vanbuiten. Tine heeft het moeilijk met het begrijpen van de vragen op een examen, het integreren van de nieuwe woordenschat, het toepassen van kennis en vaardigheden (Excel) in nieuwe oefeningen. De leerkracht had gehoopt dat de nipte resultaten vol te houden waren tot het einde van het jaar, maar zij vermoedt dat het voor Tine in die laatste examenperiode toch echt te veel werd. De begeleiding voor het vak economie is heel normaal verlopen. De leerkracht geeft bijlessen tijdens de middagpauze, ze verbetert klassikaal de controfeoefeningen, de opgaven van de controles blijven op Smartschool (elektronisch leerplatform) staan en kunnen door de leerlingen opnieuw worden gemaakt. De leerkracht biedt daarbij begeleiding aan, maar line is daar nooit op ingegaan. Het algemeen jaartotaal van Tine is 53,5%. Zij behaalde gemiddeld 58,8% voor dagelijks werk en 51,7% op de examens. De klassenraad ziet hierin een aanwijzing dat Tine het zeker niet gemakkelijk heeft met de leerstof en dat zij bij examens, waar het over grotere leerstofgehelen gaat, erg zwak presteert. In december had Tine 53 % op haar examen, met de paasexamens 54,3 % en in juni nog maar 48,3 %. Andere vakken waar Tine het moeilijk mee heeft gehad: een trimesteronvoldoende voor aardrijkskunde, Nederlands en Engels. Ook het nipte eindresultaat voor Frans valt op (51,3 %). - Aardrijkskunde In het 1e trimester is de leerstof behoorlijk moeilijk en toen had Tine dan ook grote problemen met het verwerken van de leerstof. - Nederlands Tine behaalde voor Nederlands één trimesteronvoldoende (49,7%) en een jaartotaal van 56,3%, De tekorten situeren zich bij leesvaardigheid: een zwaar onvoldoende ( 2,5/10), wat wijst op een gebrek aan inzicht, De andere cijfers wijzen op een onvoldoende instuderen van bepaalde leerstofonderdelen. - Engels Tine heeft een zwak taalgevoel en haar grammaticaal inzicht is onvoldoende, - Frans Tine heeft op de onderdelen grarnmatica en woordenschat bij elk examen onvoldoende gehad. 3.2.2 De trend van de resultaten: dalend, laatste trimester geen 50% meer. De klassenraad ziet daarin het effect van de stijgende moeilijkheidsgraad. Het is duidelijk dat Tine onmogelijk extra inspanningen kon leveren voor zo veel verschillende vakken, De klassenleraar heeft er in gesprekken met Tine op gewezen dat Tine hard moest blijven werken om voldoende resultaten te halen, XII-5202-10/22 want dat het anders niet mogelijkheid zou zijn om een TSO-richting in het 5e jaar aan te mogen vatten. 3.2.3 De vermoedelijke slaagkansen in een volgend jaar. In het secundair onderwijs wordt decretaal vastgelegd welke vakken aan elke leerling van een bepaald leerjaar zonder uitzondering dienen te worden onderwezen. Deze basisvorming wordt, vanaf de tweede graad, afzonderlijk vastgelegd voor het ASO, TSO-KSO resp. BSO. Indien een leerling in onvoldoende mate de leerplandoelstellingen heeft bereikt van een of meer vakken die in het volgende leerjaar als basisvorming (moeten) worden aangeboden, is de clausulering voor een volledige onderwijsvorm te verantwoorden. Tine heeft onvoldoende resultaten en heel zwakke resultaten voor verscheidene vakken in de basisvorming. De evaluatie van de leraren in verband met haar algemene kennis wijst op ernstige tekorten in de algemene vorming van Tine. De taalvakken en de wiskunde-wetenschappen-component overspannen samen duidelijk het basispakket algemene vorming 2e graad ASO-KSO-TSO. Tine heeft in onvoldoende mate de leerplandoelsteliingen behaald voor verschillende vakken uit de basisvorming om te kunnen doorstromen naar een studierichting van de 3e graad in één van deze onderwijsvormen. Naast de jaaronvoldoendes zijn er natuurlijk ook de trimesteronvoldoendes: - Nederlands Het leerplan Nederlands wordt gehanteerd in de derde graad van zowel ASO en KSO als TSO. Dit leerplan maakt weliswaar een onderscheid tussen a-, b- en c-studierichtingen, doch de verschillen zitten vooral in taalbeschouwing en literatuur en veel minder in taalvaardigheden. De tekorten van Tine voor begrijpend lezen zullen wegen op een loopbaan in het 5e jaar KSO-TSO. - Frans De algemene doelstellingen opgenomen in de leerplannen van de 3e graden van ASO, KSO en TSO zijn identiek. De leerplannen vertrekken van een visie op het vreemdetalenonderwijs en van de bijdrage van het vak aan de algemene vorming van de leerlingen. In de leerplannen wordt o.m. gewerkt met dezelfde tekstsoorten en verwerkingsniveaus. In een aantal KSO-TSO richtingen wordt veel belang gehecht aan een praktische beheersing van het Frans (o.m. in OPR). Tine behaalde een uitermate zwak jaarresultaat van 51,3% voor Frans. De trimester-onvoldoendes op kennis (grammatica en woordenschat) bemoeilijken de praktische beheersing van het Frans. Dit gebrek in de basisvorming bemoeilijkt het doorstromen naar de derde graad ASO-KSO- TSO ernstig, indien het die al niet onmogelijk maakt, - Aardrijkskunde De leerplandoelstellingen van het vak Aardrijkskunde in ASO en in KSO- TSO komen in grote mate overeen, Tine behaalt een zeer zwak jaarresultaat op dit vak (52,9%) en een trimesteronvoldoende van 48,2 %. - Wiskunde Het vak wiskunde behoort zowel in het ASO als in het KSO-TSO tot de basisvorming. De algemene doelstellingen van het leerplan wiskunde zijn identiek voor ASO, KSO en TSO. Op het niveau van de toepassingen zijn er belangrijke verschillen. Tine behaalt voor dit vak slechts een jaartotaal van 40,7%. Dit is een zwaar tekort. Tine mist basiskennis wiskunde. In de lijst van tekorten op p. 4 en 5 wordt duidelijk zichtbaar dat Tine onvoldoende basiskennis heeft voor wiskunde. Alle tekorten, behalve hetgeen staat bij de twee laatste gedachtestreepjes, zijn voor de klassenraad belangrijke elementen in de afwegingen in verband met het attest, Deze tekorten maken de overgang naar wiskunde in een 3e graad ASO-KSO-TSO onaanvaardbaar. Deze visie op een gemeenschappelijke basis van ASO-KSO-TSO en de specifieke situatie van Tine Schildermans (zie hierboven) wordt nogmaals duidelijk als de klassenraad de vraag van de ouders naar een specifieke XII-5202-11/22 clausulering evalueert. Gezien de lacunes in de basisvorming acht de delibererende klassenraad het niet verantwoord om Tine te laten doorstromen naar de derde graad ASO-KSO-TSO. Zij heeft in onvoldoende mate de leerplandoelstellingen bereikt van verschillende vakken uit de basisvorming om een redelijke kans op slagen te hebben in het 1e leerjaar van de derde graad in één van de drie hierboven vermelde onderwijsvormen. 3.2.4 Het voorbije schooljaar is er door de begeleidende klassenraad en door de klassenleraar regelmatig op gewezen dat Tine nog erg speels is in de klas, onregelmatig en oppervlakkig studeert. (Verslag vaststelling 1e begeleidende klassenraad). Tijdens het tweede trimester heeft Tine hard gestudeerd en waren de resultaten iets beter. Op dat moment zou een doorstromen naar KSO-TSO op basis van de toen voorhanden zijnde informatie nog te overwegen geweest zijn. Tijdens het 3e trimester is het voor Tine en haar ouders duidelijk geworden dat haar studieweg beter in TSO zou vervolgd worden. Verschillende leden van de klassenraad hebben voor hun vak de ervaring dat Tine in het 3e trimester zich iets minder heeft ingezet. Maar zelfs als Tine haar best doet blijven de resultaten zwak. Naast de vakken met onvoldoende eindresultaat heeft line nog 5 vakken waarvoor de resultaten schommelen tussen 51,3% en 56,3%. Tine blijft voor alle vakken onder het klasgemiddelde. Voor de vakken met onvoldoende eindresultaat wijkt Tine sterk af van het klasgemiddelde. Informatica afgerond 21% verschil, Duits +/- 15%, chemie 16%, fysica 16%, wiskunde 18%, economie 16%. 3.2.5 Tine heeft weinig gebruik gemaakt van de spontane en aangeboden remediëring in de school. De externe begeleiding die Tine en haar ouders gezocht hadden, nam duidelijk die taak over. Het valt te betreuren dat er nooit contact geweest is tussen Mevr. Paesen, externe begeleider, en de school. 3.2.6 Tine en haar ouders hebben de voorbije jaren meermaals het advies gekregen om over te schakelen naar TSO. Na het 2e jaar en na het 3e jaar. Nogmaals uitdrukkelijk in december
- Toen is het advies gegeven om na de kerstvakantie over te schakelen naar TSO-Handel. Tine en haar ouders hebben getwijfeld. Na de vakantie bleek dat ze toch bleven kiezen voor ASO-humane wetenschappen. Deze adviezen waren ingegeven door een bezorgdheid dat Tine, ondanks haar wil en haar inzet, in ASO vast zou lopen en zou moeten uitkijken voor een zware clausulering ASO-KSO-TSO. 3.2.7 De onvoldoendes situeren zich vooral in de basisvorming. Ook de resultaten van andere vakken wijzen er op dat Tine het met het totale lestijdenpakket van 4 ASO veel te moeilijk heeft.
- De klassenraad stelt vast dat de beroepscommissie zorgvuldig alle bedenkingen van de ouders onderzocht heeft en geen aanleiding ziet om de ouders te volgen in hun kritiek of bedenkingen. De klassenraad heeft zelf alle bedenkingen overlopen. 4.1 De delibererende klassenraad heeft o.m. daarom met enige verbazing het besluit van de interne beroepscommissie gelezen. Naar haar mening tast dit besluit de autonomie van de klassenraad aan door te stellen dat een B-attest ASO zou kunnen volstaan. De klassenraad heeft zorgvuldig nagedacht en onderzocht of haar besluit van 26 juni 2007, de uitreiking van B-attest ASO-KSO-TSO, zwaarwichtig of te streng zou zijn. 4.2 De delibererende klassenraad kan zich wat betreft het eerste punt van de ouders nl. ‘het B-attest is onaanvaardbaar, want Tine is geen BSO.-leerling’ aansluiten bij het besluit van de interne beroepscommissie. De beroepscommissie komt in haar advies op p.3 tot de volgende vaststelling: ‘De leerling kwam alzo XII-5202-12/22 aan een factor 29,8- hetgeen betekent dat in het deliberatiesysteem van Mater Dei, gekend en aanvaard door de leerling en haar ouders, een B-attest met clausulering ASO-KSO-TSO wordt toegekend.’ Verder verwijst de klassenraad naar punt
- De ouders van Tine zijn ervan overtuigd dat Tine het 5e jaar OPR moet aankunnen. Zij hebben met name een probleem met de clausulering ASO-KSO- TSO. De ouders betwisten deze algemene clausulering. De klassenraad ziet zich in haar opvatting over deze clausulering gesteund door het verslag van de interne beroepscommissie waar die terecht stelt: ‘Nochtans wordt algemeen en in rechte en in feite aanvaard dat een algemene uitsluiting van bepaalde in de zin van bepaalbare studierichtingen als ASO,... onderwijsvormen en/of basisopties wel degelijk mogelijk en toelaatbaar is. Het wordt niet betwist en kan ook niet betwist worden dat de betrokken leerling met een factor 29,8 niets anders dan een oriënteringsattest B bekomen kan.’ De delibererende klassenraad blijft bij haar standpunt dat op het ogenblik dat een leerling voor ongeveer 1/3 van de vakken de norm van 50% niet haalt, de leerling niet onvoorwaardelijk kan slagen en niet kan overgaan naar de 3e graad ASO-KSO-TSO. Om elke leerling die in een dergelijke situatie terecht komt en die bijvoorbeeld schoolmoe is de kans te geven niet te moeten overzitten, wordt een B-attest gegeven zodat de leerling, indien gewenst, nog naar een studierichting in BSO kan gaan. De argumenten waarom het bij een rapport zoals dat van Tine moeilijk zou zijn om in TSO toch nog bepaalde studierichtingen open te houden werden in deze notulen al herhaaldelijk verwoord. 4.3 Het gehanteerde deliberatiesysteem is volgens de ouders té cijfermatig en gaat onvoldoende uit van de talenten en kwaliteiten van de leerling. De klassenraad bevestigt dat in onze school een cijfermatige benadering, zoals in de meeste scholen, inderdaad van belang is. Op de eerste plaats komen de cijfers die behaald werden in de verschillende vakken. Deze cijfers zouden een weerspiegelen moeten zijn van de talenten en kwaliteiten van de leerling op dat moment. Of in onderwijstaal van de mate waarin de leerling al of niet de leerplandoelstellingen heeft bereikt. Zoals moge duidelijk worden uit ons schoolreglement en ook uit deze motivering benadert de klassenraad de leerling én cijfermatig én pedagogisch. De interne beroepscommissie sluit zich in haar advies aan bij dit standpunt van de klassenraad. “Campus Mater Dei die deel uitmaakt van de scholengemeenschap vzw WICO is een autonome instelling en bepaalt soeverein de kwaliteit van haar studiepeil. Zij stelt op objectieve en redelijke wijze hiervoor de normen vast. De in de campus Mater Dei geldende norm is de enige die voor de betrokken leerling van toepassing kon zijn. Normen die van toepassing zijn in ... binden op geen enkele wijze campus Mater Dei en hebben geen enkele rechtskracht met betrekking tot de studiekwaliteit en studiemogelijkheden van campus Mater Dei. Het feit dat de betrokken leerling in de toekomst in de door haar gevolgde studierichting een aantal vakken die thans een onvoldoende hebben, niet meer heeft, is geenszins een gegronde reden om een algemeen geldend studieprogramma omwille van persoonlijke en private redenen af te zwakken of niet toe te passen. Dit kan en mag omwille van rechtszekerheid en niet-discriminatie niet aanvaard worden.” 4.4 De ouders hebben op 2 juli 2007 samen met Mevr. Paesen de examens van Tine ingekeken. De ouders stelden zich vragen over de verbetering van enkele vragen in de examens economie en Duits. Ter zitting van de interne beroepscommissie werd vastgesteld dat de punten voor economie en Duits op de juiste manier gegeven werden. Wat betreft de andere vakken hebben de ouders geen schriftelijke bedenkingen gegeven. Zowel deze vaststellingen als de vaststelling dat ook de XII-5202-13/22 leraren nog eens grondig hun examenverbeteringen hebben moeten nakijken en ook zij geen onnauwkeurigheden hebben vastgesteld, versterken de opvatting van de delibererende klassenraad dat zij op juiste gronden een beslissing heeft kunnen nemen. 4.5 De klassenraad stelt vast dat de ouders ontevreden zijn over de geboden remediëring/begeleiding. Op de eerste plaats wil de klassenraad onderstrepen dat zowel in vorige schooljaren als in de loop van dit schooljaar de school haar uiterste best gedaan heeft om tijdig op de risico’s en op dit mogelijk scenario te wijzen en aan te duiden hoe het te voorkomen. In de loop van het schooljaar 2006-2007 heeft de klassenleraar, Patricia Hanegreefs, de ouders en Tine na elke klassenraad gesproken. In december 2006 toen de resultaten al alarmerend waren, heeft de klassenraad bij monde van de klassenleraar de ouders en Tine gewezen op het risico om met 52,2% en een factor van 19,8 in een situatie terecht te komen van een clausulering ASO-KSO- TSO. De klassenraad stelde vast dat de onvoldoendes voor chemie 36,%, fysica 36,3%, wiskunde 34,1% en aardrijkskunde 48,3% wezen op ernstige tekorten. Het dringend advies werd gegeven om op dat moment over te schakelen naar TSO-Handel. De klassenraad gaf ook een remediëringsfiche mee waardoor de ouders en Tine ook schriftelijk de aanwijzingen van de klassenraad meekregen. De klassenraad vroeg Tine om beter op te letten in de lessen, meer te studeren, haar resultaten te bespreken met de vakleerkrachten. Tine en haar ouders zijn verbaasd dat de resultaten zo slecht zijn en zullen tijdens de kerstvakantie overwegen om over te schakelen naar TSO-Handel. Tijdens de vakantie heeft de vader van Tine nog getelefoneerd met Patricia Hanegreefs. De klassenleraar is blijven stimuleren om op dat moment over te schakelen. Na de klassenraad van maart is er opnieuw een gesprek met Tine en haar ouders. Tine heeft betere resultaten maar de klassenraad blijft erop wijzen dat Tine problemen heeft met het verwerven van inzicht, dat zij een beperkte woordenschat heeft en soms echt moeilijk kan volgen waarover het gaat. Opnieuw, maar uiteraard nu met het oog op het 5e jaar, adviseert de klassenraad om te zoeken naar een studierichting in TSO. In het gesprek vertellen de ouders aan de klassenleraar dat Tine hard werkt, zij bijles krijgt voor wiskunde en wetenschappen en dat zij zich gaan bevragen over ASO-Humane wetenschappen. In elke bespreking heeft Patricia Hanegreefs de factorberekening gemaakt en verduidelijkt. Patricia heeft op die manier Tine en haar ouders voorbereid op de werkwijze in onze school en de toepassing van het schoolreglement op de situatie van Tine. Wat betreft de remediëring en begeleiding in de concrete vakken zegt de interne beroepscommissie in haar verslag: ‘De opmerkingen van de ouders van de leerling kunnen wat de remediëring betreft in het geheel niet weerhouden worden, zelfs al heeft de leerling buiten de school bijlessen gevolgd.’ De delibererende klassenraad stelt vast dat de vakleraren voldoende kunnen aantonen dat alle kansen tot begeleiding en remediëring voorhanden waren. Tine wilde natuurlijk slagen in het 4e jaar, maar de klassenraad heeft geen gedrevenheid gevoeld om dan ook alles op alles te zetten en elke kans om vragen te stellen of hulp te krijgen aan te grijpen. - Remediëring wiskunde: May Mertens van wiskunde geeft extra uitleg aan leerlingen die het vragen en biedt ter voorbereiding en als voorwaarde ook een hele reeks extra oefeningen aan die zij steeds zal verbeteren. Eénmaal heeft Tine een afspraak gemaakt, maar vlak voor het geplande moment liet ze May Mertens weten dat het niet meer nodig was en is de afspraak afgezegd. XII-5202-14/22 - Remediëring economie: Patricia Hanegreefs zet alle opgaven van controletoetsen op Smartschool. De leerkracht stimuleert alle leerlingen om deze opdrachten opnieuw te maken. De lerares biedt ook steeds bijkomende hulp aan. Tine is daar nooit op ingegaan. Vlak voor het examen (juni) heeft Patricia Hanegreefs extra bijles Excel aangeboden, waarvan enkele leerlingen van de klas hebben gebruik gemaakt; Tine niet. - Remediëring chemie: de leerkracht chemie biedt bijlessen aan tijdens de middagpauze. De leerlingen moeten er zelf naar vragen. Vele leerlingen doen dat, Tine heeft dat nooit gedaan. Aan elke (verbeterde) controle wordt een volledig verbeterde controle gevoegd (eventueel met tips) zodat de leerlingen weten wat er fout was en welk het correcte antwoord moet zijn. De leerlingen worden gestimuleerd om vrije oefeningen te maken en af te geven, Tine heeft dit niet gedaan. De opmerking over de laatste les chemie wordt tegengesproken door de leerkracht. De delibererende klassenraad is van mening dat het ook nooit een voldoende verklaring kan zijn voor de onvoldoendes voor chemie. - Remediëring fysica: om de leerlingen voor dit éénuursvak goed te begeleiden worden alle controleoefeningen klassikaal verbeterd. Het is opnieuw een moment om uitleg te geven en te vragen. Onopgeloste vraagstukken uit het handboek mogen thuis worden opgelost en nadien aan de leerkracht afgegeven worden zodat die kan verbeteren en bijsturen. Tine heeft dit niet gedaan. In opvolging van haar remediëringsfiche moest Tine in januari haar examen bespreken met de lerares, maar zij heeft het nooit gedaan - Remediëring informatica: de leerlingen kunnen vragen stellen en extra oefeningen maken. Tine deed dit niet. - Remediëring Duits: elke leerling van een 4e jaar ASO moet in staat zijn de woordenschat van een éénuurscursus vlot te kunnen instuderen. De leerkracht laat niet alle oefeningen in de les maken zodat de leerlingen zelf nog kunnen oefenen en dan zien waar ze het moeilijk mee hebben. Op die manier zijn voldoende resultaten in het bereik van iedereen. BESLUIT: De delibererende klassenraad kan niet anders dan vaststellen dat de genomen beslissing gebaseerd werd op een correct rapport; op een normaal verlopend schooljaar wat betreft begeleiding en remediëring; op een juiste toepassing van ons deliberatiesysteem; op een ervaring van meerdere jaren waarin duidelijk werd dat Tine het moeilijk heeft met algemeen-theoretische vakken en opdrachten. Vandaar, en met alle afwegingen die terug te vinden zijn in deze notulen, blijft de delibererende klassenraad bij haar oorspronkelijk besluit: ze geeft aan Tine Schildermans een B-attest ASO-KSO-TSO en adviseert Tine over te zitten in het 4e jaar TSO”. Deze beslissing wordt door de schooldirectie aan verzoekster ter kennis gebracht met een brief van 6 september 2007, waarin overigens wordt nagelaten de beroepsmogelijkheden mee te delen. XII-5202-15/22 Voorwerp van het beroep
- De beslissing van de delibererende klassenraad van 30 augustus 2007 verschijnt na het doorlopen van het georganiseerd administratief beroep als de te bestrijden eindbeslissing in deze zaak. In zoverre verzoekster ook de schorsing vordert van “alle voorbeslissingen die tot deze beslissing hebben geleid” is de vordering gericht tegen niet voor vernietiging of schorsing vatbare handelingen. Ontvankelijkheid 3.
- Verwerende partij werpt op dat de inleidende akte van verzoekster het opschrift draagt “verzoekschrift houdende een beroep tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid”, terwijl in het beschikkend gedeelte zowel de schorsing als de nietigverklaring wordt gevorderd. Om die reden moet het beroep volgens verwerende partij geacht worden enkel een beroep tot nietigverklaring te bevatten 3.
- Verwerende partij refereert aan de nieuwe procedureregels inzake het enig verzoekschrift. Uit het opschrift van de voorliggende inleidende akte blijkt evenwel dat verzoekster een vordering tot schorsing instelt onder aanvoeren van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Dit kan luidens artikel 16 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State ook met een afzonderlijk verzoekschrift. Dat in fine van dat verzoekschrift ook de vernietiging wordt gevraagd, daargelaten dat op die vraag in de huidige stand van de procedure vanzelfsprekend niet kan worden ingegaan, maakt de vordering die overigens voldoet aan de vereisten gesteld in artikel 16, § 1, van voormeld koninklijk besluit niet onontvankelijk. De exceptie wordt verworpen. 4.
- Verwerende partij werpt voorts op dat de vordering niet ontvankelijk is omdat een annulatie geen zin heeft “indien tegelijkertijd niet gevorderd wordt om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen”. 4.
- Hiervoor is al vastgesteld dat de nietigverklaring thans niet aan de orde is. De exceptie is derhalve niet relevant en behoeft geen antwoord. XII-5202-16/22 De schorsingvoorwaarden
- Luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Beoordeling van de aangevoerde middelen
- De Raad van State stelt vooraf vast dat verzoekster de gegeven punten niet betwist, enkel het gevolg dat er aan is gegeven op vlak van de attestering. Meer nog, verzoekster verklaart in het verzoekschrift dat zij zich niet verzet tegen een oriënteringsattest met clausulering ASO en KSO maar enkel beoogt haar studie te mogen voortzetten in het “theoretisch minst zware TSO-richting van het derde leertraject” OPR.
- Het eerste middel is genomen “uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de Wet Formele Motivering Bestuurshandelingen, van de materiële motiveringsplicht, het redelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur”, Verzoekster licht toe dat niet uitdrukkelijk noch afdoende wordt gemotiveerd waarom voor de richting OPR in de clausulering TSO geen uitzondering wordt gemaakt. Zij verwijt verwerende partij uit te gaan van ongedifferentieerde leerplandoelstellingen tussen ASO-KSO-TSO. Nu zij vier jaar op rij -”zij het niet met groot succes”- geslaagd is in ASO kan redelijkerwijze niet worden begrepen waarom zij dermate weinig de leerplandoelstellingen heeft gehaald dat zij niet kan overgaan naar de derde graad in een ASO, KSO of TSO-richting. De beslissing strijdt ook met de tijdens het schooljaar gegeven adviezen om een TSO-richting aan te vatten. Verzoekster ontleedt vervolgens de vereiste voorkennis voor de OPR-richting met de door haar gevolgde vakken en behaalde resultaten. Fysica en XII-5202-17/22 chemie komen in OPR niet aan bod. Bij de taalvakken vormt enkel Duits een probleem. In een tweede middel, genomen uit de schending van artikel 39, 2/, van het besluit van 19 juli 2002 van de Vlaamse regering betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (het organisatiebesluit), betoogt verzoekster dat met de bestreden beslissing een oriënteringsattest B wordt afgeleverd “met een dermate uitgebreide clausulering dat het de facto de gevolgen heeft van een oriënteringsattest C”.
- De Raad van State bespeurt prima facie geen schending van de formele motiveringsplicht. De geciteerde motieven lijken ruimschoots de juridische en feitelijke overwegingen weer te geven op grond waarvan de delibererende klassenraad tot het bestreden besluit is gekomen.
- De Raad van State heeft, wat dan de aangevoerde beginselen van behoorlijk bestuur betreft en in het bijzonder de materiële motiveringsplicht, vooreerst enige aarzeling bij het hanteren, door de delibererende klassenraad, van de zogenaamde “factorberekening”, die volgens het schoolreglement “normen” bevat welke noodzakelijk tot een bepaalde attestering moet leiden. De delibererende klassenraad oordeelt overeenkomstig artikel 6quater van de zogenaamde schoolpactwet autonoom en “als enig orgaan” over het al dan niet geslaagd zijn van de betrokken leerling. Deliberatieaanbevelingen kunnen als gedragslijn weliswaar bijdragen tot een eenvormige toepassing van de ruime discretionaire bevoegdheid waarover de delibererende klassenraad beschikt. Zij mogen evenwel niet het karakter aannemen van een strakke en absoluut bindende regel waardoor de inhoud van de te nemen particuliere beslissing in wezen reeds van tevoren wordt vastgesteld, meer bepaald reeds vóór het onderzoek en de beoordeling van de eigen merites -álle merites- van elke concrete zaak afzonderlijk. Dit geldt nog des te meer nu de deliberatierichtlijnen niet eigen lijken te zijn aan de delibererende klassenraad - nochtans enig bevoegd orgaan- maar van het schoolbestuur lijken uit te gaan. In het verlengde daarvan is de Raad van State ook enigszins terughoudend waar de delibererende klassenraad opmerkt dat “omwille van de rechtszekerheid en niet-discriminatie” in het geheel geen rekening gehouden zou kunnen worden met “persoonlijke en private redenen” of waar de verwerende partij XII-5202-18/22 in haar nota met opmerkingen een “oriënteringsattest op maat van de leerling” afwijst omdat dit de werking van een klassenraad “die zich dient te houden aan deliberatierichtlijnen” totaal onmogelijk zou maken. In het secundair onderwijs lijkt immers een gerichte beraadslaging over de individuele leerling die rekening houdt met haar specifieke kennis, kunde en mogelijkheden precies wél datgene te zijn wat van een zorgvuldig delibererende klassenraad wordt verwacht, reden waarom hij zich, overeenkomstig artikel 5, § 5, van het organisatiebesluit, bij zijn beslissingen over het al dan niet slagen van een leerling laat leiden door concrete gegevens uit het dossier van de leerling, dat minstens bevat de resultaten van proeven, toetsen of examens die door de leraars van de leerling werden afgenomen alsmede de beslissingen, vaststellingen en de adviezen van de begeleidende klassenraad. Precies omdat over elke leerling een deliberatie is vereist met inachtneming van de concrete elementen van zijn of haar dossier, valt het bij examenbetwistingen voor leerlingen vaak moeilijk om een schending van het gelijkheidsbeginsel aannemelijk te maken, bij voorbeeld als het er over gaat waarom de ene leerling wel een uitgestelde proef krijgt en de andere niet. Dat een delibererende klassenraad zich bij zijn taak ook niet blind moet “houden aan deliberatierichtlijnen”, is hiervoor al uiteengezet.
- De Raad van State heeft echter oog voor de totale motivering die de delibererende klassenraad heeft neergeschreven. De opvallende hiervoor besproken passages ten spijt, moet de Raad in de huidige stand van de procedure dan wel opmerken dat de zogenaamde factorberekening voor de klassenraad enkel het “startpunt” is geweest van de deliberatie, dat de klassenraad notuleert dat het intern deliberatiesysteem met de gegeven eindfactor een B-attest aanbeveelt (en niet: oplegt) en dat voor de klassenraad bij dit “mathematisch luik” de bespreking niet stopt: “in de bespreking wordt dan afgewogen of deze beslissing in de concrete situatie van die leerling te rechtvaardigen blijft”. De Raad stelt voorts vast dat te dezen wel degelijk in het zogenaamde “pedagogisch luik” (punt 3 van de geciteerde notulering) nog een individuele, concrete afweging is gebeurd van de specifieke situatie van verzoekster. Daarin is uitvoerig en beredeneerd rekening gehouden met de onvoldoendes van de vakken en met acht andere elementen, waaronder de trend van de resultaten, de vermoede slaagkansen in een volgend schooljaar en de vraag of de onvoldoendes zich situeren in de richtingsvakken of in de basisvorming. Hierbij lijkt de klassenraad op het eerste gezicht wel degelijk ook rekening te hebben gehouden met de uitdrukkelijke wens van verzoekster om dan XII-5202-19/22 toch ten minste toegelaten te worden haar studies in de richting OPR voort te kunnen zetten. De klassenraad heeft oog voor de dalende trend van de resultaten, stelt vast dat verzoekster in onvoldoende mate de leerplandoelstellingen heeft bereikt van meerdere vakken die in het volgende jaar als basisvorming moeten worden aangeboden, houdt daarbij rekening met de lacunes in de taalvakken -niet enkel voor Duits zoals verzoekster beweert maar ook voor Frans, zelfs met de studierichting OPR specifiek voor ogen- en de wiskunde-wetenschappen-component en besluit dat een leerling die voor ongeveer een derde van de vakken de norm van 50 % niet haalt, niet kan overgaan naar de derde graad ASO-KSO-TSO en dat een B-attest in die omstandigheden gegeven wordt om een leerling die schoolmoe is de kans te geven niet te moeten overzitten. Het laatste lijkt de stelling van verzoekster te bevestigen, verwoord in het tweede middel, dat het attest in feite op een C-attest neerkomt. De Raad ziet echter niet dadelijk welk belang verzoekster er bij heeft om dit te horen vaststellen, want het zou betekenen dat de delibererende klassenraad onzorgvuldig heeft gehandeld door verzoekster toch geslaagd te verklaren voor het vierde jaar. Verzoekster heeft de raad gekregen om een andere studierichting in TSO te kiezen. Zij heeft gemeend op die ogenblikken die raad naast zich neer te moeten leggen en toch te volharden in de ASO-richting. De Raad ziet niet hoe verzoekster dan vermag te beweren in haar vertrouwen te zijn geschokt door verwerende partij. Op het einde van het jaar zijn het immers de concrete gegevens van het werkelijk gevolgde studieparcours waarover de klassenraad zich moet uitspreken.
- De Raad van State mag zich niet als beroepsinstantie in de plaats van de delibererende klassenraad stellen voor de beoordeling van de examenresultaten en van de geschiktheid van de leerling om het volgende jaar aan te vatten, vermits het alleen aan de delibererende klassenraad toekomt om die keuze te maken. De delibererende klassenraad beschikt daarbij over een -ruime- discretionaire bevoegdheid. De Raad van State kan verzoekster derhalve niet beschermen tegen strenge beslissingen, alleen tegen onwettige beslissingen. Een strenge beslissing kan door de betrokken leerling allicht als onredelijk of onbillijk ervaren worden. Het is ook niet uitgesloten dat een ándere delibererende klassenraad, op zicht van dezelfde gegevens en op grond van de hem toekomende beoordelingsbevoegdheid, evengoed binnen de grenzen van de wettelijkheid tot een ánder oordeel zou komen. Een beoordeling door de delibererende klassenraad mag door de Raad van State echter enkel voor onwettig worden gehouden indien blijkt dat die beslissing niet gedragen kan worden, in rechte of in feite, door de er voor ingeroepen motieven of indien het XII-5202-20/22 om een beslissing gaat waarvan gewoon niet te begrijpen valt hoe ze zelfs binnen die ruim geachte discretionaire bevoegdheid tot stand is kunnen komen : waarvan met andere woorden niet denkbaar is dat enige zorgvuldig handelende klassenraad ze zou kunnen nemen.
- Uit wat voorafgaat blijkt dat verzoekster, in de huidige stand van de procedure, er niet in is geslaagd de Raad daarvan te overtuigen. De door de delibererende klassenraad op het eerste gezicht zorgvuldig gemaakte inschatting van de kennis en kunde van verzoekster vermag in rechte, zo lijkt, een beslissing om haar het bestreden B-attest te geven verantwoorden.
- De aangevoerde middelen zijn niet ernstig. Zodoende is niet voldaan aan een van de voorwaarden die cumulatief vervuld moeten zijn wil de vordering toegewezen kunnen worden. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. XII-5202-21/22 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee oktober 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5202-22/22 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.202 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.954 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.