← België

Arrest 175279 - Varia (onderwijs en cultuur) - 02/10/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.279 Rolnummer: A. 185237/XII-5213 Zaak: Arrest 175279 - Varia (onderwijs en cultuur) - 02/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-05 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 02:53 Fiche Arrest nr 175.279 van 2 oktober 2007 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Bevolen Verwerping voorlopige maatregelen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 175.279 van 2 oktober 2007 in de zaak A. 185.237/XII-

  1. In zake : Kathleen PAUWELS, die woonplaats kiest bij advocaten Chr. De Nyn en J. Pinoy, kantoor houdende te Londerzeel, Oudemansstraat 25, bus 3 tegen : de VZW SINT-THERESIACOLLEGE, die woonplaats kiest bij advocaat M. Gelders, kantoor houdende te 3001 Leuven, Celestijnenlaan 17/
  2. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Kathleen Pauwels op 22 september 2007 heeft ingediend waarin bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing wordt gevorderd van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 17 september 2007 van de delibererende klassenraad van het vijfde jaar wetenschappen-wiskunde van het Sint-Theresiacollege te Kapelle-op-den-Bos waarbij haar een oriënteringsattest C wordt toegekend; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekster het opleggen vordert bij uiterst dringende noodzakelijkheid van voorlopige maatregelen onder verbeurte van een dwangsom; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 25 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 september 2007, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-5213-1\22 Gehoord de opmerkingen van advocaat Ch. De Nyn, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat M. Gelders, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feitelijke gegevens van de zaak 1.
  3. Verzoekster is tijdens het schooljaar 2006-2007 ingeschreven als leerling in het eerste jaar van de derde graad wetenschappen-wiskunde van het Sint- Theresiacollege te Kapelle-op-den-Bos. Het jaar eindigt voor haar met een oriënteringsattest C. De delibererende klassenraad vermeldt in de notulen over verzoekster drie tekorten (Frans 43,2%; geschiedenis 48%, “geen inzicht”; wiskunde 45%, “gebuisd over ganse lijn, werkt zeer hard, maar kan niet”). Die jaartekorten worden ook als motief opgenomen op het C-attest, waarbij eveneens wordt verwezen “naar ons schriftelijk advies bij de resultaten van Kerstmis en het mondeling gesprek bij de resultaten van Pasen”. 1.
  4. Op 28 juni 2007 heeft een overleg plaats tussen de ouders en de school in verband met dit attest. Dit resulteert in een nieuwe samenroeping van de klassenraad op 29 juni 2007 waarbij het C-attest wordt bevestigd. Hierover schrijft de directeur op 2 juli 2007 de volgende brief aan verzoeksters ouders : “Op donderdag 28 juni bent u bij mij gekomen met de vraag om de delibererende klassenraad van 5 WWIA opnieuw samen te roepen en de genomen beslissing te herzien. U wilde weten of er bijkomende proeven konden afgelegd worden voor Frans, Geschiedenis en Wiskunde. Op mijn vraag of u nieuwe elementen kon aanbrengen, antwoordde u dat u de jaartekorten die Kathleen op deze vakken behaalde, resp. 43,2% 48,1% en 45,1%, ten laste legt van de vakleerkrachten die uw dochter -zoals u beweert- niet correct hebben behandeld. Op mijn voorstel om de proefwerken in te kijken, antwoordde u negatief, ook omdat een mondeling proefwerk sowieso niet kan ingekeken worden. U verdenkt de leerkrachten Frans en Geschiedenis ervan dat zij uw XII-5213-2\22 dochter voor het mondeling proefwerk niet de punten hebben gegeven die zij verdiende. Op vrijdag 29 juni is de voltallige klassenraad opnieuw samengekomen en heeft haar beslissing van maandag 25 juni bevestigd. Tijdens deze klassenraad is nogmaals gewezen op het feit dat Kathleen in het vierde jaar Wetenschappen weliswaar een A-attest behaalde maar met het advies om in het vijfde jaar toch geen studierichting te kiezen met 6u wiskunde. Dit advies werd niet opgevolgd. Met Kerstmis waarschuwde de klassenraad dat 5 WWI wellicht te zwaar was voor Kathleen en achtte het raadzaam om alsnog over te stappen naar een studierichting met 3 of 4 uur wiskunde (zie rapport Kerstmis 2006). Ook dit advies is niet opgevolgd. U was verder niet aanwezig op het oudercontact van Pasen. Kathleen behaalde 5 tekorten op haar proefwerken in juni en behoudt drie jaartekorten. U mag de proefwerken alsnog inkijken en ik vermeld meteen dat Kathleen helemaal niet zakte voor het mondeling gedeelte van het proefwerk Frans. De klassenraad is van oordeel dat een ASO-studierichting met 6u wiskunde niet haalbaar is en herhaalt nogmaals haar advies dat Kathleen beter kiest voor een studierichting met 3 of 4 uur wiskunde. De klassenraad beschikte op 25 juni over voldoende gegevens om het deliberatiedossier af te ronden”. Op 6 juli 2007 tekent verzoekster bezwaar aan bij de beroepscommissie. Zij doet onder meer gelden dat onvoldoende rekening is gehouden met de evolutie die zij heeft doorgemaakt, met de steeds verbeterende resultaten, met haar inzet en motivatie. Zij vraagt om vakantiewerk of bijkomende proeven. Tot slot stelt zij dat er reden is te twijfelen aan de objectiviteit van quotering van de mondelinge examens. Volgens verzoeksters raadsman is naderhand contact genomen met de school, ten einde gebruik te kunnen maken van de mogelijkheid de examens in te kijken maar zou daarop geantwoord zijn, eensdeels, dat de school gesloten was tot 22 augustus 2007 -tevens datum van de hoorzitting van de beroepscommissie- en, anderdeels, dat inzage “weinig zinvol” was omdat van de mondelinge examens geen documenten beschikbaar zijn. Nog steeds volgens verzoeksters raadsman legde hij tijdens de hoorzitting van de beroepscommissie een document neer met de “aandachtspunten bij de mondelinge proeven”, uitgaande van het Vlaams secretariaat van het katholiek onderwijs en het katholiek onderwijs Gent. Het document refereert onder meer aan de noodzaak de leerling een voldoende voorbereidingstijd te gunnen om een voorbereidingsblad op te stellen, stelt dat de leraar over een overzichtsblad en een vragenlijst moet beschikken evenals waar mogelijk een eenvoudig correctieschema, dat de leraar quoteert per vraag, dat het overzichtsblad (“namenlijst van de leerlingen - welke vragen - hoeveel punten per vraag + toelichting van de leraar - XII-5213-3\22 hoeveel punten in het totaal”) bij de proefwerken wordt gestopt “samen met de voorbereidingsbladen van de leerlingen”. Volgens verzoeksters raadsman heeft hij op de hoorzitting aan de hand van dit stuk gepleit over het onregelmatig verloop van de mondelinge examens. De beroepscommissie adviseert op 23 augustus 2007 “dat er geen elementen zijn die een derde bijeenroeping van de klassenraad rechtvaardigen”. Zij vindt, “rekening houdend met de resultaten van Kathleen”, “dat de klassenraad de juiste beslissing heeft genomen”. Op 28 augustus 2007 beslist de raad van bestuur van verwerende partij om de delibererende klassenraad niet opnieuw samen te roepen. Als motief verwijst het schoolbestuur naar de conclusies van de beroepscommissie. 1.
  5. Verzoekster vordert de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de voormelde beslissing van de raad van bestuur. Op 5 september 2007, daags voor de terechtzitting over die vordering, vergadert de raad van bestuur. Hij beslist om zijn weigering van 28 augustus 2007 in te trekken en roept de delibererende klassenraad andermaal samen. 1.
  6. Op 17 september 2007 beslist de delibererende klassenraad het C-attest te handhaven. De motivering luidt : “
  7. Algemeen De delibererende klassenraad heeft zich overeenkomstig art. 5 §5 van het Organisatiebesluit secundair onderwijs van 2002 bij zijn beslissing laten leiden door de concrete gegevens uit het dossier van de betrokken leerling. Dit dossier bevat de resultaten van proeven, toetsen en examens die door de leraars van Kathleen Pauwels werden afgenomen en de beslissingen, vaststellingen en adviezen van de begeleidende klassenraad.
  8. Vaststellingen van de klassenraad, overwegingen, afwegingen 2.
  9. De klassenraad geeft hierna een overzicht van de puntenscores die Kathleen Pauwels voor de verscheidene vakken (hoofdvakken en bijvakken) heeft behaald. Vervolgens beoordeelt de klassenraad de verscheidene puntenscores en weegt ze onderling af. In dat verband wordt onder meer geëvalueerd of Kathleen voor bepaalde vakken al dan niet vooruitgang heeft geboekt. FYSICA. Voor het vak fysica behaalde Kathleen met Kerstmis 63% en in juni 43%, een jaartotaal van 53%. In het vooruitzicht van 6 WWI stellen we vast dat het vak fysica nog zwaarder wordt. Kathleen kan grote leerstofgehelen (van januari tot juni) niet aan. De basisvaardigheden om oefeningen op te lossen zijn onvoldoende. Dit blijkt b.v. uit de resultaten van grote herhalingsoefeningen. De klassenraad vermoedt dat Kathleen haar inzet verplaatste naar andere XII-5213-4\22 vakken, wat het resultaat in juni voor o.a. fysica kan verklaren. Dit zou kunnen betekenen dat een constante inzet voor alle vakken niet echt haalbaar was. Op het proefwerk fysica van 08/06/2007 haalt Kathleen Pauwels een totaal van 65 punten op 150 punten, ofwel 43,3% (tekort). Volgende leerplandoelstellingen van het leerplan Fysica (VVKSO D/2006/0279/058) werden hierbij onvoldoende gerealiseerd:
  10. Met behulp van de elektrische structuur van halfgeleidermateriaal de geleiding bij een halfgeleider verklaren. (behaalde punten proefwerk 2 op 12)
  11. Magnetische verschijnselen bij permanente magneten beschrijven met behulp van magneetpolen, magnetische krachtwerking, magnetisch veld en veldlijnen.
  12. Het magnetisch veld opgewekt door een rechte stroom, een winding en een spoel beschrijven en met behulp van veldlijnen voorstellen. (behaalde punten proefwerk 1 op 9)
  13. Het begrip magnetische flux omschrijven.
  14. Met behulp van de wet van Lenz de zin van de inductiestroom bepalen
  15. De principiële werking van technische toestellen die verband houden met het opwekken van inductiespanning uitleggen (vb. inductieklos) (behaalde punten proefwerk 9,5 op 22) BIOLOGIE Voor het vak biologie behaalde Kathleen met Kerstmis 66,4% en in juni 46,1%. Vaststellingen: Kathleen kan moeilijk van macroscopisch naar microscopisch niveau gaan; op kennisvragen scoort ze onvoldoende, b.v. mutose, de DNA-replicatie kan ze niet voldoende uitleggen en de biologische terminologie is onvoldoende gekend. Het leggen van verbanden verloopt eveneens moeizaam en bovendien is de deling van cellen en de verdubbeling van genetisch materiaal onvoldoende gekend. Deze leerstofonderwerpen zijn van fundamenteel belang in het zesde jaar Wetenschappen-Wiskunde. Juni
  16. Het mondelinge proefwerk van leerlingen uit 5WWI zoals Kathleen Pauwels wordt geëvalueerd volgens het leerplan BIOLOGIE derde graad ASO, studierichting met component wetenschappen. Leerplan secundair onderwijs - LICAP- BRUSSEL D/2006/0279/035 Bij het beantwoorden van deze vragen zijn volgende leerplandoelstellingen door Kathleen Pauwels niet gerealiseerd. - Het energetisch en chemische gebeuren van de fotosynthese schematisch weergeven. (B5, B10-partim)/ (SET6) - Macroscopische, microscopische en submicroscopische structuren als aanpassingen aan de fotosynthese duiden. (W8)/(B4, B9, B10-partim) - Experimenteel vaststellen dat enzymen reacties katalyseren, dat hun werking beïnvloed wordt door o.a. temperatuur en pH en die invloeden grafisch voorstellen. (W2, W3, W4, W5, W6, W7, W8, W11, W12, W23, W25, W29, W30, W3 1 )/(B4)/(SET29, SET30, SET31) (Dit is geëvalueerd met de voorstelling van een experiment gedaan door andere leerlingen) - Experimenteel vaststellen dat enzymen uit eiwitten bestaan, dat hun specifieke werking hiermee verband houdt en de enzymwerking schematisch voorstellen. (W4, W7, W1l, W12, W23, W25, W28, W30, W31)/(B4, l0- partim)/(SET7, SET29, SET30, SET31) - Het proces van de celademhaling in de cel lokaliseren en dit biochemisch proces schematisch weergeven. (W11)/(SET6) - Aanpassingen van gasuitwisselingsstructuren aan hun functie vergelijken bij organismen uit verschillende milieus. (SET5) - Een inhoud formuleren voor het begrip homeostase. (W9)/(SET13) - De niet-specifieke en specifieke afweer van het lichaam tegen antigenen beschrijven. (B1)(B8) XII-5213-5\22 - In een celcyclus de DNA-replicatie situeren en het verloop ervan beschrijven. (BI0-partim, B12) (SET2, SET3, SET16, SET17) - Het verloop van een mitose en de betekenis ervan voor het organisme toelichten.(W29)(B5, B11)(SET5, SET7, SET17, SET29) CHEMIE Voor het vak chemie blijven de resultaten min of meer dezelfde: met Kerstmis 61,3% en in juni 64,3%. Er is evenwel een slechte herhalingstoets gemaakt, vermeld op het tussentijds rapport 4 en ook op het tussentijds rapport
  17. Bij deze laatste toets viel het resultaat relatief mee omwille van de practica. Er is wel een stijging van de resultaten merkbaar wat de proefwerken betreft. WISKUNDE Voor wiskunde behaalde Kathleen met Kerstmis 46% (een tekort voor algebra en geslaagd voor analyse) en in juni 45,1% (een tekort op de drie onderdelen: goniometrie, complexe getallen en analyse). Kathleen leert veel uit het hoofd omwille van haar beperkt inzicht. Eenvoudige bewijzen lukken minder goed ze kan geen gerichte vragen stellen en ze kan moeilijk uitleggen wat ze niet begrijpt. Een voorbeeld van een eenvoudig bewijs dat niet lukt: Leid de formule voor de worteltrekking van complexe getallen in goniometrische vorm. Desondanks haar inzet, de vele oefeningen die ze maakte en gevolgde bijlessen, lukt het niet. Kathleen kan niet toepassen of met andere parameters werken. Ze behaalde op alle proefwerken een onvoldoende en op de 28 toetsen dagelijks werk slaagde ze voor amper 10 toetsen. Wat het vooruitzicht naar het zesde jaar betreft, is er een duidelijk gebrek aan inzicht. Volgens leerplan SO D/2004/0279/019 zijn voor het vak wiskunde de volgende algemene leerplandoelstellingen niet behaald: * het inzicht in verbanden tussen wiskundige instrumenten en problemen die wiskundig vertolkt kunnen worden * de wiskundige denkmethoden om o.m. verbanden te leggen, systematisch te ordenen en te structureren * denk- en redeneervaardigheden i.h.b. vaardigheden in argumenteren en bewijzen * probleemoplossende vaardigheden zoals het analyseren van gesloten en open problemen Wat de inhoudelijke doelstellingen betreft m.b.t de leerstof die nodig is om het zesde jaar succesvol te starten ontbreken specifiek voor het vakonderdeel Analyse de vaardigheden: * m.b.v beschikbare analysekennis problemen wiskundig modelleren en oplossen * vergelijkingen en ongelijkheden vanuit exponentiële en logaritmische functies oplossen en eigenschappen van logaritmen gebruiken in berekeningen * gebruik van goniometrische formules om eenvoudige identiteiten te bewijzen en vergelijkingen op te lossen * verloop van een functie onderzoeken * limieten van functies bepalen * extremumproblemen oplossen Voor geschiedenis behaalde Kathleen met Kerstmis 60,3% en in juni 35,9% Haar inzicht is eerder beperkt. Kathleen heeft een probleem met het chronologisch situeren van gebeurtenissen en legt moeilijk verbanden. Bij het dagelijks werk merken we dat zij bij de evaluatiemomenten die verwijzen naar de vooropgestelde doelstellingen de volgende punten behaalde: 3/6 (romantiek/verlichting), 4,5/13 (inzichtvragen bij de eerste herhaling), 4/12 (Bismarck), 15, 5 /32 (laatste herhaling). Bij het proefwerk met Kerstmis behaalde Kathleen voor de inzichtvragen 12,5/
  18. Bij het commentaar werd dit ook opgemerkt. XII-5213-6\22 Gedurende het tweede trimester heeft de vakleerkracht Kathleen ook geholpen met het nemen van notities. Kathleen kreeg meermaals tips om efficiënter de leerstof te verwerken. Ook hier bleek dat zelfstandig noteren voor haar heel moeilijk was. De reden dat Kathleen bij het dagelijks werk toch ruimschoots een voldoende haalde, is te danken aan de vele groepswerken die bij deze toetsen worden opgeteld. Kathleen kreeg dan punten die aan de groep in zijn geheel werden toegekend. Op deze manier heeft zij bijvoorbeeld het tekort van het tussentijds rapport 3 kunnen wegwerken. Bij het mondeling proefwerk stond Kathleen er natuurlijk alleen voor en hier stelde de vakleerkracht vast dat het verwerken van een groter geheel voor haar heel moeilijk is. De antwoorden op de twee hoofdvragen resulteerden elk in een 2/10 , de bijvraag op 3/
  19. De vooropgestelde doelstellingen werden niet behaald. Nummer van het leerplan: Brussel/ D 2001/0279/006-september-
  20. Kathleen Pauwels heeft onder andere de onderstaande doestellingen voor geschiedenis onvoldoende behaald * Met betrekking tot 2.
  21. Algemene doelstellingen Inzicht in evolutie en complexiteit van het maatschappelijke gebeuren, namelijk continuïteit en discontinuïteit kunnen herkennen, samenhang en interactie tussen maatschappelijke domeinen onderkennen en de evenementen op de toepasselijke structurele langetermijnlijn kunnen plaatsen. Omgang vanuit de historische methode met het gevarieerd historisch informatiemateriaal. * Met betrekking tot 3.
  22. Historische kennis Sleutelbegrippen inzake de hedendaagse samenleving kennen EN deze beredeneerd toepassen in een bredere historische context. * Met betrekking tot punt 3.
  23. Historische vaardigheden Diverse soorten primaire en secundaire bronnen herkennen. Historische en algemene vaardigheden toepassen op uiteenlopende soorten bronnen. * Met betrekking tot punt 3.
  24. Historische attitude Beseffen dat de fundamentele problemen van mens en samenleving dezelfde blijven maar dat de oplossingen veranderljk zijn en met de historische context verbonden. FRANS Op de proefwerkonderdelen woordenschat en grammatica slaagde Kathleen nooit. Met Kerstmis behaalde Kathleen voor Frans 42,5% en in juni 43,9% (jaarresultaat 43,2%). Kathleen Pauwels behaalde voor het vak Frans de volgende doelstellingen, zoals ze geformuleerd staan in het leerplan ISBN 978-90-6858—602-2, niet. Het behalen van deze doelstellingen is niet alleen van belang bij het aanvatten van het 6de jaar maar eveneens voor het uiteindelijk behalen van de eindtermen op het einde van de derde graad. A. COMMUNICATIEVE VAARDIGHEDEN A.
  25. Luistervaardigheid - Een gesprekspartner voldoende begrijpen in een relatief complex gesprek. - Selectief luisteren (bijv. getallen, bedragen, tijdstippen e.d. begrijpen en opschrijven in een telefoongesprek). - De hoofdgedachte en gedachtegang achterhalen in allerlei soorten gesproken tekstvormen. - Leerstrategieën toepassen die het bereiken van een luisterdoel bevorderen. A.
  26. Leesvaardigheid - Domeinspecifieke teksten zoals zakelijke en wetenschappelijke teksten, structureren, verwerken en gepast presenteren in functie van de ontvanger. - Elementen uit de literatuurgeschiedenis, zöals stromingen, aanwenden om teksten in hun historische, politieke en sociale context te plaatsten. - Zelfstandige communicatiestrategieën aanwenden. XII-5213-7\22 - Een onderzoeksopdracht voorbereiden, uitvoeren en evalueren over een literair en/of linguïstisch vraagstuk. A.
  27. Gespreksvaardigheid - In een discussie gefundeerde standpunten naar voor brengen. - De nodige bereidheid en spreekdurf opbrengen om in relevante communicatieve situaties te functioneren. - Zelfstandig deelnemen aan relatief complexe rechtstreekse gesprekken. A.
  28. Spreekvaardigheid - Zelfstandig het woord voeren (bijv. verslag uitbrengen en commentaar geven) - Domeinspecifieke teksten zoals zakelijke en wetenschappelijke teksten, structureren, verwerken en gepast presenteren in functie van de ontvanger. - Na het uitvoeren van een onderzoeksopdracht, de onderzoeksresultaten en conclusies rapporteren en ze confronteren met andere standpunten. - Het woord nemen en daarbij een zo groot mogelijke lexicale en grammaticale correctheid en een gevarieerd taalgebruik nastreven. A.
  29. Schrijfvaardigheid - Zelfstandig een aantal specifieke schrijftaken uitvoeren (bijv. een verslag schrijven, een beredeneerd standpunt verwoorden, een synthese) - Gevoelens en leeservaringen op een creatieve manier vorm geven. - Na het uitvoeren van een onderzoeksopdracht, de onderzoeksresultaten en conclusies rapporteren en ze confronteren met andere standpunten. - Zelfstandige strategieën inzetten om het taalleerproces te evalueren, bij te sturen en verder te zetten. II. DE TAALKUNDIGE COMPONENT B.
  30. Woordenschat - Vertrouwd zijn met woorden en uitdrukkingen die vereist zijn om relevante luisteren leestaken uit te voeren. - Woorden en uitdrukkingen aanwenden die toelaten adequaat te spreken en te schrijven - Woordenschat zelf opbouwen en aldus leervaardigheid ontwikkelen (bijv. afgeleiden van gekende woorden, andere talen, ...) - Gelijkenissen en verschillen tussen talen herkennen. B.
  31. Grammatica - Grammaticale structuren gebruiken en de vereiste gebruiksregels toepassen die nodig zijn voor het zo correct mogelijk uitvoeren van luister- en leestaken en om zo adequaat en correct mogelijk te spreken en te schrijven. - Strategieën inzetten en passende hulpmiddelen hanteren om inzicht te verwerven in spellingsysteem, uitspraak, betekenis van woorden, zinsconstructies en de relatie klank-teken. ENGELS Voor Engels behaalde Kathleen met Kerstmis 47,2% en in juni 53,3%. Gebrek aan inzicht, onvoldoende kennis van de woordenschat en zwakke resultaten voor grammatica liggen aan de basis van het minder goede resultaat met Kerstmis. Op het mondelinge proefwerk van juni heeft ze beter gescoord omwille van de expliciete ondersteuning van de leerkracht. VOP (vakoverschrijdende projecten) Kathleen blijkt hier een zeer creatieve leerling te zijn die samen haar groepsleden een behoorlijk product afleverde. Ontegensprekeljk heeft de sterkte van haar groep haar eindscore mee beïnvloed. AARDRIJKSKUNDE Constante resultaten maar ong. 10% onder het klassengemiddelde. De klassenraad wijst eveneens op het bijzondere belang van de vakken waarvoor een tekort werd behaald. - Wiskunde (6u per week) en een tekort op de proefwerken met Kerstmis en in juni. XII-5213-8\22 - Biologie (2u per week) en een tekort op het proefwerk in juni. - Fysica (3u per week) en een tekort op het proefwerk in juni. - Frans (3u per week) en een tekort op de proefwerken met Kerstmis en in juni. - Engels (2u per week) en een tekort op het proefwerk met Kerstmis. Het gaat hier toch om 16u, zijnde de helft van de totale pakket lesuren per week. Bovendien zijn de drie eerstvermelde vakken precies erg belangrijk in de richting die Kathleen volgde, nl. Wetenschappen-Wiskunde. We stellen dus vast dat, wanneer we de tekorten relateren aan de leerplannen, Kathleen de doelstellingen van verschillende vakken niet heeft bereikt. Wanneer we de jaartekorten relateren aan het totaalresultaat dan bevestigen de resultaten dat Kathleen globaal gezien toch eerder een zwakke leerling is: het jaarresultaat bedraagt 56,7% en de jaartekorten 48,1% (geschiedenis), 43,2% (Frans) en 45,1% (wiskunde). 2.
  32. Mondelinge proefwerken Het voorhanden zijn van een schriftelijke voorbereiding door de leerling of van voorbereidende of andere notities door de leerkracht is geen wettelijk vereiste. Wij verwijzen naar de ministeriële omzendbrief S0/2003/02 over de bewaartermijn van leerlingengebonden documenten. Hierin staat o.a. te lezen : ‘
  33. De evaluatiedocumenten, die documenten die de basis vormen voor de studiebekrachtiging. Inzonderheid betreft het de kopijen van schriftelijke examens of proeven en de opgaven van mondelinge examens of proeven, die worden afgenomen in de loop of op het einde van het schooljaar, die betrekking hebben op grotere leerstofgehelen en die vooraf werden aangekondigd (...) De evaluatiedocumenten worden bewaard tot en met 31 augustus van het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarop ze betrekking hebben’. De klassenraad oordeelt dat Kathleen bij de mondelinge examens gelijk werd behandeld als alle andere leerlingen. Wij mogen toch uitgaan van de deskundigheid van de leerkrachten en stellen vast dat de leerkrachten de totale persoonlijkheid van Kathleen erg appreciëren. Er wordt door de ouders verwezen naar de website van het Katholiek Onderwijs in Gent om te doen aannemen dat een aantal aandachtspunten moeten nageleefd worden bij het afnemen van mondelinge proeven. Deze aanbevelingen beperken zich tot de regio Gent en ze gaan uit van de pedagogische begeleidingsdienst van deze regio. Het Sint-Theresiacollege behoort niet tot de regio Gent en het heeft zelf geen weet van deze aanbevelingen. Noch decretaal, noch reglementair bestaan er voorschriften of regels die door de klassenraad bij de beoordeling van Kathleen Pauwels niet zouden zijn toegepast of veronachtzaamd. In de richting die Kathleen Pauwels volgde, is wiskunde een hoofdvak. Het tekort voor wiskunde was belangrijk. Het resultaat voor wiskunde is gans het schooljaar lang ondermaats gebleven. Ook Frans is een hoofdvak. Het tekort voor Frans is nog aanzienlijker. 2.
  34. De motivering De tussentijdse rapporten bevatten de punten van taken en toetsen, die in de loop van het schooljaar door de leerling worden afgelegd. Deze taken en toetsen werden met Kathleen meegegeven, zodanig dat de ouders daadwerkelijk konden zien hoe hun dochter studeerde. De puntenscores tonen op zich reeds voldoende de tekorten van Kathleen aan op de respectieve vakken. Een en ander geldt eens te meer gelet op het advies dat de klassenraad van het vierde jaar Wetenschappen aan Kathleen gaf, om niet te kiezen voor een studierichting met zes uur wiskunde en gelet op de diverse mondelinge en schriftelijke XII-5213-9\22 commentaren en bijsturingen van de leerkrachten tijdens het afgelopen schooljaar. Gedurende het schooljaar werden door de ouders geen bedenkingen geuit over de wijze waarop hun dochter voor haar prestaties werd gequoteerd. Het is duidelijk dat deze quoteringen op zich reeds vanaf Kerstmis aangaven dat de kans op slagen in het vijfde jaar Wetenschappen-Wiskunde steeds kleiner zou worden. Deze lijn werd bevestigd door de proefwerken, zowel tijdens het eerste semester (gezakt voor vier examens) als tijdens het tweede semester (gezakt voor vijf examens). De commentaren op het rapport geven eveneens aan dat extra inspanningen noodzakelijk zijn om het schooljaar succesvol te laten verlopen. Deze signalen ondersteunen het principe dat een school op zoek moet gaan naar de positieve elementen en deze moet bovenhalen. Helaas is motivatie niet genoeg. Wij hebben steeds getracht vanuit pedagogische motieven Kathleen aan te moedigen om vol te houden. Dit blijkt uit enkele rapportcommentaren. ‘Vraag uitleg’ en ‘blijf extra oefeningen maken’ zijn signalen dat de resultaten onvoldoende waren. ‘Met jouw motivatie en nog wat extra inspanning moet het wel lukken’ is een signaal dat Kathleen gemotiveerd was. Je doet grotendeels je best’ is weer een bemoediging maar tegelijk ook een waarschuwing. Daar wijst het woord ‘grotendeels’ op. Dit woord laat uitschijnen dat de inzet niet voldoende is. Die indruk wordt bevestigd in het vervolg van het advies : ‘... voor de talen je kennis van woordenschat onvoldoende is en dit is te studeren.’ De verdere commentaren voor Engels, Frans en wiskunde liegen er niet om: de voorliggende resultaten zijn onvoldoende: bijlessen te nemen, beter studeren, je best doen. Ook voor geschiedenis behaalde Kathleen een tekort voor haar eindwerk, alsook een jaartekort. Het signaal is duidelijk: onvoldoende. De jaartekorten die Kathleen behaalde op drie vakken (waarvan twee hoofdvakken) is voor de klassenraad een voldoende reden om deze tekorten niet te delibereren en om geen bijkomende proeven op te leggen. Dit geldt eens te meer nu de evolutie in het merendeel van deze vakken negatief is naar de proefwerken toe (lagere puntenscores voor biologie, Frans, Engels en geschiedenis) of een quasi-gelijke lage score (wiskunde). Kathleen boekte in de tweede jaarhelft in het algemeen dus geen vooruitgang, wel integendeel. Een verdere succesvolle studiegang in het zesde jaar Wetenschappen-Wiskunde en zelfs in het ASO in het algemeen kunnen in die omstandigheden erg betwijfeld worden. Een verdere lectuur van de commentaren leert dat de basislijn van de resultaten die onvoldoende waren niet werd verlaten. Het ganse schooljaar lang voerde deze basislijn de boventoon. Bovenop werd er regelmatig teruggekomen op de bekommernis dat de gekozen studierichting te zwaar was, zodat er best naar andere mogelijkheden werd uitgekeken. Het feit dat binnen deze context de leerkrachten regelmatig een woord van bemoediging spraken, doet hieraan geen afbreuk. Zij zagen wel dat Kathleen haar best deed en best wel werkte. Dat wordt in elk geval positief beoordeeld Op dat vlak wilden zij haar overigens niet ontmoedigen maar inzet en motivatie alleen volstaan niet. Ook het advies om verder te studeren in een TSO-studierichting doet geen afbreuk aan de consequente en rechtlijnige opstelling van de klassenraad bij de beoordeling van Kathleen het ganse schooljaar lang. Met Kerstmis 2006 was er, op basis van de toen behaalde resultaten, het voorstel tot heroriëntering naar een ASO-studierichting met drie of vier uur wiskunde. Op basis van de behaalde (eind)resultaten in juni leek verder studeren in een TSO-studierichting voor Kathleen de beste garantie op succes. Op basis van alle resultaten die voorliggen kan de klassenraad geen ASO-studierichting adviseren en verwijst XII-5213-10\22 voor alle informatie over een gepaste TSO-studierichting naar onze medewerker van het CLB. Het probleem begon bij de instap in het vijfde jaar Wetenschappen- Wiskunde waardoor het advies op het einde van het vierde jaar Wetenschappen om niet te beginnen in een vijfde jaar met 6u wiskunde, werd genegeerd. Op de scharniermomenten van Kerstmis 2006 werd tijdens het oudercontact minstens mondeling geadviseerd om alsnog over te stappen naar een studierichting met 3 of 4 u wiskunde. Bovendien bevat het rapport enkele elementen die het advies van de klassenraad ondersteunen.
  35. Beslissing van de klassenraad Gelet op de jaartekorten voor Frans, geschiedenis en wiskunde; gelet op het relatief zwak jaarresultaat; gelet op de onvoldoendes voor de wetenschappelijke vakken en wiskunde en beoordelend in het vooruitzicht van vervolgonderwijs in het zesde jaar Wetenschappen-Wiskunde; gelet op voorliggende resultaten van taken, toetsen en examens en op de vaststellingen en adviezen van de begeleidende klassenraad; oordeelt de delibererende klassenraad dat Kathleen, ondanks haar inzet en goede wil, niet over de nodige capaciteiten beschikt om de studierichting Wetenschappen-Wiskunde verder te zetten en bevestigt unaniem haar eerdere beslissing van 25 juni 2007 en handhaaft dus het C-attest”. De schorsingsvoorwaarden
  36. Luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Beoordeling van de eerste en de derde schorsingsvoorwaarde
  37. Verwerende partij betwist terecht niet dat verzoekster, door te refereren aan het dreigend verlies van een schooljaar, aantoont dat de eerste en de derde schorsingsvoorwaarde te dezen vervuld zijn. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde 4.
  38. In een eerste middel voert verzoekster de ongeldigheid van de beslissing aan, omdat deze niet is genomen door de delibererende klassenraad. Bewijs hiervoor ziet verzoekster in het gegeven dat aan haar opeenvolgende XII-5213-11\22 “beslissingen” per fax werden bezorgd en weer ingetrokken op 18 september 2007 en 19 september
  39. Verwerende partij verontschuldigt zich voor de administratieve vergissing waarbij eerst een werkdocument werd bezorgd aan verzoekster. 4.
  40. In het administratief dossier wordt een afschrift van de beslissing van de klassenraad overgelegd zoals die finaal ook aan verzoekster ter kennis is gebracht. Bijgaand ligt een verklaring voor, ondertekend door alle leden van de klassenraad, waarin zij bevestigen dat dit stuk wel degelijk de beslissing is met de motivering zoals zij deze hebben aangenomen op 17 september
  41. Nog daargelaten dat verzoekster niet de geëigende valsheidsprocedure volgt, volstaat dit voor de Raad om het eerste middel in de huidige stand van de procedure van elke ernst ontbloot te achten. 5.
  42. Een tweede middel is geput uit de schending van de materiële motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat voor de mondelinge examens Frans en geschiedenis geen enkel document is te bespeuren waaruit de schriftelijke voorbereiding van verzoekster blijkt of de door de leerkracht genomen notities van de gegeven antwoorden. Dat de gegeven punten effectief die zijn waarop verzoekster recht had kan niet worden nagegaan, hoewel deze punten een doorslaggevende invloed hebben gehad op de bestreden beslissing. Verzoekster merkt nog op dat de motivering op geen enkele wijze aangeeft hoe zij de doelstellingen in het leerplan geschiedenis niet heeft gehaald en dat in de motieven sprake is van een tekort voor haar eindwerk, terwijl voor geschiedenis helemaal geen eindwerk gemaakt moest worden. Ook voor het vak Frans is een gedeelte van het examen mondeling verlopen en is daarvan geen schriftelijke neerslag te vinden. De voor de beide vakken toegekende cijfers zijn volgens verzoekster aanzienlijk laag in vergelijking met de eerder behaalde punten, ze kunnen op geen enkele wijze geobjectiveerd worden en zij kan niet nagaan of ze gerechtvaardigd en correct zijn. Hoewel in het schoolreglement daaromtrent geen regels staan, zijn er volgens verzoekster toch een aantal algemene principes die bij een mondeling examen moeten worden gerespecteerd. De van het katholiek XII-5213-12\22 onderwijs Gent uitgaande nota die zij daaromtrent heeft neergelegd voor de beroepscommissie -hoewel niet bindend voor verwerende partij- is een neerslag van de algemene zorgvuldigheidsplicht die verwerende partij ook moet naleven. 5.
  43. Verwerende partij herinnert in haar nota met opmerkingen aan de autonomie van de delibererende klassenraad en aan het vermoeden van deskundigheid van de examinatoren. De collectieve eindbeslissing van de klassenraad is volgens haar gebaseerd op een kern van deskundigheid die door elke andere beroepsinstantie moet worden gerespecteerd en waarbij ook de Raad van State zich niet in de plaats van de klassenraad kan stellen. Het is volgens verwerende partij niet onredelijk om een leerling niet te laten slagen wanneer hij of zij één of meer onvoldoendes heeft behaald bij een globaal percentage dat hoger dan 50% ligt. Het toegekende examencijfer moet voorts geacht worden correct te zijn, zonder enige nadere motivering. Zo ook voor de aan verzoekster gegeven punten, waarbij daar bovenop in de bestreden beslissing nog wordt aangestipt dat de onvoldoende scores te maken hadden met het feit dat verzoekster de geldende leerplandoelstellingen niet voldoende heeft bereikt voor de respectieve vakken. Blijkens de motivering heeft de klassenraad ook rekening gehouden met de stijgende of dalende trend, de tussenrapporten, de prestaties van verzoekster in het verleden, het belang van de vakken en nog meer. De klassenraad heeft al die elementen tegenover elkaar afgewogen. De beslissing kan bezwaarlijk worden beschouwd als een beslissing waarvan, volgens de rechtspraak van de Raad, gewoon niet te begrijpen valt hoe ze zelfs maar binnen de ruim geachte discretionaire bevoegdheid tot stand is kunnen komen. Met betrekking tot de mondelinge examens betoogt verwerende partij nog in de nota dat zij overeenkomstig een ministeriële omzendbrief SO/2003/02 met betrekking tot de bewaartermijn van leerlinggebonden documenten enkel de evaluatiedocumenten en de opgaven van mondelinge examens of proeven moet bewaren en dan nog enkel tot 31 augustus van het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarop ze betrekking hebben. De schriftelijke voorbereiding van de leerlingen dienden dus niet te worden bewaard, evenmin als de notities van de vakleerkracht aangaande de gegeven antwoorden. De opgaven voor de mondelinge examens geschiedenis en Frans worden daarentegen wel degelijk bewaard tot 31 augustus
  44. Verzoekster heeft, spijts daartoe te zijn uitgenodigd, ervan afgezien om deze in te kijken nu precies enkel de vragen ter beschikking waren. XII-5213-13\22 Verzoekster geeft overigens niet aan waarom de behaalde tekorten op zich niet gerechtvaardigd zouden zijn. Verwerende partij erkent dat de referentie aan een “eindwerk geschiedenis” in de beslissing van de klassenraad niet correct is, er moet volgens haar “proefwerk geschiedenis” worden gelezen. In haar mondeling betoog ter terechtzitting oppert verwerende partij nog dat verzoekster heeft nagelaten haar grieven met betrekking tot de mondelinge proeven aan te brengen in de loop van de interne beroepsprocedure en dat zij heeft geweigerd de proefwerken in te zien, zodat zij thans geen belang meer erbij heeft om daarop nog een onwettigheid te steunen. 5.
  45. Uit de brief van de directeur van 2 juli 2007 blijkt dat de ouders tijdens het overleg alleszins de correctheid van de proefwerken geschiedenis en Frans te berde hebben gebracht. Volgens die brief hebben zij inderdaad wel ook geweigerd de proefwerken in te zien “omdat een mondeling proefwerk sowieso niet kan ingekeken worden”. Ook in het bezwaarschrift aan de beroepscommissie komt de twijfel van verzoeksters ouders aan bod over de quotering van de mondelinge examens. Voorts heeft verzoeksters raadsman uiteengezet welke pogingen hij heeft ondernomen om voor de hoorzitting van de beroepscommissie wel degelijk nog de proefwerken te kunnen inzien. Daargelaten of hem is geantwoord dat dit zinledig was, neemt de Raad van State in de huidige stand van de procedure alleszins aan dat de raadsman op de hoorzitting van de beroepscommissie zijn bezwaren over de mondelinge examens heeft naar voor gebracht, gesteund op de richtlijnen van het katholiek onderwijs Gent waarvan hij kopie neerlegt als stuk 6 bij zijn dossier. Dat de beroepscommissie op die grief niet antwoordt doet niets af aan de geloofwaardigheid van verzoekster, nu immers het advies van de beroepscommissie ook op de andere in het bezwaarschrift uitgeschreven grieven niet antwoordt en slechts met een stijlformule geadviseerd wordt om de klassenraad niet opnieuw samen te roepen. Als ten slotte verwerende partij erkent dat geen schriftelijke neerslag bestaat van de voorbereiding van verzoekster of van de gegeven antwoorden, dan kan verzoekster moeilijk worden kwalijk genomen dat ze er geen behoefte aan heeft om “de proefwerken” nog in te zien. In de huidige stand van de procedure ziet de Raad geen reden om verzoekster belang bij het middel te ontzeggen. XII-5213-14\22 5.4.
  46. In de mate waarin verwerende partij argumenteert dat de bestreden beslissing niet de ruime discretionaire bevoegdheid van de delibererende klassenraad te buiten gaat, lijkt het verweer aan het aangevoerde middel voorbij te gaan. Niet een schending van de redelijkheid of de evenredigheid is daarin immers aan de orde, maar wel de motiveringsplicht en de zorgvuldigheidsplicht. In de rechtspraak die verwerende partij gedeeltelijk citeert, kan zij ook lezen dat discretionair oordelen niet gelijk staat met willekeur en dat de Raad van State een beoordeling door de delibererende klassenraad ook voor onwettig kan houden indien blijkt dat die beslissing niet gedragen kan worden, in rechte of in feite, door de er voor ingeroepen motieven. 5.4.
  47. Te dezen zijn de onvoldoendes behaald voor de vakken Frans en geschiedenis dragende motieven geweest, zo lijkt, om verzoekster het bestreden attest toe te kennen en dragen de resultaten die verzoekster behaalde op de mondelinge examengedeelten bij tot het behaalde eindcijfer voor die vakken. Er wordt niet betwist dat de vakken Frans en geschiedenis werden beoordeeld aan de hand van kennisvragen. In beginsel wordt aangenomen dat voor kennisvragen, ook in geval van een mondeling examen, de motivering van examenquoteringen besloten ligt in de punten zelf en dat die punten alleen dan niet als motivering volstaan wanneer er gegevens zijn die kunnen doen twijfelen aan de ernst van de toegekende punten. Om die reden wordt in principe van een verzoekende partij verwacht dat zij gegevens en argumenten aanbrengt die van die aard zijn dat zij aan de ernst van de meer bepaald voor het mondeling gedeelte van de examens toegekende punten doen twijfelen. 5.4.
  48. Voor het vak Frans behaalde verzoekster tijdens het eerste semester 42,5%, op het dagelijks werk in het tweede semester 18,1/30 en op het schriftelijk gedeelte van het examen in het tweede semester 9/40 voor grammatica en 8/40 voor woordenschat. In tegenstelling tot het mondelinge gedeelte van het juni-examen worden geen van die resultaten door verzoekster aangevochten. De Raad meent voorlopig dat er geen zodanig groot onevenwicht bestaat tussen de bekritiseerde puntentoekenning voor het mondeling examengedeelte, waarvoor verzoekster alleszins de helft van de punten behaalde, en de andere behaalde examencijfers voor het vak Frans dat er in redelijkheid zou kunnen worden getwijfeld aan de ernst ervan. XII-5213-15\22 5.4.
  49. Wat het vak geschiedenis betreft, behaalde verzoekster in het eerste semester 38,8/70 op het examen en voor dagelijks werk 21,5/30, samen geeft dit 60,3%; in het tweede semester krijgt zij voor dagelijks werk 16,3/30 terwijl het cijfer voor het proefwerk 19,6/70 bedraagt wat samen 35,9% geeft. Het jaarresultaat is dan net onder de 50%, zijnde 48,1%. Voor het vak geschiedenis is het in aanmerking genomen jaartekort dat verzoekster heeft niet aanzienlijk en het is ook het kleinste van de drie behaalde tekorten. Anders dan het geval is voor het vak Frans, lijkt verzoekster hier daarenboven wel met reden te mogen stellen dat het resultaat van het examen in juni opvallend lager is dan de eerder behaalde punten. De Raad stelt vast dat verzoekster weliswaar twijfel zaait over de gegeven quotering door die met haar andere resultaten te vergelijken maar dat zij meer bepaald geen nadere poging onderneemt om, al is het maar a posteriori, een reconstructie te doen van het examenverloop en in het bijzonder van de door haar gegeven antwoorden om ook van daaruit de gerezen twijfel over de gegeven quotering mee te onderbouwen. Ook de persoonlijke deskundigheid en de objectiviteit van de leerkracht geschiedenis wordt door verzoekster niet als zodanig in twijfel getrokken, minstens overtuigt zij de Raad vooralsnog niet om aan die deskundigheid en objectiviteit te twijfelen. Daar staat evenwel tegenover dat ook de verwerende partij noch in de administratieve beroepsprocedure, noch thans voor de Raad van State enige poging doet om dit examen te reconstrueren. Er wordt enkel vermeld welke de punten zijn die verzoekster heeft behaald op elk van de twee hoofdvragen en op de bijkomende vraag. De reden waarom in beginsel de punten volstaan voor de motivering van de quotering is dat bij kennisvragen de door de examinandus gegeven antwoorden kunnen vergeleken worden met de door de examinator gestelde vragen, met de opgelegde leerstof, met de verbetering en eventueel met een modelantwoord. De examinandus kan de gestelde vragen en het gegeven examencijfer aan kritiek onderwerpen en de rechter kan die kritiek beoordelen. Nu te dezen geen enkel spoor van het examen overblijft behalve de gestelde vragen, is het verzoekster en vervolgens de Raad hoe dan ook onmogelijk gemaakt om die controle uit te oefenen. Aldus ontbreekt, zo lijkt, voor de beslissing om verzoekster 19,6/70 te geven voor het mondelinge examen geschiedenis elke mogelijkheid voor XII-5213-16\22 de rechter om te beoordelen of die quotering berust op de rechtens vereiste feitelijke grondslag. 5.4.
  50. De omzendbrief SO/2003/02 betreffende de bewaartermijn van leerlinggebonden documenten kan verwerende partij niet van haar verplichtingen in het kader van de motiveringsplicht onttrekken. Nog daargelaten de reglementaire waarde van deze omzendbrief die enkel verklaart “richtlijnen” te geven, lijkt dit er een te zijn die enkel de verhouding tussen de school en de Vlaamse overheid aangaat, nu zij er toe strekt “de gebruikelijke inspectie- en verificatiewerkzaamheden door de onderwijsoverheid mogelijk te maken”. Die omzendbrief ontslaat verwerende partij er alleszins niet van er vooreerst voor te zorgen dat bewijskrachtige documenten worden opgesteld -wat te dezen zelfs niet het geval lijkt- en evenmin om deze te bewaren zo lang als nodig, wat in geval van mogelijke betwistingen toch minstens de beroepstermijn lijkt te zijn en, in geval van beroep, tot de afwikkeling hiervan. 5.4.
  51. Waar in de concrete omstandigheden van deze zaak er bij komt dat de beroepscommissie aan deze grief van verzoekster volledig voorbij gaat en dat de klassenraad zich er toe beperkt -als gezien, onterecht- te verklaren aan geen wettelijke plicht terzake onderworpen te zijn, meent de Raad van State dat de onmogelijkheid voor verwerende partij om, behalve de vermoede deskundigheid van de leerkracht, ook maar één concreet element aan te brengen dat de rechter zou toestaan om het gegeven cijfer te beoordelen, opweegt tegen de beknoptheid waarmee verzoekster dit cijfer in vraag stelt. Toelaten dat ook in zulke gevallen - geen schriftelijk spoor, niet de minste poging tot reconstructie of tot inhoudelijke repliek tijdens de beroepsprocedure- het enkele vermoeden van deskundigheid volstaat, zou immers de rechtsbescherming tegen werkelijke situaties van willekeur bij mondelinge examens tot een illusie maken. 5.4.
  52. Verzoekster beweert dat zij met slechts twee tekorten meer kans maakt op een gunstige deliberatie of zelfs, volgens de geplogenheden van de school, een C-attest kan vermijden. Verwerende partij verwijst daar tegenover naar de andere onvoldoendes en naar de overige motieven, die elk afzonderlijk of minstens alle tezamen het C-attest kunnen dragen. Het zal de delibererende klassenraad toevallen om te oordelen of hij voldoende voorgelicht is over de kennis en de kunde van verzoekster aan de XII-5213-17\22 hand van de niet-betwiste concrete gegevens van het dossier, om over haar slagen te oordelen. Zo is het denkbaar dat een klassenraad die niet over de punten beschikt van alle examens -wat bij voorbeeld ook kan gebeuren als een leerling wegens ziekte er niet aan heeft deelgenomen- toch van oordeel is zich over die leerling een voldoende beeld te hebben gevormd om zich te kunnen uitspreken met kennis van zaken. Dat zal die klassenraad dan wel afdoende moeten motiveren. Zeker indien de beslissing uitvalt in het nadeel van de leerling zal de klassenraad overtuigend moeten uiteenzetten waarom de ontbrekende punten de betrokken leerling hoe dan ook niet kunnen helpen aan een gunstiger resultaat. Anderzijds is het ook denkbaar dat een klassenraad meent dat het ontbreken van de punten voor een welbepaald examen of examenonderdeel tot gevolg heeft dat hij onvoldoende voorgelicht is, wat er dan op neerkomt, zo lijkt, dat hij zijn beslissing moet uitstellen om de leerling uitgestelde proeven te laten afleggen. Die afweging mag de Raad van State evenwel niet in de plaats van de delibererende klassenraad maken. 5.4.
  53. Het middel is in de besproken mate ernstig. 6.
  54. Verzoekster voert als derde middel een schending aan van de formele motiveringsplicht, omdat de delibererende klassenraad niet aangeeft op welke wijze zij de doelstellingen van de leerplannen niet gehaald zou hebben. Dat haar goede cijfers voor de groepswerken te danken zijn aan de sterke groepen of aan de ondersteuning van de vakleerkracht, noemt verzoekster een bewering die door niets ondersteund wordt. 6.
  55. Hiervoor is reeds opgemerkt dat de motivering in beginsel in de gegeven punten zelf besloten ligt en dat dit -enkel- voor het mondeling examen geschiedenis problematisch lijkt. De klassenraad heeft de punten nog nader onderbouwd en de tekorten geduid aan de hand van de leerdoelstellingen waarin verzoekster volgens hem tekort is geschoten. Daargelaten de reeds in het tweede middel onderzochte problematiek van het mondeling examen geschiedenis lijkt de bestreden beslissing overigens ruimschoots te voldoen aan de vereisten gesteld door de formele motiveringsplicht. Voor zover verzoekster meent, in het licht van de door haar gevoerde beroepsprocedure, van de klassenraad onvoldoende antwoord te hebben gekregen op een van haar andere grieven, dan werkt zij dit in het thans besproken middel niet nader uit. Het middel mist de voor schorsing vereiste ernst. XII-5213-18\22 7.
  56. Verzoekster voert in een vierde middel de schending aan van het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel, het onpartijdigheidbeginsel en machtsafwending. Zij zou het gehele jaar niets dan tegenstrijdige signalen hebben gekregen. Zij had belang bij duidelijke, eenduidige en positieve signalen. De bewering dat zij profiteert van groepswerken strookt niet met de toegekende punten. Dat zij voordeel haalt uit de hulp van de vakleerkracht staat in contrast met de bewering dat zij bij de mondelinge examens gelijk werd behandeld als alle andere leerlingen. De ontijdige beslissing van 6 september 2007 getuigt van weinig zorgvuldigheid. 7.
  57. Verzoekster citeert een reeks opmerkingen op haar rapporten. Het lijkt voor de Raad niet onaannemelijk dat vakleerkrachten elk voor hun vak een eigen invalshoek hebben en dat de ene kan aanmoedigen en de andere wil waarschuwen. Over het algemeen komen de opmerkingen in wezen er steeds op neer, zo lijkt, dat verzoekster zwakke resultaten heeft waaraan gewerkt moet worden. Bovendien kan de grief van verzoekster op dit punt hoogstens betekenen dat verwerende partij, door desgevallend niet immer eenduidig te zijn, schuld of mede schuld zou dragen aan het minder gunstige eindresultaat, maar niet dat dit resultaat gunstiger wordt. De overige beweringen van verzoekster lijken tot geen bewijs te leiden en overtuigen de Raad geenszins van de ernst van het aangevoerde middel.
  58. Ook aan de tweede schorsingsvoorwaarde is in de besproken mate voldaan. Er is bijgevolg voldaan aan de drie voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. De vraag om voorlopige maatregelen
  59. Verzoekster vraagt als voorlopige maatregelen “de beslissing tot het afleveren van een C-attest door verwerende partij en haar organen te schorsen” en haar “toe te laten tot het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs, richting Wetenschappen-Wiskunde, met zes uur wiskunde aan het Sint-Theresiacollege te Kapelle-op-den-Bos, onder verbeurte van een dwangsom van 2.500 euro per dag vertraging, te rekenen vanaf de datum van het tussen te komen arrest”. XII-5213-19\22
  60. De Raad van State kan overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State onder de in artikel 17, § 2, eerste lid, bepaalde voorwaarden, alle nodige maatregelen bevelen om de belangen van de partijen of van de personen die belang hebben bij de oplossing van de zaak veilig te stellen, met uitzondering van de maatregelen die betrekking hebben op de burgerlijke rechten. Die maatregelen kunnen ook, overeenkomstig artikel 18, derde lid, van dezelfde wetten, worden bevolen in geval van uiterst dringende noodzakelijkheid.
  61. Om de hiervoor uiteengezette redenen is de Raad van oordeel dat de grondvoorwaarden van, kort gezegd, uiterst dringende noodzakelijkheid, ernstige middelen en moeilijk te herstellen ernstig nadeel vervuld zijn.
  62. De voorlopige maatregelen die de Raad dan mag bevelen, moeten “nodig” zijn om “de belangen van de partijen” veilig te stellen. Dit houdt in dat de voorlopige maatregelen die verzoekster vraagt aan de verwerende partij op te leggen niet verder moeten strekken dan nodig om haar belangen veilig te stellen. Met haar vordering tot schorsing verkrijgt verzoekster reeds de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing waarbij de klassenraad haar een C-attest toekent. De Raad ziet niet, en verzoekster verduidelijkt ook niet, wat een voorlopige maatregel die er toe strekt diezelfde beslissing nógmaals te schorsen er toe kan bijdragen haar belangen veilig te stellen. Verzoekster beweert niet aanspraak te maken, zonder meer, op een A-attest. Een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing betekent ook enkel dat de delibererende klassenraad zich opnieuw zal moeten uitspreken over het al dan niet geslaagd zijn van verzoekster, waarbij hij rekening zal moeten houden met het tussengekomen annulatiearrest. Een schorsingsarrest zet het betrokken bestuur er bovendien toe aan de zaak niet op haar beloop te laten in afwachting van de uitkomst van het annulatieberoep, maar over te gaan tot een heroverweging van het geschorste in het licht van het ernstig bevonden middel en tot de eventuele intrekking ervan, in welk geval de klassenraad een nieuwe beslissing zal nemen over het al dan niet slagen van verzoekster. Hij zal dan moeten nagaan of hij vermag een beslissing te nemen op basis van de door verzoekster behaalde resultaten en, indien hij meent dat hetgeen de Raad voorlopig heeft geoordeeld over de gegeven cijfers hem niet in staat stelt nog met volle kennis van zaken te beslissen, zal hij XII-5213-20\22 moeten overwegen of aan verzoekster een uitgestelde proef moet worden toegestaan. De verwerende partij heeft de eerst bestreden beslissing van 28 augustus 2007 ingetrokken om te “vermijden dat door de geleverde procedureslag deze leerling al te lang in een onzekere toestand zou blijven”. Zij heeft aldus reeds aangetoond te willen handelen met de wens zo snel mogelijk zekerheid te hebben over de studieresultaten van verzoekster. Niets laat aanzien dat het thans anders zou zijn. Daartegenover zal het nadeel waarop verzoekster zich beroept om reeds de lessen te mogen volgen in het zesde jaar zich tegen haar keren indien de delibererende klassenraad alsnog een C-attest zou uitreiken, want dan zal zij evenzeer in het vijfde jaar al heel wat lessen gemist hebben. Gelet op wat voorafgaat meent de Raad in de huidige stand van de procedure niet te mogen vooruitlopen op het resultaat van de procedure en te bevelen dat verzoekster reeds ingeschreven moet worden in het tweede jaar van de derde graad.
  63. Op de vraag tot het bevelen van voorlopige maatregelen onder verbeurte van een dwangsom wordt niet ingegaan. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  64. Bevolen wordt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 17 september 2007 van de delibererende klassenraad van het vijfde jaar wetenschappen-wiskunde van het Sint- Theresiacollege te Kapelle-op-den-Bos waarbij aan Kathleen Pauwels een oriënteringsattest C wordt toegekend. Artikel
  65. De vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen onder verbeurte van een dwangsom wordt verworpen. XII-5213-21\22 Artikel
  66. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee oktober 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5213-22\22 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.279 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.826 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.