id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.372 Rolnummer: A. 109734/IX-3014 Zaak: Arrest 175372 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 04/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-22 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:06 Fiche Arrest nr 175.372 van 4 oktober 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 175.372 van 4 oktober 2007 in de zaak A. 109.734/IX-
- In zake : José BEERLANDT, die woonplaats kiest bij advocaten D. VAN HEUVEN en S. RONSE, kantoor houdende te KORTRIJK, President Kennedypark 8b tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat R. DEPLA, kantoor houdende te SINT-KRUIS-BRUGGE, Karel van Manderstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat José BEERLANDT op 31 augustus 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 3 juli 2001 van de adviseur-generaal van de juridische dienst van het ministerie van Middenstand en Landbouw waarbij hem een administratieve geldboete opgelegd wordt van 10 000 BEF; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de beschikking van 23 januari 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 6 juli 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 september 2007; IX-3014-1/7 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. VAN HEUVEN, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J. HOSTE die, loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Overwegende dat de gegevens van de zaak samengevat kunnen worden als volgt : 1.
- Op 4 november 1999 neemt verzoeker in zijn hoedanigheid van erkende dierenarts bloedstalen bij runderen voor onderzoek op runderbrucellose. Tegelijk worden de runderen onderworpen aan een tuberculinatietest. 1.
- Op 22 november 1999 deelt het Provinciaal Verbond voor Dierenziektenbestrijding van West-Vlaanderen aan de diergeneeskundige inspectie te Kortrijk mede dat de door verzoeker genomen bloedstalen allemaal hemolytisch zijn, zodat er geen onderzoek op runderbrucellose mogelijk was. 1.
- Er worden nieuwe bloedstalen genomen. Een DNA-vergelijkings- test wijst uit dat zes van de zeven stalen niet overeenstemmen met de door verzoeker genomen stalen. 1.
- Op 7 januari 2000 wordt verzoeker door de inspecteur-dierenarts gehoord. Hij verklaart dat hij de stalen voor onderzoek op runderbrucellose correct heeft genomen en de runderen heeft getuberculineerd, zonder evenwel na 72 uur de reactie bij zes op de weide lopende runderen af te lezen. Voorts stelt hij een veertiental dagen later bij het onthoornen van die zes runderen alsnog de tuberculinatiereactie gecontroleerd te hebben, nadat hij vernomen had dat een andere dierenarts nieuwe bloedstalen was komen nemen. IX-3014-2/7 1.
- Op 10 januari 2000 maakt de inspecteur-dierenarts een proces- verbaal op waarin volgende vaststellingen genoteerd worden : “1) Uit de beproevingsverslagen van het PolyGenLab (...) blijkt dat de bloedmonstername frauduleus is gebeurd en dat dr. Beerlandt José (...) bloedstalen heeft doorgestuurd naar het Provinciaal Verbond die niet afkomstig waren van de runderen die hij vermeldde op het formulier dat de bloedstalen vergezelde. Dit betekent een overtreding van art. 43 bis van het KB van 06/12/1978 en wijzigingen betreffende de bestrijding van de runderbrucellose. 2) Uit de verklaring van dr. Beerlandt José (...) blijkt dat hij de uitslag van de tuberculinatie niet bij alle runderen kontroleert na de voorziene 72 uur. Dit betekent een overtreding van art. 38 en van bijlage B, punt 31 b van het KB van 10/05/1963 en wijzigingen houdende de maatregelen tot bestrijding van rundertuberculose.” 1.
- Nadat de procureur des Konings op 12 juli 2000 aan de verwerende partij medegedeeld heeft dat het strafdossier zonder gevolg wordt geklasseerd, wordt de procedure opgestart om aan verzoeker een administratieve geldboete op te leggen overeenkomstig de bepalingen van de dierengezondheidswet van 24 maart
- 1.
- Op 3 juli 2001 neemt de adviseur-generaal van de juridische dienst van het ministerie van landbouw de thans bestreden beslissing, die als volgt gemotiveerd is: “Gelet op het proces-verbaal van 10 januari 2000 waarin de volgende feiten ten laste van de heer José BEERLANDT werden gelegd :
- Overtreding van artikel 43 bis van het K.B. van 6 december 1978 betreffen- de de bestrijding van de runderbrucellose;
- Overtreding van artikel 38 en bijlage B, punt 31 b van het K.B. van 10 mei 1963 houdende de maatregelen tot bestrijding van runderbrucellose. Overwegende dat de overtreding hiervóór vermeld sub 1 onder toepassing valt van artikel 23, § 1, 3/ b van de Dierengezondheidswet van 24 maart 1987, gewijzigd bij wet van 29 december 1990, 20 juli 1991, 6 augustus 1993, 21 december 1994, 20 december 1995 en 23 maart
- Overwegende dat de overtreding vermeld sub 2 onder toepassing valt van artikel 24 van genoemde wet. (...) Overwegende dat U enkel de overtreding vermeld sub 1 betwist. Overwegende dat U de tweede tenlastelegging reeds toegaf (...) Overwegende dat U, wat de eerste tenlastelegging betreft, (...) (...) Overwegende dat wij uit wat voorafgaat niet anders kunnen besluiten dan dat er op die 4 november 1999 op het bedrijf van de heer J.D. op een frauduleu- ze wijze bloedstalen zijn genomen. (...) IX-3014-3/7 Overwegende dat de overtredingen vermeld sub 1 en 2 het voorwerp uitmaken van eenzelfde misdadig opzet. Derhalve kan maar één boete worden opgelegd, nl. de zwaarste. Overwegende dat de genoemde overtredingen een goede epidemiologische bewaking van de runderen in belangrijke mate hinderen. Onder toepassing van hoofdstuk VI van de Dierengezondheidswet van 24 maart 1987 en het K.B. van 20 april 1990 betreffende de administratieve geldboeten bedoeld in artikel 27 van voornoemde wet, besluiten Wij, de Adviseur-generaal van de Juridische dienst van het Secretariaat-generaal van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, de heer José BEERLANDT een administratieve geldboete op te leggen ten belope van 50 BEF, vermeerderd met de opcentimen
(1990). De te betalen som bedraagt bijgevolg 10.000 BEF (247.89 EURO). Wij verzoeken de heer José BEERLANDT genoemd bedrag binnen de 30 dagen na de verzendingsdatum van deze brief, te storten op (...) Bovendien verzoeken wij de heer José BEERLANDT binnen de 15 dagen na betaling, een bewijs van betaling aangetekend op te sturen naar onderstaand adres : (...) Indien de betaling van genoemde som niet geschiedt binnen de gestelde termijn, komt de veroordeling toe aan de bevoegde rechtsinstantie.” 1.
- Op 25 juli 2001 betaalt verzoeker de administratieve geldboete.
- De verwerende partij voert aan dat het beroep niet ontvankelijk is, aangezien de Raad van State niet bevoegd is om uitspraak te doen over de beslissing waarbij de door de Koning aangewezen ambtenaar overeenkomstig artikel 27, § 4, van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987 een administratieve geldboete oplegt. Enkel de administratie heeft de mogelijkheid om, in geval van wanbetaling, bij de burgerlijke rechter de invordering van de geldboete na te streven. Verzoeker had, door de geldboete niet te betalen, tot uiting kunnen brengen dat hij niet akkoord ging met de beslissing van de bevoegde ambtenaar. Hij heeft integendeel de boete betaald en dus is het annulatieberoep onontvankelijk. In ieder geval heeft de betaling van de boete tot gevolg dat verzoeker geen actueel of rechtstreeks belang meer heeft.
- Volgens verzoeker is het bestreden besluit een beslissing van een administratieve overheid en heeft zij rechtsgevolgen die voor hem nadelig zijn. De betaling van de geldboete kan geen reden zijn om het beroep onontvankelijk te verklaren, aangezien een annulatieberoep geen schorsende werking heeft en hij derhalve tot betaling moest overgaan. De betaling van de boete kan overigens niet gezien worden als een berusting, aangezien zijn verzoekschrift pas na de betaling ingediend is. IX-3014-4/7
- Artikel 27 van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, dat deel uitmaakt van hoofdstuk VI - Sancties, bepaalt de op het ogenblik dat het bestreden besluit is genomen : “§
- Overtreding van deze wet en van de besluiten tot uitvoering ervan, maken het voorwerp uit van strafrechtelijke vervolgingen of van administratie- ve geldboeten. De verbaliserende ambtenaar stuurt het proces-verbaal dat het misdrijf vaststelt, aan de procureur des Konings alsook een afschrift ervan aan de door de Koning aangewezen ambtenaar. §
- De procureur des Konings beslist of hij al dan niet strafrechtelijk vervolgt. Strafvervolging sluit administratieve geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot vrijspraak heeft geleid. §
- De procureur des Konings beschikt over een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om van zijn beslissing kennis te geven aan de door de Koning aangewezen ambtenaar. Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, beslist de door de Koning aangewezen ambtenaar, overeenkomstig de modaliteiten en voorwaarden die Hij bepaalt, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voor te brengen, of wegens het misdrijf een administratieve geldboete moet worden voorgesteld. §
- De beslissing van de ambtenaar is met redenen omkleed en bepaalt het bedrag van de administratieve geldboete die niet lager mag zijn dan de helft van het minimum van de geldboete bepaald door de overtreden wettelijke bepaling, noch hoger dan het vijfvoudige van dit minimum. Nochtans worden deze bedragen altijd vermeerderd met de opdeciemen vastgesteld voor de strafrechtelijke geldboeten. Bovendien worden de expertisekosten ten laste gelegd van de overtreder. §
- Bij samenloop van verschillende misdrijven worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd, zonder dat deze samen hoger mogen zijn dan het dubbel van het maximumbedrag bedoeld in §
- §
- De beslissing bedoeld in § 4 van dit artikel wordt aan de betrokkene bekendgemaakt bij een ter post aangetekende brief, samen met een verzoek tot betaling van de boete binnen de door de Koning gestelde termijn. Deze kennisgeving doet de strafvordering vervallen; de betaling van de administratie- ve geldboete maakt een einde aan de vordering van de administratie. §
- Blijft de betrokkene in gebreke de geldboete en de expertisekosten binnen de gestelde termijn te betalen, dan vordert de ambtenaar de veroordeling tot de geldboete en de expertisekosten voor de bevoegde rechtbank. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en III, zijn van toepassing. §
- Geen administratieve geldboete kan worden opgelegd vijf jaar na het feit dat een bij deze wet bedoeld misdrijf oplevert. De daden van onderzoek of van vervolging verricht binnen de in het eerste lid van deze paragraaf gestelde termijn stuiten de loop ervan. Met die daden begint een nieuwe termijn van gelijke duur te lopen, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren. §
- De Koning bepaalt de procedureregelen die toepasselijk zijn op de administratieve geldboeten. De administratieve geldboeten worden gestort op de bijzondere rekening van de afzonderlijke sectie van de begroting van het Ministerie van Landbouw. IX-3014-5/7 §
- De rechtspersoon, waarvan de overtreder orgaan of aangestelde is, is eveneens aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete. (...)”
- Het systeem van de administratieve geldboete is, in het verlengde van de strafrechtelijke vervolging, in de dierengezondheidswet ingevoerd teneinde “een instrument tot stand te brengen dat tegemoetkomt aan de situatie waarin, mede door het zeer technisch karakter van de reglementering, de misdrijven soms niet of niet op gelijke wijze strafrechtelijk worden vervolgd of bestraft worden (...)” (Parl. St. Senaat, 1985-1986, nr. 194/2, p. 40). De formele depenalisatie van een aangelegenheid heeft tot gevolg dat de Raad van State in beginsel bevoegd is om het voorstel van de bevoegde ambtenaar tot het opleggen van een geldboete, begrepen als een definitief besluit in het kader van de uitoefening van een discretionaire bevoegdheid, te vernietigen.
- Artikel 27, § 7, van de dierengezondheidswet stelt evenwel een bijzondere rechtsgang in tegen de beslissing waarbij een administratieve geldboete voorgesteld wordt. Wanneer de betrokkene de voorgestelde geldboete niet betaalt, moet de bevoegde rechtbank zich uitspreken over de vordering van de bevoegde ambtenaar tot het verkrijgen van een veroordeling tot betaling van de geldboete. De betrokkene heeft daarbij de mogelijkheid de wettigheid van de desbetreffende beslissing aan de orde te stellen. Die wettelijk ingestelde rechtsgang sluit uit dat de Raad van State in het objectief contentieux de zaak onderzoekt. De bevoegdheids- toewijzing aan de gewone rechter sluit derhalve de annulatiebevoegdheid van de Raad van State uit. In zoverre is de exceptie gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. IX-3014-6/7 Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 4 oktober 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. Ch. BAMPS, staatsraad, de H. W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-3014-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.372 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div