← België

Arrest 175410 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 05/10/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.410 Rolnummer: A. 185352/XII-5234 Zaak: Arrest 175410 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 05/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-19 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:07 Fiche Arrest nr 175.410 van 5 oktober 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 175.410 van 5 oktober 2007 in de zaak A. 185.352/XII-

  1. In zake : Remi PIETERS, die woonplaats kiest bij advocaat R. Roggeman, kantoor houdende te Dendermonde, F. Courtensstraat 36 tegen : de STAD NINOVE, die woonplaats kiest bij advocaat M. Goessens, kantoor houdende te Ninove, Centrumlaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Remi Pieters op 3 oktober 2007 heeft ingesteld om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 13 september 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Ninove om zijn abonnement met betrekking tot een kippenkraam op de wekelijkse dinsdagmarkt te schorsen vanaf 1 oktober 2007; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 4 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 oktober 2007, om 9.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. De Vylder, die loco advocaat R. Roggeman verschijnt voor verzoeker, en van advocaat M. Goessens, die verschijnt voor de verwerende partij; XII-5234-1/3 Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. Verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid zouden zich slechts opdringen indien voldaan mocht zijn aan de grondvoorwaarden voor een schorsing, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is.
  4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de schorsing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  5. Wat de laatste voorwaarde betreft bevat het verzoekschrift volgende uiteenzetting : “De onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing van de verwerende partij dd. 13/09/2007 berokkent een moeilijk te herstellen ernstig nadeel bij verzoeker doordat hij enerzijds niet meer op de markt kan staan en zo zijn klanten verliest dewelke noodzakelijkerwijs zullen terechtkomen bij zijn concurrenten. Anderzijds lijdt verzoeker ook een onmiskenbaar financieel nadeel doordat hij zijn inkomsten op dinsdag ziet verdwijnen. Bovendien is er ook een sociaal drama, nu verzoeker genoodzaakt zal worden om een reorganisatie door te voeren in zijn personeel”.
  6. Met andere woorden voert verzoeker klantenverlies aan, een financieel nadeel, en een reorganisatie bij het personeel. Een en ander wordt met geen enkel woord, noch stuk toegelicht. Zo heeft de Raad er het raden naar om hoeveel klanten, bij benadering, het gaat, hoe groot het financieel verlies dreigt te zijn en welke inkomsten verzoeker dan nog overhoudt, waarom dat verlies niet eventueel via een vordering tot schadevergoeding herstelbaar zou zijn, hoeveel personeelsleden betrokken zijn en wat met de aangevoerde “reorganisatie” eigenlijk bedoeld wordt. XII-5234-2/3 De uiteenzetting mist elementaire precisie. Zij is zodanig vaag en algemeen dat het niet mogelijk maakt het aangevoerde nadeel als ernstig en moeilijk herstelbaar te beoordelen. De vordering tot schorsing dient te worden verworpen omdat alvast de derde van de drie voormelde, cumulatieve grondvoorwaarden niet vervuld is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  8. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 5 oktober 2007, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5234-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.410 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.