← België

Arrest 175437 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/10/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.437 Rolnummer: A. 94916/X-9743 Zaak: Arrest 175437 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-02 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 03:08 Fiche Arrest nr 175.437 van 5 oktober 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 175.437 van 5 oktober 2007 in de zaak A. 94.916/X-

  1. In zake :
  2. Jean-Pierre VAN der VAEREN,
  3. Denise WAUCQUEZ, die woonplaats kiezen bij advocaat P. JONGBLOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen :
  4. de gemeente HERENT, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3,
  5. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat S. VAN GEETERUYEN, kantoor houdende te 1080 BRUSSEL, Leopold II-laan
  6. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jean-Pierre VAN DER VAEREN en Denise WAUCQUEZ op 25 augustus 2000 hebben ingediend om de nietig- verklaring te vorderen van het besluit van 19 juni 2000 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Herent waarbij aan Wim BUELENS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het “bouwen van stallingen voor 100 koeien en 100 kalveren en een bergruimte” op een perceel gelegen te Herent, Brusselsesteenweg 112, kadastraal bekend sectie C, nr. 470/b en 470/c; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de beschikking van 14 juli 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-9743-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekers en van de tweede verwerende partij; Gelet op de beschikking van 28 februari 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 16 maart 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. JONGBLOET, die verschijnt voor de verzoekers, en van advocaat V. SCHAELENBOURG, die loco advocaat S. VAN GEETERUYEN verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoeker in zijn memorie van weder- antwoord onder meer uiteenzet wat volgt : “De exploitatie van het bedrijf waarop de bestreden vergunning slaat is milieuvergunningsplichtig als Klasse-II inrichting volgens de Vlarem- wetgeving. Bij besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Herent dd. 26 juni 2000, werd aan de Heer Buelens een milieuvergunning afgeleverd voor het veranderen van een inrichting gelegen aan de Brusselsesteenweg 112 te 3020 Herent. Naast beroeper en een aantal andere omwonenden, stelde ook de Vlaamse Landmaatschappij tegen dit besluit hoger beroep in bij de Bestendige Deputatie van de Provincie Vlaams-Brabant. Bij besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincie Vlaams-Brabant dd. 23 november 2000, aan de aanvrager betekend bij aangetekend schrijven dd. 5 december 2000, werd dit beroep ingewilligd, nu de aanvraag in strijd is met artikel 33ter §1 van het Meststoffendecreet, waarin wordt bepaald dat de herlocalisatie van een bedrijf enkel is toegelaten in geval van ruilverkaveling, een landinrichtingsproject of een onteigening van openbaar nut. Tegen dit besluit werd bij weten van beroepers tot op heden geen beroep tot nietigverklaring of verzoek tot schorsing van tenuitvoerlegging ingediend bij Uw Raad. De Bestendige Deputatie ontving als overheid die de weigering van de milieuvergunning heeft uitgevaardigd tot op heden geen copie van een bij de Raad van State ingediend beroep tot nietigverklaring zoals het procedure- reglement voorschrijft. Artikel 5 van het milieuvergunningsdecreet stelt dat de bouwvergunning die voor een bepaalde inrichting werd afgeleverd komt te vervallen de dag dat de milieuvergunning in laatste aanleg wordt geweigerd. X-9743-2/4 Voor zover inderdaad tegen het Besluit van de Bestendige Deputatie voor de Provincie Vlaams-Brabant dd. 23 november 2000 geen beroep tot nietigverklaring c.q. verzoek tot schorsing zou zijn ingediend, is deze milieuvergunning definitief geweigerd met verval van de bouwvergunning tot gevolg. In zulk geval is het beroep tot nietigverklaring gericht tegen de bouwvergunning zonder voorwerp. In zulk geval verzoeken beroepers de Raad van beroep tot nietigverklaring zonder voorwerp te verklaren, met veroordeling van de tegenpartijen tot de kosten van het geding”; Overwegende dat de eerste verwerende partij in een brief van 10 oktober 2001 aan de Raad van State meedeelt wat volgt : “In deze zaak hebben de verzoekende partijen, de heer en mevrouw Van Der Vaeren, in hun memorie van wederantwoord erop gewezen dat indien de milieu-vergunning definitief geweigerd zou zijn, het verzoek tot nietigverklaring van de bouwvergunning zonder voorwerp is. Mijn cliënt, de gemeente Herent, stelt heden vast als eerste verwerende partij dat de milieuweigering inderdaad definitief geworden is nu deze weigering niet tijdig is aangevochten. Aldus lijkt deze zaak inderdaad zonder voorwerp te zijn”; Overwegende dat artikel 5, § 1, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, bepaalt wat volgt : “Art.
  7. §
  8. De bouwvergunning als bedoeld in artikel 43 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996, of de stedenbouwkundige vergunning als bedoeld in artikel 99,§ 1, 1/, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, voor een inrichting waarvoor een milieuvergunning nodig is of die onderworpen is aan de meldingsplicht, wordt geschorst zolang de milieuvergunning niet definitief is verleend of de melding niet is gebeurd. De milieuvergunning wordt beschouwd als definitief verleend wanneer geen administratief beroep meer mogelijk is bij een vergunningverlenende overheid en de termijn voor indiening van een beroepsprocedure met vordering tot schorsing en/of vernietiging bij de Raad van State is verstreken. Ingeval een beroepsprocedure tot schorsing bij de Raad van State is ingediend, wordt de milieuvergunning beschouwd als definitief verleend vanaf de afwijzing van de vordering tot schorsing. (...) Wordt de milieuvergunning evenwel geweigerd dan vervalt de bouwvergunning of stedenbouwkundige vergunning als bedoeld in artikel 99, § 1, 1/, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van rechtswege op de dag van de weigering in laatste aanleg. Het verval van de bouwvergunning of stedenbouwkundige vergunning wordt onverwijld meegedeeld aan de aanvrager en de overheid die de bouwvergunning of stedenbouwkundige vergunning verleent”; X-9743-3/4 Overwegende dat uit de gegevens van de zaak blijkt dat de bestreden stedenbouwkundige vergunning is verleend voor een inrichting waarvoor een milieuvergunning nodig is, dat de gevraagde milieuvergunning in laatste aanleg werd geweigerd en dat deze weigering definitief is geworden; dat in toepassing van het in voormeld artikel 5, § 1, bepaalde, dient te worden vastgesteld dat de bestreden stedenbouwkundige vergunning van rechtswege is vervallen; dat het beroep tot nietigverklaring zonder voorwerp en derhalve doelloos is geworden; dat het niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  9. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  10. De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf oktober 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-9743-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.437 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.