id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.465 Rolnummer: A. 57266/X-9567 Zaak: Arrest 175465 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-22 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 03:09 Fiche Arrest nr 175.465 van 9 oktober 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 175.465 van 9 oktober 2007 in de zaak A. 57.266/X-9567. In zake : 1. Luc BAERT, 2. Ernest DE WILDE (overleden), woonplaats kiezend bij advocaat O. VANLERBERGHE, kantoor houdende te 8600 DIKSMUIDE, IJzerlaan 48 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering. tussenkomende partij : de gemeente MIDDELKERKE, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus 1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Luc BAERT en Ernest DE WILDE op 1 april 1994 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 januari 1994 van de gemachtigde ambtenaar waarbij aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Middelkerke de bouwvergunning wordt verleend voor het bouwen van een sporthal op een perceel gelegen te Middelkerke, hoek van de Baronstraat en de Bamburgstraat, kadastraal bekend sectie B, nr. 301/k6; Gelet op het arrest nr. 46.857 van 7 april 1994 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 9 december 1996 ingediend door de gemeente MIDDELKERKE; X-9567-1/8 Gelet op de beschikking van 17 december 1996 die de tussenkomst van de gemeente MIDDELKERKE toelaat; Gezien de memorie van de tussenkomende partij; Gezien de toelichtende memorie van de verzoekende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. MAREEN; Gelet op de beschikking van 21 juni 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 28 februari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. FALEPIN, die loco advocaat O. VANLERBERGHE verschijnt voor de eerste verzoekende partij, van advocaat J. BOSSUYT, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat B. STAELENS, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. MAREEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij heeft verzuimd een memorie van antwoord en een laatste memorie in te dienen binnen de termijn bepaald door het procedurereglement; dat zij evenmin een administratief dossier heeft neergelegd; dat de feiten dan ook worden beschouwd zoals door de verzoeker weergegeven; Overwegende dat uit de stukken gevoegd bij het verzoekschrift blijkt dat de gemachtigde ambtenaar op 28 januari 1994 aan het college van X-9567-2/8 burgemeester en schepenen van de gemeente Middelkerke de bouwvergunning heeft verleend voor “het bouwen van een sporthal” te Middelkerke, hoek Baron-/Bamburgstraat, met onder meer als voorwaarde het aanleggen van 67 parkeerplaatsen; dat dit het bestreden besluit is; dat de bouwvergunning vermeldt dat dit college op 4 mei 1993 de aanvraag heeft ingediend, dat het college op 27 april 1993 advies heeft uitgebracht en dat enkele bewoners een bezwaarschrift hebben ingediend; dat het bestreden besluit luidt als volgt : “Gelet op de aanvraag ingediend op 04.05.1993 door het College van Burgemeester en Schepenen van en te Middelkerke en ontvangen op 05.05.1993 met betrekking tot een perceel gelegen hoek Baron-/Bamburgstraat en strekkende tot het bouwen van een sporthal; Gelet op de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stede(n)bouw, inzonderheid op artikel 48, gewijzigd bij de wet van 22 december 1970; Gelet op het besluit tot bepaling van de publiekrechtelijke personen voor wie de bouw- en verkavelingsvergunningen worden afgegeven door de gemachtigde ambtenaar, de vorm waarin deze zijn beslissingen neemt, en de behandeling der vergunningsaanvragen; Gelet op het ministerieel besluit houdende delegatie van de bevoegdheid van de Minister inzake ruimtelijke ordening en stede(n)bouw en tot aanwijzing van de gemachtigde ambtenaren; Gelet op het advies van 27.04.1993 van het college van burgemeester en schepenen van Middelkerke; Overwegende dat er voor het gebiedsdeel waarin het perceel begrepen is een bij besluit van 26.07.1977 goedgekeurd gewestplan van toepassing is; Gelet op het bezwaarschrift dat enkele omwoners hebben ingediend; Vermits dit bezwaarschrift de bebouwing betwist, de drukte en de parkeerlast; Vermits de bebouwingswijze door de afknotting op de bouwlijn een aanvaardbaar gabariet geeft; Vermits de drukte tijdens manifestaties niet onoverkomelijk is; Vermits uit de aard van de zonering in het gewestplan (verblijfsrekreatie) een verkeersdrukte kan verondersteld worden; Vermits de parkeerplaatsen kunnen uitgebreid worden tot 67. Besluit : Artikel 1. - De vergunning wordt afgegeven aan het College van Burgemeester en Schepenen van en te Middelkerke, Spermaliestraat 1 - 8430 Middelkerke die ertoe gehouden is : Door 7 parkeerplaatsen op de hoek van de Baronstraat en de Bamburgstraat op te offeren, moet een parkeerhaven gelegd worden van 26 parkeerplaatsen parallel met de zijgevel van de sporthal. Hierdoor komen er 67 parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen moeten langs private eigendommen met een groenscherm van 2 m breed worden afgewerkt. Mochten er evenwel tijdens de uitvoering van de werken toch sporen van archeologische aard of vondsten aan het licht komen, dan moeten wij daarvan tijdig op de hoogte gebracht worden opdat wij de nodige waarnemingen zouden kunnen verrichten. (...) Artikel 4. - De vergunninghouder geeft kennis bij aangetekende brief aan het college van burgemeester en schepenen en aan de gemachtigde ambtenaar, van X-9567-3/8 het begin van de toegestane werken of handelingen, ten minste 8 dagen voor de aanvang van deze werken of handelingen”; Overwegende dat uit een uittreksel van de registers van de burgerlijke stand van de stad Brugge blijkt dat de tweede verzoekende partij, Ernest DE WILDE, is overleden op 13 augustus 1996; dat het geding niet werd hervat door zijn rechthebbenden; dat de zaak in zijnen hoofde van de rol dient te worden afgevoerd; Overwegende dat de tussenkomende partij in haar memorie het belang van de eerste verzoeker bij het beroep betwist daar deze met zijn gezin behoort tot de trouwe gebruikers van de sporthal en aldus te kennen geeft zich niet langer te verzetten tegen de bouw van de sporthal; Overwegende dat de exceptie niet kan worden aangenomen; dat het beweerde gebruik van de sporthal het belang van de verzoeker niet teniet doet; Overwegende dat de verzoeker in een vierde middel de schending aanvoert van de artikelen 3 en 4 van het ministerieel besluit van 25 maart 1981 tot vaststelling, voor het Vlaamse Gewest, van de samenstelling van het dossier van de aanvraag om vergunning tot het uitvoeren van infrastructuurwerken en werken van burgerlijke bouwkunde, ingediend op grond van artikel 48 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en de stedenbouw; dat hij dit middel als volgt uiteenzet: “Voornoemd M.B. tot vaststelling voor het Vlaams Gewest van de samenstelling van het dossier van de aanvraag om vergunning tot het uitvoeren van infrastructuurwerken en werken van burgerlijke bouwkunde, ingediend op grond van artikel 48 van de wet van 29/03/1962 bevat in de opsomming in artikel 2,
- j)‘de aanleg...van parkeerruimten van meer dan 150 m² ...’, waaraan de verplichtingen voorzien in artikel 3 en 4 worden opgelegd. In de definitieve bouwvergunning zijn 67 parkeerplaatsen voorzien, voor een totale oppervlakte parkeerruimte van meer dan 1600 m², waarvan 900 m² aaneengesloten op de hoek van de Bamburg- en de Baronstraat. In toepassing van artikel 3 en 4 diende dan ook de bouwaanvraag volgende gegevens te bevatten : - vergunningsaanvraag gesteld op formulier bijlage bij M.B. 25/03/1981 - een situatieplan op schaal 1/10000 met aanduiding van de bestemming van de omliggende gronden in een straal van 50 meter - verwijzing naar de gemeentelijke plannen van aanleg binnen het gebied waarvan de geplande werken uitgevoerd moeten worden. - beschrijving uit te voeren werken - buitenaanzichten van de bij bedoelde werken horende constructies - beschrijving der materialen en uitzicht parking - beplantingsplan en beschrijving van het straatmeubilair. X-9567-4/8 Thans dient vastgesteld te worden dat de gemeente Middelkerke op absoluut onafdoende wijze aan voornoemde voorwaarden heeft voldaan en dat voornoemde stukken niet aanwezig zijn in het dossier van de bouwaanvraag. De gemachtigde ambtenaar, evenals verzoekers waren dan ook niet in de mogelijkheid een behoorlijk inzicht te verwerven van bedoelde werken. Een dergelijke omissie kan niet getolereerd worden en het bouwdossier werd dan ook volkomen ten onrechte volledig en ontvankelijk verklaard”; Overwegende dat de verzoeker in zijn toelichtende memorie in essentie benadrukt dat het voorwerp van de kwestieuze bouwaanvraag het oprichten van een sporthal met bijhorende parkeerplaatsen betreft; Overwegende dat de tussenkomende partij in haar verzoek tot tussenkomst opmerkt dat de verzoekende partij geen belang heeft bij het vierde middel, daar zij “zich (verhalen) tegen de vergunning om een sporthal te bouwen en middelen nopens parkeerruimte (...) tegen de vergunning van de sporthal niet (kunnen) worden ingeroepen” en bevestigt alle reglementair voorgeschreven stukken aan de gemachtigde ambtenaar te hebben overgemaakt, ten einde deze toe te laten zich met kennis van zaken een oordeel te vormen nopens de parkingaanleg; Overwegende dat de tussenkomende partij in haar memorie aanvoert dat bovengenoemd ministerieel besluit van 25 maart 1981 niet van toepassing is daar enkel een vergunning is aangevraagd voor het bouwen van een sporthal, niet van parkeerplaatsen, en daar het bestreden besluit enkel het bouwen van een sporthal vergunt, niet van parkeerplaatsen; dat zij hieraan toevoegt dat het feit dat de sporthal diende te worden ingeplant derwijze dat een minimum aantal parkeerruimten mogelijk moest zijn, niet betekent dat een bouwvergunning is gevraagd en verleend voor de aanleg van parkeerplaatsen; Overwegende dat de omstandigheid dat tegen de bouwvergunning voor een sporthal een middel nopens de aanleg van parkeerplaatsen wordt aangevoerd, de verzoeker het belang bij het middel niet ontneemt; Overwegende dat naar luid van artikel 53, derde lid, van de toentertijd toepasselijke wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw (de stedenbouwwet), de minister bepaalt aan welke voorwaarden een dossier moet voldoen om als volledig te worden beschouwd; dat in uitvoering van deze bepaling het ministerieel besluit van 25 maart 1981 tot vaststelling, voor het Vlaamse Gewest, van de samenstelling van het dossier van de aanvraag om vergunning tot het uitvoeren van infrastructuurwerken X-9567-5/8 en werken van burgerlijke bouwkunde, ingediend op grond van artikel 48 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw (stedenbouwwet), werd vastgesteld; dat artikel 2, j), van dit besluit bepaalt dat onder infrastructuurwerken en werken van burgerlijke bouwkunde onder meer wordt verstaan “de aanleg of de herinrichting van parkeerruimten van meer dan 150 m² of met een reliëfwijziging van 50 cm of meer, van de openbare pleinen, parken en speelterreinen en van begraafplaatsen”; dat artikel 3 van dit besluit bepaalt wat volgt : “Om als volledig te worden beschouwd moet het dossier van de aanvraag volgende stukken bevatten:
- a)een vergunningsaanvraag in tweevoud, gesteld op een formulier, door de gemachtigde ambtenaar naar het in bijlage van dit besluit gevoegd model opgemaakt en gratis ter beschikking van de aanvrager gesteld;
- b)een situatieplan op schaal 1/10 000 met aanduiding van de noordpijl, van het tracé of de inplanting van de geplande werken, en van de door een gewestplan of door een ontwerpgewestplan vastgestelde bestemming van de omliggende gronden in een straal van vijftig meter, vanaf de plaats waar de werken uitgevoerd zullen worden of vanaf elk van de perceelsgrenzen, naargelang het geval;
- c)een verwijzing, in voorkomend geval, naar het of de gemeentelijke plannen van aanleg binnen het gebied of de gebieden waarvan de geplande werken uitgevoerd moeten worden;
- d)een grondplan op een minimumschaal 1/2 500 met aanduiding van de plaats en de soort van de te behouden of te vellen bomen, van de inplanting van de te behouden of te slopen gebouwen. Voor de transportleidingen worden die gegevens verstrekt betreffende een strook van 50 m breedte aan weerszijden van de aslijn;
- e)een beschrijving van de uit te voeren werken;
- f)de buitenaanzichten van de bij de bedoelde werken behorende constructies en kunstwerken. De plannen worden genummerd, gedateerd en voorzien van een referentie.
- g)een milieu-effectrapport, indien de bouwaanvraag een project betreft, niet zijnde een hinderlijke inrichting, waarvan de Vlaamse (regering) gesteld heeft dat het voorafgegaan dient te worden door een milieu- effectbeoordeling, die werd behandeld conform de door de Vlaamse (regering) voor bepaalde projecten vastgestelde regels en waarvan de inhoud niet beantwoordt aan de door de Vlaamse (regering) ter zake gestelde regels.”; Overwegende dat artikel 4 van voornoemd ministerieel besluit hieraan onder meer toevoegt wat volgt: “Het dossier van de aanvraag bevat bovendien: (...)
- e)voor de aanleg of de herinrichting van parkeerruimten van meer dan 150 m² of met een reliëfwijziging van 50 cm of meer, van de openbare pleinen, parken en speelterreinen en van begraafplaatsen: X-9567-6/8 1/ een grondplan op een minimumschaal van 1/200; 2/ de beschrijving der materialen en het uitzicht ervan; 3/ een beplantingsplan en een beschrijving van het straatmeubilair”; Overwegende dat het bestreden besluit zelf als voorwerp van de vergunning het bouwen van een sporthal opgeeft en als vergunningsvoorwaarde het bouwen van 67 parkeerplaatsen oplegt; dat bij gebreke aan administratief dossier waaruit zou kunnen blijken wat het werkelijke voorwerp was van de vergunningsaanvraag, dient te worden voortgegaan op de stukken zoals deze zijn ingediend door de verzoeker; dat uit de libellering van de laatste overweging van het bestreden besluit: “vermits de parkeerplaatsen kunnen uitgebreid worden tot 67”, meer bepaald uit het gebruik van het bepalend lidwoord, uit de verplichting tot het aanleggen van 67 parkeerplaatsen, opgelegd door het eerste artikel van het bestreden besluit, en uit het feit dat deze vergunningsvoorwaarde aangeeft welke 7 parkeerplaatsen dienen te worden geschrapt om 26 parkeerplaatsen bij te creëren om tot een totaal van 67 parkeerplaatsen te komen, blijkt dat de aanvraag voorzag in 48 parkeerplaatsen, en dat uiteindelijk de aanleg van 67 parkeerplaatsen werd opgelegd; dat aldus de aanleg van een parkeerruimte van meer dan 150 m² werd vergund en zelfs opgelegd; Overwegende dat, bij ontstentenis van een administratief dossier waaruit kan worden afgeleid welke stukken het aanvraagdossier bevatte, moet worden besloten dat niet blijkt dat de overheid die heeft beslist over de aanvraag om bouwvergunning, met de wettelijk vereiste kennis van zaken heeft geoordeeld; dat trouwens de tussenkomende partij, die de bestreden vergunning heeft verkregen, geenszins betwist dat de bestreden beslissing mede de aanleg van de bedoelde parkeerplaatsen vergunt en zelfs oplegt; dat het vierde middel gegrond is, BESLUIT: Artikel 1. De zaak wordt van de rol afgevoerd in hoofde van de tweede verzoekende partij. X-9567-7/8 Artikel 2. Vernietigd wordt het besluit van 28 januari 1994 van de gemachtigde ambtenaar waarbij aan de gemeente Middelkerke de bouwvergunning wordt verleend voor het oprichten van een sporthal op een perceel, gelegen te Middelkerke, hoek Baron- en Bamburgstraat, kadastraal bekend Sectie B, nr. 301/k6. Artikel 3. De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verwerende partij ten belope van 99,16 euro, en van de nalatenschap van de tweede verzoeker, ten belope van 99,16 euro. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen oktober 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-9567-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.465 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div