id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.492 Rolnummer: A. 184227/X-13349 Zaak: Arrest 175492 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-22 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 03:12 Fiche Arrest nr 175.492 van 9 oktober 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 175.492 van 9 oktober 2007 in de zaak A.184.227/X-13.349. In zake : 1. Yves VENNEMAN, 2. Eric ROTTIERS, 3. Walter DE BACKER, die woonplaats kiezen bij advocaat W. CHEYNS, kantoor houdende te 9320 AALST (EREMBODEGEM), Ninovesteenweg 118 tegen : de gemeente WICHELEN, die woonplaats kiest bij advocaat K. DE BOCK, kantoor houdende te 9810 EKE, Eedstraat 31. tussenkomende partijen : 1. Eric WEYMEERSCH, 2. Els VENNEMAN, die woonplaats kiezen bij advocaat W. DE CUYPER, kantoor houdende te 9100 SINT-NIKLAAS, Vijfstraten 57. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Yves VENNEMAN, Eric ROTTIERS en Walter DE BACKER op 29 juni 2007 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 7 maart 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wichelen houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning aan Eric en Els WEYMEERSCH- VENNEMAN voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning op een perceel gelegen te Serskamp, Dorpstraat, kadastraal bekend sectie D, nrs. 36/b2 en 41/z; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; X-13.349-1/8 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 3 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 september 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van auditeur W. CHEYNS, die verschijnt voor de verzoekers, van advocaat S. VANTYGHEM, die loco advocaat K. DE BOCK verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat E. RENTMEESTERS, die loco advocaat W. DE CUYPER verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. Rechtspleging 1.1. Nu het verzoekschrift vergezeld is van een stortingsbewijs ten belope van slechts 525 euro, werd de vordering slechts in hoofde van de hogervermelde verzoekers op de rol gebracht. Toentertijd was immers de overschrijving van 175 euro per verzoeker vereist. 1.2. Met een verzoekschrift van 20 juli 2007 vragen Eric WEYMEERSCH en Els VENNEMAN om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen. 2. De ontvankelijkheid van de vordering De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze exceptie dringt X-13.349-2/8 zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. 3. De grondvoorwaarden tot schorsing 3.1. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 3.2.1. De verzoekers zetten in hun verzoekschrift hun moeilijk te herstellen ernstig nadeel als volgt uiteen : “De tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing veroorzaakt in hoofde van verzoekende partijen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. In de feiten werd reeds aangegeven dat verzoekende partijen met hun gezinswoningen rechtstreeks palen aan het bouwperceel. Het nadeel heeft in het bijzonder betrekking op het verlies aan uitzichten en privacy. Het uitzicht vanuit de woning van verzoekende partijen op de onmiddellijke omgeving wordt door de bestreden beslissing drastisch aangetast. Op heden kijken verzoekende partijen immers vanuit de achtergevel rechtstreeks en zijdelings uit op niet bebouwde percelen. Het thans nog braakliggend binnengebied tussen de drie omliggende straten zorgt voor een aangenaam uitzicht van verzoekende partijen. (...) ‘Wonen met uitzicht op niet bebouwde percelen en kunnen genieten van privacy zijn onschatbare voordelen. Het teloorgaan ervan is een MTHEN, dat men slechts moet ondergaan indien de vergunning die er een einde aan maakt, wettig is’. (...) Uw Raad heeft inderdaad reeds meermaals bevestigd dat rekening dient te worden gehouden met de opmerkingen van naburen omtrent het zonlicht, de lucht, het uitzicht en de privacy bij het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning. Het miskennen van deze principes levert een voldoende belang én een moeilijk te herstellen ernstig nadeel op: ‘Het feit dat de tuin van verzoekers minder lucht en zon zal hebben en dat hij zal worden ingesloten door een hoge muur die het zicht op ontneemt, is in volle stad, een ernstig nadeel, en is ook moeilijk te herstellen’. (...) Eens het uitzicht vanuit de woning door de bestreden vergunning zal zijn ontnomen, zal slechts moeilijk, en na verloop van veel tijd, een eventuele terugkeer naar de huidige wettige situatie mogelijk zijn, waarbij die terugkeer in casu zelfs quasi onbestaande is, vermits het de oprichting van een eengezinswoning betreft die om evidente redenen moeilijk achteraf terug zal worden afgebroken. Deze vaststelling toont de zeer moeilijke herstelbaarheid van het aanwezige nadeel aan. ‘Aan de desbetreffende schorsingsvoorwaarde is voldaan, wanneer het kwestieus gebouw omvangrijk is en paalt aan verzoekers woning, met visuele hinder en verlies aan privacy tot gevolg’. (...) X-13.349-3/8 De bouwheer zal vanuit zijn woning zowel op het gelijkvloers als op verdieping onder dak via de voorziene vensters in de zijgevels een rechtstreeks zicht hebben op de tuinen en leefruimtes van eerste en tweede verzoekende partij, zodat de privacy in hoofde van deze verzoekende partijen zal worden geschonden. (...) Zoals uit de plannen omtrent de zijaanzichten van de voorziene woning blijkt, zijn de vensters in deze zijgevels zowel op het gelijkvloers als de bovenverdieping rechtstreeks op de woningen en tuinen van eerste en tweede verzoeker gericht. (...) Er is een rechtstreekse inkijk in de leefruimtes en slaapkamers van de woningen van eerste en tweede verzoeker, vermits door de hoogte van de op te richten woning de vensters in de zijgevels op een hoogte van meer dan 5 m (ophoging maaiveld inbegrepen) worden voorzien, zodat zelfs bij de inplanting van een haag deze vensters er nog volledig zouden boven uitsteken. ‘Ernstig en moeilijk te herstellen is het nadeel dat aan verzoeker wordt berokkend door een bouwvergunning waarvan de verwezenlijking niet alleen tot gevolg zou hebben dat de buur een gedeelte van het uitzicht vanuit zijn tuin wordt benomen, maar ook dat de bewoners van het geplande gebouw vanuit hun vensters een rechtstreeks uitzicht op zijn tuin hebben, waardoor hij zijn privacy en deels het genoegen dat hij aan zijn tuin beleeft, verliest’. (...) Verwerende partij bevestigt bovendien zelf dat de privacy in hoofde van eerste en tweede verzoeker zal worden geschonden, nu zij de mogelijkheid oppert om een groenhaag op de perceelsgrenzen van het bouwperceel te voorzien. Dat schending van de privacy voorhanden is, kan dan ook niet worden betwist. Ook de privacy in hoofde van derde verzoeker zal manifest geschonden worden, aangezien de voorziene toegangsweg met erfdienstbaarheid vlak achter haar perceel doorloopt tot aan de voorziene woning. In haar weigeringsbeslissing dd. 20.10.2006 motiveerde verwerende partij overigens zélf reeds dat de toegangsweg de privacy van de bewoners van de voorliggende percelen aan de Doorpstraat schaadt. De voorziene toegangsweg is qua ligging exact dezelfde gebleven als in de eerste aanvraag die tot voornoemde weigeringsbeslissing heeft geleid. VERZOEKENDE PARTIJEN TONEN CONCREET AAN DAT DE BESTREDEN BESLISSING HEN EEN ERNSTIG EN MOEILIJK TE HERSTELLEN NADEEL BEROKKENT”. 3.2.2. De verwerende partij repliceert hierop als volgt : “Verzoekende partijen beroepen zich op een verlies aan uitzicht en privacy. 2. Wat derde verzoekende partijen betreft kan hiervan alvast geen sprake zijn, nu hun eigendom volledig van het bouwperceel is afgeschermd door een blinde muur. 3. Wat eerste en tweede verzoekende partijen betreft wordt opgemerkt dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.