id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.665 Rolnummer: A. 182750/XII-5087 Zaak: Arrest 175665 - O.C.M.W. - 11/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-31 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:19 Fiche Arrest nr 175.665 van 11 oktober 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 175.665 van 11 oktober 2007 in de zaak A. 182.750/XII-
- In zake : Klaus-Dieter LUTHJE, woonplaats kiezend te Antwerpen, Welvaartstraat 25 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Klaus-Dieter Lüthje op 25 april 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 8 maart 2007 van de beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur waarbij zijn beroepschrift tegen de beslissing van het OCMW Antwerpen als ontvankelijk doch zonder voorwerp wordt beschouwd. Gelet op de beschikking van 7 mei 2007 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend voor wat betreft het beroep tot nietigverklaring; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgesteld door eerste auditeur B. Thys, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 21 augustus 2007, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 september 2007; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-5087-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van adjunct van de directeur B. Asscherickx, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Krachtens artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zoals het luidde op het ogenblik dat verzoeker het voorliggende verzoekschrift bij de Raad van State indiende, moet een verzoekschrift tot nietigverklaring onder meer een uiteenzetting bevatten van de feiten en de middelen. Deze verplichting betreft een substantieel vormvereiste, waarvan de niet-naleving leidt tot de onontvankelijkheid van het verzoekschrift. Onder een “middel”, zoals bedoeld in de voormelde reglementaire bepaling moet worden verstaan : een voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel of van het overtreden rechtsbeginsel en van de wijze waarop die regel of dat beginsel door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden.
- Het voorliggende verzoekschrift tot nietigverklaring luidt : “[...] Inzake : Lüthje vs. OCMW Stad Antwerpen Beslissing van de beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur, Vlaamse overheid, Dossiernummer : OVB/2007/13 Geachte voorzitter, Geacht college, Verzoekende partij, Klaus-Dieter Lüthje, referentieadres verkiezende te Welvaartstraat 25, 2000 Antwerpen, professioneel beeldend kunstenaar, Belg, XII-5087-2/4 dakloos, heeft kennis genomen van de beslissing van de Vlaamse overheid, beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur, verzonden op 12 maart 2007, met kenmerk OVB/2007/13 (bijlage 1). Deze beslissing is genomen op het verzoek van betrokkene betreffende de inzage van zijn dossier bij het OCMW van de stad Antwerpen, Lange Gasthuisstraat 39 A1, 2000 Antwerpen. Tegenpartij heeft de inzage van het dossier vanaf februari 2004 tot ca. februari 2007 categorisch geweigerd en nu gedeeltelijk toegestaan. Verzoekende partij kan zich met de beslissing niet verenigen. Op de voet van de bepalingen van het koninklijke besluit van 12 januari 1973 stelt hij hoger beroep in tegen voornoemde beslissing. Verzoekende partij is van oordeel dat de beslissing op onjuiste gronden is gebaseerd en niet, althans onvoldoende, is gemotiveerd. De overige gronden zoals in hoofde discriminatie, partijdigheid c.q. manipulatie van het dossier met betrekking tot beslissingen die door het OCMW - Antwerpen na het arrest van het Arbeidshof Antwerpen in de maanden mei, juni, juli en augustus 2006 zijn genomen, de sociale verslagen, zoals bij voorbeeld van de maanden januari, februari, maart, april 2006, last but not least typebrieven van samenwerking met andere organisaties / diensten; al dit mocht verzoekende partij tot heden niet inzien. De tegenpartij wil bepalen wat betrokkene mag zien en wat betrokkene niet mag zien betreffende de inzage van betrokkene’s dossier. Het OCMW Antwerpen stelt zich op als een executief en judicatief overheidsorgaan. Maar feitelijk is het enkel een legislatief overheidsorgaan. Een detailleerde motivatie, waarop dit verzoek rust zal nader worden aangevoerd. Voor het aanvoeren van de nadere gronden verzoekt bezwaarvoerende u hem een termijn te verlenen van minimaal zes weken om zijn gronden nader toe te lichten. Verzoekende partij kan hier de uitspraak van de beroepsinstantie ‘zonder voorwerp’ niet volgen. Het is op vorenstaande, deels nader schriftelijk en/of mondeling aan te vullen, gronden dat verzoekende partij uw college verzoekt de beslissing van de Vlaamse overheid, beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur, met kenmerk OVB/2007/13 nietig te verklaren. Bezwaarvoerende verzoekt u hem het (volledige dossier) stukken die aan het bovenvermelde besluit ten grondslag liggen te laten inzien, de ontvangst van dit verzoekschrift te bevestigen en het in behandeling te nemen”.
- Het met het onderzoek belast lid van het auditoraat stelt in zijn verslag over de zaak vast dat het verzoekschrift aldus kennelijk niet voldoet aan het voorschrift van artikel 2, § 1, 2/, van het voormelde besluit van de Regent omdat het immers geen uiteenzetting van de feiten bevat en ook de uiteenzetting van de middelen volkomen ontoereikend is.
- Verzoeker is niet ter terechtzitting verschenen om de Raad te overtuigen van het tegendeel. De Raad ziet daar ook spontaan geen reden toe. XII-5087-3/4
- Uit wat voorafgaat volgt dat het voorliggende beroep tot nietigverklaring kennelijk niet op een ontvankelijke wijze bij de Raad van State is ingediend en moet worden verworpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf oktober 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5087-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.665 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.