← België

Arrest 175835 - Examens (onderwijs) - 16/10/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.835 Rolnummer: A. 185354/XII-5235 Zaak: Arrest 175835 - Examens (onderwijs) - 16/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-22 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:34 Fiche Arrest nr 175.835 van 16 oktober 2007 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK nr. 175.835 van 16 oktober 2007 in de zaak A. 185.354/XII-

  1. In zake : Pieter WUYCKENS, die woonplaats kiest bij advocaat I. Vandeschoor, kantoor houdende te Gent, Kortrijksesteenweg 977 tegen : de VZW ONZE-LIEVE-VROUW-PRESENTATIE. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Pieter Wuyckens, minderjarige leerling vertegenwoordigd door zijn ouders Kristien Vanderper en Eric Wuyckens, op 3 oktober 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring en de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 31 augustus 2007 van de delibererende klassenraad van het tweede leerjaar van de tweede graad waarbij hem een oriënteringsattest B wordt toegekend; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgemaakt door auditeur D. Mareen op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikkingen van 4, 5 en 12 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 oktober 2007 om 10.30 uur en wordt uitgesteld naar de zitting van 16 oktober 2007 om 10 uur; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-5235-1\6 Gehoord de opmerkingen van advocaat Y. Sacreas, die loco advocaat I. Vandeschoor verschijnt voor verzoeker, en van advocaat M. Stommels, die loco advocaat G. Van Avermaert verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : 1.
  2. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2006-2007 leerling van het tweede jaar van de tweede graad BSO, richting kantoor aan het instituut Onze- Lieve-Vrouw-Presentatie te Lokeren. Hij behaalt op 30 juni 2007 een B-attest met clausulering voor BSO kantoor. Er wordt hem het oriënteringsadvies gegeven om een andere BSO- richting te zoeken. Als motivering wordt opgegeven, eensdeels, “onvoldoende klavierkennis / AV voor een 5de jaar BSO” en, anderdeels : “- vak : Nederlands eindresultaat 48 % - vak : administratieve vorming eindresultaat 50 %” 1.
  3. Verzoeker tekent op 29 juni 2007 beroep aan bij de beroepscommissie. Op 30 augustus 2007 deelt de voorzitter van de raad van bestuur mee dat, gelet op de conclusies van de beroepscommissie, die bijeenkwam op 27 augustus 2007, het schoolbestuur heeft beslist om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen om de eerder genomen beslissing opnieuw te overwegen. 1.
  4. In een brief van 1 september 2007 laat de voorzitter van de raad van bestuur weten dat de delibererende klassenraad op 31 augustus 2007 heeft beslist om haar beslissing van 27 juni 2007 te behouden. De voorzitter schrijft voorts : “Aan deze beslissingen liggen volgende motieven ten grondslag : Pieter voldoet niet aan het gewenste ‘kantoorprofiel’. Hij heeft moeilijkheden om full- XII-5235-2\6 time te functioneren bij gebrek aan stressbestendigheid, communicatieve vaardigheden en uitvoeren van opdrachten”. Bij dit schrijven van de voorzitter gaan twee bijlagen: een afschrift van het proces-verbaal van de klassenraad en een afschrift van het advies van de beroepscommissie. Het advies van de beroepscommissie vat in drie alinea’s de “argumenten van de ouders” samen, geeft vervolgens in twee alinea’s de “argumenten van de voorzitter” weer en besluit louter als volgt : “Gelet op het voorgaande stelt de Interne Beroepscommissie vast dat er voldoende argumenten zijn om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen”. Aan het proces-verbaal van de klassenraad -dat enkel dag en uur van vergadering bevat, de aan- en afwezigen opsomt en het voorwerp van de vergadering vermeldt- is een verslag van de delibererende klassenraad gehecht. Dit verslag vermeldt eerst het verloop van de vergadering waaronder wordt aangegeven dat de voorzitter kort de te volgen procedure toelicht, de argumenten van de ouders voorleest en mededeelt dat de beroepscommissie “oor [heeft ]voor de argumenten van de ouders” en aan de delibererende klassenraad vraagt “te overwegen of het B-attest met clausulering kantoor BSO kan omgebogen worden naar een A-attest”. Voorts is genotuleeerd wat volgt : “De delibererende klassenraad heeft volgende punten in overweging genomen : - beantwoordt Pieter al dan niet aan het profiel van een kantoorleerling - heeft Pieter voldoende basis voor de kantoorvakken om een volgend jaar te halen - is zijn functioneren voldoende in klasverband - in welke mate beïnvloedt zijn ziektebeeld zijn prestaties en houding in de klas. Na grondige discussie over bovenvermelde punten besluit de delibererende klassenraad bij haar beslissing van 27/06/ te blijven : Pieter behaalt het oriënteringsattest B en is geclausuleerd voor Kantoor BSO”.
  5. Verzoeker voert in een vierde middel, eerste onderdeel, de schending aan van de art 5, § 6 en § 8, van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (het organisatiebesluit), van de formele-motiveringswet van 29 juli 1991, van het zorgvuldigheids- en redeljkheidsbeginsel. Hij stelt dat een vergelijking van de XII-5235-3\6 motieven opgenomen in de notulen van de delibererende klassenraad van 31 augustus 2007 en deze van 27 juni 2007 aantoont dat deze motieven een ware koerswijziging hebben ondergaan waar in de eerste beslissing enkel sprake is van het eindresultaat voor Nederlands (48 %, dat volgens verzoeker foutief is en 49 % moet zijn), en administratieve vorming (50 %), worden in de eindbeslissing een aantal retorische vragen gesteld die niet beantwoord worden. Voor verzoeker is het onmogelijk om de juridische en feitelijke overwegingen te vinden die aan de beslissing ten grondslag liggen, de beslissing van 31 augustus 2007 bevat geen enkel motief. In een tweede onderdeel voert verzoeker aan dat er evenmin voldaan is aan de materiële motiveringsplicht. Er dient onderzocht te worden of het niet kennelijk onredelijk is dat een student met slechts één onvoldoende geclausuleerd wordt. Immers, verzoeker haalt in zijn eindresultaat een gemiddelde van 59 % terwijl het klasgemiddelde 60 % is : vak per vak is hij geslaagd behoudens voor Nederlands waarvoor hij 49 % haalt. Kennelijk onredelijk is, een leerling te clausuleren voor een minimale onvoldoende voor één vak dat een algemeen vak is en niet profielbepalend. Verzoeker verwijst naar ’s Raads rechtspraak ter zake, in het bijzonder het arrest nr. 151.060, Vanlook, van 8 november
  6. Het lid van het auditoraat dat is belast met het onderzoek van deze zaak, heeft gemeend dat de zaak met korte debatten over het vierde middel een oplossing kan verkrijgen. Zij heeft dit in haar verslag als volgt verwoord : “Met verzoeker kan worden vastgesteld dat de bestreden beslissing totaal niet gemotiveerd is, niet formeel, niet materieel. De in het feitenrelaas geciteerde vragen waarover een discussie zou zijn gevoerd zijn niet beantwoord geworden. Er is geen enkele blijk van een deliberatie. Die blijkt er al evenmin geweest te zijn bij de vorige klassenraadsbeslissing waar naar een vak wordt verwezen waarvoor verzoeker geslaagd is en waar naar Nederlands wordt verwezen waarvoor verzoeker 1 % te kort heeft. Maar van enige afweging van dit inderdaad uiterst minieme tekort ten opzichte van het geheel van de resultaten is geen sprake. Met verzoeker kan ook worden vastgesteld dat, waar de eerste klassenraadsbeslissing de punten -alvast twee- onder ogenschouw nam, de laatste klassenraadsbeslissing het over een andere boeg gooit door het profiel, het functioneren en de houding in klasverband, het ziektebeeld als vraagstelling aan te bieden. De delibererende klassenraad heeft als taak na te gaan of een leerling, die een tekort vertoont, toch gedelibereerd kan worden. Dit orgaan stond voor een leerling die één enkel tekort had van 1 %, een niet profielbepalend tekort. Met een gemiddelde van 59 % terwijl het klasgemiddelde 60 % is, is het duidelijk dat de klassenraad, wil zij verzoeker geen A-attest verlenen, zeer duidelijk en minutieus moet aangeven waarom zij, tegenover zulke voor zich sprekende cijfers, toch van oordeel zou zijn dat dit éne percent niet delibereerbaar is. Het komt ons voor dat iemand clausuleren voor 1 % een wanverhouding uitmaakt tussen het clausuleren en het tekort, mede rekening XII-5235-4\6 houdend met een aantal elementen waaronder het gegeven dat het eindrapport stelt dat verzoeker de laatste weken heeft bewezen wat hij kan. De delibererende klassenraad heeft : - initieel niet gedelibereerd, de enige toen voorkomende motieven kunnen niet in aanmerking worden genomen aangezien verzoeker voor administratieve vorming geslaagd was zodat dit motief feitelijk onjuist is en [hij] voor [N]ederlands 1% te kort had terwijl dit tekort op zich zonder relatering aan het totaalpercentage geen deugdelijke motivering kan uitmaken - geen antwoord verschaft op de door verzoeker voor de beroepscommissie aangevoerde argumenten (zie bijvoorbeeld arresten nrs. 99.801, DE SMEDT van 16 oktober 2001 en 128.997, NUYTTEN van 9 maart 2004); de argumenten ‘moeilijkheden om full-time te functioneren bij gebrek aan stressbestendigheid, communicatieve vaardigheden en uitvoeren van opdrachten’ gaan niet uit van de klassenraad en zijn niet geconcretiseerd of aangetoond. - het in de bestreden beslissing totaal niet meer noch over delibereren noch over om het even welk ander motief gehad maar er zich toe beperkt vragen naar voren te brengen waartegenover geen antwoord staat. De delibererende klassenraad staat thans, aangezien verzoeker recht heeft op een vaststaande uitslag, voor de vragen van de ouders in combinatie met het gegeven dat iemand clausuleren voor een tekort van 1 % op een niet profielbepalend vak met een clausulering voor een richting waarvoor verzoeker niet alleen geslaagd is maar zelfs goede cijfers behaalt (onder meer informatica/dactylo : 71 %) voor de vraag in hoeverre zulk een clausulering niet in disproportie zou staan met de gegevens. De middelen zijn duidelijk gegrond. De bestreden beslissing dient te worden vernietigd wat, gezien het reeds vermelde recht van verzoeker op een vaststaande uitslag en dus attest, tot een nieuwe beslissing van de delibererende klassenraad zal dienen te leiden waarbij de omvang van het te verlenen rechtsherstel mede bepaald zal worden door de motieven op grond waarvan de nietigverklaring is uitgesproken”.
  7. Op de terechtzitting deelt de verwerende partij mee dat ondertussen de klassenraad zijn beslissing heeft herzien en dat aan verzoeker een A-attest is toegekend. Verzoeker beaamt dit.
  8. Uit wat voorafgaat volgt dat de zaak zonder voorwerp is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  9. Het beroep wordt verworpen. XII-5235-5\6 Artikel
  10. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien oktober 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5235-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.835 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.