id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.880 Rolnummer: A. 101869/XII-2998 Zaak: Arrest 175880 - Wapens - 18/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-25 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:35 Fiche Arrest nr 175.880 van 18 oktober 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 175.880 van 18 oktober 2007 in de zaak A. 101.869/XII-
- In zake : Fikret GUNGOR, die woonplaats kiest bij advocaat J. Swennen, kantoor houdende te Beringen, Scheigoorstraat 5 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Limburg. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Fikret Gungor op 16 maart 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 25 januari 2001 van de gouverneur van de provincie Limburg waarbij zijn vergunningen tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen worden ingetrokken; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. De Wolf; Gelet op de beschikking van 4 maart 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 4 juli 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 september 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-2998-1/8 Gehoord de opmerkingen van advocaat G. De Groote, die loco advocaat J. Swennen verschijnt voor de verzoekende partij, en van bestuurssecretaris T. Roosen, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur-generaal P. De Wolf; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
- De politiecommissaris van Leuven verleent verzoeker op 4 oktober 1996 en op 30 september 1997 een vergunning tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen. In een brief van 23 augustus 2000 stelt de politiecommissaris van Beringen de gouverneur van Limburg voor om de wapenvergunningen in te trekken. Als redenen worden vermeld : - een eerdere aanvraag van een wapenvergunning in 1996 werd door de politiecommissaris van Beringen geweigerd na een moraliteitsonderzoek; - een vrij gespannen relatie tussen de familie Gungor en één van de buren zodat wordt gevreesd voor een escalatie; - betrokkene gaat sinds half 1999 minder schieten in de schietclub en is in 2000 geen lid meer zodat de opgegeven reden voor het verkrijgen van de wapenvergunningen, sportschieten, niet meer aanwezig is; - betrokkene heeft na zijn verhuizing van Leuven naar Beringen in juni 2000 geen melding gemaakt van zijn wapenbezit bij de politie van Beringen. Bij brief van 30 augustus 2000 wordt namens de gouverneur advies gevraagd aan de procureur des Konings te Hasselt. Op 10 januari 2001 vraagt de procureur des Konings te Hasselt de gouverneur van Limburg verzoekers wapenvergunningen in te trekken. Dat voorstel wordt als volgt gemotiveerd : “In het voorjaar van 1996 had betrokkene[...] bij de politie Beringen (samen met zijn broer Gungor Mitat) een eerste aanvraag gedaan tot het bekomen van XII-2998-2/8 een wapenvergunning. In het kader van het destijds gevoerde moraliteitsonderzoek werd een wapenvergunning alhier geweigerd op volgende motivering : - een groot aantal bewoners in het huis, waaronder minderjarigen - de minieme wapenervaring van betrokkene - het negatieve verslag van zijn omgang met politie en buren. Betrokkene is dan naar een andere gemeente verhuisd (04/07/1996 : Leuven) alwaar hij twee vergunningen aanvroeg en bekwam (zie supra). Intussen (05/10/1998) woont betrokkene reeds geruime tijd terug in Beringen. Enerzijds is er het feit dat de familie Gungor zich ophoudt met minder betrouwbare personen (zie dossier HA. 36.98.11921/00) Daarenboven signaleert de plaatselijke politiedienst mijn Ambt dat er de laatste jaren nogal wat problemen zijn tussen de inwonende vader van Gungor Mitat en de buren. Deze situatie is momenteel gespannen. Bovendien dient aangestipt dat betrokkene bij zijn aanvraag als motivatie sportschieten had opgegeven. Bij controle in de schietclub blijkt Gungor Mitat 1 keer in 1999 aldaar te zijn gaan schieten, in 2000 was betrokkene zelfs geen lid meer van deze schietclub. Om deze redenen is mijn ambt dan ook van oordeel dat het verder voorhanden hebben van een verweerwapen door betrokkene een reeël gevaar inhoudt voor de openbare orde en verzoekt U derhalve de vergunningen van de heer Fikret Gungor in te trekken”. Op 25 januari 2001 beslist de gouverneur van Limburg verzoekers vergunningen in te trekken. Dat besluit luidt : “Gelet op het voorstel van 23 augustus 2000 van de politiecommissaris van de stad Beringen tot intrekking van de wapenvergunningen van de heer Fikret Gungor, Molendijk 70 te 3580 Beringen; Gelet op het feit dat de heer Fikret Gungor in het voorjaar van 1996 een eerste aanvraag deed voor het bekomen van een wapenvergunning, maar dat deze wapenvergunning werd geweigerd omdat het gevoerde moraliteitsonderzoek negatief was; dat betrokkene in de zomer van 1996 verhuisde van Beringen naar Leuven en er was ingeschreven van juli 1996 tot april 1998; dat gedurende deze periode de politiecommissaris van Leuven hem twee wapenvergunningen afleverde; dat tussen de vader van betrokkene, eveneens wonende Molendijk 70 te Beringen, en de buren een gespannen sfeer is omwille van de uitbating van een garage/autowerkplaats aldaar, dat er wordt gevreesd voor een escalatie; dat de heer Fikret Gungor als motivatie voor zijn aanvragen voor een wapenvergunning opgaf dat hij aan sportschieten wou doen, maar dat na controle in de schietclub waar hij lid is, blijkt dat hij sedert half 1999 niet meer aan sportschieten doet in de club, zijn lidmaatschap voor het jaar 2000 niet verlengd heeft en hij dus een drogreden opgegeven heeft voor het bekomen van een wapenvergunning; Gelet op het advies van 10 januari 2001 van de procureur des Konings te Hasselt waaruit blijkt dat hij zich aansluit bij het voorstel van de politiecommissaris van Beringen, aangezien de heer Fikret Gungor niet de juiste morele ingesteldheid heeft om verweervuurwapens te hebben; dat het voorhanden hebben van verweerwapens door betrokkene een reëel gevaar kan betekenen voor de openbare orde; XII-2998-3/8 dat de opgegeven reden voor het bekomen van de verweerwapenvergunningen, namelijk sportschieten, een drogreden is, aangezien betrokkene in 2000 zelfs geen lid meer was van een schietclub; Overwegende dat de procureur adviseert om de wapenvergunningen van de heer Fikret Gungor in te trekken; [...] Overwegende dat artikel 83 van de aanvullende overeenkomst bij het akkoord van Schengen van 19 juni 1990 en artikel 5 van de richtlijn 91/477/EEG van 18 juni 1991 van de Raad van Europese Gemeenschappen bepalen dat het voorhanden hebben van vuurwapens moet voorbehouden zijn aan personen die geen gevaar doen ontstaan voor de openbare orde of veiligheid; Overwegende dat de intrekking van bovenvermelde vergunningen zich opdringt omdat het bezit van vuurwapens door de heer Fikret Gungor een gevaar kan inhouden voor de openbare orde en veiligheid Gelet op artikel 6 §1, laatste lid, van de wet van 3 januari 1933 op het vervaardigen van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie en op artikel 14 van het koninklijk besluit van 20 september 1991, tot uitvoering van deze wet”. De grond van de zaak
- In een eerste middel voert verzoeker onder meer aan dat de materiële motiveringsplicht is geschonden doordat het intrekken van zijn vergunningen tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen wordt gesteund op de vaststelling dat hij niet langer aan sportschieten zou doen, hij zijn lidmaatschap van een schietclub voor 2000 niet zou hebben verlengd en hij derhalve een drogreden zou hebben aangevoerd voor het verkrijgen van een wapen- vergunning. Hij legt een bewijsstuk neer waaruit blijkt dat hij in 2000 en 2001 lid was van schietvereniging Winchester club in Herselt. Hij erkent dat hij in de periode 1999-2000 minder vaak aanwezig was op de schietclub, doch wijt dit aan een inbraak in zijn woning in 1999 en een daaropvolgende ziekte, feiten waarvan hij bewijzen neerlegt. Verder betoogt hij dat er geen enkele motivering voorhanden is op grond waarvan kan worden besloten dat hij een verkeerde mentale ingesteldheid heeft en dat in het bestreden besluit geen enkel objectief element wordt ingeroepen op grond waarvan zou kunnen worden besloten dat de openbare orde in het gedrang zou kunnen komen. Verwerende partij antwoordt dat de motivering van het bestreden besluit steun vindt in het administratief dossier en meer bepaald in het voorstel tot intrekking van de politiecommissaris van Beringen en het advies van de procureur des Konings te Hasselt. Zij kon verzoekers wapenvergunningen “derhalve rechtsgeldig [...] intrekken door zich te baseren op de aangehaalde feitelijke omstandigheden, die rechtens aanvaarde motieven uitmaken waarvoor een XII-2998-4/8 voldoende feitelijke grondslag bestaat”. Bij het intrekken van de wapenvergunningen werd gezien de aangevoerde feiten terecht uitgegaan van een risico op ordeverstoring. In zijn memorie van wederantwoord betoogt verzoeker dat de motieven van het voorstel van de politiecommissaris en van het advies van de procureur des Konings die werden overgenomen in het bestreden besluit feitelijk onjuist, niet pertinent of relevant en onvoldoende concreet zijn. Hij verklaart dat hij wel degelijk wapenervaring heeft, dat er geen bewijs is van een negatieve omgang van hemzelf met politie en buren, dat de bewering dat zijn familie contacten heeft met minder betrouwbare personen niet wordt gestaafd, dat de zogenaamde gespannen relatie van zijn familie met de buren onjuist is en bovendien niet relevant aangezien hij niets met de twist te maken heeft. Hij stelt verder nog dat hij een blanco strafregister heeft en een bewijs van goed zedelijk gedrag en dat de wapenvergunningen hem werden verleend zonder dat enig probleem van moraliteit of risico op ordeverstoring werd gemaakt.
- Elke administratieve beslissing dient, overeenkomstig de materiële motiveringsplicht, op motieven te steunen die haar inhoudelijk kunnen verantwoorden, wat onder meer inhoudt dat ze feitelijk juist dienen te zijn. Te dezen werden verzoekers wapenvergunningen blijkens de aanhef van het bestreden besluit, ingetrokken “omdat het bezit van vuurwapens door de heer Fikret Gungor een gevaar kan inhouden voor de openbare orde en veiligheid”. Er wordt ook verwezen naar bepaalde gegevens en argumenten uit het voorstel van de politiecommissaris van Beringen en uit het advies van de procureur des Konings te Hasselt. De gouverneur heeft zich blijkbaar aangesloten bij die elementen uit dat voorstel en dat advies zodat als motieven van de bestreden beslissing kunnen worden beschouwd: - een negatief moraliteitsonderzoek bij een eerste aanvraag in het voorjaar van 1996; - een gespannen sfeer tussen verzoekers vader en de buren en vrees voor escalatie; - verzoeker doet sinds half 1999 niet meer aan sportschieten, heeft zijn lidmaatschap voor 2000 niet verlengd en heeft dus een drogreden opgegeven voor het verkrijgen van een wapenvergunning; XII-2998-5/8 - verzoeker heeft niet de juiste morele ingesteldheid om vuurwapens te hebben en het voorhanden hebben van verweerwapens kan een reëel gevaar betekenen voor de openbare orde. Verzoeker voegt bij zijn verzoekschrift fotokopies van een lidkaart en van een verklaring van de clubverantwoordelijke van 24 februari 2001 waaruit blijkt dat hij in 2000 en 2001 wel degelijk lid was van de schuttersvereniging VZW Winchester club te Herselt en dat hij sinds 1996 bij die club geregeld schietoefeningen volgt. Het in het bestreden besluit ingeroepen motief dat verzoeker zijn lidmaatschap van een schuttersvereniging in 2000 niet heeft verlengd en dus een drogreden heeft opgegeven voor het verkrijgen van een wapenvergunning, blijkt bijgevolg niet met de werkelijkheid te stroken. In het bestreden besluit worden weliswaar nog andere motieven aangevoerd, doch uit geen enkel stuk van het administratief dossier kan worden afgeleid dat voormeld motief slechts een bijkomend en ondergeschikt motief zou zijn en dat verwerende partij ook zonder dat element verzoekers wapenvergunningen zou hebben ingetrokken. De vastgestelde onjuistheid tast de wettigheid van het hele besluit aan en dient de vernietiging ervan mee te brengen. Het middel is in die mate gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 25 januari 2001 van de gouverneur van de provincie Limburg waarbij de vergunningen van Fikret Gungor tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen worden ingetrokken. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-2998-6/8 XII-2998-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien oktober 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2998-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.880 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div