id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.887 Rolnummer: A. 176054/XII-4841 Zaak: Arrest 175887 - Varia (onderwijs en cultuur) - 18/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-23 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 03:36 Fiche Arrest nr 175.887 van 18 oktober 2007 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 175.887 van 18 oktober 2007 in de zaak A. 176.054/XII-
- In zake : XXXX, die woonplaats kiest bij advocaat R. Heijse, kantoor houdende te Brussel, H. Wafelaertsstraat 47-51 tegen :
- de VLAAMSE GEMEENSCHAP
- het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de scholengroep 8 - Brussel die woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 220, bus
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat XXXX op 30 september 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 31 juli 2006 van de raad van beroep voor het personeel van het gemeenschapsonderwijs waarbij haar beroep wordt verworpen, eensdeels, tegen het op 14 maart 2006 door de directeur van de basisschool ’t Beekje te Etterbeek gegeven ontslag om dringende redenen en, anderdeels, tegen het op 16 maart 2006 gegeven ontslag door de directeur van de basisschool de Wimpel te Elsene; Gezien het op 14 oktober 2006 ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gelet op het arrest nr. 162.161 van 30 augustus 2006 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen; Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-4841-1\8 Gelet op de beslissing van de kamervoorzitter om de zaak overeenkomstig artikel 90, § 1, derde lid, te verwijzen naar een kamer met drie leden; Gelet op de beschikking van 3 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 september 2007; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. Heijse, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat M. Stommels, die verschijnt voor de verwerende partijen; Gehoord het andersluidend advies van auditeur auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
- Verzoekster wordt in het schooljaar 2005-2006 tijdelijk aangesteld als leermeester godsdienst - Islamitische godsdienst in de basisschool ’t Beekje te Etterbeek (10 uur) en in de basisschool de Wimpel te Elsene (6 uur). 1.
- Het schoolreglement van de beide basisscholen verbiedt op het hele domein van de school kledij, tekens of symbolen te dragen waarmee zichtbaar een religieuze of levensbeschouwelijke aanhorigheid of overtuiging wordt uitgedrukt of die de indruk daartoe wekt. Luidens het desbetreffende schoolreglement “geldt [dit verbod] voor de leerlingen, de leerkrachten (met uitzondering van de godsdienstleerkrachten die binnen hun klaslokaal hun religieuze symbolen mogen dragen) en voor stagiair-leerkrachten”. Deze bepaling is in de schoolreglementen met ingang van 1 september 2005 opgenomen, ingevolge een beslissing van 1 maart 2005 van de raad van bestuur van de scholengroep. Luidens die beslissing neemt de raad van bestuur het modelschoolreglement van de centrale XII-4841-2\8 administratie van het Gemeenschapsonderwijs als uitgangspunt voor het schoolreglement van de instellingen van de scholengroep, en moet aan dit modelschoolreglement verplicht worden toegevoegd, onder meer, “het verbod op het dragen van opzichtige religieuze en politieke symbolen”. 1.
- Verzoekster gedraagt zich in geen van beide scholen naar dat verbod. De directeur van de basisschool ’t Beekje ontslaat verzoekster met een brief van 14 maart 2006 om dringende redenen; op 16 maart 2006 ontslaat ook de directeur van de basisschool de Wimpel verzoekster om dringende redenen. De ontslagen worden gemotiveerd door verzoeksters weigering om de hoofddoek af te nemen buiten de lessen Islamitische godsdienst, wat een gebrek aan respect voor de in het openbaar onderwijs vereiste neutraliteit uitmaakt, door de niet-naleving van het pedagogisch project van de school, en door de weigering om nog les te geven respectievelijk op 14 maart 2006 in ’t Beekje en op 15 maart 2006 in de Wimpel. Verzoekster stelt beroep in tegen de ontslagen op 1, respectievelijk 3 april 2006 bij de raad van beroep voor het personeel van het gemeenschapsonderwijs, die bij de thans bestreden beslissing van 31 juli 2006 de beroepen verwerpt. 1.
- Ter terechtzitting verklaart verzoekster heden les te geven als leermeester islamitische godsdienst in het stedelijk onderwijs in het Antwerpse, voor samen 14u. De procedure
- De bestreden beslissing gaat uit van de raad van beroep van het gemeenschapsonderwijs, ingesteld bij artikel 71 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs (hierna: rechtspositiedecreet). Die raad van beroep is als een orgaan van de Vlaamse Gemeenschap te beschouwen. Het Gemeenschapsonderwijs vraagt bijgevolg op goede grond om buiten de zaak te worden gesteld; op het verzoek wordt ingegaan. XII-4841-3\8 De ontvankelijkheid van de vordering
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde
- Verzoekster voert aan zowel een moreel als een materieel nadeel te ondergaan. De tuchtstraf van het ontslag legt op haar een dusdanig odium, dat er als het ware vanzelfsprekend sprake is van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Verzoekster herinnert aan de rechtspraak van de Raad ter zake. Het ontslag wegens het dragen van een hoofddoek raakt haar diep in haar morele integriteit, faam en eer. Het verbod op het dragen van een hoofddoek is voor haar bijzonder kwetsend en vernederend omdat zij een voor haar essentiële regel van haar geloofsovertuiging niet meer kan naleven én zij een voorbeeldfunctie heeft bij haar leerlingen. Verzoekster wijst ook op de ruime persbelangstelling. Wachten op een uitspraak ten gronde betekent volgens haar dat ondertussen een schijn van wettigheid aan haar ontslag zal kleven en de maatschappelijke relevantie zal op het ogenblik van een annulatiearrest minder actueel zijn, het moreel schadeherstel minder passend en afdoende. XII-4841-4\8 Verzoekster betoogt voorts dat het nadeel ook rechtstreeks verband houdt met haar integratie als vrouw in onze maatschappij, omdat haar een job wordt ontnomen waarmee zij kan deelnemen aan het maatschappelijk samenleven. De kans bestaat overigens dat ook andere scholengroepen dit “schijnbaar gerechtvaardigd” verbod zullen invoeren. Door het ontslag verliest verzoekster de dienstanciënniteit voor de periode die aan het ontslag voorafging en verliest zij elk prioriteitsrecht in een andere instelling van de scholengroep. Zij wordt gedwongen buiten het grondgebied van Brussel op zoek te gaan naar tewerkstelling als leermeester godsdienst en heeft daarom in Antwerpen een kamer gehuurd. Tot slot is verzoekster van oordeel dat de flagrante schendingen van de ingeroepen wetsbepalingen van die aard zijn dat zij tevens het moeilijk te herstellen ernstig nadeel staven.
- Verzoekster was tijdelijk aangesteld. Aan die aanstelling zou hoe dan ook een einde gekomen zijn op 30 juni
- In de regel aanvaardt de Raad van State het verlies van een kans op een nieuwe tijdelijke aanstelling niet als een ernstig nadeel. Het gebrek aan stabiliteit van een tijdelijke aanstelling sluit immers normaal uit dat het verlies ervan -en het mislopen van een kans op een nieuwe aanstelling- een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan onderbouwen. Wat tijdelijk en dus precair is, kan men immers niet met zekerheid behouden. Het komt aan verzoekster toe om de Raad ervan te overtuigen dat het in dit geval anders moet zijn. Verzoekster overtuigt de Raad evenwel niet om het te dezen anders te zien. Vooreerst is het haar gegeven ontslag niet het gevolg van een tuchtprocedure; ’s Raads rechtspraak in dat verband is dus naast de zaak. Wat het morele nadeel betreft, kan de Raad alleszins geen rekening houden met hypothetische situaties en beweringen. Dat andere scholen- groepen van het Gemeenschapsonderwijs eveneens een gelijkaardig verbod op het dragen van een hoofddoek zouden invoeren is allerminst bewezen en wordt ter XII-4841-5\8 terechtzitting met een tegenvoorbeeld zelfs tegengesproken. Als verzoekster de bestreden beslissing uit het rechtsverkeer wil zien verdwijnen, is dat mogelijk ook omwille van de persbelangstelling en de precedentwaarde, maar de mindere of meerdere omvang van die persbelangstelling bij het gelijk krijgen kan de ernst van het thans geleden morele nadeel niet ondersteunen. Dat verzoekster enkel deze job ziet als mogelijkheid tot maatschappelijke integratie, vloeit niet rechtstreeks voort uit de bestreden beslissing. Ondertussen is het beledigend karakter ook al enigszins gemilderd nu verzoekster in andere scholen van het officieel onderwijs tewerkstelling heeft kunnen vinden waarbij zij de hoofddoek kan dragen en, dus, de regels naleven van haar godsdienst zoals zij verklaart hem te willen beleven. De Raad houdt het er dus ook voor deze zaak op dat de morele schade die verzoekster ondergaat afdoende hersteld zal worden op administratief vlak door de morele genoegdoening bij een eventueel later uit te spreken nietigverklaring. Ook van het financiële nadeel, voor zover al uitgewerkt, bewijst verzoekster niet dat het ernstig of onherstelbaar is. Het onderzoek naar de ernst van een middel en het onderzoek naar het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zijn duidelijk afgescheiden schorsingsvoorwaarden die in beginsel los van elkaar onderzocht moeten worden. Zo al uitzonderlijk wordt aangenomen dat de ernst van een aangevoerd middel mee de ernst van het ingeroepen nadeel kan schragen, moet te dezen worden vastgesteld dat de Raad het aangevoerde nadeel in geen van zijn aspecten als ernstig heeft bevonden.
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Het verzoek tot depersonalisatie
- Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten van de Raad van State vraagt XII-4841-6\8 verzoekster dat bij de publicatie van het arrest haar identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek tot depersonalisatie wordt ingewilligd. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het Gemeenschapsonderwijs, vertegenwoordigd door de Scholengroep 8 - Brussel, wordt buiten de zaak gesteld. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Artikel
- Bij de publicatie van dit arrest zal de identiteit van verzoekster niet worden opgenomen. XII-4841-7\8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 18 oktober 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4841-8\8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.887 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.161 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.044 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.