← België

Arrest 175911 - Diploma’s - 18/10/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.911 Rolnummer: A. 185406/XII-5239 Zaak: Arrest 175911 - Diploma's - 18/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-23 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 03:36 Fiche Arrest nr 175.911 van 18 oktober 2007 Onderwijs en cultuur - Diploma's Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 175.911 van 18 oktober 2007 in de zaak A. 185.406/XII-

  1. In zake : Olivier DE KERPEL, die woonplaats kiest te Kortenberg, De Helftwinning 11 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep 10 Midden-Brabant, die woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 220, bus 14 --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Olivier De Kerpel op 9 oktober 2007 heeft ingediend waarin de nietigverklaring wordt gevorderd en, bij uiterst dringende noodzakelijkheid, de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 26 september 2007 waarbij de over hem delibererende klassenraad van het koninklijk atheneum te Tervuren hem een C-attest toekent en waarbij hij vraagt om voorlopige maatregelen te bevelen onder verbeurte van een dwangsom; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 10 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 oktober 2007, om 10.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van verzoeker en van advocaat M. Stommels die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; XII-5239-1\17 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De voornaamste feitelijke gegevens van de zaak 1.
  2. Verzoeker vangt het schooljaar 2006-2007 aan in het eerste jaar van de derde graad in de afdeling wetenschappen-wiskunde aan het koninklijk atheneum te Tervuren. Vanaf begin januari stapt hij op eigen verzoek over naar de afdeling moderne talen-wetenschappen. De toelatingsklassenraad heeft met deze overstap ingestemd onder een aantal voorwaarden, die hij in een brief van 22 december 2006 aan de ouders van verzoeker heeft meegedeeld. Zo moet verzoeker voor de vakken wiskunde, Nederlands en Duits een test afleggen na de kerstvakantie en “zal een volgehouden, ernstige inspanning noodzakelijk [zijn]”. Op de delibererende klassenraad van 25 juni 2007 wordt aan verzoeker een (30 juni 2007 gedateerd) C-attest toegekend. De beslissing vermeldt de volgende motieven: “3 jaartekorten Duits, fysica, wiskunde 4 tekorten op examenreeks 2 taalvak Duits werd onvoldoende ingehaald poolvak Nederlands 2 examentekorten advies: overzitten heeft alleen zin mits andere studiehouding en orde! Richt je tot het CLB!”. 1.
  3. De beroepsprocedure wordt ingezet. Na overleg wordt de klassenraad weer samengeroepen, maar hij behoudt zijn beslissing. Een schriftelijke neerslag van die beslissing -van onbekende datum- ontbreekt. Ze zou volgens verzoeker enkel telefonisch aan hem zijn meegedeeld; verwerende partij toont niet aan dat het anders is. 1.
  4. Op 4 juli 2007 richten de ouders van verzoeker zich tot de beroepscommissie. In hun bezwaarschrift stippen zij aan nog steeds geen geschreven motivering te hebben ontvangen van de tweede deliberatie van de klassenraad, maken zij een analyse van verzoekers studieresultaten, laken zij een tekort aan XII-5239-2\17 informatie als ouders en een tekort aan remediërende initiatieven vanwege de school. Specifiek voor het vak wiskunde zetten zij uiteen waarom naar hun oordeel de resultaten niet rechtsgeldig zijn. De beroepscommissie adviseert op 30 augustus 2007 om de delibererende klassenraad opnieuw bijeen te roepen, omdat de delibererende klassenraad “op onvoldoende wijze zijn beslissing heeft gemotiveerd”. In het advies worden de tekorten van verzoeker opgesomd, wordt het voorgaande procedureverloop chronologisch in herinnering gebracht en wordt het bezwaarschrift als volgt samengevat: “- ordemaatregel wiskunde wordt vermengd met evaluatie - onvoldoende voor fysica is minimaal - Duits is een nieuw vak voor deze leerling sedert de kerstvakantie - er was een gebrekkige informatiedoorstroming vanwege de school (agenda/rapport)”. De beroepscommissie is blijkens haar advies van oordeel dat de motivatie van de delibererende klassenraad, gegeven op 28 juni 2007, “de genomen beslissing te weinig ondersteunt” en dat verzoeker en zijn ouders “na de tweede zitting van de delibererende klassenraad recht hebben op een uitgeschreven motivatie voor het bevestigen van de eerder genomen beslissing”. 1.
  5. De op basis van dit advies nieuw samengeroepen delibererende klassenraad beslist op 4 september 2007 opnieuw aan verzoeker een C-attest toe te kennen. Een afschrift van deze beslissing of een notulering van de beraadslaging wordt aan verzoeker niet meegedeeld. De beslissing wordt wel aan de ouders van verzoeker ter kennis gebracht door de directeur - voorzitster van de klassenraad, met een 4 september 2007 gedateerde brief. 1.
  6. Op 20 september 2007 wordt de beslissing van de klassenraad van 4 september 2007 in haar tenuitvoerlegging geschorst door de Raad van State bij arrest nr. 174.
  7. 1.
  8. Op 25 september 2007 beslist de delibererende klassenraad andermaal om aan verzoeker een oriënteringsattest C toe te kennen. De klassenraad notuleert zijn motieven daartoe als volgt: XII-5239-3\17 “Gelet op het Arrest nr. 174.745 van de Raad van State van 20 september 2007 en de beslissing van Robert Steuts, algemeen directeur, van 24 september 2007 de klassenraad van het eerste jaar van de derde graad van de studierichting Moderne Talen-wetenschappen opnieuw samen te roepen. De klassenraad stelt vast dat de Raad van State bij uiterst dringende noodzakelijkheid besliste de tenuitvoerlegging van de beslissing van de delibererende klassenraad van 4 september te schorsen. In zijn arrest stelt de Raad van State dat (uittreksels):
  9. Kwestie of voor wiskunde een ordemaatregel vermengd is met de evaluatie ‘Prima facie vindt de Raad van State in hetgeen hij als de motieven van de klassenraad in aanmerking neemt, geen antwoord op de bezwaren en wagen met betrekking tot de kwestie of voor wiskunde een ordemaatregel vermengd is met de evaluatie.’
  10. Gebrek aan informatiedoorstroming ‘Over het beweerde gebrek aan informatiedoorstroming refereert de motivering enkel aan de brief van 22 december 2006, die dus dateert voor de overstap naar de nieuwe studierichting en dan ook moeilijk geacht kan worden de ouders te hebben geïnformeerd over problemen in die richting.’
  11. Onderzoek of de aangehaalde ‘familiale omstandigheden’ een uitstel van evaluatie rechtvaardigden ‘Op grond van wat in de brief van 4 september 2007 is te lezen, lijkt de klassenraad deze vraag [de mogelijkheid om uitgestelde proeven af te leggen op grond van verzoekersfamiliale situatie] niet te hebben overwogen of alleszins tocht niet beantwoord’ De klassenraad beslist de deliberatie op te splitsen in twee delen: - deel 1: contro1e-analyse van de motiveringen uit de klassenraden van 25.06.07, 30.06.07 en 04.09.07 - deel 2: door de Raad van State aangehaalde zaken waarop hij “prima facie” geen antwoord van de klassenraad op de bezwaren en vragen van verzoeker terugvindt: - 2.1 kwestie of voor wiskunde een ordemaatregel vermengd is met de evaluatie - 2.2 gebrek aan informatiedoorstroming - 2.3 onderzoek of de aangehaalde “familiale omstandigheden” een uitstel van evaluatie rechtvaardigden Deel 1: De delibererende klassenraad onderwerpt haar eerdere motiveringen aan een analyse. Samengevat komen deze motivaties hierop neer: - de vele tekorten: - overzicht: WIWE MTWE DW EX 1 DW EX 2 chemie 43 3,5 fysica 4 4 48 informatica 4,5 49 Nederlands 47 42 wiskunde 3 6 1,5 48 Duits 26 XII-5239-4\17 - samenvatting: - drie jaartekorten: Duits, fysica en wiskunde - vier tekorten EX 2: fysica, Nederlands, wiskunde, Duits - poolvak Nederlands: tekort op EX 1 én EX 2 - wiskunde: ‘valse’ vooruitgang aangezien van 7 uur in WEWI naar slechts 4 uur in MTWE, en dan nog een tekort - de studiehouding: - ondanks de vele mondelinge en regelmatig schriftelijke opmerkingen liet de studiehouding van Olivier De Kerpel blijvend te wensen over: - gebrek aan inoefenen van noodzakelijke vaardigheden - niet instuderen leerstof - manifeste onwil om schrift wiskunde in orde te brengen: - verwijdering uit de lessen op 14.05.07 en schrift pas in orde op 24.05.07 - weigeren aanbod volgen van inhaalles De klassenraad komt na een nieuwe analyse tot het besluit dat deze motivatie in niets dient gewijzigd en handhaaft ze. De leerplandoelstellingen werden in onvoldoende mate behaald om met succes de studies aan te vatten en verder te zetten in het tweede jaar van de derde graad MTWE. Conclusie deel 1; De in de vorige delibererende klassenraden gehanteerde motivaties om Olivier De Kerpel een C-attest toe te kennen worden bevestigd. Deel 2: Beantwoorden van de bezwaren en vragen van Olivier De Kerpel waarop volgens de Raad van State ‘prima facie’ door de klassenraad in vroegere deliberaties geen schriftelijk antwoord werd overgemaakt.. 2.
  12. Kwestie of voor wiskunde een ordemaatregel vermengd is met de evaluatie - volgende ordemaatregel werd getroffen op 14 mei: - Olivier De Kerpel neemt geen nota’s in schrift - leerkracht geeft minstens twee duidelijke aanmaningen terzake - aangezien Olivier De Kerpel weigert nota’s te nemen krijgt hij als orde maatregel: 1 uur nablijven met als opdracht schrift in orde te brengen - in de maatregelen is op geen enkel moment sprake van verwijdering uit de lessen - totstandkoming resultaat DW4 voor wiskunde: - Behaalde resultaten op overhoringen en op medewerking in de klas: - 20 april: herhalingstoets 14/30 - 4 mei: schriftelijke toets over spilrnethode: 0/10 - 9 mei: toets limieten: 1/10 - 25 mei (vooraf aangekondigde) herhalingstoets: 0/20 - de op 25 mei opgelegde taak wordt nooit ingeleverd: 0/10 - 30 mei: mondelinge overhoring; 0/10 - quotatie op medewerking in de klas: 0/10 - Totaal 15/100 - Rapportcijfer: 1,5/10 Opmerking: Er werd geen enkele quotatie toegekend die betrekking heeft op de lessen van 10 en 24 mei waarin Olivier De Kerpel afwezig was (afwezigheid zonder verband met bovenstaande ordemaatregel) XII-5239-5\17 Conclusie
  13. 1: De klassenraad is van oordeel dat bovenstaande gegevens zeer duidelijk uitwijzen dat de door de ouders aangebrachte twijfel over het vermengen van een ordemaatregel met evaluatie ongegrond is. 2.2 Gebrek aan informatiedoorstroming; - 22.12.06: brief met mededeling toelating overgang van WEWI naar MTWE met vermelding; ‘ook in deze studierichting zal een volgehouden, ernstige inspanning noodzakelijk zijn’ - op 18.01.
  14. m.a.w. twee weken na de overgang, gaat er een oudercontact door - datum stond reeds vermeld in brochures - datum aanvang schooljaar medegedeeld via document jaarplanning - ouders kregen brief met uitnodiging oudercontact op 23.12.07 - ouders vragen geen onderhoud aan (ouders vroegen wel een onderhoud voor hun dochter Florence m.a.w. waren goed op de hoogte dat er oudercontact was) - Olivier De Kerpel werd meer dan regelmatig mondeling op de hoogte gebracht van het feit dat indien hij zijn studiehouding niet wijzigde, hij het heel moeilijk zou krijgen - op 25.06.07 wordt Olivier De Kerpel door V. Maniquet, leerkracht Nederlands en klastitularis en E. Gerlo, leerkracht Duits, tot in de details op de hoogte gebracht van de redenen waarom hij een tekort heeft - 28.06.07 (oudercontact) brengen I. Janssens, directeur en verschillende vakleraars Olivier De Kerpel en zijn moeder die eveneens aanwezig was, tot in de details op de hoogte Conclusie 2.2 De klassenraad is van oordeel dat de school in het algemeen en de leerkrachten in het bijzonder voldoende signalen hebben gegeven dat de overgang van studierichting geen evidentie was en dat Olivier De Kerpel niet goed bezig was. Bovendien hebben de ouders op geen enkel moment gebruik gemaakt van de bestaande kanalen om bijkomende informatie te kunnen krijgen. 2.
  15. Onderzoek of de aangehaalde ‘familiale omstandigheden’ een uitstel van evaluatie rechtvaardigden De klassenraad onderzoekt of alle argumenten en motivering uit deel 1 stand houden in het licht van het verzoek van Olivier De Kerpel om, rekening houdend met de door hem en door zijn moeder na de klassenraad van 25.06.07 uitgebrachte familiale moeilijkheden, alsnog de beslissing uit te stellen en eventueel via herexamens bijkomende informatie in te winnen alvorens een beslissing te nemen. Vooreerst wenst de klassenraad het door Olivier De Kerpel ingeroepen begrip ‘familiale moeilijkheden’ te specificeren. Het gaat hier niet om bijvoorbeeld een tijdens of net voor aanvang van de examens plots opduiken van een ernstige ziekte van een van de ouders of het overkomen van een ongeval met zware fysische gevolgen. Op basis van de getuigenissen die Olivier De Kerpel op 25.06.07, na afloop van de delibererende klassenraad aan Veerle Maniquet en Ellen Gerlo en op het oudercontact van 28.06.07 expliciet door de moeder van Olivier bevestigd, aan Irma Janssens, directeur, in het bijzijn van Françine Boon, leerlingenbegeleider, gaat het om reeds enkele maanden aanslepende spanningen [wegens echtelijke moeilijkheden] tussen de vader en de moeder van Olivier De Kerpel [...]. XII-5239-6\17 De klassenraad is er zich terdege van bewust dat dergelijke situatie een invloed kan hebben op de studiehouding van een kind in casu Olivier De Kerpel, op dat ogenblik bijna meerderjarig. Maar nader onderzoek van de evolutie van de rapportcijfers leert dat deze op geen enkel moment een plotse negatieve knik vertoont. Zijn studiehouding is al die tijd dezelfde gebleven. Hierover werden hem overigens voldoende opmerkingen gemaakt. De klassenraad spitst zich toe op het onderzoek of de resultaten van de examens en deze van liet laatste rapport dagelijks werk al dan niet negatief beïnvloed werden door de bewuste familiale omstandigheden. Overzicht resultaten DW van het tweede semester: DW 3 DW 4 NCZ 7 7 aardrijkskunde 5 6 biologie 5,5 6 chemie 3,5 7,5 Duits 6 6,5 Engels 7,5 6,5 Frans 6 5 fysica 5 4 geschiedenis 8 5 lichamelijke opvoeding 8 9 Nederlands 6 6,5 wiskunde 6,5 1,5 De klassenraad stelt vast dat, met uitzondering van het vak geschiedenis (van 8 naar 5) en wiskunde (van 6,5 naar 1,5) er bij alle andere vakken ofwel status quo (NCZ), ofwel vooruitgang (aardrijkskunde, biologie, chemie, Duits, Nederlands, lichamelijke opvoeding) ofwel slechts een lichte daling (Engels. Frans, fysica) van maximaal 10% is. Op te merken valt ook dat de 6,5 voor DW3 een cijfer is dat bijkomend commentaar behoeft. Olivier De Kerpel volgde in het eerste semester de 7 uur wiskunde in WEWI. De leerstof van het eerste trimester van het tweede semester was voor het overgrote deel reeds helemaal behandeld in het eerste semester In volgende vakken waarop Olivier De Kerpel geen tekort heeft op EX 2 dalen de score minder dan 10%: XII-5239-7\17 EX 1 EX 2 aardrijkskunde 59 57 Engels 70 70 Frans 80 74 fysica 50 48 In volgende vakken zijn de resultaten op EX 2 zelfs beduidend hoger dan op EX 1 EX 1 EX 2 NCZ 65 79 lichamelijke opvoeding 75 90 In volgende vakken gaan de punten zelfs substantieel omhoog. Zo haalt Olivier De Kerpel in de vakken chemie en geschiedenis, waarop hij met kerstmis een vrij ernstig tekort had, dit tekort ruim op tijdens de periode waarvoor verzachtende omstandigheden gepleit worden wegens echtelijke moeilijkheden. EX 1 EX 2 geschiedenis 47 51 chemie 43 71 Eerder dan dat de resultaten negatief beïnvloed werden door de echtelijke moeilijkheden, komt het op de klassenraad over, dat Olivier De Kerpel al zijn inspanningen geventileerd heeft naar die vakken waarop hij tijdens EX 1 een ernstig tekort had en waarvan hij dus wist dat een goed resultaat op EX 2 een must was. Dat de echtelijke moeilijkheden niet als oorzaak kunnen beschouwd worden van het falen van Olivier De Kerpel kan ook aangetoond worden door het niet onbelangrijke feit dat het examen chemie, waarop Olivier De Kerpel dus 28 punten vooruitgang boekt, net op dezelfde dag afgelegd werd dan het examen Duits. De school beschikt over een uitgebreid netwerk van ‘vertrouwenspersonen’. De leerlingbegeleider, twee vertrouwensleerkrachten voor de derde graad, de klastitularis, de medewerkers op het secretariaat en de directie gesteund door het Centrum voor leerlingbegeleiding (CLB). De klassenraad is ook heel erg verwonderd dat, ondanks het uitgebreid net van ‘vertrouwenspersonen’, Olivier De Kerpel over de echtelijke moeilijkheden van zijn ouders met geen woord rept alvorens hij op 25.06.07 zijn negatieve uitslag verneemt. Olivier De Kerpel wist zeer goed tot wie hij zich kon wenden om de moeilijkheden te signaleren en om ondersteuning te krijgen. Geen enkele keer heeft hij een signaal gegeven dat hij hulp nodig had. Plots duikt de problematiek wel op als hij op de hoogte wordt gesteld van de beslissing hem XII-5239-8\17 een C-attest toe te kennen en op dat moment door een vorm van paniek overmand, ‘bang is om naar huis te gaan met dergelijk slecht resultaat’. Conclusie 2.3: De klassenraad is van oordeel dat het geenszins zo is dat de punten globaal een plotse daling van een substantieel procent vertonen. Dit alleen al toont aan dat de door de ouders aangehaalde ‘familiale problemen’, lees echtelijke problemen, niet of alleszins in onvoldoende mate aan de oorzaak zouden liggen van de slechte resultaten van Olivier De Kerpel. De klassenraad is dan ook van oordeel, gekoppeld aan de elementen uit deel 1 dat hij bijkomende evaluaties niet nodig acht om een beslissing te nemen. Algemene conclusie: Op basis van de supra aangehaalde argumenten is de klassenraad [...] van oordeel dat: - eerder aangehaalde motivaties: - worden na analyse in hun volheid bekrachtigd - leveren meer dan voldoende gegevens opdat de klassenraad geen bijkomende evaluatie behoeft om een definitieve beslissing te treffen - Olivier De Kerpel kan een tweede jaar van de derde graad niet aan - Olivier De Kerpel zal bij overzitten zijn studiehouding grondig moeten bijsturen - quotaties wiskunde: - de bekomen resultaten zijn louter en alleen gebaseerd op ‘zuivere’ evaluatie-indicatoren - zogenaamd gebrek aan informatie; - er werd regelmatig informatie overgemaakt - ouders verwaarloosden gebruik te maken van de geboden mogelijkheden - aangehaalde echte1ijke moei1ijkheden: - zijn geen wezenlijke oorzaak voor de tijdens EX 2 geboekte slechte resultaten - zetten de conclusies uit deel 1 op geen enkele manier op de helling De klassenraad concludeert dat hij over voldoende gegevens beschikt en geen bijkomende evaluatie nodig heeft om onmiddellijk een beslissing te nemen. Beslissing: De Klassenraad beslist met unanimiteit Olivier De Kerpel een C-attest toe te kennen. ”. De schorsingsvoorwaarden
  16. Luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen XII-5239-9\17 verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde 3.
  17. Verzoeker voert in het verzoekschrift onder de rubriek “ernstige middelen tot nietigverklaring” vooreerst aan: “Eerste middel: tekorten”. Hij stelt beoordeeld te worden zonder dat enig onderliggend criterium of regel blijkt, dat de beoordeling ondoorzichtig is en soeverein en dat ze zuiver cijfermatig is en enkel met zijn tekorten rekening houdt. Hij licht een en ander toe overheen zes bladzijden van zijn verzoekschrift. Daarbij formuleert hij tal van vragen, lijkt hij ook kritiek te geven of minstens opmerkingen te maken over de eerdere beslissing van 4 september 2007, die door de thans bestreden beslissing impliciet is ingetrokken en citeert hij omstandig uit het doorlichtingsverslag over de school. Hij laakt ook dat enkel naar de tekorten is gekeken. 3.
  18. Zoals verwerende partij terecht opmerkt, kan een algemene doorlichting van een school op het eerste gezicht niet nuttig op een beslissing in een individuele zaak worden betrokken. Ook kritiek op de impliciet ingetrokken beslissing lijkt niet meer dienend. Voorts valt de Raad van State verwerende partij ook hierin bij dat verzoeker in wat hij zijn eerste “middel” noemt, verschillende opmerkingen maakt die niet als een ernstig middel zijn te beschouwen. Reeds in het arrest nr. 174.745 van 20 september 2007 kon verzoeker overigens lezen, over de wijze waarop hij zijn toenmalige verzoekschrift had opgesteld, dat hij “zal [...] moeten verdragen dat het verzoekschrift zo wordt onderzocht als vooreerst verwerende partij en vervolgens de Raad het menen te kunnen lezen en dat niet alle grieven die hij verwoordt effectief als een ontvankelijk rechtsmiddel worden opgevat”. De Raad stelt vast dat het thans voorliggende verzoekschrift niet minder breedvoerig is. Zeker in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, waarbij de rechten van de verdediging door de procedure al tot een uiterst minimum zijn herleid, moet een “middel” zich lenen tot een snelle toetsing. Dit betekent, opdat het ernstig karakter ervan kan worden erkend, dat in een middel zeer nauwkeurig moet worden aangevoerd welke precieze rechtsregel of welk rechtsprincipe geschonden wordt geacht en al even nauwkeurig moet worden vermeld waarin de schending door de bestreden beslissing precies bestaat. Van de Raad van State mag niet worden XII-5239-10\17 verwacht dat hij in de plaats van de verzoekende partij het middel onderbouwt of zelf in de uitgebreide adstructie van het middel moet zoeken welke betekenis er aan kan worden toegedicht. De Raad van State stelt prima facie vast dat de klassenraad in zijn beslissing onder “deel 1”, “de vele tekorten”, een concreet overzicht heeft gegeven van de vaktekorten van verzoeker die hij in rekening brengt voor zijn beslissing over het al dan niet geslaagd zijn. De Raad erkent met verzoeker dat de klassenraad “soeverein” oordeelt, maar dat is precies wat van de klassenraad ook wordt verwacht en wat de hem opgedragen bevoegdheid is. De “onderliggende criteria” van die autonome beoordeling lijken de opgesomde tekorten te zijn, die in dit middel in se niet betwist lijken te worden. De Raad van State kan die beoordeling niet, zoals verzoeker, “ondoorzichtig” noemen. De vele vragen van verzoeker over de wijze waarop die cijfers worden samengeteld lijken voor de Raad op het eerste gezicht weinig relevant. Daargelaten of die grief als een ontvankelijk middel is uitgewerkt, nu verzoeker enkel een reeks vragen op de Raad afvuurt, lijkt het immers uit de geciteerde tabel duidelijk dat de voorliggende punten voor dagelijks werk en examens voor de vakken Duits, fysica en wiskunde een zulkdanig tekort vertonen dat niet tot een voldoende jaarresultaat voor elk van die vakken kan leiden, welke berekeningsmethode daar ook op zou worden toegepast. Zelfs al veruitwendigt de klassenraad in de bestreden beslissing geen precieze rekenregel, dan nog lijkt zijn appreciatie dat voor die vakken overheen het jaar onvoldoende is behaald om voor het desbetreffende vak geslaagd te zijn -kortom, een jaartekort- niet onrechtmatig te zijn. Zelfs in de veronderstelling dat de klassenraad, zoals verzoeker beweert, hem ten onrechte daarbij ook een slechte studiehouding aanwrijft, blijft de feitelijke vaststelling van die tekorten bestaan. Mocht verzoeker op dit laatste punt inzake zijn studiehouding gelijk hebben, dan betekent zulks ten hoogste dat hij die tekorten niet heeft te wijten aan een slechte studiehouding. Wat dan het niet vermelden van de andere behaalde resultaten betreft, kunnen de door de delibererende klassenraad in aanmerking genomen tekorten prima facie volstaan als motief om aan verzoeker een C-attest te geven. Die motieven worden niet onregelmatig louter door het feit dat de klassenraad niet formeel de punten van de andere vakken waarvoor verzoeker geslaagd is niet reproduceert in zijn beslissing. Verzoeker betwist niet de behaalde tekorten op zich; het valt hem dan toe, zo lijkt, aan te geven welke andere concrete gegevens van zijn dossier niet of onvoldoende door de klassenraad in ogenschouw zijn genomen en die XII-5239-11\17 een zodanig tegengewicht vormen voor de vastgestelde tekorten, dat zij een anders luidende beslissing mogelijk maken. In dit middel lijkt verzoeker daar niet aan toe te komen. Het middel is niet ernstig. 4.
  19. In het tweede middel, “ordemaatregelen”, noemt verzoeker het redelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel geschonden omdat hij enkele weken voor de examens “aan de deur gezet” is in de wiskundeles en -zo vat de Raad althans samen wat verzoeker alweer op drie bladzijden uiteenzet met referenties onder meer aan de vorige procedure- dat het “buiten proportie” staat om hem onvoldoendes toe te kennen voor bepaalde toetsen in die periode. 4.
  20. De Raad stelt vooreerst vast dat thans in de bestreden beslissing, anders dan voorheen, wel een expliciet antwoord is gegeven door de klassenraad op deze grief van verzoeker. De klassenraad merkt daarbij op aan verzoeker geen quoteringen te hebben gegeven voor zijn afwezigheden op twee dagen die vreemd zijn aan de hem opgelegde ordemaatregel en somt voorts de resultaten op van de afgelegde toetsen, waaronder ten minste één te situeren is in de periode waarin verzoeker volgens zijn bewering was uitgesloten van de wiskundeles. In de huidige stand van de procedure neemt de Raad van State aan dat verzoeker op 14 mei 2007 als ordemaatregel werd opgelegd één uur na te blijven en dat voorts een conflict rees tussen verzoeker en zijn leerkracht wiskunde in verband met het niet eigenhandig bijhouden van notities. Dit conflict kan er toe hebben geleid dat verzoeker uit de les is gestuurd totdat zijn schrift in orde was. Dit laatste wordt door verzoeker beweerd en door verwerende partij even stellig betwist. Wat daar ook van weze, vooralsnog kan de Raad in dit conflict geen ordemaatregel bespeuren om verzoeker bewust en permanent uit de lessen te sluiten; verzoeker verduidelijkt ook niet wat hem zou hebben belet zijn schrift binnen korte tijd in orde te krijgen. Hij lijkt die sanctie, ofschoon hij ze thans als een (verdoken) tuchtmaatregel bestempelt, ook niet te nuttiger tijde bestreden te hebben. De Raad bedenkt voorts ook dat de tekorten van verzoeker overheen het gehele jaar voor het vak wiskunde onvoldoende waren, zodat verzoeker vooralsnog niet overtuigt dat het missen van enkele lessen doorslaggevend is geweest voor zijn eindresultaat. XII-5239-12\17 Het middel is niet ernstig. 5.
  21. In verzoekers derde middel worden opnieuw het redelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel geschonden genoemd omdat verwerende partij onvoldoende zou hebben gecommuniceerd over zijn problemen aan zijn ouders. 5.
  22. De Raad stelt vast dat verzoeker het antwoord dat de klassenraad hierop heeft gegeven in de bestreden beslissing niet tegenspreekt; aangenomen mag dus worden dat de ouders van verzoeker niet aanwezig waren op de oudercontacten. De Raad bedenkt voorts dat de tekorten voor dagelijks werk in de rapporten eveneens een signaal zijn aan de ouders, die voorts niet onbekend konden zijn met het feit dat verzoeker na nieuwjaar van richting was veranderd, wat van hen ook enige oplettendheid over verzoekers studie mocht doen verwachten. Verzoeker laat overigens na uiteen te zetten hoe een eventuele onzorgvuldigheid in de communicatie met de ouders tot gevolg moet hebben dat het hem toegekende attest onwettig moet worden verklaard. Het middel is niet ernstig. 6.
  23. In een vierde middel, “familiale redenen” genoemd, stelt verzoeker dat de klassenraad zich in de bestreden beslissing beperkt tot een streng cartesiaanse aanpak waar elke menselijkheid ontbreekt en dat de klassenraad niet gehinderd wordt door enig psychologisch inzicht in de realiteit van een adolescent. 6.
  24. De Raad ziet op zijn beurt dat de klassenraad op twee bladzijden uitvoerig stilstaat bij de familiale problemen van verzoeker en de elementen aangeeft waarom hij meent dat de punten daardoor niet zijn beïnvloed geworden, minstens niet in die mate dat uitgestelde proeven moeten worden opgelegd. Verzoeker is het daarmee duidelijk oneens, maar hij laat na zijn feitelijke onvrede te vatten in een juridisch middel dat voldoet aan de hiervoor reeds in herinnering gebrachte eisen. Het “middel” is niet ernstig. XII-5239-13\17 7.
  25. Als vijfde middel voert verzoeker een gebrek aan in de motivering. 7.
  26. In dit middel herneemt verzoeker de grieven met betrekking tot het beweerde “cijfermatige” van de beoordeling, het “gebrek aan transparantie” en de “artificiële tekorten” en de “uitsluiting uit de les”. Daarop is reeds bij de bespreking van de vorige middelen geantwoord. Ook in dit middel citeert verzoeker uit het doorlichtingsverslag. Daarop is ook reeds hiervoor geantwoord. Waar verzoeker zijn grieven aanvult, blijkt niet dat hij die reeds kenbaar heeft gemaakt in de administratieve beroepsprocedure. Zoals in het vorige arrest reeds is opgemerkt, kan hij de klassenraad thans niet verwijten geen antwoord te geven op een bezwaar dat niet te nuttiger tijd aan die klassenraad is meegedeeld. Voor zover de delibererende klassenraad in het vorige schorsingsarrest te horen kreeg welke grieven van verzoeker wél terecht leken en een ernstig gebrek in de op hem rustende motiveringsplicht leken aan te tonen, stelt de Raad van State vast dat in de thans bestreden beslissing aan die motiveringstekorten lijkt te zijn geremedieerd. Het middel is niet ernstig.
  27. De Raad van State mag zich niet als beroepsinstantie in de plaats van de delibererende klassenraad stellen voor de beoordeling van de examenresultaten en van de geschiktheid van de leerling om het volgende jaar aan te vatten, vermits het alleen aan de delibererende klassenraad toekomt om die keuze te maken. De delibererende klassenraad beschikt daarbij over een -ruime- discretionaire bevoegdheid. De Raad van State kan verzoeker derhalve niet beschermen tegen strenge beslissingen, alleen tegen onwettige beslissingen. Een strenge beslissing kan door de betrokken leerling allicht als onredelijk of onbillijk ervaren worden. Het is ook niet uitgesloten dat een ándere delibererende klassenraad, op zicht van dezelfde gegevens en op grond van de hem toekomende beoordelingsbevoegdheid, evengoed binnen de grenzen van de wettelijkheid tot een ánder oordeel zou komen. De beoordeling door de delibererende klassenraad mag door de Raad van State echter enkel voor onwettig worden gehouden indien blijkt XII-5239-14\17 dat die beslissing niet gedragen kan worden, in rechte of in feite, door de er voor ingeroepen motieven of indien het om een beslissing gaat waarvan gewoon niet te begrijpen valt hoe ze zelfs binnen die ruim geachte discretionaire bevoegdheid tot stand is kunnen komen : waarvan met andere woorden niet denkbaar is dat enige zorgvuldig handelende klassenraad ze zou kunnen nemen. Uit wat voorafgaat blijkt dat verzoeker, in de huidige stand van de procedure, er niet in is geslaagd de Raad daarvan te overtuigen. De door de delibererende klassenraad op het eerste gezicht zorgvuldig gemaakte inschatting van de kennis en kunde van verzoeker vermag in rechte en in feite, zo lijkt, een beslissing om hem het bestreden C-attest te geven verantwoorden.
  28. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen.
  29. Verzoeker vraagt in fine van zijn verzoekschrift dat voorlopige maatregelen worden bevolen onder verbeurte van een dwangsom. Nu de vordering tot schorsing moet worden verworpen, moet die vraag hetzelfde lot ondergaan. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  30. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen onder verbeurte van een dwangsom worden verworpen. Artikel
  31. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-5239-15\17 XII-5239-16\17 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien oktober 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5239-17\17 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.911 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.604 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.