← België

Arrest 175953 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/10/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.953 Rolnummer: A. 99886/X-10070 Zaak: Arrest 175953 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-30 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:38 Fiche Arrest nr 175.953 van 19 oktober 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 175.953 van 19 oktober 2007 in de zaak A. 99.886/X-10.

  1. In zake : de n.v. MUYSHONDT, die woonplaats kiest bij advocaat V. GOOSSENS, kantoor houdende te 2640 MORTSEL, Prins Leopoldlei 21 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door deVlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
  2. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. MUYSHONDT op 29 januari 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 november 2000 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media waarbij het beroep van de gemachtigde ambtenaar wordt ingewilligd en enerzijds de vergunning wordt geweigerd voor een bijkomende loods, anderzijds de vergunning wordt afgegeven voor een waterzuiveringsinstallatie op een perceel gelegen aan de Vaartstraat 155f te Ranst, kadastraal gekend sectie C, nr. 486/s, “in zoverre dit besluit na een beroep van de gemachtigde ambtenaar de weigering bevestigt voor het toekennen van een bouwvergunning, dewelke noodzakelijk is voor de uitbreiding van een loods”; Gelet op het arrest nr. 99.412 van 3 oktober 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 31 oktober 2001 ingediend door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; X-10.070-1/3 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 15 december 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 24 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 juni 2007, datum waarop de zaak in voortzetting wordt uitgesteld tot 28 september 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. SEBREGHTS, die loco advocaat V. GOOSSENS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat P. AERTS, die loco advocaat J. CLAES verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT: De verzoekende partij heeft aan de Raad van State meegedeeld dat zij op grond van een op 15 juni 2005 verkregen positief planologisch attest op 4 april 2006 bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ranst een nieuwe aanvraag heeft ingediend tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het “uitbreiden van een aardappelverwerkend bedrijf” op hetzelfde perceel als dat waarop het door haar bestreden besluit betrekking heeft, en dat zij bij besluit van 30 mei 2007 van het college van burgemeester en schepenen de gevraagde stedenbouwkundige vergunning heeft verkregen. Deze vergunning werd niet aangevochten. De verzoekende partij bevestigt ter terechtzitting geen belang meer te hebben bij de vernietiging van het thans bestreden besluit. Het beroep is om deze reden niet meer ontvankelijk. X-10.070-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien oktober 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, de H. E. BREWAEYS, staatsraad, door de voorzitter van de Raad van State aangewezen ter vervanging van de heer D. MOONS, staatsraad, verhinderd wegens ziekte na de debatten te hebben bijgewoond en na te hebben deelgenomen aan het beraad; Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-10.070-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.953 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.99.412 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.