← België

Arrest 175984 - Varia (economische zaken) - 22/10/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.984 Rolnummer: A. 179570/IX-5517 Zaak: Arrest 175984 - Varia (economische zaken) - 22/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-07 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:38 Fiche Arrest nr 175.984 van 22 oktober 2007 Economische zaken - Varia (economische zaken) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 175.984 van 22 oktober 2007 in de zaak A. 179.570/IX-

  1. In zake : de NV VARIO FOOD, die woonplaats kiest bij advocaat L. DE BROECK, kantoor houdende te BRUSSEL, Jules Besmestraat 124 tegen :
  2. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat F. LEMAIRE, kantoor houdende te BRUSSEL, Ninoofsesteenweg 643,
  3. het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijk- heid AGENTSCHAP ECONOMIE, Entiteit Economisch Ondersteuningsbeleid. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV VARIO FOOD op 19 december 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing nr. 2003/GP/KMO/02 van 20 oktober 2006 van het AGENTSCHAP ECONOMIE, Entiteit Economisch Ondersteuningsbeleid houdende de weigering tot uitbetaling van het saldo van 154.336 euro van de haar bij ministeriële beslissing van 2 juli 2004 toegekende groeipremie; Gezien de memorie van antwoord van de eerste verwerende partij en gezien de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 20 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 oktober 2007; IX-5517-1/3 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. VAN DAELE die, loco advocaat L. DE BROECK verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat F. LEMAIRE, die verschijnt voor de verwerende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  4. De verzoekende partij doet in haar memorie van wederantwoord afstand van het aangespannen geding. Ter terechtzitting legt zij de betreffende bewijsgegevens neer. Geen gegeven van het dossier verzet zich tegen de inwilliging van die afstand.
  5. De verwerende partij vraagt ter terechtzitting dat de kosten van het geding ten laste van de verzoekende partij gelegd zouden worden. Zij verwijst daarbij naar het feit dat de bestreden beslissing als nietig beschouwd is kunnen worden omdat de verzoekende partij uiteindelijk toch haar jaarrekening 2006 heeft overgemaakt, terwijl het bestreden besluit precies steunde op het gebrek aan informatie die de verzoekende partij met betrekking tot het bedrag van de eigen middelen aan de verwerende partij verstrekt had. Zij is van oordeel dat het annulatieberoep dan ook niet ontvankelijk ingediend werd, en dat bijgevolg de verzoekende partij zelf de kosten van het geding moet dragen.
  6. In de hypothese dat een proces niet tot zijn einde gevoerd wordt moet over de betaling van de kosten worden beslist volgens regels waarvan de toepassing het niet nodig maakt de rechtsvragen op te lossen die het onderwerp van de rechtsstrijd zouden geweest zijn mocht het proces doorgang gevonden hebben. In de regel wordt aldus aangenomen dat de kosten ten laste van de verzoekende partij blijven wanneer het proces zijn zin of zijn voorwerp verliest en wordt stopgezet ten gevolge van een handeling of een verzuim van de verzoekende partij of wanneer blijkt dat zij er helemaal geen belangstelling meer voor heeft. De verwerende partij wordt daarentegen tot de kosten veroordeeld wanneer het proces IX-5517-2/3 wordt stopgezet wegens een handeling van de verwerende partij, tenzij uit een oppervlakkig onderzoek van het dossier blijkt dat het beroep kennelijk niet ontvankelijk ingediend is. In zijn verslag heeft de auditeur-verslaggever geconcludeerd dat de kosten ten laste van de verwerende partij konden gelegd worden, nu de afstand zijn oorzaak vindt in een nieuwe beslissing van het bestuur, genomen op 15 juni
  7. De uiteenzetting van de verwerende partij heeft geen betrekking op de kennelijke ontvankelijkheid van het ingediende annulatieberoep, maar gaat veeleer de grond van de zaak aan. Er is geen reden om de kosten ten laste van de verzoeken- de partij te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  8. De afstand van het geding wordt ingewilligd. Artikel
  9. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 22 oktober 2007, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5517-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.984 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.