id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.002 Rolnummer: A. 62963/IX-265 Zaak: Arrest 176002 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 22/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-12 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-30 03:56 Versie(s): Vertaling FR Fiche Arrest nr 176.002 van 22 oktober 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.002 van 22 oktober 2007 in de zaak A. 62.963/IX-
- In zake : Jozef MORTIER, die woonplaats kiest bij advocaat R. VAN HAESENDONCK, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 129 - Bus 23 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jozef MORTIER op 24 maart 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van het College van Dienstchefs van onbekende datum, waarbij het bezwaar van de verzoeker tegen de voorstellen tot toekenning van de betrekking van inspecteur bij brief van 25 oktober 1993 als ongegrond werd afgewezen en dat ter kennis werd gebracht bij brief van 26 januari 1995 (...)”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 23 september 1997 die de neer- legging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de procedure van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 17 juli 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 oktober 2007; IX-265-1/4 Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. DE MAEYER die, loco advocaat R. VAN HAESENDONCK verschijnt voor de verzoeker, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Over de gegevens van de zaak
- De verzoeker is hoofdcontroleur bij de Administratie der directe belastingen. Bij dienstorder nr. 20/1993 van 25 augustus 1993 worden een aantal betrekkingen van inspecteur in competitie gesteld. De verzoeker dient zijn kandidatuur in voor acht van die betrekkingen. Bij nota van 25 oktober 1993, vervangen bij nota van 3 november 1993, worden de voorstellen tot toekenning van een betrekking van inspecteur aan de kandidaten bekendgemaakt. De verzoeker wordt voor geen enkele van de betrekkingen voorgesteld. Tegen deze voorstellen tekent de verzoeker op 29 oktober 1993 bezwaar aan. Het College van dienstchefs van de Administratie der directe belastingen onderzoekt de ingediende bezwaarschriften op 23 november
- Het bezwaar van de verzoeker wordt ongegrond verklaard. De motieven ter verwerping van de bezwaren worden opgenomen in het advies over de kandidaten, dat het college van dienstchefs op 17 mei 1994 aan de minister overmaakt. Dat advies bevat ook de definitieve benoemingsvoorstellen. IX-265-2/4 Bij koninklijk besluit van 30 juli 1994 worden de voorgestelde kandidaten in de graad van inspecteur benoemd. De benoemingen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 maart
- De verzoeker bestrijdt geen enkele van deze benoemingen. Bij brief van de Directeur-generaal van het hoofdbestuur der directe belastingen van 26 januari 1995 wordt aan de verzoeker meegedeeld dat zijn bezwaar wordt afgewezen. Over de ontvankelijkheid van het beroep 2.
- De verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid op, doordat de bestreden beslissing van 26 januari 1995 van de directeur-generaal van de Administratie der directe belastingen de kennisgeving is van het advies van het college van dienstchefs, hetwelk een voorbereidende handeling is die voor de benoemende overheid niet bindend is. 2.
- Luidens het verzoekschrift bestaat het voorwerp van het voorliggende beroep in de beslissing van het college van dienstchefs van onbekende datum, ter kennis van de verzoeker gebracht bij schrijven van 26 januari
- Het verzoekschrift moet aldus geacht worden te zijn gericht tegen de beslissing van het college van dienstchefs van 23 november 1993, waarbij het bezwaar van de verzoeker tegen de benoemingsvoorstellen wordt verworpen. De beslissing die het college van dienstchefs neemt over het door de verzoeker ingediende bezwaarschrift, en die deel uitmaakt van het advies dat het college uitbrengt over de kandidaturen, bindt de benoemende overheid niet en sluit de verzoeker evenmin uit van elke kans op benoeming. De kandidatuur van de verzoeker blijft immers bestaan en ze wordt samen met de kandidaturen van de door het college van dienstchefs meest geschikt bevonden kandidaten aan de benoemende overheid voorgelegd. Anders dan de verzoeker in zijn memorie van wederantwoord aanvoert, is de bestreden beslissing geen “voor-beslissing ..., waarvan het effect dadelijk en beslissend de inhoud van de uiteindelijke benoemingsbeslissing zeker voor een deel bepaalt”, maar verschijnt ze als een louter voorbereidende handeling die voor de verzoeker geen definitieve rechtsgevolgen heeft. Weliswaar kan een niet-benoemde kandidaat de onregelmatigheid van een voorbereidende handeling aanvoeren ter ondersteuning van een beroep tot nietigverklaring van de IX-265-3/4 benoemingen die erop zijn gevolgd, maar dit neemt niet weg dat het beroep tegen de voorbereidende handeling zelf niet ontvankelijk is. De exceptie is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 22 oktober 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-265-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.002 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.