← België

Arrest 176004 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 22/10/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.004 Rolnummer: A. 79150/IX-1270 Zaak: Arrest 176004 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 22/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-09 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-30 03:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche Arrest nr 176.004 van 22 oktober 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.004 van 22 oktober 2007 in de zaak A. 79.150/IX-

  1. In zake : Marcel MOENS, wonende te OVERIJSE, Vergoeienveld
  2. tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Tewerkstelling en Arbeid, die woonplaats kiest bij advocaat A. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marcel MOENS op 29 juni 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 2 december 1997 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, “meer bepaald de schrapping van de graden van secretaris en eerstaanwezend secretaris, met de gevolgen daarvan op het gebied van anciënniteit en loopbaanverloop”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 8 december 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de “toelichtende memorie” van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 17 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 oktober 2007; IX-1270-1/4 Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. STEVENS die, loco advocaat A. LINDEMANS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  4. De verzoeker vordert de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 2 december 1997 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, “meer bepaald de schrapping van de graden van secretaris en eerstaanwezend secretaris, met de gevolgen daarvan op het gebied van anciënniteit en loopbaanverloop.”
  5. Het bestreden besluit is gewijzigd bij onder meer het koninklijk besluit van 3 juni 1999 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 2 december 1997 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid. De verzoeker heeft op 27 augustus 1999 een beroep tegen dat koninklijk besluit ingesteld, in zoverre het in werking treedt op 7 juli 1999 en niet terugwerkt tot op de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 2 december
  6. Het beroep van de verzoeker in die latere zaak ging uit van de opvatting dat de verzoeker pas met ingang van 7 juli 1999 tot eerstaanwezend griffier benoemd zou kunnen worden, terwijl hij onder de vorige reglementering zijn bevordering kon verwachten op 1 december
  7. In zijn memorie van wederant- woord van 17 januari 2000 in die latere zaak verklaarde de verzoeker echter dat hij bij ministerieel besluit van 12 oktober 1999 bevorderd was tot eerstaanwezend griffier met ingang van 1 december 1998, en dat hij aldus “volledige genoegdoe- ning” had verkregen. Hij besloot dan ook dat het verzoekschrift zonder voorwerp was geworden. Bij arrest nr. 88.183 van 22 juni 2000 heeft de Raad van State IX-1270-2/4 verzoekers uitleg als een afstand van het beroep begrepen, en die afstand ook ingewilligd.
  8. In zijn op 22 maart 2000 ingediende “toelichtende memorie” (lees: laatste memorie) in de thans voorliggende zaak, beperkt de verzoeker zich ertoe te verwijzen naar zijn genoemde memorie van wederantwoord van 17 januari 2000 in de latere zaak (beroep tegen het wijzigende koninklijk besluit van 3 juni 1999). Hij stelt dat ook in de voorliggende zaak het beroep zonder voorwerp is geworden. Zoals de Raad van State gedaan heeft in zijn genoemde arrest nr. 88.183 van 22 juni 2000, begrijpt hij het standpunt van de verzoeker ook thans als een afstand van het door hem ingestelde beroep. Er is geen reden die zich tegen de inwilliging van de afstand verzet. Het door de verzoeker bestreden besluit is ondertussen overigens vervangen door het koninklijk besluit van 13 september 2004 houdende hervorming van de loopbaan van sommige bijzondere graden van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
  9. In de concrete omstandigheden van de zaak past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  10. De afstand van het geding wordt ingewilligd. Artikel
  11. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-1270-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 22 oktober 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1270-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.004 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.