id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.007 Rolnummer: A. 184371/IX-5698 Zaak: Arrest 176007 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 22/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-12 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-30 03:57 Versie(s): Vertaling FR Fiche Arrest nr 176.007 van 22 oktober 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.007 van 22 oktober 2007 in de zaak A. 184.371/IX-
- In zake : Eddy CASTRO, die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (VSOA), gevestigd te BRUSSEL, Lange Levenstraat 27-
- tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Eddy CASTRO op 16 juli 2007 heeft ingediend om de schorsing en de vernietiging te vorderen van het koninklijk besluit van 9 mei 2007 waarbij hem de tuchtstraf van de afzetting wordt opgelegd; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VAN DER GUCHT, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VAN DER GUCHT; Gelet op de beschikkingen van 19 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 oktober 2007; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER die verschijnt voor de verwerende partij; IX-5698-1/5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. VAN DER GUCHT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
- De verzoeker is als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur verbonden aan het kantoor “douane entrepot” te Genk. 1.
- Bij een vonnis van 23 mei 2006 wordt hij door de Correctionele rechtbank te Hasselt veroordeeld wegens valsheid in geschriften en passieve omkoping. 1.
- Op 14 september 2006 brengt de gewestelijke directeur een voorlopig voorstel uit om de verzoeker de tuchtstraf ontslag van ambtswege op te leggen. Na de verzoeker te hebben gehoord stelt het personeelscomité “belastingen en invordering” op 17 oktober 2006 met eenparigheid van stemmen als definitief tuchtvoorstel de afzetting voor. Op 21 november 2006 bevestigt het personeelscomité “belastingen en invordering” met eenparigheid van stemmen, na de verzoeker opnieuw te hebben gehoord, het op 17 oktober 2006 uitgebrachte definitief voorstel van afzetting. Op 28 december 2006 tekent de verzoeker tegen dit tuchtvoorstel beroep aan bij de interdepartementale raad van beroep. Op 16 maart 2007 brengt de interdepartementale raad van beroep het advies uit dat het ingestelde beroep ontvankelijk maar niet gegrond is, zodat de tuchtstraf afzetting verantwoord is. IX-5698-2/5 Bij koninklijk besluit van 9 mei 2007 wordt de verzoeker de tuchtstraf van de afzetting opgelegd. Dit is de bestreden beslissing. Zij wordt bij een ter post aangetekend schrijven van 16 mei 2007 aan de verzoeker medegedeeld. 2.
- De verzoeker roept in een enig “middel” de schending in van artikel 2 bis, §1, van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid. Hij voert aan dat het definitief tuchtvoorstel, uitgebracht door het personeelscomité “belastingen en invordering”, niet uitgaat van een orgaan waarvan de leden voor ten hoogste twee derden tot hetzelfde geslacht behoren, zodat het comité ter zake geen reglementair advies kon uitbrengen. In ondergeschikte orde voert de verzoeker nog aan dat hij niet kan uitmaken of het directiecomité van de federale overheidsdienst Financiën de ingeroepen bepaling schendt en dat het koninklijk besluit van 17 februari 2000 houdende uitvoering van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid, met schending van artikel 3 bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State genomen is. 2.
- De verwerende partij repliceert in hoofdorde dat de verzoeker tegen het tuchtvoorstel van het personeelscomité “belastingen en invordering” beroep heeft ingesteld bij de interdepartementale raad van beroep en dat die raad het tuchtdossier van de verzoeker opnieuw heeft onderzocht en ter zake een gemotiveerd advies heeft uitgebracht dat in de plaats van het advies van het personeelscomité “belastingen en invordering” is gekomen en in het aangevochten ministerieel besluit vrijwel woordelijk is overgenomen. De verwerende partij merkt op dat de verzoeker tegen dit advies van de interdepartementale raad van beroep geen grieven aanvoert, zodat het ingeroepen middel niet kan leiden tot de vernietiging van de bestreden beslissing. 2.
- Aan de basis van de bestreden beslissing ligt, in tegenstelling tot wat de verzoeker lijkt voor te houden, niet het voorstel van tuchtstraf van het volgens de verzoeker onwettig samengestelde personeelscomité “belastingen en invordering” van 21 november 2006, maar het door de interdepartementale raad van beroep op 16 maart 2007 uitgebrachte eindadvies. IX-5698-3/5 Krachtens de artikelen 90 tot 93 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel beschikt de voornoemde raad van beroep voor de uitoefening van die taak over de volheid van bevoegdheid die te dezen in eerste instantie was verleend aan het personeelscomité “belastingen en invordering”. Het oordeel van de raad van beroep moet dan ook gezien worden als een in tweede aanleg uitgebracht advies dat, krachtens de devolutieve werking van het beroep, in de plaats is gekomen van het eerder door het betrokken personeelscomité uitgebrachte advies, waardoor het laatstgenoemde advies geen rechtsgevolgen meer heeft. Het door de interdepartementale raad van beroep uitgebrachte advies vormt dan ook de rechtens noodzakelijke grondslag waarop de uiteindelijke tuchtbeslissing van de minister gesteund is. Hieruit volgt dat wanneer de verzoeker enkel tegen het advies van het personeelscomité een middel aanvoert en niet tegen het voorstel van de interdepartementale raad van beroep aan de minister, noch tegen de uiteindelijke tuchtbeslissing zelf, het gebeurlijk gegrond bevinden van de grief hoe dan ook niet tot de vernietiging van de bestreden eindbeslissing kan leiden. In die zin heeft de verzoeker geen belang bij het door hem aangevoerde enig middel en derhalve ook niet bij het beroep tot nietigverklaring zelf. Gelet op het voorgaande moet niet worden ingegaan op wat de verzoeker in ondergeschikte orde aanvoert. 2.
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. De vordering tot schorsing dient, als accessorium van het annulatieberoep, hetzelfde lot te ondergaan. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. IX-5698-4/5 Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 22 oktober 2007, door : de H P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS, P. LEMMENS. IX-5698-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.007 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.