← België

Arrest 176010 - Milieuvergunningen - 22/10/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.010 Rolnummer: A. 183901/VII-37003 Zaak: Arrest 176010 - Milieuvergunningen - 22/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-29 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-30 03:53 Versie(s): Vertaling FR Fiche Arrest nr 176.010 van 22 oktober 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.010 van 22 oktober 2007 in de zaak A. 183.901/VII-37.

  1. In zake : de DIENSTVERLENENDE VERENIGING INTERCOMMUNALE LEIEDAL, die woonplaats kiest bij advocaat D. DESMET, kantoor houdende te KORTRIJK, Groeningestraat 33 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  2. tussenkomende partij : de n.v. G&V SERVICESTATIONS, die woonplaats kiest bij advocaat K. VANTHUYNE, kantoor houdende te IZEGEM, Dam
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de DIENSTVERLENENDE VERENIGING INTERCOMMUNALE LEIEDAL op 8 juni 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 21 september 2006 waarbij aan de n.v. G&V SERVICESTATIONS de vergunning wordt verleend om een tankstation te exploiteren, gelegen aan de Harelbekestraat 120 te Kuurne; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; VII-37.003-1/6 Gelet op de beschikking van 24 augustus 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 oktober 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. DEWAELE die, loco advocaat D. DESMET verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat B. STAELENS, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat M. VAN DER HASSELT die, loco advocaat K. VANTHUYNE verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  4. Het verzoek tot tussenkomst De n.v. G&V SERVICESTATIONS, begunstigde van de bestreden vergunning, heeft met een verzoekschrift van 27 juni 2007 gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Haar verzoek kan worden ingewilligd.
  5. De gegevens van de zaak 2.
  6. De verzoekende partij heeft als intergemeentelijk samenwerkings- verband als doel de socio-economische en ruimtelijke ontwikkeling van de aangesloten gemeenten te begeleiden, waarbij één van haar kerntaken en statutaire opdrachten de realisatie van bedrijventerreinen is. In die hoedanigheid staat de verzoekende partij in voor de realisatie van het bedrijventerrein LAR (Lauwe- Aalbeke-Rekkem). Dit bedrijventerrein werd geconcipieerd als een transport-, expeditie- en distributiezone. 2.
  7. De tussenkomende partij heeft op 19 mei 2006 een milieuvergun- ningsaanvraag ingediend om op het bedrijventerrein LAR een tankstation (enkel voor bevoorrading van vrachtwagens) te exploiteren (1 dubbelwandige ondergrond- VII-37.003-2/6 se tank van 100.000 liter diesel, 6 verdeelslangen) op een perceel met een oppervlakte van 1.778 m². 2.
  8. Op het betrokken bedrijventerrein worden reeds twee tankstations uitgebaat, met name door de n.v. TOTAL BELGIUM (met shop en restaurant) en door de n.v. KUWAIT PETROLEUM. 2.
  9. De verzoekende partij heeft zich in 1983 ertoe verbonden "geen ander tankstation voor de verkoop van petroleumproducten aan derden op te richten of te laten oprichten door derden binnen de grenzen van het transportcentrum" omdat als voorwaarde aan de n.v. TOTAL BELGIUM werd opgelegd dat het hele verkeersgebeuren met betrekking tot de exploitatie zich moest afwikkelen binnen de perceelsgrenzen van de eigendom (zijnde 15.000 m²). 2.
  10. Met betrekking tot de exploitatie van het tankstation van de n.v. KUWAIT PETROLEUM heeft de verzoekende partij een burgerlijke procedure aangespannen tegen de n.v. VERILAR, eigenaar van het perceel waarop de exploitatie plaatsvindt, wegens contractbreuk, door de n.v. KUWAIT PETROLEUM toe te laten op dat perceel een tankstation te exploiteren. Aan de n.v. KUWAIT PETROLEUM wordt tevens derde-medeplichtigheid aan deze contractbreuk verweten. Deze procedure is hangende voor het Hof van Beroep te Gent. 2.
  11. De aangevraagde en bestaande exploitaties zijn gevestigd in een gebied dat volgens het gewestplan Kortrijk bestemd is voor milieubelastende industrie en volgens het bijzonder plan van aanleg LAR zijn gelegen in een zone voorzien als internationaal transportcentrum, met alle logistieke en ondersteunende activiteiten. Daarbij wordt expliciet melding gemaakt van de mogelijkheid van de vestiging van "een verkooppunt voor brandstof en bijhorigheden". 2.
  12. Op 21 september 2006 beslist de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen de gevraagde milieuvergunning integraal te verlenen voor een termijn van twintig jaar. 2.
  13. Tegen deze beslissing wordt administratief beroep ingediend door de n.v. TOTAL BELGIUM en door de verzoekende partij. VII-37.003-3/6 2.
  14. Na het inwinnen van de nodige adviezen beslist de bevoegde Vlaamse minister op 6 april 2007 de beroepen ongegrond te verklaren en de beslissing van de deputatie te bevestigen. Dit is het thans bestreden besluit.
  15. Beoordeling 3.
  16. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen terzake in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. De Raad van State kan geen acht slaan op hetgeen in later ingediende geschriften of ter terechtzitting nog door de verzoekende partij wordt bijgebracht. 3.
  17. De verzoekende partij stelt dat het (moeilijk te herstellen en ernstig) nadeel drieledig is : - vooreerst stelt zij potentieel aansprakelijk te zijn ten aanzien van de op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven aan wie een homogeen transportcentrum werd beloofd en die nu geconfronteerd zullen worden met "LAR-vreemde" vrachtwagens die voor ellenlange wachtrijen zullen zorgen die de toegang tot de bedrijven hinderen of onmogelijk zullen maken; - vervolgens is zij in het bijzonder potentieel aansprakelijk ten aanzien van de n.v. TOTAL BELGIUM aan wie zij een exclusiviteitscontract voor het uitbaten van een tankstation heeft geboden, exclusiviteit die thans wordt doorbroken door de andere tankstations (sic - in het meervoud); - tenslotte voert zij aan dat haar reputatie in het gedrang komt als verantwoorde- lijke voor de realisatie van een transportcentrum dat vlot toegankelijk is. Zij voert verder ook nog aan dat de schorsing nuttig is om het nadeel te voorkomen vermits de schorsing van de milieuvergunning, naar haar mening, "op zijn beurt de afgifte van de stedenbouwkundige vergunning verhindert". 3.3 De verzoekende partij beweert dat er verkeershinder en belemmering van de toegang zal zijn door wachtende en/of stationerende vrachtwa- VII-37.003-4/6 gens, zonder dat enigszins concreet aannemelijk wordt gemaakt dat de geplande inrichting deze hinder zal veroorzaken. Zij gaat er zonder meer vanuit dat het gebruik van de openbare weg en de toegang tot de bedrijven zal belemmerd worden, terwijl uit de toelichting van de tussenkomende partij blijkt dat het perceel waarop de inrichting gevestigd zal worden een stallingscapaciteit van 12 vrachtwagens heeft (binnenrijdende, tankende en vertrekkende vrachtwagens). Verder maakt de verzoekende partij onvoldoende aannemelijk dat zij het voorwerp dreigt uit te maken van een vordering tot schadevergoeding, zodat dit nadeel al te hypothetisch is om als moeilijk te herstellen ernstig nadeel gekwalificeerd te kunnen worden. Het valt voorts niet in te zien hoe de reputatie van de verzoekende partij geschonden zou kunnen worden door een beslissing die zij zelf niet heeft genomen, en die zij bovendien, met de middelen van recht die haar ter beschikking staan, aanvecht. Het feit dat de milieuvergunning geschorst zou worden kan op zich niet verhinderen dat de stedenbouwkundige vergunning niet meer verleend zou kunnen worden. Het betreft immers twee afzonderlijke procedures, die weliswaar op het niveau van de uitvoering aan elkaar gekoppeld zijn (artikel 5 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning. 3.
  18. Op grond van het voorgaande kan slechts besloten worden dat de verzoekende partij niet aantoont dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan ondergaan.
  19. Er is bijgevolg niet voldaan aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, BESLUIT: Artikel
  20. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. G&V SERVICE- STATIONS in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  21. De vordering tot schorsing wordt verworpen. VII-37.003-5/6 Artikel
  22. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig oktober tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. E. BREWAEYS. VII-37.003-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.010 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.738 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.