id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.054 Rolnummer: A. 52029/X-8334 Zaak: Arrest 176054 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-08 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:42 Fiche Arrest nr 176.054 van 23 oktober 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.054 van 23 oktober 2007 in de zaak A. 52.029/X-
- In zake :
- Rik VANDECAPELLE,
- de b.v.b.a. ARDO,
- de v.z.w. DISTRIBUTIEMACHT, die woonplaats kiezen bij advocaat W. CARPELS, kantoor houdende te 2970 SCHILDE, Kasteeldreef 125 tegen : de gemeente ARDOOIE, die woonplaats kiest bij advocaat J. BOSSUYT, kantoor houdende te 8310 ASSEBROEK-BRUGGE 3, Bossuytlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Rik VANDECAPELLE, de b.v.b.a. ARDO en de v.z.w. DISTRIBUTIEMACHT op 1 juni 1993 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 22 juli 1991 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ardooie houdende afgifte van de bouwvergunning aan de b.v.b.a. DEVOS Voedingscenter voor het bouwen van drie winkels op een perceel gelegen te Ardooie, Watervalstraat, kadastraal bekend sectie A, nrs. 986, 988/f en 988/k en van het besluit van 5 april 1993 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ardooie houdende afgifte van de regularisatievergunning aan de b.v.b.a. DEVOS voor een “tussenbouw bij bestaand voedingscenter” op een perceel, gelegen te Ardooie, Watervalstraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 986/b; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd J. HUBREGTSEN; X-8334-1/9 Gelet op de beschikking van 9 september 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 28 februari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. BOSSUYT, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het perceel volgens het gewestplan Roeselare- Tielt, vastgesteld bij koninklijk besluit van 17 december 1979, is gelegen in woongebied en volgens het bijzonder plan van aanleg “Watervalstraat II”, goedgekeurd krachtens koninklijk besluit van 11 april 1969, is gelegen in een zone bestemd voor half-open bebouwing, lichte huisnijverheid, koeren en hovingen; Overwegende dat op 1 oktober 1990 de wijziging van het bijzonder plan van aanleg “Watervalstraat II” bij beslissing van 1 oktober 1990 van de gemeenteraad van de gemeente Ardooie voorlopig wordt vastgesteld; dat op 4 maart 1991 het bijzonder plan van aanleg definitief wordt aangenomen; dat dit plan op 10 juli 1991 door de gemeenschapsminister van Ruimtelijke Ordening en Huisvesting wordt goedgekeurd; dat de b.v.b.a. DEVOS op 3 juni 1991 een aanvraag indient voor het bouwen van drie winkels op het kwestieuze perceel, naast een bestaand magazijn en ervan gescheiden door een strook van vier meter; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ardooie op 22 juli 1991 de vergunning verleent; dat dit de eerste bestreden beslissing is; dat bovengenoemde bouwvrije strook van vier meter wordt bebouwd met een constructie bestemd voor bureel, refter, keuken, sanitair en koelruimte; dat het college van burgemeester en X-8334-2/9 schepenen van de gemeente Ardooie op 5 april 1993 aan de b.v.b.a. DEVOS een vergunning aflevert voor het regulariseren van een “tussenbouw bij bestaand voedingscenter” op een perceel, gelegen te Ardooie, Watervalstraat 22, kadastraal bekend Sectie A, nr. 986; dat dit de tweede bestreden beslissing is; Overwegende dat de verwerende partij op 3 mei 1994 een “aanvullende nota” neerlegt; dat zulk stuk niet in het procedurereglement is gekend en bijgevolg uit de debatten dient te worden geweerd; Overwegende dat de verzoekende partijen met betrekking tot de ontvankelijkheid ratione temporis van hun beroep tot nietigverklaring van de eerste bestreden beslissing, het volgende uiteenzetten : “De vergunning door het College van Burgemeester en Schepenen te Ardooie verleend op 5.04.1993 vult de bouwvergunning, door het College op 22.07.1991 verleend, aan en regulariseert de bij de b.v.b.a. DEVOS, aanvrager, vastgestelde bouwovertredingen. De termijn voor het indienen van het huidig verzoekschrift tot nietigverklaring vangt dienvolgens vanaf 5.04.1993 aan, zodat huidig verzoekschrift ontvankelijk is”; Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord opwerpt dat het beroep tot nietigverklaring van de eerste bestreden beslissing onontvankelijk is wegens laattijdigheid; dat zij haar exceptie argumenteert als volgt : “Het verzoek - voor wat betreft de vergunning van 22.07.1991 - dient afgewezen gezien dit verzoek is ingediend buiten de termijn van 60 dagen. Zelfs wanneer verzoekers beweren dat zij de vordering kunnen instellen omdat een regularisatievergunning verleend werd op 05.04.1993 voor de tussenbouw bij het bestaand voedingscenter, dan nog vergissen verzoekers zich schromelijk. Dan nog is duidelijk dat reeds op grond van de hierboven genoemde gegevens verzoekers minstens uiterlijk in de maand oktober 1991 hun verzoekschrift in nietigverklaring dienden in te dienen, nu zij zelf verklaren dat de werken een aanvang hebben genomen in augustus
- Er is meer : de verjaringstermijn voor het indienen van een vordering in nietigverklaring is werkelijk reeds lang verstreken. Dit moge niet alleen blijken uit de procedurestukken naar aanleiding van een procedure gevoerd * zowel voor de Heer Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, zetelende in kortgeding, en zoals aangehaald in het verzoekschrift, en ingeleid bij dagvaarding dd. 22.05.1992 * als voor de Heer Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brugge, zetelende zoals in kortgeding, en ingeleid bij dagvaarding dd. 16.07.1992 door ondermeer huidige verzoekers tegen de b.v.b.a. Supermarkt DEVOS, X-8334-3/9 Dat in werkelijkheid verzoekers dan ook hun vordering hadden dienen in te stellen zekerlijk en minstens in oktober 1991, doch zekerlijk uiterlijk op 18.11.
- Dat bovendien het feit dat verzoekers de nietigheid van het M.B. van 10.07.1991 hebben aangevoerd - hierbij ondermeer refererende naar de uitgevoerde bouwwerken - in hun aanvankelijke dagvaarding van 16.07.1992 voor de justitiële Stakingsrechter, minstens hun eerste besluiten van einde 1992, maakt dan ook dat zij zekerlijk op dat ogenblik enige vordering in nietigverklaring hadden dienen in te stellen voor de Raad van State. Het moge dan ook reeds volstaan te verwijzen naar volgende passage in het vonnis van 05.03.1993 onder het punt 2.2.
- Nietigheid van het Ministerieel besluit dd. 10.07.
- (...) Blijkbaar hebben de belanghebbende geen verhaal ingesteld tegen het ministerieel besluit noch langs administratieve weg de geldigheid aangevochten en heeft het gewijzigd B.P.A. gelding. Aangezien verzoekers hun verzoekschrift in nietigverklaring ten laatste dienden in te stellen binnen de 60 dagen vanaf het ogenblik dat zij op de hoogte waren van de aanvang der werken, minstens op de hoogte behoorden te zijn van voornoemde werken. Dat uit het hiervorenstaande blijkt en vaststaat dat verzoekers reeds meer dan 60 dagen - zelfs in werkelijkheid meer dan twintig maanden - kennis hadden van de aanvang der werken, zodat het dan ook duidelijk is dat het door verzoekers ingediende verzoek bij de Raad van State voor wat betreft de vergunning dd. 22.07.1991 tot het bouwen van drie winkels langs de Watervalstraat te Ardooie absoluut laattijdig is en buiten de termijn van 60 dagen werd ingediend”; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun memorie van wederantwoord repliceren : “
- De voorziening dd. 1.06.1993 tegen de vergunning verleend door verweerster op
- 04.1993 werd ingesteld binnen de door de Wet gestelde termijnen, en is dienvolgens ontvankelijk.
- De beide bouwvergunningen betreffen één en hetzelfde voorwerp, nl. het gebouw van de BVBA DEVOS, Watervalstraat 22 te Ardooie.
- De vergunning van 5.04.1993 regulariseert de aperte bouwovertredingen, door de BVBA DEVOS begaan tegen de vergun- ning van 22.07.1991 (...). Dienvolgens is de exceptie van niet-ontvankelijkheid volkomen ongegrond, minstens voor zover het de vordering van vertogers tot nietigverklaring tegen de bouwvergunning van 5.04.1993 betreft”; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie het volgende uiteenzetten : “
- Aangezien de Heer Auditeur ervan uitgaat dat het Besluit van 22.07.1991 van het College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente Ardooie, waarbij de BVBA SUPERMARKT DEVOS een bouwvergunning wordt afgeleverd, losstaat van het besluit van 05.04.1993 van voornoemd College, waarbij dezelfde BVBA SUPERMARKT DEVOS een regularisatievergunning wordt afgeleverd; X-8334-4/9 Aangezien beide vergunningen slaan op hetzelfde gebouw, en de zonder vergunning opgetrokken tussenbouw geenszins van de eerder vergunde constructie te onderscheiden is, wel integendeel; Dat precies de opgetrokken tussenbouw dienstig is om te voorzien in de aanleg van bij Wet verplichte constructies, dewelke in het oorspronkelijk vergunde gebouw niet werden opgetrokken, niettegenstaande het door het College van Burgemeester en Schepenen te Ardooie goedgekeurde bouwplan, dat door de bouwheer verplichtend dient te worden uitgevoerd, voorziet in de aanleg ervan in het eerst vergunde gebouw; Dat om die reden de regularisatievergunning van 05.04.1993 onlosmakelijk verbonden is met de vergunning afgeleverd op 22.07.1991, en daarmede één geheel uitmaakt; Dat vertogers in hun inleidend verzoekschrift en daaropvolgende memorie van wederantwoord, de chronologie der feiten en procedure hebben aangehaald, waaruit enkel kan worden geconcludeerd dat de beide vergunningen wel degelijk één geheel uitmaken, en de regularisatievergunning in de plaats treedt van de oorspronkelijke vergunning; Dat immers de regularisatievergunning voorziet in de aanleg van constructies, dewelke initieel waren voorzien in de plans, ten grondslag liggend aan de vergunning afgeleverd op 22.07.1991; Dat bijgevolg de regularisatievergunning niet enkel vergunning aflevert voor de in overtreding opgetrokken tussenbouw, maar bovendien -weze het impliciet- de oorspronkelijk goedgekeurde bouwplannen wijzigt, met ingang vanaf 05.04.1993; Dat bijgevolg het verzoekschrift tot nietigverklaring van de eerste vergunning dd. 22.07.1991 geenszins laattijdig is, en dienvolgens ontvankelijk dient te worden verklaard”; Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie niets toevoegt aan hetgeen hierboven reeds werd uiteengezet; Overwegende dat de bestreden bouwvergunning noch bekend- gemaakt, noch aan derden diende te worden betekend, zodat, ingevolge artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de beroepstermijn van zestig dagen ingaat met de dag waarop de verzoekende partijen er kennis van hebben gehad of geacht moeten worden er kennis van te hebben gehad; dat het evenwel niet in de macht van een potentiële verzoeker mag liggen, wanneer hij in de mogelijkheid is kennis te nemen van de bestuurshandeling die hij eventueel met een annulatie-beroep wenst te bestrijden, die kennisneming voor onbepaalde tijd uit te stellen en daardoor de aanvangsdatum van de termijn van beroep willekeurig te verschuiven, zodat de rechtsgeldigheid en het voortbestaan van de bedoelde bestuurshandeling buiten weten zowel van de overheid van wie zij uitgaat als van alle andere belanghebbenden in het ongewisse wordt gehouden, met alle nadelige gevolgen vandien; dat het beginsel volgens hetwelk voorkomen moet worden dat de X-8334-5/9 gelding van administratieve beslissingen te lang onzeker blijft, en dat aan voormeld artikel 4 van de procedureregeling ten grondslag ligt, eensdeels, en de noodzaak van een evenwichtige bescherming van de belangen én van de bouwheer én van de omwonenden en andere belanghebbende personen, anderdeels, meebrengen dat degene die meent te worden benadeeld door een bouwvergunning en die het bestaan van die vergunning moet vermoeden, de verplichting had om binnen een redelijke termijn gebruik te maken van de mogelijkheid die hem toentertijd door artikel 2 van het toen geldende koninklijk besluit van 22 oktober 1971 tot uitvoering van artikel 63 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, gewijzigd bij de wetten van 22 april 1970 en 22 december 1970 (hierna : stedenbouwwet), geboden werd om ten gemeentehuize kennis te nemen van de inhoud van de afgegeven bouwvergunning; dat eens die redelijke termijn verstreken, de termijn van 60 dagen om annulatieberoep in te dienen, een aanvang neemt; Overwegende dat de tweede bestreden beslissing een regularisatie inhoudt van de werken uitgevoerd op de zogenaamde bouwvrije zone van vier meter, waarvoor geen enkele vergunning werd toegestaan; dat de tweede bestreden beslissing niet in de plaats treedt van de eerste bestreden beslissing; dat beide bestreden beslissingen onafhankelijk van elkaar dienen te worden beschouwd met betrekking tot het tijdig karakter van het instellen van de vordering; Overwegende dat de verzoekende partijen reeds vóór zestien juli 1992, dag waarop zij de b.v.b.a. DEVOS hebben gedagvaard elke handelswerkzaamheid aan de Watervalstraat 22 te Ardooie te staken, op de hoogte waren van het bestaan van de door de eerste bestreden beslissing vergunde bouwwerken; dat zij pas op 1 juni 1993 de nietigverklaring van deze beslissing hebben gevorderd; dat een termijn van meer dan acht en halve maand om gebruik te maken van het toentertijd door artikel 63 van de stedenbouwwet geboden inzagerecht, de redelijkheid overschrijdt; dat het beroep laattijdig is ingediend; dat de exceptie gegrond is; dat het beroep tegen de eerste bestreden beslissing niet ontvankelijk is; Overwegende dat de verzoekende partijen met betrekking tot hun belang bij de vernietiging van de tweede bestreden beslissing in hun verzoekschrift het volgende uiteenzetten : X-8334-6/9 “Eerste en tweede verzoekers baten in de onmiddellijke omgeving van de vestiging van de BVBA SUPERMARKT DEVOS, met maatschappelijke zetel gevestigd te Ardooie, Stationsstraat 65 en ingeschreven in het handelsregister Brugge, onder het nummer 63.012, handelszaken uit en zijn derhalve belanghebbenden. Derde verzoekster is een middenstandsgroepering, met o.m. aangesloten leden-middenstanders te Ardooie, en is uit dien hoofde belanghebbende bij het verlenen van de bouwvergunningen aan de BVBA DEVOS”; Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord volgende exceptie opwerpt : “Dat duidelijk weze gesteld dat verzoekers het vereiste belang bij de vernietiging van de bestreden bouwvergunning van 5 april 1993, hebben verloren doordat zij nagelaten hebben binnen de bij de Wet gestelde termijnen de annulatie te vragen van de vergunning die het College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente Ardooie op 22.07.1991 aan de B.V.B.A. DEVOS heeft verleend om drie winkels te bouwen langs de Watervalstraat, te meer nu het voorwerp van de regularisatievergunning een tussenbouw betreft bij het bestaande voedingscenter. Dat het bestreden collegebesluit van 05.04.1993 slechts een tussenbouw (verbinding) betreft tussen twee gedeelten van de vergunde drie winkels van het bestaand voedingscenter en dus volkomen buiten het gezichtsveld van verzoekers’ eigendom, en waarvoor de regularisatievergunning werd verleend. Dat bij ontstentenis van een door het bestaan van deze tussenbouw veroorzaakt, en aangetoond of aanwijsbaar nadeel, verzoekers niet doen blijken van het wettelijk vereiste directe belang om de vernietiging te bekomen van de voor het optrekken van dat gebouw verleende regularisatievergunning; Dat verzoekers zelfs niet kunnen betwisten dat de gebouwen die werden opgetrokken op grond van de vergunning dd. 22.07.1991 die aan de B.V.B.A. DEVOS werd afgegeven en bij ontstentenis van tijdig annulatieberoep ertegen definitief zijn geworden, het andere met de bestreden regularisatievergunning van 05.04.1993 opgetrokken tussengebouw voor hen zelfs geenszins storend is, laat staan zichtbaar vanuit hun eigendom (wat, eerste verzoeker betreft). Dat het bestaan van dit tussengebouw dan ook bezwaarlijk aan verzoekers geen nadeel kan berokkenen dat zij zouden kunnen inroepen om van het vereiste belang te doen blijken om op ontvankelijke wijze, de vernietiging van de vergunning dd. 05.04.1993 voor dat gebouw te kunnen vorderen; dat het annulatieberoep, gericht tegen de regularisatievergunning van 05.04.1993 wegens gebrek aan belang in zijn geheel als niet ontvankelijk dient afgewezen te worden”; Overwegende dat de verzoekende partijen hierop in hun memorie van wederantwoord repliceren als volgt : “Wat betreft hun belang :
- Concluanten dagvaardden de BVBA DEVOS voor de Stakingsrechter, o.m. hoofdens overtreding van de Wet Stedenbouw van 29.03.1962, alsmede hoofdens overtredingen op de Arab-wetgeving. Staande deze procedure werd door verweerster aan de BVBA DEVOS een regulariserende vergunning toegekend, met het evidente doel de BVBA DEVOS een bevel tot staking te helpen ontlopen. X-8334-7/9
- Eerste en tweede concluanten bevinden zich in de onmiddellijke nabijheid van de vestiging van de BVBA DEVOS, en zijn diens concurrenten in het handelsverkeer.
- Het belang van concluanten terzake is evident : ingevolge de onregelmatige uitbreiding van haar handelsvestiging, in strijd met de door verweerster geviseerde bouwplannen, de machtiging van het Interministerieel Commitee voor Distributie dd. 27.06.1992, de uitbreiding van zo bruto bebouwde als netto verkoopsoppervlakte van de handelsvestiging, bekomt de BVBA DEVOS op concluanten een onrechtmatig voordeel, ingevolge een uitvoerbaar besluit van een administratieve overheid, dewelke uitsluitend middels voorziening met vordering tot nietigverklaring voor de Raad van State kan worden bestreden.
- Verweerster concludeerde niet terzake de door verzoekers aangehaalde middelen ten gronde, die door verzoekers voor de goede orde worden hernomen, en ten deze integraal worden gehandhaafd”; Overwegende dat de verzoekende partijen hieraan niets toevoegen in hun laatste memorie; Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie niets toevoegt aan hetgeen hierboven reeds is uiteengezet; Overwegende dat de verzoekende partijen met hun betoog niet concreet aangeven welk belang zij hebben bij de verwijdering uit het rechtsverkeer van de tweede bestreden beslissing, nu de eerste bestreden beslissing die een grotere reikwijdte heeft, niet op ontvankelijke wijze werd bestreden, en derhalve definitief is; dat de exceptie gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 297,48 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een derde. X-8334-8/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig oktober 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, de H. E. BREWAEYS, staatsraad, door de voorzitter van de Raad van State aangewezen ter vervanging van de heer D. MOONS, staatsraad, verhinderd wegens ziekte na de debatten te hebben bijgewoond en na te hebben deelgenomen aan het beraad; Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-8334-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.054 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div