id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.055 Rolnummer: A. 67692/X-10471 Zaak: Arrest 176055 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-12 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 03:42 Fiche Arrest nr 176.055 van 23 oktober 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.055 van 23 oktober 2007 in de zaak A. 67.692/X-10.
- In zake :
- de b.v.b.a. Expertisebureel MOYAERT,
- Hubert MOYAERT (overleden), wiens rechtsgeding hervat wenst te worden door : Diane VAN HOVE, die woonplaats kiest bij advocaat J.-B. PETITAT, kantoor houdende te 8310 BRUGGE, Sportstraat 49 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. Expertisebureel MOYAERT en Hubert MOYAERT op 16 februari 1996 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 7 december 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende weigering van de bouwvergunning voor het oprichten van een eengezinswoning aan de Zandstraat te Middelkerke, kadastraal gekend sectie C, nr. 143/v; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 27 juli 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; X-10.471-1/4 Gelet op de beschikking van 6 september 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 5 oktober 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat V. PETITAT, die loco advocaat J.-B. PETITAT verschijnt voor Diane VAN HOVE, en van advocaat N. DE WINT, die loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De eerste verzoekende partij werd blijkens een notariële akte van 30 maart 1998 ontbonden. De zaak dient in haren hoofde dan ook van de rol te worden afgevoerd. 2.
- Diane VAN HOVE vraagt het geding te hervatten namens de tweede verzoeker, die overleden is op 28 maart
- Deze vraag werd slechts geformuleerd op 3 oktober
- 2.
- Artikel 55, tweede lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt dat wanneer een partij overlijdt de rechtspleging, behoudens spoedeisend geval, wordt geschorst gedurende de termijn die aan de erfgenamen wordt toegekend om inventaris op te maken en te beraadslagen. De erfgenamen zijn aldus niet verplicht, behoudens het geval dat de Raad van State oordeelt dat het gaat om een spoedeisende zaak, het geding te hervatten vóór het verstrijken van die termijnen. X-10.471-2/4 Genoemd besluit van de Regent bepaalt geen termijn waarbinnen het verzoekschrift tot hervatting van het geding moet worden ingediend, eens die termijnen zijn verstreken. Dit ontslaat de erfgenamen, die zoals alle partijen ertoe gehouden zijn hun medewerking te verlenen aan een goede rechtsbedeling, er niet van om, indien zij het geding wensen te hervatten, met de van hen vereiste diligentie te handelen en het verzoekschrift tot hervatting van het geding zo spoedig mogelijk in te dienen. 2.
- In het licht van het hierboven gestelde kan niet worden aanvaard dat een verzoek tot hervatting van het geding wordt ingediend, meer dan twee en een half jaar na het overlijden van de oorspronkelijke verzoeker, nadat het auditoraatsverslag werd neergelegd, de laatste memories werden gewisseld, op de vooravond van de terechtzitting. Een dergelijke houding is strijdig met de verplichting voor de partijen om loyaal aan de procesvoering mee te werken en niet nodeloos de proceduregang te vertragen, zeker wanneer, zoals te dezen, de verzoekster tot hervatting van het geding ter terechtzitting het actueel belang bij de door de oorspronkelijke verzoeker ingestelde vordering op een geheel nieuwe wijze adstrueert. 2.
- De tegenwerping ter terechtzitting dat de verzoekster tot gedinghervatting niet eerder het geding kon hervatten omdat dit geding, ingeleid door wijlen haar echtgenoot, haar niet eerder bekend zou zijn geweest, kan niet worden aangenomen. Die verzoekster brengt immers niet het minste begin van bewijs aan dat geloofwaardig zou kunnen maken dat zij van een geding ingeleid bij de Raad van State door wijlen haar echtgenoot tegen de weigering van een bouwvergunning voor het optrekken van een ééngezinswoning aangevraagd in diens persoonlijke naam en dus niet namens de eerste verzoekende partij, onwetende zou geweest zijn. 2.
- Het verzoek tot hervatting van het geding moet bijgevolg als laattijdig worden afgewezen, en de zaak dient ook in hoofde van de tweede verzoeker van de rol te worden afgevoerd. X-10.471-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De zaak wordt van de rol afgevoerd. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de eerste verzoekende partij, en van de rechthebbenden van de tweede verzoekende partij, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig oktober 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, de H. E. BREWAEYS, staatsraad, door de voorzitter van de Raad van State aangewezen ter vervanging van de heer D. MOONS, staatsraad, verhinderd wegens ziekte na de debatten te hebben bijgewoond en na te hebben deelgenomen aan het beraad; Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-10.471-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.055 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div