id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.150 Rolnummer: A. 135096/XII-4792 Zaak: Arrest 176150 - Varia (onderwijs en cultuur) - 25/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-06 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:44 Fiche Arrest nr 176.150 van 25 oktober 2007 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.150 van 25 oktober 2007 in de zaak A. 135.096/XII-
- In zake : Els ENKELS, wonende te Molenstede, Molenweg 50 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de scholengroep Leuven - Tienen- Landen Nr. 11, dat woonplaats kiest bij advocaat R. Rombaut, kantoor houdende te Antwerpen, Justitiestraat 18 bus
- ------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Els Enkels op 4 april 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 4 december 2002 van de raad van bestuur van de scholengroep Leuven-Tienen-Landen nr. 11 van het Gemeenschapsonderwijs waarbij Miet Berden wordt benoemd als ergotherapeut semi-internaat in de BSBO Woudlucht met ingang van 1 januari 2003 en van de beslissing van 29 januari 2003 waarbij de raad van bestuur beslist om de rangschikking voor de betrekking 1100024 in BSBO Woudlucht ongewijzigd te laten; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 29 juni 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; XII-4792-1/9 Gelet op de beschikking van 31 augustus 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 oktober 2007; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Martens, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat R. Rombaut, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De gegevens van de zaak 1.
- Op 12 maart 2002 wordt een betrekking van ergotherapeut in de BSBO Woudlucht te Heverlee vacant verklaard. Drie personeelsleden, waaronder verzoekster en Miet Berden dienen een kandidatuur in. Bij schrijven van 7 oktober 2002 worden de kandidaten in kennis gesteld van de criteria die door de selectiecommissie zullen worden gehanteerd en worden zij verzocht uiterlijk op 24 oktober 2002 een uitgebreid curriculum te bezorgen en zich op 14 november 2002 voor een interview aan te bieden. 1.
- Op 14 november 2002 kent de selectiecommissie de kandidaten de volgende totaalscore toe : - Miet Berden : 191,5 op 230 - Els Enkels : 168,5 op 230 - Nele T. : 151 op
- XII-4792-2/9 Op 26 november 2002 beslist het college van directeurs Miet Berden voor te stellen voor benoeming in de genoemde betrekking. Op 4 december 2002 keurt de raad van bestuur de toewijzing van de vaste benoeming van Miet Berden, zoals voorgesteld door het college van directeurs, goed. 1.
- Op 13 december 2002 wordt aan verzoekster medegedeeld dat de betrekking in het ambt van ergotherapeut semi internaat aan de instelling BSBO Heverlee aan een andere kandidaat werd toegewezen. Op 17 januari 2003 dient verzoekster bij de algemeen directeur bezwaar in tegen de genoemde beslissing. Het bezwaarschrift bevat de volgende elementen : - verzoekster is het oneens met het feit dat vier attesten uit haar dossier niet in aanmerking worden genomen voor het selectiecriterium “Navorming”; verzoekster stelt dat het volwaardige bijscholingen betreft zodat zij op dit onderdeel minstens 4 extra punten moet krijgen, dit wil zeggen 16/20 in plaats van de toegekende 12/20; - zij stelt dat haar inzet ten gunste van de school ondergewaardeerd werd voor het criterium “inzet ten bate van het gemeenschapsonderwijs”, subcriterium “actief lid zijn” waarvoor haar 0/10 is toegekend; de kleine vestigingsplaats maakt dat er weinig formele werkgroepen worden ingesteld; zij verzorgt al jaren de publiciteit voor de school; zij meent dat zij dan ook 10 extra punten dient te krijgen; - voor het criterium “anciënniteit” stelt verzoekster dat zij 2 punten te weinig heeft gekregen en 15/15 moet krijgen; - Miet Berden heeft ten onrechte 15 punten gekregen voor het “Getuigschrift buitengewoon onderwijs”. 1.
- Het college van directeurs beslist om een commissie van directeurs samen te stellen die voordien geen deel uitmaakten van de selectiecommissie die de toewijzing van betrekking nr. 1100024 behandelde. XII-4792-3/9 Deze selectiecommissie adviseert de raad van bestuur vervolgens om aan verzoekster zeven punten extra toe te kennen, hetgeen evenwel de rangschikking niet wijzigt. De selectiecommissie: - kent verzoekster de gevraagde twee bijkomende punten toe voor het criterium “anciënniteit”; - kent haar vijf punten toe voor het subcriterium “actief lid” met als motivering: “Er is geen bewijs van lidmaatschap van werkgroepen; vriendenkring; Aangezien haar inzet ten gunste van de school aangetoond wordt door deelname aan de activiteiten wordt dit gehonoreerd met 5 punten”; - kent haar geen bijkomende punten toe voor navorming, motiverende: “-deze criteria worden bij elke selectie gehanteerd - bijwonen van info-avonden wordt niet aanvaard als navorming - alleen navormingen gehonoreerd met een attest worden aanvaard - bewijs van aanwezigheid is niet voldoende”; - adviseert dat de punten voor het aanvullend getuigschrift van Miet Berden behouden moeten worden omdat “paramedici beoordeeld worden op een aanvullend getuigschrift specifiek aan het ambt” en de bijkomende opleiding die Miet Berden heeft gevolgd “een specifiek getuigschrift” geeft. 1.
- Op 29 januari 2003 beslist de raad van bestuur dat het advies wordt gevolgd en de rangschikking ongewijzigd blijft. Op 5 februari 2003 wordt die beslissing aan verzoekster meegedeeld. De ontvankelijkheid van het beroep
- In de memorie van antwoord betwist verwerende partij de ontvan- kelijkheid van het inleidend verzoekschrift. De opgeworpen exceptie wordt in het auditoraatsverslag onderzocht en verworpen. Luidens haar laatste memorie “sluit verwerende partij zich aan bij het verslag [van het auditoraat] waarbij de vordering van verzoekster als ontvankelijk doch ongegrond wordt afgewezen”. Aldus verzaakt verwerende partij aan haar exceptie. De gegrondheid van het beroep
- In een enig middel voert verzoekster de schending aan van de materiële motiveringsplicht doordat haar voor de onderdelen “navorming” en “inzet ten bate van het gemeenschapsonderwijs” respectievelijk 4 en 5 punten te weinig XII-4792-4/9 werden gegeven en Miet Berden voor het onderdeel “getuigschrift buitengewoon onderwijs” 15 punten teveel, zodat zij 184,5 punten moest krijgen en Miet Berden 176,5 punten. 4.
- Bij de toelichting van het onderdeel “navorming” stelt verzoekster dat zij ten onrechte geen punten heeft gekregen voor 4 navormingen (“Autisme Centraal, motoriek, dyspraxie en aanpassingen voor schrijfmotoriek”; “Sprankel: NLD, wat betekent dat?”; “Sprankel: Geef me de tijd, over kinderen met leerproblemen”; “Sprankel: Voorstelling van de video en CD-Rom ‘Ik heet niet dom’- Opgroeien met dyslexie en leermoeilijkheden”) die weliswaar “info-avond” worden genoemd, maar relevant zijn voor het dagelijks handelen van verzoekster in het schoolgebeuren en door gedegen specialisten werden verzorgd. Verzoekster voegt daar nog aan toe dat “indien de commissie vindt dat de afzonderlijke attesten, omwille van de tijdsduur, onvoldoende zwaar wegen, zeker moet overwogen worden om ze te bundelen zodat zij alsnog extra punten kunnen opleveren”. Verwerende partij wijst op het verschil tussen de zes wél aangenomen attesten en de vier “attesten” in kwestie die slechts de aanwezigheid bevestigen van verzoekster op informatie-avonden, wat niet is gelijk te stellen met een effectieve deelname aan navormingsactiviteiten. Evenmin is de beweerde navorming bekrachtigd door een attest, getuigschrift of diploma dat de verworven bekwaamheden van de cursist vermeldt. 4.
- Uit het verslag van de selectiecommissie van 27 januari 2003 blijkt dat de vier voornoemde attesten niet in aanmerking werden genomen omdat deze attesten refereren aan de aanwezigheid van verzoekster op info-avonden die niet beschouwd worden als navorming. 4.
- In het auditoraatsverslag wordt met betrekking tot dit middelonderdeel vastgesteld dat deze info-avonden wel degelijk verschillend zijn van de “symposia” en navormingen waarvoor aan verzoekster wel punten zijn toegekend: “Het begrip navorming duidt, zoals verweerder het ook stelt in de memorie van antwoord, op effectieve onderwijsverstrekking. Met andere woorden een vervolmaking, een verbetering van de kennis over een bepaald onderwerp die de professionele vaardigheden ten goede komen. Het is dan ook niet onredelijk dat de selectiecommissie deze attesten niet in aanmerking heeft genomen”. XII-4792-5/9 Verzoekster spreekt deze zienswijze in haar laatste memorie niet meer tegen. Integendeel, zij ontwikkelt enkel nog argumenten met betrekking tot de overige twee middelonderdelen -de beoordeling van haar inzet in het gemeenschapsonderwijs en de aan Miet Berden toegekende punten voor het getuigschrift buitengewoon onderwijs- om te besluiten dat aan haar vijf bijkomende punten moeten worden toegekend voor het subcriterium “actief lid zijn” en bij Miet Berden 15 punten in mindering moeten worden gebracht, zodat zij 180,5 punten krijgt en Miet Berden 176,5 punten. De Raad van State leidt uit dit betoog af dat verzoekster afstand doet van het eerste middelonderdeel. 5.
- Bij de toelichting van het onderdeel “inzet ten bate van het gemeenschapsonderwijs” betwist verzoekster de toegekende punten met betrekking tot het subcriterium “actief lid zijn”. Zij betoogt dat door het beperkt aantal personeelsleden niet wordt gewerkt in formele werkgroepen maar dat het volledige team als één team werkt aan verschillende projecten, in tegenstelling tot de hoofdvestigingsplaats waar Miet Berden tewerkgesteld is. Volgens verzoekster worden deze activiteiten niet gevalideerd. Zij wijst erop dat zij reeds enkele jaren publiciteit voor de school verzorgt (reclameborden, aanduiding en nummering van de lokalen, aanbrengen van pictogrammen) en dat in een grotere school deze activiteiten gecoördineerd zouden worden in een werkgroep publiciteit of verfraaiing van de school. Ook het organiseren van de geïntegreerde werkperiode, waarvoor verzoekster het programma uitwerkt en een groep leerlingen begeleidt, levert volgens de criteria punten op. Verzoekster is dan ook van oordeel dat zij voor dit onderdeel recht had op 10 punten. Ten slotte wijst verzoekster erop dat andere personeelsleden van de vestigingsplaats Klaverblad die in een soortgelijke situatie functioneren ook aanspraak hebben kunnen maken op het maximum aantal punten. Verwerende partij antwoordt dat de door verzoekster opgesomde administratieve activiteiten door de selectiecommissie reeds werden verrekend bij het criterium “inzet ten bate van het gemeenschapsonderwijs”, maar dan wel bij het (derde) subcriterium “bewijs van organisatietalent school”, waarvoor zij de score 2,5/2,5 heeft gekregen. Louter administratieve activiteiten kunnen volgens verwerende partij noch als een actief lidmaatschap worden beschouwd noch als een vorm van projectwerking in de zin van het eerste subcriterium. Verzoekster legt enkel de nadruk op het lidmaatschap van werkgroepen. Zij slaat geen acht op andere vormen van inzet die in de selectiecriteria worden beschreven, met name de vriendenkring van de school of de oudervereniging. Verzoekster heeft vijf punten XII-4792-6/9 gekregen voor het enige element dat zij aanbrengt, namelijk betrokken te zijn bij de uitwerking van het programma van de projectweek en leiding hebben over een groep kinderen tijdens deze week. Voor zover verzoekster zich benadeeld acht in vergelijking met haar collega Eva V. die wel 10 punten heeft gekregen, stelt verwerende partij dat de activiteiten aangetoond door Eva V. manifest ruimer, meer continu en meer divers zijn dan die welke worden aangetoond door verzoekster: de naschoolse opvang (opstellen van het toezichtsrooster voor de avonden en voor de woensdagnamiddagen, wekelijkse lijsten, overleg met de hoofdopvoedster, met de directie, vergaderingen met de opvoeders, brieven voor de ouders opstellen en verdelen), werkgroep kalenderverkoop, bestelling en verspreiding van tijdschriften, GON-begeleiding. Verwerende partij wijst er op dat Miet Berden een score van tien punten heeft gekregen op grond van volgende activiteiten: lidmaatschap pedagogisch college, lidmaatschap en secretariaat schoolraad, lidmaatschap auti- team. Dit verantwoordt volgens verwerende partij een score van tien punten, waar de meer beperkte inzet van verzoekster in redelijkheid slechts vijf punten vermag op te leveren. Verzoekster repliceert dat er een statutaire belemmering is om tot de vriendenkring toe te treden, dat zij echter actief meewerkt met de vriendenkring bij de organisatie van het schoolfeest, de spaghetti-avond, de bloembollenactie. De activiteiten van Eva V. situeren zich eveneens gedeeltelijk op het administratief vlak of sluiten aan bij het gewone takenpakket. Verzoekster houdt staande, eensdeels, dat haar in de vergelijking met Miet Berden te kort wordt gedaan door de gevolgen van de kleine schaal van haar vestigingsplaats en, anderdeels, dat de situatie van haar collega Eva V. volledig vergelijkbaar is met de hare. 5.
- Volgens wat verzoekster in het inleidend verzoekschrift uiteenzet, heeft verwerende partij onterecht geen punten toegekend voor haar inbreng bij “de uitvoering van de publiciteit voor de school” en bij de uitwerking en begeleiding van de projectweek. XII-4792-7/9 De aantekeningen van de selectiecommissie op het door verzoekster ingediende dossier staven, zoals verwerende partij betoogt, dat aan verzoekster wel degelijk 2,5 punten werden toegekend voor haar inzet ten bate van het gemeenschapsonderwijs voor de taken die zij doet gelden onder “signalisatie” (de reclameborden, nummering van klaslokalen, pictogrammen,...). Bij het subcriterium “actief lid zijn” kreeg verzoekster na haar bezwaar vijf punten “aangezien haar inzet ten gunste van de school aangetoond wordt door deelname aan de activiteiten”, aldus de motivering van de selectiecommissie. Uit het administratief dossier blijkt dat aan verzoekster deze 5 punten werden toegekend voor “de uitwerking van het programma van de projectweek en leiding over een groep kinderen tijdens deze week”. Met andere woorden, voor de twee activiteiten die verzoekster in het inleidend verzoekschrift aanhaalt werden haar wel degelijk punten toegekend. Verzoekster kan de Raad van State voorts niet overtuigen dat de selectiecommissie misbruik zou hebben gemaakt van de haar toegekende beoordelingsvrijheid door aan verzoekster slechts vijf punten te geven voor het subcriterium “actief lid zijn”. Meer bepaald bewijst zij niet dat de selectiecommissie haar de volle tien punten moest geven omdat bij een eerdere selectie ook tien punten werden gegeven aan Eva V. Met verwerende partij stelt de Raad vast dat alleen reeds de door Eva V. opgesomde activiteiten voor de naschoolse opvang ruimer en meer continu zijn en dat dienvolgens de vergelijking met de opsomming van verzoekster niet opgaat. Verzoekster heeft er voorts geen belang bij om te argumenteren dat Eva V. punten heeft gekregen voor administratieve taken of voor opdrachten binnen het gewone takenpakket. Het besluit hieruit kan enkel zijn dat Eva V. bij een eerdere selectie ten onrechte teveel punten heeft gekregen. Verzoekster kan zich echter niet op gelijkheid in die beweerde onwettigheid beroepen. Het middelonderdeel is ongegrond.
- De afstand van het eerste middelonderdeel en de verwerping van het tweede middelonderdeel hebben tot gevolg dat verzoekster de aan haar toegekende puntenscore niet aan het wankelen kan brengen. XII-4792-8/9 Zij heeft dan ook geen belang erbij om het derde middelonderdeel nog onderzocht te zien worden door de Raad van State. De gegrondheid van dit middelonderdeel zou immers de aan Miet Berden toegekende score verminderen, zonder evenwel de rangschikking te kunnen beïnvloeden.
- Het enig middel kan niet worden aangenomen. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig oktober 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4792-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.150 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.