← België

Arrest 176192 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 26/10/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.192 Rolnummer: A. 179652/XIV-27819 Zaak: Arrest 176192 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 26/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-09 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 03:47 Fiche Arrest nr 176.192 van 26 oktober 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.192 van 26 oktober 2007 in de zaak A. 179.652/XIV-27.

  1. In zake : XXX die woonplaats kiezen bij Advocaat B. SOENEN, kantoor houdende te 9000 GENT, Kortrijksesteenweg 597 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX en XXX, beide van Oezbeekse nationaliteit, op 7 december 2006 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissingen van 17 oktober 2006 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Tweede Nederlandse Kamer, waarbij wordt geweigerd hen als vluchteling te erkennen; Gelet op de beschikking nr. 120 van 23 januari 2007 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 2 juli 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 september 2007; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-27.819-1/3 Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN die, loco Advocaat B. SOENEN verschijnt voor de verzoekende partijen en van Advocaat E. MATTERNE die, loco Advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat artikel 14, derde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State bepaalt: “De memorie van wederantwoord of de toelichtende memorie heeft de vorm van een samenvattende memorie waarin alle argumenten van de verzoekende partij op een rij worden gezet. Behoudens wat de ontvankelijkheid van het beroep en van de middelen betreft, doet de Raad van State uitspraak op basis van de samenvattende memorie.”; dat deze bepaling nodig werd geacht gezien de beperkte tijd waarover de Raad van State beschikt om over toelaatbaar verklaarde cassatieberoepen uitspraak te doen, en de voorrang welke bijgevolg aan de behandeling van deze beroepen moet worden gegeven; dat de kamer bij wie dergelijk beroep aanhangig is daarover immers uitspraak dient te doen binnen zes maanden na de beschikking over de toelaatbaarheid (artikel 20, § 4 van de gecoördineer- de wetten op de Raad van State); dat, gelet op deze vrij korte termijn in de memorie van wederantwoord de argumentatie moet worden samengevat die ter vernietiging van de aangevochten beslissing wordt aangebracht zodat de organen van de Raad van State hieraan geen tijd meer hoeven te besteden; dat alleen al aan de hand van dit processtuk het duidelijk moet zijn welke de precieze argumentatie van de verzoekende partij is; dat dit inhoudt dat de aangevoerde cassatiemiddelen er minstens summier, doch volledig in worden opgenomen; dat het in cassatiezaken dus niet voldoende is dat men door het indienen van een memorie van wederantwoord blijk geeft van zijn volgehouden belangstelling om de vernietiging van de aangevochten beslissing na te streven; dat bovendien in dit stuk de cassatiemiddelen moeten worden samengevat; dat de Raad van State uitspraak doet op basis van de samenvattende memorie met andere woorden van de argumentatie zoals deze door de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord is samengevat; dat over een middel dat niet (meer) in deze samenvatting is opgenomen geen uitspraak dient te worden gedaan; dat het dan ook niet volstaat te verwijzen naar het inleidend verzoekschrift of naar de hierin opgenomen uiteenzetting van de middelen; dat evenmin men zich ertoe mag beperken de argumentatie van de verwerende partij te weerleggen of te ontkrachten; dat in hun memorie XIV-27.819-2/3 van wederantwoord de verzoekende partijen de argumentatie van de verwerende partij bekritiseren, zonder de eigen argumentatie ter staving van de verbreking van de bestreden beslissingen, met name de twee in hun inleidend verzoekschrift aangevoerde cassatiemidde- len, te hernemen, laat staan deze samen te vatten; dat, bij gebreke aan een samenvatting van de aangevoerde cassatiemiddelen, de memorie van wederantwoord niet beantwoordt aan het bepaalde in artikel 14, derde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 en het beroep bijgevolg moet worden verworpen, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwin- tig oktober tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-27.819-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.192 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.