id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.250 Rolnummer: A. 92223/X-9583 Zaak: Arrest 176250 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 26/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-14 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:50 Fiche Arrest nr 176.250 van 26 oktober 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.250 van 29 oktober 2007 in de zaak A. 92.223/X-
- In zake : Hugo MESTDAGH, wonende te 9890 GAVERE (Semmerzake), Grenadierslaan 60 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Hugo MESTDAGH op 29 mei 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 29 oktober 1999 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het ontwerp- plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Oudenaarde op het grondgebied van de gemeenten Brakel, Deinze, Gavere, Horebeke, Kluisbergen, Kruishoutem, Maarkedal, Nazareth, Oudenaarde, Ronse, Wortegem-Petegem, Zingem, Zulte en Zwalm, beperkt tot punt B. 108, zoals vermeld op het kaartblad 22/5 in het advies van de streekcommissie, te situeren aan de Scheldekant-steenbakkerij in de gemeente Nazareth-Eke; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 22 september 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; X-9583-1/10 Gelet op de beschikking van 30 januari 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 23 februari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. SROKA, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat P. AERTS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten. Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- De verzoeker woont aan de Grenadierslaan 60 te Semmerzake, deelgemeente van Gavere. Aan de overzijde van de Schelde, op het grondgebied van de gemeente Nazareth-Eke, liggen de terreinen van de kleigroeve/steenbakkerij Danneels, die ter plaatse reeds lang actief is. Deze bedrijfsterreinen werden op het gewestplan Oudenaarde, vastgesteld bij koninklijk besluit van 24 februari 1977, ondergebracht in een gebied voor ambachtelijke bedrijven en k.m.o.’s. 1.
- Op 7 juli 1998 neemt de Vlaamse regering een besluit houdende de voorlopige vaststelling van een ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Oudenaarde. Blijkens het bijgevoegde kaartblad 22/5 heeft de voorgenomen herziening onder meer betrekking op de bedrijfsterreinen van de steenbakkerij, die gedeeltelijk een nieuwe bestemming als ontginningsgebied zouden krijgen, met als nabestemming gebied voor ambachtelijke bedrijven en k.m.o.’s; X-9583-2/10 1.
- De verzoeker heeft tijdens het openbaar onderzoek over deze gewestplanwijziging geen bezwaar ingediend. Na adviezen van de gemeenteraad van Nazareth, de bestendige deputatie van Oost-Vlaanderen, de streekcommissie van advies, en de afdeling wetgeving van de Raad van State, stelt de Vlaamse regering de wijziging van het gewestplan definitief vast bij besluit van 29 oktober
- De in het ontwerp-plan voorziene bestemmingswijziging van het gebied wordt daarbij bevestigd;
- De ontvankelijkheid. 2.
- Overwegende dat de verzoeker in verband met zijn belang in zijn verzoekschrift tot nietigverklaring het volgende aanvoert: “Verzoekende partij heeft een persoonlijk belang bij wat er met dit gebied zou gebeuren omdat hij woont juist aan de overzijde van de Schelde. Zij het dus op grondgebied Semmerzake, nabij de Bolveerput en de Kriephoek, een oude Scheldemeander, in de buurt waarvan jaren geleden een slibstort werd aangelegd. Dit is visueel en ruimtelijk gezien zeer dicht: geschat ongeveer 100 à 150 m. Tegenover een gebied van 5,5 ha groot is dit dus relatief dicht, of toch dicht genoeg. Concreet, vanuit mijn woning en tuin heb ik zicht op gans het gebied aan de overkant : de weilanden ten oosten, het natuurgebied tussen de Waterrattestraat en de Oude Schelde ten Noorden, het RWZI in aanbouw op de nu voorziene zone voor gemeenschapsvoorzieningen, gelegen naast het braakliggend vochtig natuurgebied met riet en biezen, uiteraard ook op de reeds ingerichte industrieterreinen De Vos-Mazout vlakbij de graansilo Lauwers aan de Eke- Brug. En daarnaast dus, nog meer westelijk, de hier bedoelde kleien visputten en kleiwinning. Dit zicht is het best vanuit de slaapkamer op de verdieping. Ook in de winter is er perfect zicht doordat de bladeren van de wilgen en essen langs de Schelde dan gevallen zijn. Het gebied dat verzoeker als een eerder cultuurhistorische zone met natuurwaarde wil behouden, beslaat 5 ha. Als het gewestplanbesluit definitief zou worden, dan zal op termijn dit nu nog tamelijk open, half natuurlijk uitziend en rustig gebied, stap voor stap omgezet worden in een geconcentreerd nijverheidsgebied met allerlei bedrijven. Want de gewestplanherziening is duidelijk gericht op een diversificatie van het terrein, eens de ontginning achter de rug is. Gegeven is ook dat de huidige uitbaters thans reeds de schaapjes op het droge willen en er reeds plannen zijn voor stopzetting van de exploitatie op korte termijn, met alle gevolgen vandien voor gans het gebied. X-9583-3/10 Indien dus de vernietigingsprocedure lang zou aans1epen, zal het fraaie stukje Scheldevallei wellicht reeds omgevormd zijn in een banaal industrieterrein. Dit kan niet gezegd worden van de huidige activiteiten, die plaatsvinden in een deel van het jaar, vnl. de zomer en herfst en die weinig machines vergen. Met voor gevolg: een nog vrij rustig gebied. Het nadeel van verzoeker is dus dat de nabestemming van die aard is dat de rust op termijn ernstig dreigt aangetast te worden, ingevolge de bouw- en milieuvergunningen die als gevolgacten van de gewestplanwijziging snel zullen/kunnen afgeleverd worden. In de gemeente Nazareth zijn zulke projecten namelijk belangrijk, veel belangrijker dan op het eerste zicht niet winstgevend natuurbehoud, passieve recreatie, bescherming Scheldevallei, enz. Het persoonlijk belang is er dan ook in gelegen dat als de gewestplanbeslissing definitief is, dit dus aanleiding zal geven tot een reeks uitvoeringsbeslissingen, om de nabestemming te verwerkelijken. Er is dus een voldoende noodzakelijk en oorzakelijk verband tussen de bestreden beslissing en de nakende teloorgang van deze steenbakkerij als economisch en cultuurhistorisch gegeven. In tegenstelling tot bv. de steenbakkerij Vandemoortele te Oudenaarde, gaat het hier niet om een grootschalige industriele uitbating, maar om een kleinschalige ambachtelijke uitbating. Verzoeker wil dit zo houden, omdat het bijdraagt tot de kwaliteit van zijn woon- en recreatieve omgeving. Het is trouwens één van de redenen waarom hij hier is komen wonen. Dus heeft hij een persoonlijk, materiëel en moreel belang dat de steenbakkerij blijft of dat er minstens een andere nabestemming komt dan een banale KMO-zone. Hiervoor is reeds aangetoond dat het gebied thans in feite een nog vrij authentiek deel van de Scheldevallei is, met zo goed als geen bebouwing. De enige gebouwen zijn een woning op perceel 422 g aan de scheldearm, en een clubhuisje van de vissersclub De Roodbaars op perceel 421 t. Door op termijn van dit ontginningsgebied een gewone ambachtelijke zone te maken, onafhankelijk van de grondwinning, zal er dus -visueel en ruimtelijk- een gans ander soort gebied dreigen te ontstaan. Dit is toch een nadeel dat kan in aanmerking komen. Verzoeker die in deze eenzame omgeving is komen wonen, omdat hij juist houdt van de scheldevallei, haar weilanden, rust en natuur, ziet een moreel en omgevingsnadeel als dit nog vrij gave open gebied zou omgeschapen worden in een industriëel-ambachtelijke zone voor allerlei K.M.O.’s. Anders zou hij eerder in een wijk of een centrum gaan wonen. De natuur en de rust is voor hem belangrijk. Het is voorspelbaar dat er van het valleikarakter van dit gebied, leunend aan de Oude Schelde, niets of bijna niets meer zal overblijven. En dat de kans om van dit bijzondere gebied, iets te maken dat met een hoge sociale, economisch-recreatieve of/en natuureducatieve waarde, definitief zal verkeken zijn. En daarmee de recreatieve en andere persoonlijke voordelen die verzoeker nu nog heeft met de uitbating van de steenbakkerij. Deze bestemming/uitbating trekt bv. ook weinig verkeer aan. Dat zal in de toekomst met een locaal bedrijventerrein van 5 ha zeker veranderen. De Grenadierslaan en de Sluisweg zullen veelgebruikte transportwegen worden, met alle gevolgen vandien qua lawaai, luchtvervuiling, ... En verkeerstoename is iets dat niet vergund moet worden en dus zeker ook in verband met een economisch gerichte bestemmingswijziging kan gebracht worden. X-9583-4/10 Ook zal de waarde van de woning en tuin verminderen, wat een materieel nadeel inhoudt. Verzoeker betreurt dat hij zelf geen bezwaarschrift heeft ingediend, maar hij wist niet van de plannen af. Doch dit neemt niet weg dat hij binding heeft met het gebied. Dit blijkt bv. ook hieruit dat hij in zijn vrije tijd boottochten doet op en af de rivier. Hij heeft trouwens een vaste aanlegplaats voor zijn vaartuig bekomen in de buurt. Verzoeker ziet in de toekomst aldus de huidige visuele en halfnatuurlijke omgeving nog meer gehypothekeerd dan nu ook reeds in zekere mate het geval is door andere bedrijvigheden (De Vos-mazout, RWZI,...). Hierdoor zal de woonomgeving voor verzoeker minder aantrekkelijk zijn om te wonen, te wandelen, enz. temeer het gebied paalt aan twee openbare wegen, nl. het Sluis en het Jaagpad zodat verzoeker daar ook het genot en gebruik van heeft. Mocht beweerd worden dat een vernietiging geen voordeel kan bijbrengen, gezien de vroegere bestemming als ambachtelijke zone: de vorige ambachtelijke bestemming deerde verzoeker niet want was en is gericht op steenbakkerij, een vrij onschuldige economische activiteit. Bovendien moet. bij een vernietiging ook minstens de nabestemming herbekeken worden. En gelet op de principes van het R.S.V. (blz. 425) en de ligging in een buitengebied moet rekening gehouden worden met de bestaande natuurlijke of agrarische structuur. En daarmee is geen rekening gehouden. De kans dat een volgende keer daarmee wel rekening moet gehouden worden, is dus reëel. Dus is een vernietiging nuttig. Er is een persoonlijk belang”; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord een exceptie van niet ontvankelijkheid opwerpt; dat zij die exceptie als volgt adstrueert: “
- Verzoekende partij is woonachtig aan de Grenadierslaan 60 te 9890 Semmerzake. Het verzoekschrift tot nietigverklaring is gericht tegen het besluit van de Vlaamse regering van 29 oktober 1999 waarbij het gewestplan Oudenaarde gedeeltelijk werd herzien, doch ‘beperkt tot het kaartblad 22/5 betrekking hebbend op met name het punt B.108 in het advies van de Streekcommissie, te situeren aan de Scheldekantsteenbakkerij in de gemeente Nazareth-Eke’. Het gebied is, zoals vermeld in het verzoekschrift tot nietigverklaring, gelegen tussen enerzijds een oude Scheldemeander en het Sluis (weg) en anderzijds de Oude Schelde (Moerbeek) ten Noorden. Alles dicht bij de nieuwe Schelde. Verzoekende partij meent over een persoonlijk belang te beschikken om de nietigverklaring van de bestreden bestemmingsvoorschriften te vorderen ‘omdat hij woont juist aan de overzijde van de Schelde’. Het gedeelte van het herziene gewestplan Oudenaarde, waarop de vordering tot nietigverklaring betrekking heeft, is aan de andere zijde van de Schelde gelegen. ‘Dit visueel en ruimtelijk gezien zeer dicht: geschat ongeveer 100 à 150 m’ (...) Verzoekende partij geeft aldus zelf aan dat hij woonachtig is buiten het deelgebied dat het voorwerp uitmaakt van de vordering tot nietigverklaring. De eigenaar van het perceel heeft slechts belang bij de vernietiging van een gewestplan in de mate dat dit plan betrekking heeft op zijn eigendom (...). X-9583-5/10 Verzoekende partij beschikt ook over geen eigendom binnen dit deel van het gewestplan. Bovendien heeft verzoekende partij geen bezwaarschrift ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Verzoekende partij ‘betreurt dat hij zelf geen bezwaarschrift heeft ingediend, maar hij wist niet van de plannen af’ (...). Gelet op de bekendmakingsvereisten is dit uiteraard geen enkele verontschuldiging, integendeel. Verzoekende partij beschikt derhalve over geen persoonlijk en rechtstreeks belang om een vordering tot nietigverklaring in te dienen voor het gedeelte van het gewestplan Oudenaarde waarop het verzoekschrift tot nietigverklaring betrekking heeft.
- Op zich betreft de bestemmingswijziging slechts het aangeven van een voorbestemming voor de realisatie van de bestemming KMO-gebied op het oorspronkelijke gewestplan. Volgens de bepalingen van het bij KB van 24 februari 1977 goedgekeurd gewestplan Oudenaarde was het gebied, dat thans het voorwerp uitmaakt van de vordering tot nietigverklaring bestemd als KMO-gebied. De herziening van het gewestplan, zoals definitief vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 1999 betreft de ‘wijziging van gebied voor kleine en middelgrote ondernemingen en ambachtelijke bedrijven naar ontginningsgebied met nabestemmingsgebied voor kleine en middelgrote ondernemingen en ambachtelijke bedrijven (5,5ha).’ De differentiatie van het KMO-gebied is doorgevoerd om de huidige uitbating van de ambachtelijke veldsteenbakkerij te vrijwaren. De nabestemming blijft evenwel dezelfde als in het oorspronkelijk vastgestelde gewestplan. Ook dit volstaat om te besluiten dat verzoekende partij over geen persoonlijk en rechtstreeks belang beschikt.
- In de inleiding van het verzoekschrift tot nietigverklaring (p. 1) maakt verzoekende partij tevens ‘voorbehoud voor het smalle stukje in lichtbouw aangeduid op het nieuwe gewestplan, te situeren tussen de noordkant van de Schelde aan de Sluis te Eke en het ambachtelijk terrein en zone voor gemeenschapsvoorzieningen (RWZI) erboven richting Moerbeek’. Niet alleen volstaat een voorbehoud niet voor een vordering tot nietigverklaring, bovendien geeft dit voorbehoud geen juiste weergave van het bestemmingsgebied in. Dit gebied is immers licht paars ingetekend en behoudt m.a.w. de oorspronkelijke bestemming van gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen.
- De vordering tot nietigverklaring dient derhalve als niet-ontvankelijk te worden afgewezen”; 2.
- Overwegende dat de verzoeker in zijn memorie van wederantwoord in verband met zijn persoonlijk belang bij het annulatieberoep het volgende betoogt: “Verzoeker is niet akkoord met de bewering van het Vlaams Gewest dat hij geen belang zou hebben omdat hij niet woonachtig is als eigenaar in het gebied waarover de betwisting gaat. Om een persoonlijk belang te hebben, is heb immers voldoende dat verzoeker als burger feitelijk of juridisch nadeel kan lijden als het gewestplan uitgevoerd wordt, en dus de bestemming in praktijk omgezet wordt. X-9583-6/10 Hier dus een ontginningsgebied dat uiteindelijk een harde bestemming zou krijgen. Verzoeker is een naburige bewoner. Dit is alleen reeds een voldoende belang. Zie ook J. Baert en G. Debersacques, De Ontvankelijkheid, nr 231-é over ‘het belang van de naburige bewoner of eigenaar inzake beslissingen betreffende ruimtelijke ordening en stedebouw’. Dit belang als naburige bewoner is dus niet gebonden aan de virtuele grenzen van een gewestplan. Is wel gebonden aan de feitelijke realiteit: dus kan de uitvoering van een administratieve beslissing wel nadeel veroorzaken in het feitelijk woonklimaat, de echte leefomgeving, ... ? Zoals reeds werd aangetoond in verzoekschrift, is dit zo. De benadering van de verweerder is een beetje afstandelijk en theoretisch. De afbakening van een gewestplan is immers een overwegende administratieve aangelegenheid, waarbij de sociale en ecologische elementen bv. zeker geen criterium zijn. De realiteit is dat er tussen de woning van verzoeker en het gebied aan de overkant van de Schelde slechts de Schelde zelf, de trekweg en nog een stukje gras gelegen is. Die afstand is dus zeer kort, zeker gezien in de negatieve uitstraling die de uitwerking van KMO-zone heeft op een tamelijk wijde omgeving: verkeer, lawaai, toename van de diverse vormen van milieuverontreiniging (bodem, water, lucht, ...). Het gaat om een visueel zo korte en tamelijk open afstand dat verzoeker zonder probleem nu reeds een aantal bedrijfsgebouwen in het betwiste industriegebied ziet staan, zoals de gebouwen/tanks van De Vos Mazout, de graansilo’s van Lauwers e.d. Ook heeft hij zicht op het met bomen doorweven zijn van heb bedoeld ontginningsgebied, o.a. populieren , essen en wilgen. Er zullen zonodig nog een aantal foto’s bezorgd worden die dit des te beter aantonen. Dit zicht op het nu nog goeddeels onbebouwde Scheldelandschap aan de overzijde, in bijzonder ook dus de kleiwinning en steenbakkerij Danneels, zal dus helemaal veranderen gezien de nabestemming ‘gebied voor kleine en middelgrote ondernemingen en ambachtelijke bedrijven’. Dat het allemaal snel kan gaan, blijkt intussen reeds hieruit dat de steenbakkerij in 2000 haar activiteiten zo goed als stopgezet heeft, en er reeds een aanvang is genomen met het dichtgooien van een deel van de kleiputten met functie visvijver, met allerlei inert materiaal. Niet iedere verandering is nadelig of verkeerd: het gebied is niet bevroren. Maar subjectief ervaart verzoeker deze planwijziging en bijzonder dan ook de nabestemming als een negatief verschijnsel/gegeven. Het is aannemelijk dat de wijziging van functie en uitzicht van dit feitelijk deel van de Scheldevallei, door een economische inrichting van de nabestemming, een voldoende oorzaak vindt in het gewestplan. En eerder of niet enkel in bv. afgeleverde vergunningen voor oprichting van bedrijfsgebouwen, wijzigen van het reliëf, ... Er is in elk geval rechtspraak van de Raad van State in die zin: (...) Dus als verzoeker nu zijn kans verkijkt, is het goed mogelijk dat later protest strandt op het definitief geworden zijn van het gewestplan. Er is dus een voldoende oorzakelijk verband. De raadsman van het Vlaams Gewest beweert ook dat de nabestemming toch dezelfde blijft als in het oorspronkelijk gewestplan. X-9583-7/10 Dit is op het eerste zicht juist, gezien qua de uiteindelijke bestemming. Maar in eerste orde gaat het nu om een ontginningsgebied. Wat gevolgen heeft: zie eerste middel. Bovendien mag hier gezegd dat de bestemming in het oorspronkelijk gewestplan van meer dan 20 jaar terug, hoe dan ook achterhaald is door de evolutie sindsdien. Zo was er op dat ogenblik nog geen Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, geen vogelrichtlijn, geen Decreet natuurbehoud, enz. Het is wel juist dat als dit gewestplan vernietigd wordt, minstens voor een tijdje het oorspronkelijk gewestplan a.h.w. zal herleven. Maar ieder weet dat het moet aangepast worden aan de huidige wetgeving en inzichten van de overheid, i.c. dus normaliter tot behoud van open ruimte en natuur. En dit betekent dus dat er een andere bestemming dan KMO-zone zal of zou moeten ingevuld worden. Dus dit verweermiddel op zich is in elk geval niet voldoende om het belang bij een vernietiging te ontkrachten. Wat nog de bewering betreft dat er een stukje ingekleurd is aan de boord van de Schelde, als KMO-zone (licht paars i.p.v. lichtblauw): verzoeker neemt hiervan nota. Het gaat om een stukje dat vlak tegen de Schelde ligt, wat aantoont dat de vordering van verzoeker ruimtelijk gezien nog aan belang wint. Bij vernietiging zal de Vlaamse Regering veel meer rekening moeten houden met het RSV, het decreet natuurbehoud, e.d. Dus er zijn reële kansen dat zelfs als de eerste fase bestemming ontginningsgebied blijft, dit een groene of gele of gemengde zachte bestemming krijgt. Verzoeker heeft dus een voldoende belang bij de vernietiging van dit deel van het gewestplan”; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij zich in haar laatste memorie aansluit bij het auditoraatsverslag dat besluit tot de niet ontvankelijkheid van het annulatieberoep; 2.
- Overwegende dat de verzoeker in zijn laatste memorie om zijn persoonlijk belang bij het annulatieberoep te steunen in essentie stelt dat de “bijkomende 5,5 ha KMO (dus) kan volgens het gewestplan Oudenaarde sinds 24/02/77, maar volledig in strijd is met de principes van het Scheldevalleiproject als van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, waarin op het belang wordt gewezen van de open ruimten in alluviale vlaktes (...)”; dat de verzoeker daaraan toevoegt : “als de gewestplanning definitief wordt zullen er altijd milieu- en bouw- vergunningen volgen. Deze bijkomende vergunningen zullen (zware) gevolgen hebben voor mijn woon- en leefwereld. Ik kan dan deze bijkomende vergunningen niet of moeilijk aanvechten omdat de bestemming dan definitief is. M.a.w. ik kan enkel mijn recht van spreken in de toekomst behouden, door nu de gewestplanwijziging aan te vechten. Als het gewestplanbesluit toch vernietigd wordt, moet de overheid opnieuw gaan bekijken om het gebruik van dit gebied in overeenstemming te brengen met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen als met het R.S. Oost Vl. (Min. besluit van 18/04/2004). In beide structuurplannen staat duidelijk dat de Scheldevallei onbebouwd dient te blijven. (...)”; X-9583-8/10 3.
- Overwegende dat de verzoeker moet aantonen dat het bestreden besluit enerzijds voor hem in concreto griefhoudend is en dat anderzijds het verdwijnen van het bestreden besluit uit het rechtsverkeer voor hem een zeker voordeel oplevert; dat in voorliggend geval de bestemming van de terreinen door het bestreden besluit gewijzigd werd van gebied voor ambachtelijke bedrijven en k.m.o.’s, naar ontginningsgebied met als nabestemming gebied voor ambachtelijke bedrijven en k.m.o’s; 3.
- Overwegende dat de bezwaren die de verzoeker heeft tegen de gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Oudenaarde op het grondgebied van voornoemde gemeenten, beperkt tot punt B. 108, zoals vermeld op het kaartblad 22/5 in het advies van de streekcommissie, te situeren aan de Scheldekant- steenbakkerij in de gemeente Nazareth-Eke, niet gericht zijn tegen de nieuwe “hoofdbestemming” als ontginningsgebied, met betrekking tot dewelke hij aangeeft dat hij wenst “dat de steenbakkerij blijft” en dat hij “dit zo wil houden”; dat het de voorziene nabestemming is die de verzoeker grieft en het eigenlijke voorwerp uitmaakt van het annulatieberoep; 3.
- Overwegende dat de verzoeker in verband met zijn belang daaraan toevoegt dat een mogelijke vernietiging van de gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Oudenaarde voor hem een mogelijk nuttig effect kan opleveren omdat door de overheid dan “ook minstens de nabestemming (zal moeten) herbekeken worden” en omdat “ieder weet dat het (gewestplan) moet aangepast worden aan de huidige wetgeving en inzichten van de overheid, i.c. dus normaliter het behoud van (de) open ruimte en natuur”; 3.
- Overwegende dat de uiteenzetting van de verzoeker in verband met zijn belang niet opgaat omdat, mocht de Raad van State het bestreden besluit vernietigen, de vroegere bestemming, met name gebied bestemd voor ambachtelijke bedrijven en k.m.o.’s, herleeft en alsdan in hoofde van de verwerende partij geen rechtsplicht bestaat om een nieuw planningsinitiatief te nemen, ook niet op grond van één van de middelen die de verzoeker aanvoert in zijn annulatieberoep en dat eventueel gegrond zou worden bevonden; dat het bestreden besluit derhalve voor hem niet griefhoudend is en de gevraagde vernietiging hem geen rechtstreeks en zeker voordeel oplevert; dat de exceptie gegrond is en het beroep derhalve onontvankelijk, X-9583-9/10 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig oktober 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, de H. E. BREWAEYS, staatsraad, door de voorzitter van de Raad van State aangewezen ter vervanging van de heer D. MOONS, staatsraad, verhinderd wegens ziekte na de debatten te hebben bijgewoond en na te hebben deelgenomen aan het beraad; Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-9583-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.250 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div