← België

Arrest 176309 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/10/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.309 Rolnummer: A. 140322/X-11536 Zaak: Arrest 176309 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-14 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:53 Fiche Arrest nr 176.309 van 30 oktober 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.309 van 30 oktober 2007 in de zaak A. 140.322/X-11.

  1. In zake : Wim DE RIDDER, die woonplaats kiest bij advocaat P. SAEYS, kantoor houdende te 9300 AALST, Zwarte Zustersstraat 13 tegen :
  2. de stad AALST,
  3. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  4. tussenkomende partijen :
  5. Valery DE BRUYN (overleden),
  6. Michèle BLANCKAERT, wonende te 9300 AALST, Langestraat
  7. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Wim DE RIDDER op 8 augustus 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 april 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Aalst waarbij aan Valery DE BRUYN en Michèle BLANCKAERT de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor “het oprichten van een paardenstal voor 4 paarden met bergruimte voor voeder en nuttige aanhorigheden” op een perceel gelegen te Aalst, Langestraat 149, kadastraal bekend sectie F, nrs. 624/l, 624/n en 624/p; Gelet op het arrest nr. 124.538 van 22 oktober 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 4 november 2003 ingediend door de verzoeker; X-11.536-1/5 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 26 november 2003 ingediend door Valery DE BRUYN en Michèle BLANCKAERT; Gelet op de beschikking van 9 december 2003 die de tussenkomst van Valery DE BRUYN en Michèle BLANCKAERT toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 15 maart 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoeker en van de eerste verwerende partij; Gelet op de beschikking van 28 augustus 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 5 oktober 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. SEBREGHTS, die loco advocaat P. SAEYS verschijnt voor de verzoeker, van bestuurssecretaris H. VAN DE PERRE, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat K. DE MULDER, die loco advocaat P. AERTS verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-11.536-2/5 OVERWEEGT WAT VOLGT : Bij een ter post aangetekende brief van 24 oktober 2006 heeft de auditeur-verslaggever aan verzoekers raadsman het volgend schrijven gericht : “De stad Aalst heeft, zoals door U gevraagd bij schrijven van 17 februari 2004, stukken neergelegd i.v.m. de (vorige) aanvraag, waarvoor, op 30 december 2002, een ontvangstbewijs werd afgeleverd. De eerste tussenkomende partij blijkt, ondertussen, overleden te zijn. Zijn erfgename heeft ons medegedeeld dat het college van burgemeester en schepenen, op 30 januari 2006, een vergunning heeft afgeleverd voor het ‘verbouwen van een deel van een paardenstal tot een woning en het oprichten van een carport’ en dat het goed, waarop die vergunning betrekking heeft, werd verkocht. Op ons verzoek heeft de stad Aalst een afschrift van laatst voornoemde vergunning neergelegd, alsmede van de daarbij horende plannen. Voornoemde verbouwingsvergunning zou, ondertussen, zijn uitgevoerd. Tegen die nieuwe vergunning werd door verzoeker blijkbaar geen annulatie- beroep ingediend. Mag daaruit, mede gelet allicht op die nieuwe gegevens, worden afgeleid dat verzoeker niet langer meer belang stelt in de afwikkeling van deze zaak?”; Op 16 januari 2007 heeft de auditeur-verslaggever aan verzoekers raadsman volgende herinneringsbrief, voor ontvangst getekend op 26 januari 2007, gericht : “Ik ben zo vrij U te verwijzen naar mijn, ter post aangetekend verzonden brief, van 24 oktober 2006, waarop ik nog steeds geen antwoord mocht ontvangen. Bij ontstentenis van een reactie van Uwentwege binnen een termijn van 30 dagen ingaand op de datum van ontvangst van dit schrijven, meen ik er te mogen van uitgaan dat de verzoekende partij, haar belangstelling voor de zaak verloren heeft en zal er dan ook in die zin verslag worden opgemaakt”. Ook dit schrijven is onbeantwoord gebleven. Het auditoraatsverslag heeft vervolgens besloten tot het teloorgaan van het rechtens vereiste actueel belang bij de gevraagde vernietiging in hoofde van de verzoeker. Het verslag is tot dit rechtspunt beperkt. De raadsman van de verzoeker heeft een laatste memorie ingediend waarbij de verzoeker volhardt in zijn beroep en waarin het volgende wordt gesteld : “Hij nam kennis van het overlijden van tussenkomende partij de Heer DE BRUYN Valery, welke overleed te Aalst op 9 juli
  8. X-11.536-3/5 Hij stelt vast dat bij zijn weten het geding niet werd hervat door de erfgenaam van de Heer De Bruyn. Hij nam tevens kennis van het aangetekend schrijven van 24 oktober 2006 van Eerste Auditeur-Afdelingshoofd F. De Buel. Hij nam onmiddellijk inlichtingen omtrent de verkoop van het opgerichte bouwwerk, doch moest vaststellen dat het gebouw volgens zijn inlichtingen niet werd verkocht. Hij startte nadien onderhandelingen tot aankoop van het perceel en het betwiste gebouw, teneinde na aankoop zelf te kunnen overgaan tot afbraak. Aan hem werd voorgehouden dat hij tot aankoop zou kunnen overgaan, waardoor hij op dat ogenblik -gelet op de lopende onderhandelingen- niet kon weten of hij nog langer belang had bij het verderzetten van de procedure. Dat in de loop van 2007 is gebleken dat de verkoop niet zou doorgaan, waardoor hij opnieuw belang had bij het verderzetten van de procedure. Dat hij dan ook vraagt dat de procedure zou worden verdergezet, gezien alle middelen welke in het verleden werden ontwikkeld nog steeds geldig zijn”. De verzoeker heeft verzuimd binnen de gestelde termijn de vereiste medewerking te verlenen aan de magistraat gelast met het onderzoek van de zaak. De auditeur-verslaggever heeft dan ook terecht besloten tot het teloorgaan van het belang bij de vernietiging. Dit verzuim wordt niet goedgemaakt door bovenvermelde laatste memorie. Er nu anders over oordelen betekent dat de auditeur-verslaggever andermaal, maar nu bij arrest, moet worden gelast met het onderzoek van de zaak, onderzoek dat hij, toen het ogenblik daarvoor was gekomen, niet heeft kunnen doen ingevolge het uitblijven van de gevraagde medewerking van de verzoeker. Dergelijke opdracht, die het normaal verloop van de procedure zou verstoren, kan niet worden gegeven omwille van een partij die zelf nagelaten heeft aan de procedure mee te werken. Het beroep is niet langer ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  9. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  10. De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-11.536-4/5 De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de rechthebbenden van de eerste tussenkomende partij, en van de tweede tussenkomende partij, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig oktober 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, de H. E. BREWAEYS, staatsraad, door de voorzitter van de Raad van State aangewezen ter vervanging van de heer D. MOONS, staatsraad, verhinderd wegens ziekte na de debatten te hebben bijgewoond en na te hebben deelgenomen aan het beraad; Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.536-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.309 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.124.538 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.