← België

Arrest 176310 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 30/10/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.310 Rolnummer: A. 183220/X-13285 Zaak: Arrest 176310 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 30/10/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-14 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 03:53 Fiche Arrest nr 176.310 van 30 oktober 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.310 van 30 oktober 2007 in de zaak A.183.220/X-13.

  1. In zake : de gemeente DILBEEK, die woonplaats kiest bij advocaten D. LINDEMANS en F. DE PRETER, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  2. tussenkomende partij : de n.v. van publiek recht INFRABEL, die woonplaats kiest bij advocaten D. RYCKBOST en E. RYCKBOST, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  3. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente DILBEEK op 11 mei 2007 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 26 januari 2007 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) “Spoorlijn 50A tussen Brussel en Ternat”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 augustus 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 14 september 2007; X-13.285-1/9 Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DE PRETER, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat I. BOCKSTAELE, die loco advocaat P. AERTS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat D. RYCKBOST, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  4. Rechtspleging Met een verzoekschrift van 21 juni 2007 heeft de n.v. van publiek recht INFRABEL gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  5. Over de thans voorliggende gegevens van de zaak 2.
  6. De bestreden beslissing kadert binnen het zogenaamde “GEN- project” (Gewestelijk Expres Net), waarbij de federale overheid en de gewesten zich tot doel hebben gesteld om het openbaar vervoer van en naar de hoofdstad op korte en middellange afstand efficiënter en aantrekkelijker te maken. Eén van de ingrepen die in dit kader vooropgesteld wordt, betreft de spoorlijn 50A die het station van Brussel-Zuid met Denderleeuw verbindt. Het is de bedoeling het aantal sporen op deze lijn te verdubbelen van 2 tot 4 (één spoor aan weerszijden van de bestaande sporen), en telkens twee van deze sporen voor te behouden voor respectievelijk snel treinverkeer (IC/IR) en trager lokaal treinverkeer, teneinde het gebruik van de lijn efficiënter te maken. De werken houden tevens in dat een aantal kunstwerken moeten worden herbouwd en bruggen moeten worden geschrapt, dat op bepaalde plaatsen langswegen moeten worden verplaatst of aangelegd, dat geluidswerende constructies moeten worden voorzien,... X-13.285-2/9 2.
  7. De bestreden beslissing heeft betrekking op een stuk van een 10-tal kilometer van dit tracé, gelegen op het grondgebied van de gemeenten Dilbeek en Ternat, waar het op het gewestplan voorziene tracé van de spoorweg geen mogelijkheid biedt om de geplande werken uit te voeren. De bestreden beslissing duidt een zone aan voor de aanleg van de bijkomende sporen. 2.
  8. Voor het project wordt in opdracht van de tussenkomende partij en de n.v. TUC RAIL een milieu-effectenrapport (hierna : MER) opgesteld. Het kennisgevingsdossier van dit MER wordt volledig verklaard door de cel-MER van de Vlaamse overheid, en eind 2003 wordt het dossier ter inzage gelegd in de betrokken gemeenten. Na adviezen, aanpassingen, en een aanvullende nota, wordt het MER uiteindelijk op 21 april 2006 goedgekeurd door de cel-MER. 2.
  9. De verzoekende partij laat door het Laboratorium voor Akoestiek en Thermische Fysica van het departement natuurkunde en sterrenkunde van de K.U. Leuven bijkomend onderzoek uitvoeren naar de geluidsoverlast langs het traject en het mogelijke effect van bijkomende geluidsschermen, hetgeen resulteert in een eindrapport van 26 oktober
  10. De tussenkomende partij stelt uitdrukkelijk de resultaten van deze studie te aanvaarden. De n.v. TUC RAIL laat zelf een studie rond de geluidsimpact uitvoeren door dBA-Consult Technum, ter hoogte van het viaduct van Pede. Deze studie mondt uit in een eindrapport van 7 maart
  11. De in de studies van de K.U. Leuven en dBA-Consult Technum voorgestelde maatregelen werden door de tussenkomende partij overgenomen in de, inmiddels ingediende, aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning voor het uitvoeren van de werken. Deze aanvraag is nog hangende. 2.
  12. Inmiddels werd door de Vlaamse regering ook de opmaakprocedure van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Spoorlijn 50A tussen Brussel en Ternat” ingezet. Bij besluit van de Vlaamse regering van 24 maart 2006 wordt het ontwerp van gewestelijk RUP voorlopig vastgesteld. Voor het voorziene tracé wordt op het plan een lijnvormig gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur aangeduid. X-13.285-3/9 2.
  13. Op 24 april 2006 start het openbaar onderzoek over het ontwerp- RUP. Ter gelegenheid van dit onderzoek worden 28 verschillende bezwaarschriften ingediend. Tevens worden een aantal adviezen uitgebracht, waaronder door de gemeente Ternat en door de provincieraad van Vlaams-Brabant, die alle gunstig adviseren. De gemeenteraad van Dilbeek adviseert op 13 juni 2006 negatief. 2.
  14. Op 19 september 2006 adviseert de VLACORO het ontwerp-plan gunstig. Specifiek met betrekking tot de bezwaarschriften waarin bijvoorbeeld geluids- en trillingshinder aangevoerd wordt en gevraagd wordt om adequate geluidsschermen, oordeelt de VLACORO dat het RUP zich terecht niet uitspreekt over de specifieke modaliteiten van eventuele geluidsschermen en - bermen, nu dit een problematiek is die samenhangt met de stedenbouwkundige vergunningsprocedure en het project-MER. Wel stelt de VLACORO vast “dat het RUP voldoende plaats heeft voorzien voor de aanleg van geluidsremmende maatregelen”. 2.
  15. Op 11 januari 2007 verstrekt de afdeling wetgeving van de Raad van State advies over het ontwerp van vaststellingsbesluit. 2.
  16. Met een besluit van 26 januari 2007 stelt de Vlaamse regering het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Spoorlijn 50A tussen Brussel en Ternat” definitief vast. Dit is het bestreden besluit. 2.
  17. Op 2 februari 2007 beslist de Vlaamse regering de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening te gelasten om aan de bouwheer de vraag te richten waar en met welke middelen geluidswerende maatregelen op het tracé kunnen worden genomen om de geluidshinder voor de omwonenden tot een minimum te beperken. Met een brief van 3 april 2007 bericht de tussenkomende partij de bevoegde Vlaamse minister welke maatregelen reeds het voorwerp uitmaakten van het opgestelde MER, en welke maatregelen bijkomend zullen worden genomen ingevolge de studies uitgevoerd door de K.U. Leuven en dBA-Consult Technum. X-13.285-4/9
  18. Over de ontvankelijkheid van de vordering De tussenkomende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze exceptie dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
  19. Over de grondvoorwaarden voor de schorsing 4.
  20. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4.2.
  21. De verzoekende partij zet haar moeilijk te herstellen ernstig nadeel in haar verzoekschrift als volgt uiteen : “De bestreden beslissing brengt de verzoekende partij een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel toe. De bestreden beslissing houdt de goedkeuring in van een RUP, dat een bestemmingswijziging voorziet voor een gebied met een totale oppervlakte van 93,6 hectare, waarvan 69,2 hectare voor lijninfrastructuur. Ongeveer de helft van deze oppervlakte is gelegen in de gemeente Dilbeek. Het gaat dus over een gebied van ongeveer 34 hectare waarvoor binnen de gemeente Dilbeek de bestemming wordt gewijzigd. Eén en ander over een afstand van 5 kilometer. De goedkeuring van een gewestelijk R.U.P. heeft tot gevolg dat de gemeente haar bevoegdheid tot het opmaken van een gemeentelijk R.U.P. verliest. De gemeente kan immers geen R.U.P.'s opmaken die afwijken van een gewestelijk R.U.P. Het bewuste infrastructuurproject levert geen enkele meerwaarde op voor de gemeente Dilbeek. Het R.U.P. voorziet wel in ruimte voor de aanleg van een stopplaats te Schepdaal, maar de aanleg van deze stopplaats is niet verplicht, en wordt vooralsnog niet beoogd. Deze spoorlijn zal dus geen meerwaarde bieden voor de streek. De spoorlijn levert wel ongemakken op voor de inwoners van de gemeente. Er zijn in het totaal 73 woningen gelegen binnen een zone van 100 meter van het geplande spoor. Dit is een significant aandeel van de bevolking. De studie van de K.U.L. toont aan dat er wel degelijk significante wijzigingen in het geluidsdrukniveau te verwachten zijn. De spoorlijn doorkruist bovendien een gebied dat behoort tot het Vlaams Ecologisch Netwerk en loopt over een beschermd monument (de Pede viaduct). Het project doorkruist het gemeentelijk beleid inzake ruimtelijke ordening: X-13.285-5/9 -een gebied van 34 hectare wordt onttrokken aan de mogelijkheid tot het opmaken van gemeentelijk R.U.P.; -een substantieel aantal inwoners zal geconfronteerd worden met bijkomende geluidsoverlast; -in een belangrijk natuurgebied en aan een belangrijk monument worden werken gepland; Eén en ander is in strijd met de wens van de gemeente, die het project steeds negatief heeft geadviseerd. Voor de gemeente vormt de aanleg van deze bijkomende spoorlijn in de gegeven omstandigheden een ernstig nadeel. Het nadeel is ook moeilijk te herstellen. De gemeente is wel een overheid die, indien uw Raad na de vernietiging van het R.U.P. ook de vergunningen voor het project zou vernietigen wel bij machte is om via een herstelvordering het herstel in natura voor te stellen, maar de gemeente moet hiervoor wel het eensluidend advies verkrijgen van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid. Gelet op de enorme investeringskost die gepaard gaat met dergelijke werken is het verkrijgen van een eensluidend advies, en in voorkomend geval van een vonnis dat het herstel daadwerkelijk beveelt, geenszins vanzelfsprekend. Het nadeel is moeilijk te herstellen”. 4.2.
  22. De verwerende partij repliceert hierop als volgt : “l. Verzoekende partij benadrukt dat de bestemmingswijziging binnen de gemeente Dilbeek betrekking heeft op ongeveer 34 ha, over een afstand van 5 km binnen de gemeente. De goedkeuring van een Gewestelijk RUP heeft tot gevolg dat de gemeente haar bevoegdheid tot het opmaken van een gemeentelijk RUP verliest. Verzoekende partij benadrukt dat de spoorlijn ongemakken oplevert voor de inwoners van de gemeenten. De spoorlijn doorkruist bovendien een gebied dat behoort tot het Vlaams Ecologisch Netwerk en loopt over een beschermd monument (de Pede-viaduct). Het project doorkruist volgens verzoekende partij het gemeentelijk beleid inzake ruimtelijke ordening. Dit wordt als een ernstig nadeel beschouwd, temeer dat één en ander in strijd is met de wens van de gemeente, die het project steeds negatief heeft geadviseerd. Bovendien stelt verzoekende partij dat het nadeel ook moeilijk te herstellen is, nu een herstelvordering ‘gelet op de enorme investeringskost’ geenszins vanzelfsprekend is.
  23. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dient niet alleen ernstig te zijn, maar ook rechtstreeks voort te vloeien uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Bovendien dient het nadeel persoonlijk te zijn. Verzoekende partij kan zich als gemeente slechts nuttig beroepen op nadelen die zij als bestuursoverheid dreigt te ondergaan. Waar verzoekende partij voornamelijk aanduidt dat het project het gemeentelijk beleid inzake ruimtelijke ordening doorkruist, geeft verzoekende partij evenwel nergens aan welke beleidsinitiatieven zij op dit ogenblik reeds ten aanzien van het betrokken gebied zou hebben genomen, die ingevolge de definitieve vaststelling van het bestreden GRUP onmogelijk zou worden. ‘Overwegende, in zoverre verzoekster inroept dat het bestreden uitvoeringsplan een miskenning inhoudt van het gemeentelijk beleid doordat het principe van de subsidiariteit niet wordt gerespecteerd, dat verzoekster dient aan te tonen waarin het persoonlijk nadeel dat ze hierdoor dreigt te ondergaan is gelegen; dat verzoekster weliswaar stelt dat zij gezien haar lokale kennis beter geplaatst is dan het Vlaamse gewest om een oplossing uit X-13.285-6/9 te werken en dit volgens het subsidiariteitsbeginsel dan ook op het meest geëigende niveau, maar dat zij nalaat concreet en precies aan te geven welke beleidsinitiatieven zij op dit ogenblik reeds ten aanzien van het betrokken plangebied heeft die door de bestemmingsvoorschriften van het bestreden uitvoeringsplan niet meer kunnen verwezenlijkt worden en waarvan de uitvoering geen verder uitstel kan dulden;’ (...). Verzoekende partij kan zich evenmin beroepen op de bijkomende geluidsoverlast, die volgens verzoekende partij een substantieel aantal inwoners van de gemeente bijkomend zal belasten. Dit is duidelijk geen nadeel in hoofde van de gemeente als bestuursoverheid.
  24. Ook aan de tweede voorwaarde van art. 17 § 2 van de Gecoördineerde Wetten op de Raad van State is derhalve niet voldaan”. 4.2.
  25. De tussenkomende partij voegt daar onder meer nog aan toe dat het bestreden besluit in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel en derhalve geen inbreuk kan maken op gemeentelijke bevoegdheden. 4.
  26. In hoofde van een gemeentelijke overheid kan er slechts sprake zijn van een persoonlijk moeilijk te herstellen ernstig nadeel indien de bestreden beslissing de uitoefening van de overheidstaak of de bestuursopdracht waarmee die overheid belast is, verhindert of in ernstige mate bemoeilijkt en indien de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de werking van haar diensten dermate in het gedrang zou brengen dat zij haar taken als gemeente niet meer zou kunnen uitoefenen. Het nadeel van een gemeentelijke overheid kan dan ook niet worden gelijkgesteld met het nadeel dat haar inwoners lijden. De verzoekende partij maakt op geen enkele concrete wijze aannemelijk dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de werking van haar diensten in het gedrang zou brengen of ingrijpende gevolgen zou hebben voor de uitoefening van haar beleid of de vervulling van haar taken. Ter zake voert de verzoekende partij aan dat “de goedkeuring van een gewestelijk R.U.P. tot gevolg (heeft) dat de gemeente haar bevoegdheid tot het opmaken van een gemeentelijk R.U.P. verliest”. De verzoekende partij beschikt momenteel evenwel nog niet over een vastgesteld gemeentelijk ruimtelijk structuur- plan en verkeert dus niet eens in de mogelijkheid een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken. Het valt bijgevolg geheel niet in te zien op welke wijze of in welke mate de bestreden beslissing “het gemeentelijk beleid inzake ruimtelijke ordening (doorkruist)”. Het aangevoerde nadeel is in dit opzicht ál te hypothetisch. X-13.285-7/9 De verzoekende partij werpt voorts op dat “een substantieel aantal inwoners zal geconfronteerd worden met bijkomende geluidsoverlast”. De ingeroepen geluidsoverlast vormt een nadeel in hoofde van de inwoners van de verzoekende partij en maakt, zoals hierboven reeds gesteld, geen persoonlijk nadeel uit in hoofde van de verzoekende partij als openbare overheid. De verzoekende partij stelt in algemene bewoordingen dat “de spoorlijn bovendien een gebied (doorkruist) dat behoort tot het Vlaams Ecologisch Netwerk en over een beschermd monument (de Pede viaduct) (loopt)”. Het dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partij onvoldoende concrete gegevens aanbrengt waaruit kan blijken dat dit voor haar als gemeente een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt of dreigt uit te maken. Gelet op het voorgaande dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partij onvoldoende aannemelijk maakt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Er is dan ook niet voldaan aan één van de door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DEZE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  27. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. van publiek recht INFRABEL in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  28. De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-13.285-8/9 Artikel
  29. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig oktober 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.285-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.310 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.283 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.