← België

Arrest 176481 - Reglementen (onderwijs en cultuur) - 06/11/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.481 Rolnummer: A. 183311/XII-5108 Zaak: Arrest 176481 - Reglementen (onderwijs en cultuur) - 06/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-20 Raadplegingen: 179 - laatst gezien 2026-07-03 05:42 Fiche Arrest nr 176.481 van 6 november 2007 Onderwijs en cultuur - Reglementen (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.481 van 6 november 2007 in de zaak A. 183.311/XII-

  1. In zake : Eni DRINI, die woonplaats kiest bij advocaat J.-F. De Bock, kantoor houdende te 1060 Brussel, Tasson-Snelstraat 38 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij de juridische cel afdeling Advies en Ondersteuning Onderwijspersoneel, kantoor houdende te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 15, kamer 1C
  2. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Eni Drini op 15 mei 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de hem op 15 maart 2007 meegedeelde beslissing waarbij de dienst studietoelagen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap in beroep afwijzend beslist over zijn aanvraag tot studiefinanciering; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoeker de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 31 mei 2007 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend voor wat betreft de vordering tot schorsing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-5108-1\5 Gelet op de beschikking van 25 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 oktober 2007; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Wauters, die loco advocaat J.-F. De Bock verschijnt voor verzoeker, en van adjunct van de directeur M. Broucke, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feitelijke gegevens van de zaak
  3. Een aanvraag van verzoeker tot studiefinanciering voor het academiejaar 2005-2006 wordt door verwerende partij afgewezen op 24 februari 2006 omdat verzoeker niet voldoet aan de mobiliteitsvoorwaarden. Het tegen die beslissing gericht administratief beroep van verzoeker wordt verworpen op 12 juni
  4. Verzoeker verklaart “omwille van een communicatieprobleem” tegen deze beslissing geen verder beroep te hebben ingesteld. Voor het academiejaar 2006-2007 dient verzoeker een nieuwe aanvraag in, die om dezelfde motieven wordt afgewezen op 21 november
  5. Verzoeker stelt het georganiseerd administratief beroep in op 11 januari
  6. Bij brief van 15 maart 2007 ontvangt hij de thans bestreden beslissing waarmee dit beroep wordt verworpen. De schorsingsvoorwaarden
  7. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de XII-5108-2\5 onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde
  8. Betreffende het moeilijk te herstellen nadeel zet verzoeker uiteen enkel over een maandelijks leefloon van 493,67 euro te beschikken en niet op de steun van zijn ouders te kunnen rekenen die, zelf met een zeer bescheiden inkomen, moeten instaan voor de verzorging van zijn zieke moeder en de opvoeding van zijn jongere broer. Zijn uitgaven voor huur, transport en studiemateriaal overschrijden reeds zijn inkomen en hij riskeert een einde te moeten stellen aan zijn studies indien hij niet verder in zijn onderhoud kan voorzien. Hij kan ook niet het risico nemen als jobstudent iets bij te verdienen omdat hij dan riskeert minder goede resultaten te verkrijgen, terwijl van die goede resultaten een tussenkomst in het inschrijvingsgeld en beurzen voor verdere specialisaties afhangen.
  9. Verwerende partij stipt in haar nota aan dat verzoeker zijn vordering instelt op 15 mei 2007, wanneer het academiejaar op zijn einde loopt. Het is voor verwerende partij absoluut onbegrijpelijk dat verzoeker, waarvan de situatie beweerdelijk onhoudbaar was, vooreerst wacht tot 11 januari 2007 om het administratief beroep in te stellen tegen de beslissing van 21 november 2006 en dan nog eens wacht tot 15 mei 2007 om de Raad van State te adiëren met een vordering tot -gewone- schorsing tegen de afwijzende beslissing van 15 maart 2007 en dus op een ogenblik waarop het aangevoerde nadeel nog moeilijk vermeden kan worden. Een en ander is volgens verwerende partij dés te onbegrijpelijker omdat verzoeker de argumentatie van het bestuur al kende sedert het voorgaande academiejaar, toen eenzelfde aanvraag om dezelfde redenen is afgewezen. Verzoeker kon zich, gezien zijn ongewijzigde situatie, aan eenzelfde uitkomst verwachten en kon zich wapenen tegen de beslissing. Men kon dus verwachten, aldus verwerende partij, dat indien zijn toestand dermate schrijnend was, hij kort na ontvangst van de negatieve beslissing daartegen in beroep zou gaan. Door zelf de beroepstermijnen telkenmale ten volle uit te putten spreekt verzoeker zelf de ernst van het geleden nadeel tegen. Verwerende partij vraagt zich ook af waarom verzoeker -die zelf stelt in het eerste jaar geslaagd te zijn met 90%- tijdens de zomervakantie niet in staat zou zijn als jobstudent te werken en aldus zelf er toe bij te dragen dat het nadeel geminimaliseerd kan worden. XII-5108-3\5
  10. In het auditoraatsverslag wordt verwerende partij over de hele lijn bijgevallen. Niettemin onderneemt verzoekers raadsman ter terechtzitting geen poging om het gebrek aan diligentie van verzoeker zelfs maar te vergoelijken. Op bijkomende vragen ter terechtzitting naar de actuele situatie van verzoeker en naar zijn inzichten in het voordeel van een schorsingsarrest, dat immers enkel voor de toekomst uitwerking kan hebben, kon zijn raadsman enkel repliceren zich naar de wijsheid van de Raad te willen gedragen. In die omstandigheden valt ook de Raad de zienswijze bij van verwerende partij.
  11. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  12. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  13. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-5108-4\5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes november 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5108-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.481 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.336 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.