← België

Arrest 176502 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 08/11/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.502 Rolnummer: A. 134130/XII-5068 Zaak: Arrest 176502 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 08/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-13 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:59 Fiche Arrest nr 176.502 van 8 november 2007 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.502 van 8 november 2007 in de zaak A. 134.130/XII-

  1. In zake : Marie-Paule VERSCHUEREN, die woonplaats kiest bij advocaat T. Peeters, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 27 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep 1 Antwerpen, die woonplaats kiest bij advocaat R. Rombaut, kantoor houdende te Antwerpen, Justitiestraat 18, bus
  2. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marie-Paule Verschueren op 14 maart 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 14 januari 2003 van de raad van bestuur van de scholengroep 1 van het Gemeenschapsonderwijs houdende de weigering om haar vast te benoemen in de betrekking nr. é4 aan het koninklijk technisch atheneum Zwijndrecht; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de beschikking van 17 april 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 6 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 oktober 2007; XII-5068-1\5 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. Minnen, die loco advocaat T. Peeters verschijnt voor verzoekster, en van advocaat R. Rombaut, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. Met de bestreden beslissing heeft verwerende partij geweigerd gevolg te geven aan de kandidatuur van verzoekster voor vaste benoeming aan het KTA Zwijndrecht in de betrekking é4, luidens de kennisgeving ervan aan verzoekster “omdat u niet batig gerangschikt was (geen 60% op de selectieprocedure)”.
  4. Verzoekster is met ingang van 1 januari 2006 vast benoemd in de betrekking nr. 210.048 als voltijds opvoeder aan het koninklijk atheneum te Hoboken.
  5. Verzoekster heeft deze benoeming niet bestreden. Omdat die benoeming bijgevolg definitief en onaantastbaar is, een personeelslid slechts vast benoemd kan worden tot maximaal één voltijdse betrekking en de benoeming geschiedde in hetzelfde ambt van opvoeder dat verzoekster ambieerde met haar inleidend verzoekschrift, vermocht zij vanaf 1 januari 2006 volgens het auditoraatsverslag geen rechten meer laten gelden op een andere betrekking. In het auditoraatsverslag wordt daarbij nog opgemerkt dat verzoekster heeft nagelaten haar benoeming te bestrijden op vlak van de daaruit voortvloeiende anciënniteit en dat geen recht bestaat op een benoeming op een bepaalde datum. De verwerende partij vraagt vervolgens in de laatste memorie eveneens om het beroep te verwerpen bij verlies aan belang. XII-5068-2\5 Verzoekster antwoordt in de laatste memorie dat de deelname aan een latere procedure tot vaste benoeming die uiteindelijk ook tot een vaste benoeming heeft geleid, niet betekent dat zij niet meer geïnteresseerd was in de functie die haar initieel ten onrechte werd geweigerd in KTA Zwijndrecht.
  6. De Raad van State meent dat van verzoekster niet geëist mag worden haar eigen vaste benoeming aan te vechten en hij valt dienaangaande verzoeksters zienswijze bij. Al valt niet uit te sluiten dat een verzoekende partij haar belang bij een welbepaalde vaste benoeming verliest wanneer zij naderhand een vaste benoeming in het geambieerde ambt verkrijgt, kan zulks slechts aan de hand van de concrete omstandigheden van de zaak worden afgeleid en niet als algemene regel worden vooropgesteld. Verzoekster mag het niet kwalijk worden genomen dat zij hangende deze procedure van verwerende partij in dezelfde scholengroep een vaste benoeming aanvaardt in een andere betrekking en in een andere school. Zelfs indien dit een benoeming is in hetzelfde ambt (opvoeder) en in een school die behoort tot dezelfde scholengroep, bewijst dit op zich niet dat zij niet langer belangstelling zou mogen hebben om te worden tewerkgesteld in de eerste betrekking. Te dezen bevestigt verzoekster overigens uitdrukkelijk in de laatste memorie wel degelijk nog aanspraak te maken op die eerste vaste benoeming. Nu het om een verschillende betrekking in een andere school gaat, mag uit het aanvaarden van de tweede benoeming zelfs niet worden afgeleid dat verzoekster aan het verschil in anciënniteit verzaakt. Het feit dat een personeelslid van het Gemeenschapsonderwijs slechts vast benoemd mag worden tot maximaal één voltijdse betrekking, werpt geen ander licht op de zaak. Artikel 38 van het rechtspositiedecreet van 27 maart 1991 bepaalt : “De Vlaamse Regering bepaalt de gevolgen van een nieuwe vaste benoeming ten aanzien van de door het betrokken personeelslid voorheen reeds verkregen vaste benoeming, met dien verstande dat een personeelslid slechts vast benoemd kan zijn ten belope van maximaal één voltijdse betrekking. Het voltijds karakter wordt bepaald in functie van de prestaties vereist voor een voltijdse betrekking in het ambt van de nieuwe benoeming”. XII-5068-3\5 Dit artikel illustreert precies dat een nieuwe vaste benoeming wél tot de mogelijkheden behoort, maar dat een keuze zal moeten volgen in geval hierdoor méér dan een voltijdse betrekking wordt ingevuld. Ook op andere wijzen, bij voorbeeld door affectatie of mutatie, kan een personeelslid zonder nieuwe vaste benoeming de ene voltijdse betrekking inruilen voor een andere.
  7. Het blijvend belang van verzoekster bij het beroep hangt niet enkel af van de vraag of verzoekster inderdaad kan overtuigen dat het haar om de welbepaalde betrekking te Zwijndrecht gaat. Het kan ook nog afhangen van de aard van de ingeroepen rechtsmiddelen - rechtsplicht tot benoemen of niet - en van de vraag of bij een eventuele nietigverklaring verzoekster over een reële kans beschikt om op een eerder tijdstip in het ambt benoemd te worden. Zonder het thans al nader te onderzoeken, leest de Raad alleszins in het inleidend verzoekschrift een tweede middel waarin verzoekster argumenteert dat zij recht had op de vaste benoeming. Eventueel moet het belang beperkt worden tot het verloren anciënniteitverlies. Dit concrete onderzoek is evenwel nog niet aan de orde geweest in het auditoraats- verslag. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
  8. De debatten worden heropend. Artikel
  9. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek. XII-5068-4\5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht november 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5068-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.502 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.445 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.