← België

Arrest 176671 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 12/11/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.671 Rolnummer: A. 65056/IX-1479 Zaak: Arrest 176671 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 12/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-23 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:03 Fiche Arrest nr 176.671 van 12 november 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.671 van 12 november 2007 in de zaak A. 65.056/IX-

  1. In zake : Pol ONGENA, wonende te LOKEREN, Begonialaan
  2. tegen : de POST. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Pol ONGENA op 8 augustus 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 12 juni 1995 waarbij de bestuurder-directeur van de Post weigert de artikelen 9 en 13 van het geldelijk statuut voor de vastbenoemde en stagedoende ambtenaren op de verzoeker toe te passen en hem meedeelt dat de diensten gepresteerd door de verzoeker vóór de leeftijd van 24 jaar, ten onrechte in niveau 1 werden aangenomen, en dat een terugvordering dient te gebeuren ten bedrage van 14.879 frank; Gezien de toelichtende memorie van de verzoekende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur-generaal M. ROELANDT; Gelet op de beschikking van 28 oktober 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 2 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 november 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; IX-1479-1/4 Gehoord de opmerkingen van de verzoeker, en van juriste L. VANHOOREN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak
  3. De verzoeker wordt op 1 december 1993 benoemd tot inspecteur bij de Post. Op 1 januari 1994 treedt het nieuw geldelijk statuut voor vastbenoemde en stagedoende ambtenaren bij de Post in werking. Op 18 april 1995 richt de verzoeker een schrijven tot de bestuurder-directeur van de Post om, uitgaande van het nieuw geldelijk statuut, zijn geldelijke anciënniteit en wedde vanaf 1 januari 1994 te herzien. Op 12 juni 1995 verwerpt de bestuurder-directeur dit verzoek omdat de verzoeker reeds vóór de inwerkingtreding van het nieuw statuut benoemd was. Tevens wordt de verzoeker medegedeeld dat bij een grondig nazicht van zijn wedde gebleken is dat de diensten die hij als stagiair-opsteller vóór de leeftijd van 24 jaar gepresteerd heeft, ten onrechte in de anciënniteit voor niveau 1 werden opgenomen. Om die redenen bedraagt de geldelijke anciënniteit van de verzoeker op 1 december 1993 9 jaar en 10 maanden in plaats van 10 jaar en 5 maanden. Dientengevolge is een regularisatie nodig, met een terugvordering van 14.879 frank. Dit is de bestreden beslissing. Over de bevoegdheid van de Raad van State 2.
  4. De auditeur-generaal werpt in zijn verslag ambtshalve een exceptie van onbevoegdheid op, doordat het werkelijk voorwerp van de vordering IX-1479-2/4 verzoekers subjectief recht op wedde zou zijn, terwijl krachtens de artikelen 144 en 145 van de Grondwet de gewone rechter en niet de Raad van State bevoegd is om van een dergelijke vordering kennis te nemen. 2.
  5. De verzoeker repliceert in zijn laatste memorie dat het werkelijk voorwerp van zijn vordering de weigering is om hem de geldelijke anciënniteit toe te kennen waarop hij conform de bepalingen, opgenomen in het geldelijk statuut van de ambtenaren van de Post, recht heeft. De verzoeker ontkent niet dat de toepassing van die bepalingen voor hem ook een weddeaanpassing zou meebrengen, maar hij voert aan dat die aanpassing een louter gevolg is van de bestreden beslissing. 2.
  6. Te dezen verschillen de partijen van mening over de interpretatie die aan het geldelijk statuut gegeven moet worden om verzoekers geldelijke anciënniteit te berekenen. De verwerende partij heeft met de bestreden beslissing aan dit probleem een oplossing gegeven die door de verzoeker wordt betwist. Ter zake kan nochtans slechts één interpretatie de juiste zijn. De overheid heeft met andere woorden geen discretionaire bevoegdheid. De bepaling van de geldelijke anciënniteit en van de omvang van de wedde vloeit namelijk rechtstreeks voort uit de toepasselijke bepalingen van het statuut. De beslissing om het nieuwe statuut op de verzoeker niet toe te passen en het herberekenen van zijn geldelijke anciënniteit, zijn louter rechtserkennende handelingen. Betwistingen hierover hebben betrekking op de subjectieve rechten die de verzoeker in het kader van zijn statuut tegenover de overheid kan doen gelden. Dergelijke betwistingen over subjectieve, politieke rechten worden, overeenkomstig artikel 145 van de Grondwet en bij ontstentenis van een bepaling die de Raad van State bevoegd maakt, beslecht door de justitiële rechter. De exceptie is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. Het beroep wordt verworpen. IX-1479-3/4 Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 12 november 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. Ch. BAMPS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1479-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.671 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.