id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.718 Rolnummer: A. 118603/X-10885 Zaak: Arrest 176718 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 13/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-27 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-30 04:04 Fiche Arrest nr 176.718 van 13 november 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.718 van 13 november 2007 in de zaak A. 118.603/X-10.
- In zake : de n.v. VERO, die woonplaats kiest bij advocaat W. MERTENS, kantoor houdende te 3580 BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat C. MARINOWER, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Consciencestraat
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. VERO op 22 maart 2002 heeft ingediend op de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 30 januari 2002 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening houdende verwerping van haar beroep ingesteld tegen de beslissing van 25 juni 2001 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zandhoven, waarbij de vergunning wordt geweigerd voor de regularisatie van het herstellen van een door brand geteisterde woning te Zandhoven, Oelegembaan 52, kadastraal bekend sectie B, nrs. 463/m2, s2, t2, r; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de beschikking van 2 juni 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; X-10.885-1/5 Gelet op de beschikking van 3 april 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 mei 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. MERTENS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. BOSMANS die loco advocaat C. MARINOWER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- De verzoekende partij is eigenaar van een woning, gelegen te Zandhoven, aan de Oelegembaan 52, waarvoor zij op 29 november 1999 een aanvraag indient tot het verkrijgen van een regularisatievergunning voor de “herstelling van een door brand geteisterde woning”. Blijkens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 30 september 1977 vastgestelde gewestplan Turnhout is de woning gelegen in natuurgebied. 1.
- Op 5 oktober 2000 adviseert de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur dat het dossier niet in aanmerking komt voor regularisatie om reden dat “de aanvraag (niet) voldoet (...) aan de voorwaarden van de uitzonderings- maatregelen van het bovengenoemde artikel 145 van het decreet gezien de ligging in het natuurgebied” en dat geen certificaat in toepassing van het toen geldende artikel 158, § 2 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening kan worden opgesteld. 1.
- Bij besluit van 25 juni 2001 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zandhoven de vergunning. X-10.885-2/5 1.
- Bij aangetekend schrijven van 20 juli 2001 tekent de verzoekende partij beroep aan bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen. 1.
- Bij aangetekend schrijven van 8 oktober 2001 tekent de verzoekende partij bij de Vlaamse regering beroep aan tegen het uitblijven van een beslissing van de bestendige deputatie. 1.
- Bij besluit van 30 januari 2002 verwerpt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening het beroep;
- De ontvankelijkheid 2.
- Overwegende dat in het auditoraatsverslag ambtshalve de exceptie van onontvankelijkheid wordt opgeworpen omwille van het niet voorhanden zijn van het toentertijd door de artikelen 158, § 2 en 159, eerste lid van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: DRO) vereiste certificaat waardoor de verzoekende partij bij het indienen van haar annulatieberoep niet doet blijken van het vereiste wettelijk belang; 2.1.2 Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie hierop het volgende repliceert: “In het verslag van de Auditeur staat dat het betreffende artikel reeds gewijzigd werd in die zin dat het voorafgaandelijk voorhanden zijn van dat certificaat niet langer wordt vereist. Een eventuele nietigverklaring zou derhalve de vergunningverlenende overheid de mogelijkheid geven om alsnog ten gronde de vergunningsaanvraag te beoordelen en daardoor zou zij tot een vergunning kunnen komen zonder dat certificaat. Eventueel is dat nog wel achteraf vereist. Proceseconomisch is het dan toch de meest efficiënte wijze om het huidige beroep tot nietigverklaring gegrond te verklaren en dan verwerende partij toe te laten een nieuwe beslissing te nemen. Met de inderdaad reeds overvloedige rechtspraak van de Raad van State komt men tot een situatie waarbij de verzoekende partij genoodzaakt wordt om opnieuw een aanvraag in te dienen, wat opnieuw heel wat kosten met zich meebrengt. Wanneer de vergunning opnieuw omwille van gelijkaardige redenen zou geweigerd worden dan in casu dan zou men opnieuw administratief beroep dienen aan te tekenen en opnieuw wellicht tot een procedure bij de Raad van State komen waarbij dan het argument van het al dan niet aanwezig zijn van het vereiste certificaat niet meer kan meespelen maar uw Raad dan toch gehouden zou zijn om ten gronde uitspraak te doen, wat proceseconomisch niet verantwoord lijkt rekening houdende met de enorme toevloed van zaken die er al zijn bij uw Raad. In die zin verzoekt verzoekende partij dan ook om uw rechtspraak te (wijzigen)”; X-10.885-3/5 2.
- Overwegende dat het bestreden besluit de weigering van een regularisatievergunning betreft; dat krachtens artikel 159, eerste lid DRO zoals het van toepassing was op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietigverklaring, een regularisatievergunning slechts kon worden verleend na het opstellen van het certificaat bedoeld in artikel 158, § 2 DRO.; dat niet blijkt dat op dat ogenblik aan de door voornoemd artikel 159, eerste lid DRO opgelegde voorwaarde was voldaan; dat aldus de bevoegde vergunningverlenende overheid de gevraagde regularisatievergunning moest weigeren omdat de alsdan geldende dwingende bepaling van artikel 159, eerste lid DRO zich ertegen verzette dat de regularisatievergunning werd verleend zo het vereiste certificaat niet voorlag; dat de verzoekende partij derhalve op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietigverklaring geen belang had bij de nietigverklaring van het bestreden besluit; dat, aangezien een verzoeker reeds moet doen blijken van het rechtens vereiste belang op het ogenblik van het instellen van het beroep, de omstandigheid dat de aangehaalde regelgeving op het ogenblik van het sluiten der debatten was vervangen, derwijze dat het voorleggen van een certificaat niet langer is vereist voor het verkrijgen van een regularisatievergunning, niet tot gevolg heeft dat de verzoeker hierdoor het vereiste belang bij het beroep verwerft; dat de argumentatie van de verzoekende partij in haar laatste memorie dat, na nietigverklaring, de verweerder de mogelijkheid zou krijgen om alsnog ten gronde de vergunningsaanvraag te beoordelen en daardoor tot een vergunning zou kunnen komen zonder het certificaat, betrekking heeft op de gevolgen eigen aan elk vernietigingsarrest, maar niet inhoudt dat de verzoekende partij door het betrachten van dit gevolg, een belang heeft of verwerft bij het beroep; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partij niet doet blijken van het rechtens vereiste belang bij het beroep; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-10.885-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien november 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-10.885-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.718 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div