← België

Arrest 176750 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 13/11/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.750 Rolnummer: A. 79550/XII-1513 Zaak: Arrest 176750 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 13/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-21 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 04:05 Fiche Arrest nr 176.750 van 13 november 2007 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.750 van 13 november 2007 in de zaak A. 79.550/XII-

  1. In zake : de GEMEENTE SCHAARBEEK, die woonplaats kiest bij advocaat J. Bourtembourg, kantoor houdende te 1060 Brussel, Zwitserlandstraat 24 tegen : het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaten M. Uyttendaele en R. Witmeur, kantoor houdende te 1060 Brussel, Bronstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente Schaarbeek op 27 juli 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 17 april 1998 waarbij de Minister-voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering de beslissing van 18 februari 1998 vernietigt waarbij de gemeenteraad van Schaarbeek beslist Geert Pierre aan te werven als opsteller met een contract van onbepaalde duur vanaf 17 februari 1997; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de beschikking van 9 november 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 31 augustus 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 oktober 2007; XII-1513-1\6 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Vandevoorde, die loco advocaat J. Bourtembourg verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak 1.
  3. Op 26 februari 1997 beslist de gemeenteraad van de gemeente Schaarbeek om Geert Pierre aan te werven als opsteller onder het stelsel van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur. De toezichthoudende overheid vernietigt dit raadsbesluit op 29 april
  4. 1.
  5. Op 10 september 1997 beslist de gemeenteraad van Schaarbeek opnieuw om Geert Pierre aan te werven als opsteller bij arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur, in afwachting van het organiseren van een examen van opsteller. Op 7 november 1997 wordt ook dit raadsbesluit vernietigd door de toezichthoudende overheid. 1.
  6. Op 18 februari 1998 beslist de gemeenteraad ten derde male om Geert Pierre aan te werven als opsteller onder het stelsel van de arbeidsovereen- komst voor onbepaalde duur met ingang van 17 februari 1997 maar voor een termijn die de datum van de samenstelling van de toekomstige wervingsreserve van opsteller niet mag overschrijden. Het thans bestreden besluit van de toezichthoudende overheid vernietigt dit raadsbesluit, onder meer overwegende dat de gemeenteraad het principe van het administratief toezicht vervat in artikel 162 van de Grondwet XII-1513-2\6 schendt “door zijn eerste vernietigde beslissing te hernemen zonder zich te steunen op nieuwe feitelijke of juridische argumenten die dermate pertinent zijn dat zij als een rechtvaardiging kunnen gelden voor het hernemen van de oorspronkelijke beslissing” en “dat de schending van het beginsel van het administratief toezicht volstaat om tot de onwettigheid van de betrokken beslissing te besluiten, zonder dat de toezichthoudende overheid opnieuw dient te motiveren waarom zij bij haar eerste stelling blijft”. De ontvankelijkheid van het beroep
  7. Het met het onderzoek van de zaak belast lid van het auditoraat heeft zich in het auditoraatsverslag er toe beperkt te onderzoeken, eensdeels, of de gemeenteraad en het schepencollege op de voorgeschreven wijze tot het instellen van de voorliggende procedure hebben beslist en, anderdeels, of de Raad van State bevoegd is om kennis te nemen van het beroep. Verwerende partij heeft opgeworpen, in de memorie van antwoord, dat verzoekster zal moeten aantonen dat haar gemeenteraad geldig de beslissing heeft genomen om in rechte te treden. In het auditoraatsverslag wordt opgeworpen dat verzoekster niet adequaat aantoont dat haar schepencollege geldig heeft beslist om het beroep in te stellen. Volgens het auditoraatsverslag grijpt het vernietigingsbesluit in in een modaliteit van het contract. Indien de Raad van State die beslissing zou vernietigen, zou hij in wezen ingrijpen in een contractuele verhouding omdat hij een beslissing beoordeelt die uit het contract ontstane rechten in het geding brengt, onder meer door een contractuele band te beëindigen. In de laatste memorie valt de verwerende partij het auditoraatsverslag bij omdat, aldus de verwerende partij, het gevolg van het vernietigingsbesluit “wel degelijk [is] dat de overeenkomst uit het rechtsverkeer verdwijnt” en het bestreden besluit onrechtstreeks beschouwd moet worden als een uitvoeringsakte van de overeenkomst. Volgens het auditoraatsverslag leiden beide excepties tot het besluit dat het beroep moet worden verworpen. XII-1513-3\6
  8. Ondertussen heeft verzoekster aan de Raad van State als stukken overgelegd, eensdeels, een uittreksel uit het notulenboek van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schaarbeek waaruit blijkt dat dit college op 9 juni 1998 heeft beslist een beroep in te dienen bij de Raad van State tegen het in geding zijnde besluit en, anderdeels, een uittreksel uit het notulenboek van de gemeenteraad van Schaarbeek waaruit blijkt dat die raad op 16 september 1998 het college machtigt om bedoeld annulatieberoep in te dienen. De Raad van State ziet geen reden om het geldig instellen van het annulatieberoep nog in twijfel te trekken.
  9. De toezichthoudende overheid heeft met de bestreden beslissing niet een arbeidsovereenkomst vernietigd, maar wel de aanwervingsbeslissing van verzoekster. Die aanwervingsbeslissing is een eenzijdige, van het contract afsplitsbare handeling. Verhindert de rechtsmacht van de gewone rechtbanken dat de Raad van State op grond van zijn algemene vernietigingsbevoegdheid uitspraak doet over geschillen inzake de rechten en plichten die voortvloeien uit arbeids- overeenkomsten, dan erkent de Raad van State op grond van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State toch volgens vaste rechtspraak zijn rechtsmacht inzake betwistingen aangaande de eenzijdig door een administratieve overheid genomen beslissingen die, zoals te dezen de aanwervingsbeslissing, aan de arbeidsovereenkomst voorafgaan en die afsplitsbaar zijn van de arbeidsovereenkomst. Dat het bestreden toezichtsbesluit die afsplitsbare handeling vervolgens vernietigt, overigens om de enkele reden dat het beginsel van het administratief toezicht door verzoekster is geschonden, impliceert niet dat de ondertussen tot stand gekomen overeenkomst geacht moet worden nooit te hebben bestaan. Integendeel vermag enkel de arbeidsrechter de nietigheid van de overeenkomst vast te stellen, en er blijkt niet dat hij dit te dezen heeft gedaan. Het bestreden vernietigingsbesluit is geen uitvoeringsakte van een arbeidsovereenkomst of behelst niet de opzegging van die overeenkomst en de voorliggende betwisting is aldus naar haar werkelijk voorwerp geen geschil inzake de rechten en plichten die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst. XII-1513-4\6 Mogelijk kan bezwaar worden geopperd tegen de ontvankelijkheid van welbepaalde middelen of middelonderdelen, indien zij de Raad er toe zouden brengen zich uit te spreken over de omvang van een subjectief recht. Dat onderzoek is thans echter niet aan de orde. De Raad van State mag evenwel niet, louter op grond van het voorwerp van het voorliggende beroep, zijn algemene vernietigings- bevoegdheid afwijzen. Er is geen reden de bevoegdheidsvraag, zoals ze aan de orde is gesteld in het auditoraatsverslag, ambtshalve op te werpen.
  10. De in het auditoraatsverslag besproken middelen van niet- ontvankelijkheid maken de oplossing van het geschil niet mogelijk. Er is reden om de nog niet besproken exceptie betreffende het belang van de verzoekende partij en de twee aangevoerde middelen nader te onderzoeken. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  11. De debatten worden heropend. Artikel
  12. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt ermee belast het onderzoek van de ontvankelijkheid en de grond van de zaak verder af te doen. XII-1513-5\6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien november 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-1513-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.750 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.211 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.