id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.753 Rolnummer: A. 148759/XII-5000 Zaak: Arrest 176753 - Varia (onderwijs en cultuur) - 13/11/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-11-21 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 04:05 Fiche Arrest nr 176.753 van 13 november 2007 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 176.753 van 13 november 2007 in de zaak A. 148.759/XII-
- In zake : Jack OOMS, die woonplaats kiest bij advocaat R. Lecoutre, kantoor houdende te Antwerpen, De Damhouderestraat 13 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jack Ooms op 11 maart 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 18 december 2003 van de Vlaamse reaffectatiecommissie, waarbij zijn bezwaarschrift tegen zijn tewerkstelling als administratieve ondersteuning in het basisonderwijs bij scholengemeenschap Ant1gon wordt verworpen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 6 februari 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 4 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 november 2007; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-5000-1\6 Gehoord de opmerkingen van advocaat N. Niewdorp, die verschijnt voor verzoeker, en van adjunct van de directeur M. Broucke, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
- Verzoeker is sinds 1 oktober 1975 met een opdracht van 6/20 uren aangesteld als leraar viool aan de muziekacademie van het Gemeenschapsonderwijs (voordien Rijksmuziekacademie) te Antwerpen. Bovendien is hij sinds 1 september 1975 violist met een opdracht van 27 u. per week bij het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen te Antwerpen. Met ingang van 8 december 2003 wordt verzoeker voor zijn volledige opdracht aan de muziekacademie ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Op 20 november 2003 deelt de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie van het Gemeenschapsonderwijs verzoeker mee dat de commissie heeft beslist hem aan te stellen als administratieve ondersteuning van scholengemeenschap “Ant1gon” in het basisonderwijs voor 10/36, met als contactadres de BSGO te Merksem. De kennisgeving vermeldt ook de mogelijkheid om tegen deze beslissing een bezwaarschrift “in toepassing van artikel 44” in te dienen, “naar het adres van de interprovinciale reaffectatiecommissie”. Bij schrijven van 26 november 2003 tekent verzoeker bij de interprovinciale reaffectatiecommissie bezwaar aan tegen de voornoemde aanstelling. XII-5000-2\6 Op 9 december 2003 deelt de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie aan de scholengemeenschap Ant1gon per dienstbrief mee dat de commissie heeft beslist de wedertewerkstelling van verzoeker te behouden. De directie van de muziekacademie ontvangt van deze dienstbrief een afschrift, met verzoek “het betrokken -aan uw instelling geaffecteerd- personeelslid een afschrift van deze dienstbrief te willen bezorgen”. Het bestaan van enige beroepsmogelijkheid wordt nergens vermeld. Op 17 december 2003 tekent verzoeker andermaal bezwaar aan tegen de bedoelde wedertewerkstelling, maar ditmaal bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie. Bij schrijven van 12 januari 2004 deelt de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie aan verzoeker mee wat volgt : “De Vlaamse reaffectatiecommissie heeft, tijdens haar vergadering van 18 december 2003, krachtens het Besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, beslist om het bezwaarschrift van de hr. Jack Ooms, Hortensialei 21 te 2540 Hove, tegen zijn tewerkstelling als administratieve ondersteuning in het basisonderwijs bij Scholengemeenschap Ant1gon, Laarsebaan 100 te 2170 Merksem, te verwerpen, en dit om volgende reden(en) : De hr. Ooms stelt dat hij niet beschikt over een HSO-diploma, en bijgevolg dat zijn diplomaniveau niet hoog genoeg is om te werken in een administratieve functie. Administratieve hulp in het basisonderwijs is echter geen organiek ambt, en er zijn geen specifieke diplomavereisten voor. De Vlaamse reaffectatiecommissie bevestigt de beslissing van de interprovinciale reaffectatiecommissie van het Gemeenschapsonderwijs”. De gegrondheid van het beroep
- In zijn twee middelen werpt verzoeker hoofdzakelijk de schending op van de motiveringsplicht, doordat de verwerende partij bij het nemen van de thans bestreden beslissing wel diens eerste bezwaar tegen zijn tewerkstelling als administratieve ondersteuning in het basisonderwijs van scholengroep Ant1gon heeft onderzocht, stellende dat administratieve hulp in het basisonderwijs geen organiek ambt is en er derhalve geen specifieke diplomavereisten zijn, maar niet zijn tweede bezwaar, luidens welk zijn wedertewerkstelling als administratieve hulp in het dagonderwijs niet te combineren valt met zijn uren in het Filharmonisch Orkest van Vlaanderen. XII-5000-3\6
- Verwerende partij voert geen enkel verweer ten gronde in de memorie van antwoord. Zij doet dat evenmin in de laatste memorie, al heeft zij dan in het auditoraatsverslag kunnen lezen dat uit de bestreden beslissing niet blijkt dat de Vlaamse reaffectatiecommissie aan het tweede en zelfs vrij substantiële bezwaar van verzoeker enige aandacht heeft besteed, laat staan dat ze het daadwerkelijk zou hebben onderzocht en ter zake enig weerwerk zou hebben geleverd en dat, aldus het auditoraatsverslag, van een dergelijke beslissing bezwaarlijk kan worden aangenomen dat ze aan de motiveringsplicht voldoet. Mét het auditoraat stelt ook de Raad van State vast dat de motiveringsplicht is geschonden.
- Ofschoon verwerende partij niet ten gronde antwoordt op de aangevoerde middelen, laat zij ook geenszins verstek. Haar -enige- verweer in de memorie van antwoord komt er op neer op te werpen dat het schrijven van de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling bevat, maar enkel een mededeling die uit zichzelf geen rechtsgevolgen sorteert. Zij merkt op dat, enerzijds, het schrijven van 17 december 2003 van verzoeker aan de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie te beschouwen is als een vraag om inlichtingen en, anderzijds, dat de interprovinciale reaffectatiecommissie krachtens de toen geldende bepalingen van het besluit van 29 april 1992 van de Vlaamse regering betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage (het reaffectatiebesluit), te dezen de bevoegde overheid was om de eindbeslissing na en op bezwaar van verzoeker te nemen, hetgeen ze, blijkens een schrijven van 9 december 2003 van de voorzitter van die commissie aan de betrokken scholengemeenschap, door het behouden van de eerder uitgesproken weder- tewerkstelling ook formeel blijkt te hebben gedaan, zodat de Vlaamse reaffectatiecommissie zonder rechtsmacht was om naderhand het onderzoek van verzoekers bezwaar nog eens over te doen. Ook in de laatste memorie blijft zij deze interpretatie van het reaffectatiebesluit verdedigen. Een bijkomend argument ziet zij hierin dat de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie in zijn brief van 9 december 2003 geen beroepsmogelijkheden bij de interprovinciale (versta wellicht: Vlaamse) reaffectatiecommissie heeft vermeld. XII-5000-4\6
- De Raad van State stelt vast, eensdeels, dat in de brief van 9 december 2003 al evenmin is aangegeven dat deze beslissing een administratieve eindbeslissing is en wat de beroepsmogelijkheden daartegen zijn bij de Raad van State en, anderdeels, dat de Vlaamse reaffectatiecommissie op 18 december 2003 beoogd heeft in de zaak van verzoeker een eindbeslissing te nemen die rechtsgevolgen sorteert. Zij heeft immers luidens de brief van 12 januari 2004 op uitdrukkelijke vraag van verzoeker en blijkbaar na kennisneming en onderzoek van diens bezwaarschrift “tijdens haar vergadering van 18 december 2003”, “beslist om het bezwaarschrift [...] te verwerpen” en zij “bevestigt de beslissing van de interprovinciale reaffectatiecommissie”. De Vlaamse reaffectatiecommissie heeft, wettig of onwettig, met het nemen van de thans bestreden beslissing gehandeld alsof ze een dergelijke bevoegdheid had en aan verzoeker zodoende, terecht of ten onrechte, de indruk gegeven dat zij ter zake een -naderhand enkel nog voor de Raad van State te bestrijden- eindbeslissing heeft genomen. Het betreft hier derhalve een constitutieve rechtshandeling die beoogt rechtsgevolgen in het leven te roepen en die als dusdanig binnen de beoordelingsbevoegdheid van de Raad van State valt. Uit de bespreking van de door verzoeker in het inleidend verzoekschrift uitdrukkelijk aangevoerde middelen is hiervoor reeds gebleken dat deze rechtshandeling onwettig is wegens de schending van de motiveringsplicht. Met haar exceptie zou verwerende partij de Raad er enkel toe kunnen brengen ambtshalve te onderzoeken of de Vlaamse reaffectatiecommissie ten tijde van de bestreden beslissing onder de toen geldende regelgeving wel een tot het treffen van die beslissing bevoegde overheid was, en in voorkomend geval ambtshalve tot de nietigverklaring van de bestreden beslissing te besluiten.
- Een nietigverklaring is dus hoe dan ook onafwendbaar. XII-5000-5\6 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 18 december 2003 van de Vlaamse reaffectatiecommissie, waarbij het bezwaarschrift van Jack Ooms tegen zijn tewerkstelling als administratieve ondersteuning in het basisonderwijs bij scholengemeenschap Ant1gon wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien november 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5000-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.753 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.